De man naast ‘Mister Euro’: antwoord aan een lezer

‘Britten kunnen alleen minister worden als ze een zetel in het parlement hebben weten te veroveren’, schreef ik in mijn recente Groene-commentaarDe man naast ‘Mister Euro’ over minister Dijsselbloem van Financiën en een van zijn hoogste ambtenaren, Focco Vijselaar.

Die zin klopt niet, reageerde lezer Nicholas Spalding, naar eigen zeggen ‘Amsterdammer van Engelse afkomst’. ‘Ik moet denken aan Peter Mandelson’, de gevreesde spindoctor van Labour-leider Tony Blair. Ook verwijst Spalding naar een onderzoek van het University College London (UCL). Hij heeft gelijk: Engeland kent ook buitenparlementaire ministers. Interessant. Dat wist ik niet.

Wel is het zo dat buitenparlementaire ministers de uitzondering op de regel vormen - in Engeland net als in Nederland. Sinds 1916 telt UCL er negentien, in diverse Britse kabinetten. Meestal gaat het om experts in tijden van crisis. De eerste is Lord Maclay of Glasgow, een Schotse scheepsmagnaat die in 1916 door premier Lloyd George tot minister van Scheepvaart wordt gebombardeerd - een cruciale taak in oorlogstijd. Persbaron Lord Beaverbrook diende als minister van Informatie tijdens de Eerste, en als minister van Vliegtuigproductie en van Bevoorrading tijdens de Tweede Wereldoorlog. De meest bijzondere uit de rij is Jan Smuts - een Zuid-Afrikaanse politicus en militair die de Britten nota bene gevoelige nederlagen had bezorgd tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902). Maar om die reden werd hij ook hooglijk gerespecteerd. Bovendien was Smuts als een van de weinige witte Zuid-Afrikaanse leiders pro-Brits en anti-Duits: als briljant jong student had hij op een beurs in Cambridge mogen studeren. Net als Beaverbrook was Smuts in de Eerste én Tweede Wereldoorlog minister in Britse war cabinets.

Ook Gordon Browns zogenoemde Big Tent-beleid uit 2008 was ingegeven door een calamiteit: de kredietcrisis. Brown wilde naar eigen zeggen ‘a government of all the talents’ formeren, niet alleen uit politieke insiders. Mandelson was een van die talenten. Bij zijn benoeming tot minister in 2008 was hij eurocommissaris, geen MP. Maar hij was tevens lid van het Hogerhuis, en daarmee wel degelijk lid van het Britse parlement. Bovendien was hij eerder ook MP geweest, van 1992 tot 2004, en had hij als zodanig verscheidene ministersposten vervuld in de kabinetten van Tony Blair. Een outsider was Mandelson dus allerminst.

Echte buitenstaanders mislukken vaak als ministers, hoe goed ze ook zijn in hun eigenlijke vak. Dat is zo in alle landen waar niet-parlementariërs minister kunnen worden. Ook het argument vóór is overal hetzelfde. Van tijd tot tijd herleeft de roep om een ‘zakenkabinet’ of vreemde ogen die zouden dwingen. In het parlement zitten louter beroepspolitici, heet het dan, die niet zijn gepokt en gemazeld in andere maatschappelijk relevante functies. De publieke sector kan wel wat mensen gebruiken die hun sporen buiten dat binnenwereldje hebben verdiend. Een logische gedachte. Helaas hebben zij één grote tekortkoming: zij zijn niet gepokt en gemazeld in de politiek.

Putting Goats amongst the Wolves luidt de veelzeggende titel van het UCL-paper: geiten tussen de wolven zetten. Browns Big Tent werd door de meeste geiten al snel met de staart tussen de benen verlaten. Dat onderstreept het punt dat ik eigenlijk wilde maken: een minister moet niet alleen deskundig en daadkrachtig zijn, hij moet zijn beleid ook kunnen verkopen aan parlement en kiezers. De Britten benadrukken het belang van politieke legitimiteit door hun bijzondere invulling van de ministeriële verantwoordelijkheid. Een bewindspersoon kan in het Verenigd Koninkrijk alleen verantwoording afleggen in het huis waarin hij is gekozen. Veel ‘geiten’ gaven tekst en uitleg in het Lagerhuis via een junior minister die wél MP was. Een andere constructie was om outsiders te benoemen tot junior peer minister, waardoor zij tenminste in het Hogerhuis op het matje konden worden geroepen. Tijdens het laatste ministerschap van Mandelson, die toen al Lord was, liet het Lagerhuis bewust na om zo'n regeling te treffen, om de verdere opmars te ontmoedigen van bewindslieden met uitsluitende politieke legitimering via het niet-gekozen Hogerhuis.