Profiel: Bertrand Cantat

De man van het zwarte verlangen

Een simpel en repeterend gitaarloopje, dan een zachte jongensstem die zingt: «Eén ding weet ik zeker: jij houdt/ mijn vreugde en verdriet in handen». De lieve stem neemt de luisteraar mee in de intimiteit van het lied. De mysterieuze tekstflarden worden begeleid door bedwelmende muziek. Er is geen refrein. De laatste woorden blijven hangen: «Mijn land, mijn bloed, mijn straat/ Zijn in jouw ogen, ik heb ze gezien».

Veel venijniger klinkt de stem op het volgende nummer van de cd Des visages des figures (2002). In «Le grand incendie» zingzegt hij zonder emotie wat er gebeurde op 11 september in, uitgesproken op z’n Frans, Noe Yowk Zitie. Spottend klinkt het: «Claudia Schiffer dit qu’elle a même pas peur».

De stem is van Bertrand Cantat, zanger van de Franse band Noir Désir. Zwart verlangen. Cantats poëtische teksten over liefde, zijn aanklachten tegen onrecht, zijn aantrekkelijke uiterlijk en zijn lokkende stem hebben van hem een popster gemaakt die vaak wordt gezien als de Franse versie van Jim Morrison.

Het misschien wel mooiste nummer van de laatste cd van Noir Désir verwierf in Nederland enige bekendheid. Het is nummer 3: «Le vent nous portera». Manu Chao, wereldster en muzikaal wonderkind van de andersglobaliseringsbeweging, speelt een betoverend deuntje op zijn gitaar. Cantat valt in en laat in zijn stem de Franse chan sontraditie meeklinken. Zijn zinnen zijn mysterieus, ze vertellen over de wind die ons zal blijven dragen en die maakt dat we ons geen zorgen hoeven maken. Toch schuilt er iets droevigs in zijn stem. De losse zinnen spreken van liefkozingen, kogels, een wond die ons verscheurt, de slinger van genen, chromosomen in de atmosfeer, het diepste van iemands schaduw.

Ter zake. Bertrand Cantat heeft zijn vriendin doodgeslagen, en wel in Vilnius, Litouwen, op een zomernacht van dit jaar. Filmster Marie Trintignant (41) was dochter van Nadine Trintignant, bekend regisseuse, en de eveneens zeer bekende acteur Jean-Louis Trintignant. Marie was in Vil nius om een tv-film over Colette op te nemen, geregisseerd door haar moeder, met assistentie van haar broer Vincent en met haar zoon Roman als medeacteur. Al voor de doodslag waren de twee in kranten en bladen een celebrity-paar dat een hevige romance beleefde. Op de dag van de begrafenis trok een in wit geklede stoet prominenten en vedetten uit de filmwereld naar Père-Lachaise.

De zaak lijkt simpel: Cantat heeft Trintignant doodgeslagen. Toch nemen velen het voor de zanger op en zeggen dat de gemoederen van een heftige liefde even te hoog opliepen, helaas op ongelukkige wijze en met fatale gevolgen. Er wordt gesproken van een crime passionel. Fans, onder wie zeker ook vrouwen, vrienden en familie, steunen Cantat door middel van brieven, petities en tot afgrijzen van velen zelfs door feest te vieren in het Café de Paris te Vil nius. Anderen zien een typisch voorbeeld van geweld tegen vrouwen. Vrouwen rechtenorganisaties en familie en vrienden van Marie Trintignant stellen dat het doodslaan van Marie absoluut geen romantische daad was. Op hun verzoek is de aanklacht veranderd van zware mishandeling in doodslag. Volgens hun advocaat moeten zij die toch nog denken met een Romeo en Julia te maken te hebben, zich maar eens realiseren dat Romeo zijn Julia niet doodde.

Over de nacht bestaan vele versies. Enkele kranten baseren zich op getuigenverklaringen. Zo wordt duidelijk dat rond tweeën in de nacht van 26 op 27 juli wordt geklaagd over kabaal in de hotelsuite van het paar. De portier van het Domina Plaze gaat vragen of het iets zachter kan. De kamerdeur gaat op een kier en Bertrand Cantat verzekert de portier dat het lawaai over is. Inderdaad, want Cantat heeft zijn geliefde zojuist buiten bewustzijn geslagen. Van wat daarop gebeurt zijn reconstructies gemaakt, maar de bewijzen moeten nog worden gewogen in de rechtszaak die komende maand zal plaatshebben. Cantat zegt dat hij zijn geliefde in bed legde. Waarschijnlijk was hij sterk onder invloed van drank en joints. Er was een laatste-draaidag-feestje geweest en een bezoek bij vrienden thuis, waarbij Cantat al ruzie maakte met Trintignant. Dit conflict en de finale ruzie gingen om Trintignants ex-man Samuel Benchetrit, producent van de film en vader van twee van Trintignants kinderen.

