Actuele geschiedenis Beverwijk

De man met de hamer

Op 23 maart 1997 vond in een weiland in Beverwijk een bloedige veldslag plaats tussen hooligans van Ajax en Feyenoord. Ajacied Carlo Picornie liet daarbij het leven. Waarom is de dader nooit gevonden?

‘O kom maar eens kijken
Wat er in het weiland ligt
Carlo Picornie, met zijn ogen dicht!
Hij was heel stoer, had veel lef
Hij is vermoord door S.C.F.!
De F-side die de benen nam
DE WINNAAR WAS DE HAMERMAN!!’
(Bron: beschrijving bij een filmpje over 'Beverwijk’ op YouTube )

OVER HET WEILAND waait een rookwolk. Een auto wordt langzaam door de vlammen verzwolgen. Groepen mannen lijken om elkaar heen te dansen. Ze draaien, halen uit, maar raken elkaar niet. Dan zet een groep het op een lopen. De andere groep ziet de mogelijkheid van de overwinning en zet door. Ze komen tegenstanders tegen. Eén voor één worden ze tegen de grond gewerkt. Op de donkere camerabeelden van Rijkswaterstaat zie je een man door zijn knieën zakken. Schimmen om hem heen maken steek- en slagbewegingen. Als hij eenmaal op de grond ligt, blijft hij liggen. Hij zal nooit meer opstaan.
Een maand eerder komen aanhangers van de voetbalclubs Feyenoord en Ajax langs de A10 bij Amsterdam met elkaar in contact. Ze hebben afgesproken om daar met elkaar te gaan vechten. De politie komt op tijd tussenbeide zodat er niemand gewond raakt. Maar de lont zit stevig in het kruitvat. Zeker wanneer een Feyenoord-supporter de Ajax-hooligans op de televisie voor 'mietjes’ uitmaakt. De Ajax-hooligans willen wraak. En de Ajacieden krijgen een kans op wraak, alleen pakt de ontmoeting in Beverwijk verkeerd voor hen uit. Ajax-hooligan Carlo Picornie vindt bij deze nieuwe clash de dood. Een andere Ajax-supporter raakt ernstig gewond maar overleeft de veldslag.
In het land sloeg 'Beverwijk’ in als een bom. De media reageerden verbijsterd; politiek, justitie en het volk wilden dat er maatregelen werden getroffen zodat dit nooit meer kon gebeuren.
Nu, veertien jaar later, zijn er nog steeds weinig betrokkenen die over de gebeurtenis willen praten. Voor de Ajacieden blijft 23 maart 1997 een zwarte dag in de geschiedenis. En vanaf dat moment was het leven van de Feyenoord-hooligans nooit meer hetzelfde. Maar ook de toeschouwers, journalisten en de politie staan niet te springen om een boekje over de veldslag open te doen. Een goed voorbeeld van de angst die nog steeds leeft onder de betrokkenen is een sms'je van een Ajax-supporter: 'Als ik hier met jullie over praat, ben ik mijn leven niet zeker.’ Beverwijk blijft een precair onderwerp, ook omdat de verantwoordelijke voor de dood van Picornie nooit is gepakt.
Uit het politierapport blijkt dat 'Beverwijk’ niet uit de lucht kwam vallen. Op 19 maart 1997 kwam in de ochtend het eerste bericht binnen over geruchten dat er rondom de voetbalwedstrijd tussen AZ en Feyenoord in Alkmaar een vechtpartij tussen Ajax-supporters en Feyenoord-supporters zou plaatsvinden. Dat schrijft commissaris Dooms van regio Kennemerland in zijn proces-verbaal van 4 april 1997. Dooms noteert dat er op 20 en 21 maart soortgelijke berichten binnenkwamen. Die bleven het karakter van onbevestigde geruchten houden, toch besloot de korpsleiding tot extra politie-inzet, wat inhield dat er een sectie ME en vier motoragenten werden gemobiliseerd. De aanhoudingseenheid van Kennemerland verleende in verband met de voetbalwedstrijd in Alkmaar bijstand aan de regio Noord-Holland-Noord. Het politiekorps van Noord-Holland-Noord stelde zelf ongeveer zestig ME'ers beschikbaar. Er waren met de verschillende korpsen afspraken gemaakt om eventueel bijstand aan elkaar te verlenen.
Op vrijdag 21 maart, omstreeks tien uur ’s avonds, berichtte hoofdinspecteur Vleeming van korps Kennemerland dat de regio Amsterdam-Amstelland het gerucht over de confrontatie had geverifieerd. De plaats van de ontmoeting was alleen nog niet duidelijk. Op 23 maart kwam er pas meer duidelijkheid over de locatie: een spotter, een agent die geregeld met de hooligans mee op pad ging en ze goed kende, meldde om half tien ’s ochtends dat de Beverwijkse Bazar de mogelijke plaats was.
Bij het brugrestaurant in Haarlemmermeer, boven de A4, verzamelden zich om twaalf uur tussen de twee- en driehonderd Feyenoord-hooligans. Op dat moment was nog niet duidelijk hoeveel Ajax-hooligans er op de been waren. Er waren wel berichten bij de politie binnengekomen dat er honderd mannen, vermoedelijk Ajax-supporters, bij de McDonald’s waren. De politie kreeg ook de waarschuwing dat er 45 à 50 mannen rond hal 28 op de Beverwijkse Bazar rondliepen.
Zo'n drie kwartier later volgde vanaf de A9 het bericht dat de Feyenoord-supporters stilstonden op de autosnelweg ten noorden van de Wijkertunnel. Vrijwel direct daarna vernam commissaris Dooms dat een grote groep Ajax-supporters over de Ringvaartweg in de richting van de Noordweg liep. Dooms gaf de ME de opdracht om in linie richting de Noordweg te gaan. Maar al snel herriep hij die opdracht omdat de ME'ers gevolgd werden door een snel groeiende groep Ajax-hooligans die de ME probeerde in te sluiten.
Op dat moment was de strijd al gestreden. De politie had nauwelijks ingegrepen, omdat ze met te weinig mankracht tegenover de grote groep hooligans stond. Carlo Picornie lag dood in het weiland bij de Zwarte Markt in Beverwijk.

