De man naast ‘Mister Euro’

‘“Mr Euro” ligt onder vuur in Brussel’: het verhaal in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag ging over Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de ‘eurogroep’, het invloedrijke overleg van de zeventien EU-ministers van Financiën. Deze club kan alleen unaniem besluiten nemen, een zware opgave nu de eurolanden als gevolg van de crisis meer verdeeld zijn dan ooit.

Gemeenschappelijke standpunten ontstaan pas als de voorzitter zich neutraal opstelt. De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker maakte daar zijn handelsmerk van. Voor de eurogroep placht hij zijn nationale belangen als het ware thuis te laten. Juncker bediende zich van een Oostenrijker in Europese dienst om de eurogroep op één lijn te krijgen. Dijsselbloem overgiet alles ‘met een Nederlands sausje’, zo klagen diverse betrokkenen in NRC Handelsblad op basis van anonimiteit. Hij laat zijn teksten en voorstellen schrijven in Den Haag en neemt zijn eigen ambtenaren mee naar de eurogroep-bijeenkomsten.

Zulke kritiek spitst zich altijd toe op de betrokken minister – Dijsselbloem staat dan ook groot op de foto bij het _NRC-_artikel. In principe hoort dat ook zo. De minister is immers politiek verantwoordelijk voor het beleid van de eurogroep. De ambtenaren die hem bijstaan, voeren dat ‘slechts’ uit – of ze nu werken voor de EU of voor Financiën. Maar de praktijk is toch anders. Politici komen en gaan, zeker in Nederland met zijn wankele coalitiekabinetten. Zij leunen zwaar op de deskundigheid en het geheugen van hun ministeries. En financieel beleid is bij uitstek een domein van technocraten.

Daar komt nog iets bij. Britten kunnen alleen minister worden als ze eerst een zetel in het parlement hebben weten te veroveren. Tegenover de deskundigheid van de ambtenaren van George Osborne, de Britse minister van Financiën, staat diens politieke legitimering: de duizenden kiezers die hem in het zadel hebben geholpen. Nederland is een ‘particratie’. Onze politici zijn vooral afhankelijk van partijbureaucraten voor een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Meegaandheid met bestuurlijke ‘techneuten’ is een genetisch onderdeel van hun politieke persona. De technocratisering van de moderne politiek, waarin ‘liberalen’ en ‘socialisten’ doodleuk samen regeren, versterkt dat alleen maar.

Op de foto in de krant staat nog een andere man, rechts naast Dijsselbloem. Het blijkt te gaan om zijn directeur Buitenlandse Financiële Betrekkingen, Focco Vijselaar. Hij is in Brussel niet populair omdat ‘hij iedereen steeds de les leest’, aldus een van de anonieme klagers. Vooral de zwakkere ‘knoflooklanden’, mogen we aannemen. In plaats van deze typisch Nederlandse (on)hebbelijkheid zou enige bescheidenheid passen. Onze economie behoort al enige tijd tot de slechtste presteerders van de Unie. Hoofdoorzaak is onze obsessie met het ‘huishoudboekje’ van de staat. Alleen maar bezuinigen verergert de crisis juist, roepen topeconomen uit binnen- en buitenland al jaren. De cijfers tonen hun gelijk ook steeds duidelijker aan.

Toch houdt Nederland halsstarrig vol. Een politieke keuze is dat niet: rechtse én linkse kabinetten doen het met evenveel overgave. Vijselaars misplaatste moralisme versterkt het vermoeden dat we dit eenzijdige en achterhaalde menu in belangrijke mate danken aan de keuken van Korte Voorhout 7. Het wordt tijd de identiteit en motieven van de koks achter het gordijn van de ministeriële verantwoordelijkheid vandaan te halen. Gezonde staatsfinanciën zijn een middel, geen doel op zich. Door zo zwaar te leunen op technocraten doet Dijsselbloem niet alleen Europa, maar ook Nederland te kort.