In paniek pleegt Cantat een aantal telefoontjes. Eén naar Kristina Rady, de vrouw die hij enkele maanden eerder, vlak na de geboorte van hun tweede kind, heeft verlaten. Eén naar Benchetrit om te vertellen dat een ruzie uit de hand is gelopen, maar voorbij is, en dat Marie ligt te slapen. En één naar Vincent, die een half uur later arriveert en te horen krijgt dat zijn zus slaapt. Na twee uur praten over Cantats problemen kijkt Vincent toch eens goed naar zijn zus en ziet hij aan haar gezicht dat ze is geslagen. Hij laat een ambulance bellen, het is nu half acht. Even later liggen Trintignant én Cantat in het ziekenhuis. Marie is in coma en Bertrand lijkt een overdosis drank en pillen te hebben genomen. Trintignant wordt nog vergeefs geopereerd door een haastig uit Frankrijk overgekomen neuroloog. Uiteindelijk wordt ze teruggevlogen naar Frankrijk waar ze daags na aankomst sterft.

In een eerste reactie verklaart Bertrand Cantat dat de dood van Trintignant het gevolg is van «een moment van waanzin». Hoewel het lang niet zeker is of hij wel schadelijke pillen heeft geslikt, blijft hij volhouden dat hij zelfmoord wilde plegen. En dat wil hij nog steeds. Zijn advocaat zegt dat hij hem pas na drie dagen durfde vertellen over de dood van Trintignant.

Bij een Franse rechter-commissaris — er loopt ook een Frans onderzoek — heeft Cantat volgens zijn advocaat bekend verantwoordelijk te zijn voor de dood van Marie Trintignant. Wel zei Cantat erbij dat zij als eerste heeft geslagen. Volgens de advocaat heeft Cantat tegen de onderzoeksrechter gezegd niet de rotzak te zijn die men in hem wil zien en dat er tussen hem en Trintignant een absolute liefde had bestaan die de geliefden volkomen opeiste. Marie zou erg jaloers zijn geweest op Bertrands omgang met zijn ex-vrouw. Ze zou hem er vragen over hebben gesteld en ze zou zelf de eerste klappen hebben uitgedeeld.

Toen Bertrand Cantat (1964) in de jaren tachtig met Noir Désir doorbrak, werd hij al snel een bekende rock poet. Er zijn verhalen over drank en drugs en een heftig liefdesleven. Hij protesteerde tegen onrecht, probeerde zich intellectueel te vormen, en niet te vergeten: hij was aantrekkelijk en kon nog zingen ook. Noir Désir werd een attractie in linkse kringen, en ging zo ver in zijn steun voor de Palestijnen dat de band ervoor door Syrië, Libanon, Jemen en Turkije toerde. Ook de Zapatistas werden geholpen, en illegalen, en José Bové. Noir Désirs muzikale vertaling van passie paste mooi bij de strijd.

Bij het dramatisch scanderen van zware woorden (nu ge-retroot door Vive la Fête, dat een nummer over Noir Désir maakte) passen mooie doelen. Net zo goed als over de liefde voor een vrouw kan Cantat gepassioneerd, klagerig, kwetsbaar of woedend zijn over allerhande onrecht. In het nummer «L’Europe» van de laatste cd schrikt hij er niet voor terug een beschouwing van 23 minuten en 43 seconden over Europa te geven, en lelijk klinkt dat nummer niet.

Cantat en Trintignant kenden elkaar een jaar en leken volkomen in elkaar op te gaan. Liever dan met anderen waren zij samen en rookten een joint. Cantats vrouw zou hem daags na de geboorte van hun tweede kind hebben geadviseerd deze grote liefde maar achterna te gaan, omdat hij het anders de rest van zijn leven zou betreuren. Achteraf wordt zijn gedrag door hun omgeving ge kenschetst als ziekelijk jaloers en bezitterig.

