De man op zijn retour

MANNEN - ooit waren ze de kroon op Gods schepping. In elk geval zagen ze zichzelf zo, en aangezien alleen hun mening telde, was het ook zo. Door hun fysieke kracht heersten ze over alles en iedereen en waren ze de baas over alle lagere schepselen. In de eerste plaats over de dieren; mannen waren jagers en vissers. Maar vooral zagen ze zich hoger geplaatst dan hun vrouwelijke soortgenoten. Omdat de vrouw het in kracht - en dus macht - moest afleggen tegen de man, waren zij het zwakke geslacht.

Zo was het, maar zo is het niet meer. De fysieke krachten van de man doen er steeds minder toe. Oorlogen in westerse samenlevingen bestaan minder uit man-tegen-mangevechten dan voorheen. Ook hoeven ze er ’s ochtends niet meer op uit om te jagen en te vissen - uitgezonderd de enkeling die dit voor zijn plezier doet, of in VUT of WAO zit. Slechts op enkele plaatsen zijn de overblijfselen van de fysieke glorie van de man nog te aanschouwen. Op het voetbalveld bijvoorbeeld, en bij wat tegenwoordig ‘zinloos geweld’ wordt genoemd. Die term geeft overigens in een notedop een treffende omschrijving van de toestand van de hedendaagse man: de activiteiten waarin hij vroeger excelleerde zijn heden voornamelijk 'zinloos’ geworden.
En niet alleen de fysieke krachten van de man hebben aan waarde en belang ingeboet, hij verliest ook zijn intellectuele voorsprong. Want vrouwen lopen in hoog tempo hun opleidingsachterstand in op mannen. Door deze ontwikkelingen heeft her en der het idee postgevat dat de rol van De Man uitgespeeld raakt.
VOORAL SOCIOLOGEN hebben zich de laatste tijd met het probleem van 'de zielige man’ beziggehouden, niet zelden samen met journalisten en documentairemakers. De sociologische beweringen stijgen dan ook nauwelijks boven een journalistiek niveau uit. Het betoog komt er op neer dat met name de lager opgeleide man de dupe wordt van genoemde maatschappelijke ontwikkelingen. Niet alleen op de arbeidsmarkt, maar ook op de huwelijksmarkt. Door het verdwijnen van veel fysiek zwaar werk en de accentverschuiving in de werkgelegenheid van industrie naar dienstverlening is er minder vraag naar de vaardigheden waarmee deze mannen relatief goed bedeeld zijn. Mede door deze verslechtering van hun arbeidsmarktpositie zou ook hun aantrekkelijkheid als huwelijkspartner geslonken zijn. Vrouwen hebben zelf betaald werk en hebben geen man meer nodig om het geld binnen te brengen. Sterker nog, specifiek vrouwelijke eigenschappen als zorgzaamheid en sociale vaardigheid zijn zeer in trek op de arbeidsmarkt. Haar positie op de arbeidsmarkt is - zo stellen de sociologen - veel beter geworden dan die van hem. Met als gevolg dat laag opgeleide mannen een grote kans lopen zowel zonder werk als zonder huwelijkspartner te blijven. Werkloos en alleenstaand is het lot van de lager opgeleide man. Twee factoren die van groot gewicht zijn voor iemands levensgeluk. Ziehier het beeld van de zielige man.
TOCH IS, MET de verslechtering van de positie van de lager opgeleide man, de positie van vrouwen zeker niet op alle fronten verbeterd. De hoger opgeleide vrouw blijkt door bovenstaande ontwikkelingen zelfs slechter af te zijn, volgens dezelfde sociologen. Niet zozeer op de arbeidsmarkt, maar wel op de huwelijksmarkt. Doordat hoger opgeleide vrouwen zo gefixeerd zijn op hun carrière, ontbreekt het hun aan tijd en toewijding om een geschikte partner te vinden. Dat is vooral moeilijk, aldus de sociologen, aangezien in huwelijken en relaties de man in de regel hoger is opgeleid dan de vrouw. Immers, zo is het eenvoudiger voor de man om zijn intellectuele overwicht te handhaven. Vandaar dat mannen een vrouw zoeken die lager is opgeleid dan zijzelf. En vandaar dat de kansen van hoog opgeleide vrouwen op de huwelijksmarkt zo abominabel zijn.