DE POLITIE was te laat, maar er was wel bewijsmateriaal. Boven de Wijkertunnel zit een controlecentrum van Rijkswaterstaat. Daar bedienen ze de camera’s die de tunnel in de gaten moeten houden. Een van de medewerkers in de controlepost draaide de camera, tegen de regels in, naar de snelweg, ongeveer acht minuten nadat de veldslag was begonnen.
Rechtspsycholoog Peter van Koppen trad op als getuige-deskundige in een deel van de rechtszaken die volgden. Hij rapporteerde over problemen met het herkennen van daders door getuigen. 'De eerste advocaat had mij gevraagd of ik de beelden van Rijkswaterstaat wilde zien in het politiecentrum van Beverwijk. Aan het begin van de videoband zag je de hooligans, maar na anderhalve seconde werd het beeld blauw. Na anderhalve seconde blauw beeld kon je weer even iets zien, voordat het blauwe beeld weer terugkeerde.’
Hij vervolgt: 'Toen vroeg ik aan de agent wat er met die beelden aan de hand was. Dat wist hij dus niet. En ze waren ook niet naar het controlecentrum geweest om te kijken hoe het kwam. Of naar een bedrijf om de beelden beter te maken, dat had die flapdrol ook nog niet bedacht. Uiteindelijk hebben we de videoband met een VHS-recorder laten formatteren, om alles beter zichtbaar te maken. Op de “nieuwe videoband” werd de mishandeling van de overleden Carlo Picornie zichtbaar, maar dat gebeurde zo ver weg dat je het niet goed kon zien. Dan weet je dus niet wie wat heeft uitgespookt.’
Van Koppen vertelt hoe Ajax-supporters in de eerste rechtszaak voor de videoband werden gezet: 'En dan moesten ze maar zeggen wie het had gedaan. Twee getuigen hadden iemand herkend, één daarvan had op tachtig meter afstand gestaan en de andere op honderd meter. Er werd gezegd dat het een roodharige jongen was, maar er waren iets van zeven roodharige Feyenoord-supporters. Bovendien kun je van die afstand niemand herkennen, en dus hield die zaak geen stand. Het optreden van de politie was buitengewoon onhandig.’ >
Na de veldslag stapten de Feyenoorders weer in de auto’s die langs de kant van de snelweg stonden. Ze vervolgden hun tocht naar Alkmaar om de wedstrijd AZ-Feyenoord bij te wonen. Vlak bij het AZ-stadion liet de politie alle auto’s in een fuik rijden, iedereen met modder en bloed op de kleding werd aangehouden. Maar de meeste hooligans hadden hun sporen al gewist. 'In het AZ-stadion heeft de politie tegenover de tribune van Feyenoord een camera opgesteld’, zegt Van Koppen. 'Op die manier werden alle Feyenoorders gefilmd. En als er een beetje boevenkoppen tussenzaten, dan zoomden ze in. Pas na de wedstrijd zijn ze iedereen gaan fouilleren. Dat fouilleren had natuurlijk geen zin meer, want de hooligans hadden hun wapens al in het weiland gegooid. ’s Avonds waren er beelden op het journaal te zien van ME'ers die na de veldslag door het weiland liepen. Ze waren bezig om alle wapens te verzamelen. Toen dacht ik al, deze zaak gaat helemaal mis. Wat je namelijk moet doen, is voorzichtig in een lijn door het veld lopen. Als je dan iets vindt, plaats je er een nummertje bij. Vervolgens neem je er een foto van, je stopt het in een zak en dan pas neem je het mee. Nu zag je de ME'ers met armen vol wapens door het veld lopen. Op die manier hebben ze een heleboel bewijsmateriaal vernietigd, sporenonderzoek heeft dan geen zin meer.’
Neem het verhaal van Freddy L. Hij had zich onderscheiden in een veldslag met hooligans van Volendam, en had de bijnaam 'de hamerman’ gekregen. Om dat te vieren had hij een zilverkleurige klauwhamer aangeschaft en zijn naam erin gegraveerd. L. was bij de veldslag aanwezig, maar bij alle spullen die in beslag waren genomen, zat geen hamer. 'Er is toen een interne e-mail rondgegaan bij de politie met de vraag of iemand een hamer heeft gezien’, vertelt Van Koppen. 'En je zult het niet geloven, maar die hamer is uiteindelijk teruggevonden in de gereedschapskist van een ME-busje, met het bloed van Carlo Picornie er nog aan.’
Er is geen twijfel over mogelijk dat diezelfde hamer gebruikt is bij de moord op Picornie, maar door het gestuntel van de politie kon dat niet aan L. worden toegewezen. 'In de rechtszaak zei hij simpelweg dat hij zijn hamer tijdens de veldslag was kwijtgeraakt.’

