De mandarijnen van w. f. hermans

Mandarijnen op zwavelzuur, het meest geruchtmakende pamflet in de Nederlandse letteren, heeft vooral betekenis als bron van veel gepsychologiseer over de auteur. Willem Frederik Hermans deed daar zelf overigens hartstochtelijk aan mee. In Gard Sivik schreef hij in 1963: ‘Ik weet wel dat ik zelden argumenteer (…), qua literaire vormgeving heb ik daar iets op tegen. De Mandarijnen heb ik zo scherp geschreven om ze literair zo mooi mogelijk te maken. Ik ben dus bewust emotioneel, bewust partijdig, bewust paranoide.’

Hermans’ afrekening met de Nederlandse literatuur begon als pamflettenreeks. In 1955 verscheen bij G./A. van Oorschot Het geweten van de Groene Amsterdammer, of volg het spoor omhoog. Het is een aanval op J./B. Charles, wiens Volg het spoor terug volgens Hermans ten onrechte een romanprijs kreeg. Verder bestrijdt hij Charles’ standpunt tegen herbewapening van West- Duitsland. Charles en de pro-Russische Groene Amsterdammer zouden zich als het geweten van Nederland beschouwen: ‘De Groene, wiens copie grotendeels uit buitenlandse bladen wordt vertaald, citeert vooral Franse bladen die uit de meest troebele overwegingen tegen de West- Duitse herbewapening zijn.’
Hermans hoopte met zijn pamflet een politieke discussie te ontketenen over een eventuele derde Duitse invasie, de zogenaamde derde weg, maar zijn uitweidingen over de kaalhoofdigheid van Charles maakten dat de discussie al gauw over de persoon van Hermans gaat. Hoogleraar H./A. Gomperts en Adriaan Morrien, beiden ooit bevriend met Hermans, noemden hem fascistisch. Morrien schreef het tegenpamflet De gruwelkamer van W./F. Hermans, waarin hij over de gewraakte auteur meldt: 'Zijn boeken zijn een wraakoefening, een vergelding voor het vermeende onrecht van afkomst, geboorte en opvoeding.’ Morrien, nu: 'Schrijvers hebben nogal eens de neiging zich achter hun romanfiguren te verschuilen. Met De gruwelkamer wilde ik duidelijk maken wie de persoon Hermans was, zodat je bepaalde teksten beter kunt relativeren. Kort na het schrijven ervan kreeg ik een maagzweer. Kennelijk kan ik niet oprecht kwaadaardig zijn.’
Omdat Van Oorschot teleurgesteld was in de reacties, moest Hermans zijn tweede pamflet in eigen beheer uitgeven en publiceerde hij polemische stukken in Podium onder de titel 'Mandarijnen op zwavelzuur’. Na lang uitstel kwamen in 1963 de complete Mandarijnen uit.
In Wittgenstein in de mode en Kazemier niet (1967) bestreed Hermans de >f14<'schoolfilosofie’ >f12<van C./A. van Peursen en Hubbeling, die Wittgensteins filosofie in een soort theologie trachtten te veranderen. Hermans betoonde zich voorstander van de vroegere, logisch-positivistische Wittgenstein. Veel filosofen vielen daarover. Kazemier schreef: 'Het is een niet te miskennen aanwijzing dat een filosoof in de mode is, als niet ter zake kundigen zich met hem gaan bezighouden.’ Hermans in de tweede, herziene druk: 'Niet ter zake kundig als ik ben, zal ik mij daarom ook maar niet langer met Prof. Mr. B./H. Kazemier bezighouden. Men zou eens kunnen gaan denken dat hij in de mode is.’
Aan het einde van de jaren zeventig begon Hermans’ polemische faam te verbleken. Dat geldt met name voor bundels als Klaas kwam niet, Boze brieven van Bijkaart en de supplementen op Mandarijnen, waarin Hermans zichzelf voortdurend herhaalt.
Ook Hermans’ oude polemieken kwamen steeds meer onder vuur te liggen. Over Mandarijnen op zwavelzuur schreef Martin van Amerongen: 'Bij verschijning al een moddersloot vol ouwe koeien genoemd, oogt het vandaag als een mortuarium.’ Hermans toentertijd in een reactie: 'Dat is onvermijdelijk (…) Want een goede columnist laat geen vijand in leven!’