In Vilnius veranderde Trintignant van een hardwerkende actrice in iemand die nog slechts oog had voor Cantat. Haar moeder Nadine, die gedreven door haat in noodtempo een boek over haar dochter schreef waarin ze Cantat tientallen keren aanduidt als moordenaar, onderkent dat er iets raars gebeurde tussen de twee: «Ze wezen elke inmenging in hun relatie af. Wij dreven de spot met die overdreven osmose.» Maar romantisch was dat niet bepaald, zegt ze. Ze haalt er een bekende psychiater bij, dr. Marie-France Hirigoyen, van wie de term pervers narcissique komt. Volgens moeder Trintignant en ook volgens een hartsvriendin van haar dochter is dit type op Cantats lijf geschreven. Een niet onintelligente, bijzonder egocentrische man vindt zichzelf uniek en wil bewonderd worden. Hij zoekt een slachtoffer dat hij benijdt om haar levenskracht, maar wordt geconfronteerd met haar geluk, dat hij uiteindelijk niet te pakken krijgt. Daarop slaat de liefde van de perverseling om in haat. Hij gaat zijn slachtoffer geestelijk en lichamelijk terroriseren. «Je moordenaar werd aangetrokken tot je enorme levenslust, en wilde die afpakken», schrijft Trintignants moeder. Ook vriendin Lio, bekend actrice en zangeres, ziet de figuur bevestigd. Marie was het klassieke slachtoffer dat voor de narcistische perverseling bezwijkt. Plotseling geconfronteerd met de haat van haar minnaar zal ze die wegredeneren en zijn liefde willen zien. Ze gaat hem idealiseren en uiteindelijk offert ze zich voor hem op.

Nadine Trintignant zegt dat Cantat meer vrouwen heeft geslagen. Volgens een grimeuse heeft Kristina toegegeven dat ze ooit door Cantat is mishandeld en in het ziekenhuis is beland. Nu ontkent Kristina. Er duiken meer verhalen op, die uiteindelijk niet worden bevestigd. De een ziet er Cantats onschuld in bevestigd, de ander vindt er het zoveelste bewijs in dat het voor vrouwen vaak moeilijk is om geestelijk los te komen van hun belagers.

Terwijl ook gewoon koel geconstateerd kan worden dat hij zijn vriendin heeft doodgeslagen, dat dit niet mag en dat hij dus straf verdient, blijft er in Frankrijk geschreven worden over Bertrand Cantat. In sommige discussies weerklinken klassieke problemen van links. Mensen die hun politieke opvattingen moreel superieur vinden aan die van anderen en menen dat zijzelf daarom behoren tot een groep van goede mensen, vragen zich af hoe juist een van hen een slecht mens kan blijken. Hoe kun je het goede verdedigen en toch je vrouw slaan? vragen zij zich af. Conclusie van de een is: verstoten die man. De ander vindt vanuit zijn linkse levensovertuiging dat je juist ook voor daders begrip moet kunnen tonen en dat Cantat een mens in nood is, en geholpen en ondersteund moet worden.

Maar misschien heeft de fascinatie nog een zijde. Zwart verlangen is niet zomaar een bandnaam. De naam zegt veel over de muziek van de band. Zwart verlangen heeft te maken met kwaad en schoonheid tegelijk en de vraag is nu of bij Bertrand Cantat het schone en het kwade niet voortvloeien uit dezelfde drift.

Hier wordt het ingewikkeld. Niet dat dit gevolgen zou moeten hebben voor de rechter — waarschijnlijk geven veel mannen die vrouwen mishandelen talloze redenen op die in hun ogen te maken hebben met liefdesdriften — maar het is ingewikkeld omdat telkens wanneer het gevoelsleven van de dader ter sprake komt zijn eerdere poëtische uitingen van dat gevoelsleven in de herinnering verschijnen. Veel luisteraars van Noir Désir worden geraakt door de heftige, emotionele kant van Bertrand Cantat. Bij beelden van Cantat die geboeid wordt afgevoerd naar zijn cel hoor je zijn indringende stem zingen: «Le vent nous portera». De passie die luisteraars in zijn songs herkennen kan wel eens dezelfde passie zijn waarmee hij zijn vrouw in elkaar sloeg. Als je je de scène van het geweld voorstelt, passen sommige songs van Noir Désir daar als soundtrack perfect bij. De bezetenheid waarmee Cantat over vrouwen zingt was waarschijnlijk ook de bezetenheid waarmee hij er een doodsloeg.

En straks kan het allemaal nog veel verwarrender worden, want het is niet ondenkbaar dat Bertrand Cantat zijn gevangenisstraf overleeft en nog mooiere liedjes gaat maken. Bijvoorbeeld over de vrouw die hij mist.