De media huilen mee met de sociologen in het bos. Op tv en in tijdschriften wemelde het het afgelopen jaar van de interviews met hoog opgeleide vrouwen die wanhopig op zoek zijn naar de ware Jacob. En van de reportages over laag opgeleide mannen die in Thailand of de Filippijnen op zoek gaan naar een vrouw die gedwee is en nog goed kan koken ook. Nu is het niet zo moeilijk om een paar 'zielige gevallen’ te vinden. De vraag is echter of op basis van zulke individuele gevallen algemene conclusies te trekken zijn. Is het wel zo dat de man 'het nieuwe zwakke geslacht’ is, zoals The Economist vorig jaar beweerde? Om deze vraag te beantwoorden moeten we naar de feiten kijken en niet naar anekdotes.
Het is waar dat het opleidingsverschil tussen vrouwen en mannen grotendeels is verdwenen. Grotendeels, want er is nog een wezenlijk verschil. Dit betreft niet zozeer het verschil in opleidingsniveau tussen vrouwen en mannen, als wel het verschil in richting. Mannen zijn oververtegenwoordigd in technische en economisch-administratieve opleidingen. Vrouwen kiezen relatief vaak voor een opleiding in de verzorging en verpleging. Doordat werk in de verpleging en verzorging nog altijd minder goed betaalt dan technische en economisch-administratieve beroepen, blijven vrouwen qua inkomen achter bij de mannen.
DE BEWERING dat laag opgeleide mannen en hoog opgeleide vrouwen moeilijker aan een partner komen, omdat ze zouden neigen naar een situatie waarin de man hoger is opgeleid dan vrouwen, is domweg onjuist. Gemiddeld is het opleidingsniveau van de partners in een huwelijk of relatie vrijwel gelijk. Ja, er zijn secretaresses die trouwen met hun baas, maar er zijn ook vrouwen met een academische opleiding die trouwen met een HTS'er.
Dan de bewering dat traditioneel mannelijke eigenschappen in aanzien dalen en 'vrouwelijke’ eigenschappen als zorgzaamheid en sociale vaardigheid in aanzien stijgen op de arbeidsmarkt - waardoor met name lager geschoolde mannen zouden worden verdrongen door vrouwen. De feiten zijn wederom anders. Het is waar dat de werkloosheid onder lager opgeleiden bijna driemaal zo hoog is als die onder hoog opgeleiden. Maar het is niet zo dat deze werkloosheid vooral mannen treft. Het werkloosheidspercentage in Nederland is onder vrouwen hoger dan onder mannen, ook in de categorie lager opgeleiden. Mannen worden niet verdrongen door vrouwen op de arbeidsmarkt. Uit de werkloosheidsstatistieken blijkt eerder dat vrouwen nog altijd in het nadeel zijn.
Het is inderdaad zo dat de afgelopen jaren de traditionele seksescheiding in beroepen sterk verminderd is. Vaker dan voorheen komen mannen in beroepen terecht die traditioneel door vrouwen werden uitgeoefend, zoals in de verpleging en verzorging. Vrouwen kiezen ook vaker voor een typisch mannenberoep dan vroeger. Het vervagen van deze zogeheten seksesegregatie in beroepen pakt echter voor vrouwen uiteindelijk ongunstig uit.
Vroeger werden de leidinggevende posities in typische vrouwenberoepen bezet door vrouwen. Doordat deze beroepen nu ook voor mannen openstaan, zijn veel vrouwelijke leidinggevenden verdrongen door mannen. De hoofdzuster in een ziekenhuis is tegenwoordig veelal een man; de hoofdleidster op de kleuterschool is vervangen door de (mannelijke) directeur van de basisschool. Het omgekeerde is niet gebeurd: in traditionele mannenberoepen worden de leidinggevende functies nog altijd bezet door mannen. Van alle mannelijke werknemers heeft 21 procent een leidinggevende functie; van de vrouwelijke werknemers slechts vijf procent. De gebrekkige doorstroom van vrouwen naar hogere functieniveaus heeft vooral te maken met de loopbaanonderbreking van vrouwen. Vrouwen onderbreken vaak hun loopbaan om (enige tijd) voor de kinderen te zorgen.
