Azerbeidzjans sportheld

De man met de vlag

Bakoe – In de binnenstad van Bakoe bevindt zich een klein appartementje in een typische Stalinflat. Bij binnenkomst trek ik, zoals het hoort, mijn schoenen uit. Het bed in de woon- annex slaapkamer ligt vol met pluchen knuffelberen. Een bank, een televisie, een klein tafeltje en een grote, rommelige vitrinekast completeren de kamer. Het appartement wordt bewoond door Bahram Bahramov, een vrolijk ogende man van gevorderde leeftijd. Nee, een interview doet hij liever niet. Bahramov stottert. Maar hij wil ons wel wat dingen laten zien.
Het is het privé-museum van Tofiq Bahramov (1926-1993). Bahramov werd wereldberoemd door een doelpunt, dat niet eens een doelpunt was. Bahram: ‘Er is geen enkele sportman die een monument heeft in Azerbeidzjan. Hij wel. Mijn vader is de grootste sportheld van Azerbeidzjan.’
Het is 1966. Het staat 2-2 in de WK-finale in Wembley, als de Engelse aanvaller Geoff Hurst van dichtbij uithaalt. De bal raakt de lat en stuitert kaarsrecht omlaag. Het krijt stuift op als de bal de doellijn raakt en terug het veld in komt, waar de West-Duitse verdedigers de bal snel tot hoekschop verwerken.
Ging de bal over de achterlijn? De Zwitserse scheidsrechter Gottfried Dienst weet het niet. De spelers, de coaches, de 98.000 toeschouwers, iedereen kijkt nu naar de besnorde man die met zijn vlag langs de zijlijn staat. Er volgt een kort conclaaf tussen Dienst en zijn grensrechter, Bahramov. Druk gesticulerend maakt de grensrechter duidelijk wat hij gezien heeft. Goal! Engeland wint de wedstrijd, het zou het meest omstreden doelpunt uit de voetbalgeschiedenis zijn. Na de wedstrijd wendt arbiter Dienst zich tot zijn grensrechter: ‘Meneer Bahramov, u hebt mijn reputatie gered.’


‘Ja, het was een goal. Absoluut. Mijn vader had gelijk.’ Trots toont Bahramov jr. een rood retro-shirt met zijn naam en het nummer 66. Gekregen van de Engelse supportersvereniging. Twee jaar geleden werd het standbeeld van zijn vader onthuld voor het nationale Tofiq Bahramov Stadion. Geoff Hurst was aanwezig, net als FIFA-president Blatter en UEFA-voorzitter Platini.
Terwijl Bahramov jr. de mooiste prullaria – foto’s, programmaboekjes, krantenknipsels – uit zijn collectie laat zien, worden we gadegeslagen door zijn vader. De zoon heeft een buitensporig portret van zijn vader, type sovjetrealisme, aan de wand gehangen. Een verzorgde, minzaam ogende man. Autoritair ook, maar misschien komt dat door zijn tot de boord dichtgeknoopte zwarte uniform.
‘Mijn vader was een echte familieman. Hij was ook een echte patriot.’ ‘Patriot’, vraag ik, ‘in de Sovjet-Unie?’ ‘Nou en of! Mijn vader hield erg van Azerbeidzjan. En ze hielden van mijn vader. Toen mijn vader na die WK-finale van 1966 terugkwam, stond de luchthaven vol met fans. Van de staat kreeg hij een flat en een Volga cadeau.’
Dan wijst hij op een tafeltje in de hoek, waar Bahramov jr. een klein altaartje lijkt te hebben ingericht. ‘Jij komt toch uit Nederland? Kijk eens.’ Ik krijg een witte, vervormde leren bal in mijn handen gedrukt. ‘Weet je wat dat is?’ Geen idee. ‘Dit is de officiële wedstrijdbal van de wereldbeker voor clubteams in 1972. In Argentinië, Independiente tegen Ajax. Cruijff, Neeskens, Rep. Kijk zelf maar.’ Inderdaad, als ik heel goed kijk, zie ik in een vervaagd balpenhandschrift de datum, uitslag (1-1) en namen van beide teams. ‘Mijn vader was de scheidsrechter. Wi… wi… wist je dat niet?’ Zou iemand in Nederland weten dat deze bal nog bestaat?