'POLITIE EN Justitie hebben voetbalvandalen de oorlog verklaard’, verwoordde het ANP op 23 maart 1997 de onderbuikgevoelens bij de politie en de politiek. Voetbalvandalisme was schering en inslag, maar met de rellen bij Beverwijk was er een grens overschreden.
Maar hoe houd je twee groepen vechtersbazen, die volop beschikking hebben over nieuwe communicatiemiddelen, uit elkaar? Veel politieke partijen pleitten voor onmogelijk strenge straffen. Anderen schrokken hier juist van terug. 'De PVDA wil per se geen politiestaat introduceren’, zei toenmalig PVDA-Kamerlid Mieke Sterk enkele dagen na 'Beverwijk’. De hooligans moesten volgens de PVDA 'slimmer worden aangepakt, niet strenger’. Er klonken spannende woorden als infiltreren, afluisteren en luchtmachthelikopters. De politie moest koste wat het kost voorkomen dat de hooligans ook maar twijfelden aan het maken van een nieuwe 'afspraak’.
'Het belangrijkste is dat je deze mensen uit de anonimiteit haalt’, zegt Ronald Moes, hoofd van het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV). Al vanaf 1986 houdt het CIV, als onderdeel van de politie, zich bezig met de openbare-ordehandhaving en veiligheid bij voetbal. 'De grootste ordeverstoorders zijn degenen die het minst willen dat mensen hun naam kennen. Zorg dat je weet wie dat zijn en ze houden zich veel vaker rustig.’ Wel zal de precieze aanpak per persoon verschillen. De een moet je persoonlijk benaderen voor een goed gesprek, de ander heeft een meer repressieve aanpak nodig. 'Sommigen moet je gewoon hard aanpakken. Dan is een praatje niet genoeg.’
Zelfs met deze constante controle is een knokpartij niet ondenkbaar. Nog steeds krijgt de politie regelmatig berichten binnen van groepen hooligans die met elkaar afspreken om te vechten. 'Er zijn dan twee mogelijkheden’, legt Moes uit. 'Of we weten wie het zijn, of we weten het niet. Als we weten wie het zijn, gaan we bij ze op bezoek. Even duidelijk maken dat we hun plannen niet zo op prijs stellen.’ Maar vaker is het niet bekend wie er hebben afgesproken. 'Dan gaan we over tot het zogenoemde blauwverven, met veel politiemensen aanwezig zijn.’
Deze methodes kosten natuurlijk tijd en geld. Terwijl in 1996 het streven van de politie was om elk jaar tien procent minder manuren te besteden aan voetbalgeweld is sinds 'Beverwijk’ een stijging te zien van ongeveer tien procent per jaar. Veel zal daar de komende tijd niet aan veranderen. 'De inzet kan op dit moment zeker niet minder’, stelt Moes. 'Zowel binnen als buiten het stadion blijft de politie druk met het handhaven van de orde.’
Afgelopen seizoen besteedde de politie ruim 330.000 manuren aan voetbalgerelateerde evenementen. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met het materieel dat wordt ingezet bij wedstrijden.
De nieuwe aanpak lijkt zijn vruchten af te werpen. We horen nog maar weinig over ongeregeldheden in de stadions. Maar Moes denkt dat dit meer een gevoel is dan de werkelijkheid: 'Mensen zijn gewend aan een opstootje bij het voetbal. Natuurlijk weet de politie veel problemen te voorkomen. Maar er zijn nog steeds tal van situaties dat het bijna of helemaal misgaat.’
Bovendien zoeken de hooligans steeds vaker naar andere locaties om rellen te schoppen. Een jonge groep hooligans is opgestaan en die houdt zich niet aan de regels van de oude garde. Ook richt de agressie van de groep zich niet meer alleen op mensen die ook op zoek zijn naar een vechtpartij. Steeds vaker zijn omstanders en politieagenten het mikpunt van geweld.
Om ervoor te zorgen dat zoiets als 'Beverwijk’ nooit meer gebeurt, mag de politie de aandacht geen moment laten verslappen. Maar is een gebeurtenis zoals in Beverwijk wel te voorkomen? 'Helemaal voorkomen van vechtpartijen is een utopie en tijdens zo'n vechtpartij kan er altijd wat mis gaan’, zegt Moes twijfelend. 'Dus we durven nooit uit te sluiten dat zoiets als in 1997 nog een keer gebeurt.’