DE WAARDE VAN 'vrouwelijke’ eigenschappen in werksituaties is dus nog steeds niet iets waarvan vrouwen de vruchten plukken. Staat het er in relaties beter voor? In relaties draait het tegenwoordig immers allemaal om communicatie en het uiten van gevoelens, en zijn dat geen zaken waarin mannen, zeker laag opgeleide, over het algemeen minder goed zijn dan vrouwen? Dus zullen zij toch moeilijker een partner vinden, of zullen hun relaties tenminste toch vaker stuklopen? Nee. Laag opgeleide mannen hebben geen grotere kans om ongehuwd te blijven. Vergeleken met hoger opgeleide mannen zijn lager opgeleide mannen zelfs iets vaker gehuwd of samenwonend. Wel blijken lager opgeleiden vaker gescheiden te zijn dan hoger opgeleiden. Maar dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Misschien heeft het hogere echtscheidingspercentage van lager opgeleide mannen en vrouwen iets te maken met geringere communicatievaardigheden. Maar het is ook mogelijk dat lager opgeleiden vaker trouwen dan ongehuwd samenwonen, en dat beëindiging van de relatie dus vaker via een formele echtscheiding verloopt en daarmee in de statistieken belandt.
En die hoger opgeleide vrouwen, hebben die nu inderdaad een statistisch grotere kans om door een terrorist te worden neergeschoten dan om - na hun dertigste - nog aan de man te komen, zoals in de reportages keer op keer wordt beweerd? Inderdaad blijken vrouwen met een universitaire opleiding iets vaker dan gemiddeld ongehuwd te zijn. Voor hoger opgeleide mannen geldt dit niet. Maar hoger opgeleiden wachten gemiddeld langer tot ze aan een vaste relatie beginnen. Ze zijn dus ouder voor zij zich binden en dit kan de cijfers vertekenen.
VROUWEN ZOUDEN geen man meer nodig hebben om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. En mannen, die worden zo langzamerhand toevallige passanten in een matriarchale samenleving. Zou het? Slechts een zeer beperkt deel van de vrouwen kan zelfstandig in het eigen levensonderhoud voorzien. Meer dan driekwart van de vrouwen in Nederland is niet economisch zelfstandig. Onder vrouwen met kinderen ligt dit percentage nog veel lager. Het aandeel van vrouwen in het gezinsinkomen is ook laag: gemiddeld brengen ze twintig procent van het inkomen in het laa*…latje…tje, vrouwen met jonge kinderen zelfs minder dan vijftien procent. Vrouwen kunnen dus meestal niet alleen - dat wil zeggen zonder (het inkomen van) een partner - een huishouden economisch draaiende houden. Slechts iets meer dan de helft van alle vrouwen participeert überhaupt op de arbeidsmarkt, en de meeste vrouwen die betaald werken, hebben een deeltijdbaan met bijbehorend laag inkomen. Los daarvan worden vrouwen gemiddeld slechter betaald: nog altijd verdienen vrouwen gemiddeld bijna een kwart minder dan mannen bij eenzelfde aantal uren werk.
Kortom, de zielige man bestaat niet. Vrouwen zijn op de arbeidsmarkt en in relaties gemiddeld nog altijd slechter af dan mannen. Wel is er een trend dat meer en meer vrouwen en mannen ongehuwd blijven. Ook het aantal echtscheidingen is gestegen. Maar ook deze ontwikkelingen werken eerder in het nadeel van vrouwen dan van mannen. Vrouwen verdienen minder dan mannen, dus zijn alleenstaande vrouwen financieel ook slechter af dan alleenstaande mannen.
Een echtscheiding is voor beide partners financieel nadelig, maar mannen blijken na een scheiding relatief snel weer op hun oude inkomensniveau terug te zijn. Doordat de vrouw meestal met de kinderen achterblijft, komen de meeste vrouwen na een echtscheiding nooit meer op hun oude inkomensniveau terug. Waarmee nu niet gezegd is dat het de vrouwen zijn die eigenlijk 'zielig’ zijn. Het zijn gewoon wat feiten.