De mandstonden van maria

IN LIMBURG zijn ze boos en verontwaardigd. En ze voelen zich nog misbegrepen ook. Nu heeft men dat wel vaker in Limburg. Soms is het een overstroming, soms iets anders, er is altijd reden voor strijd van enige omvang met de rest van de wereld.

Maar nu is het werkelijk serieus. Het draait namelijk om een kwestie van religieuze aard. En daar valt niet mee te spotten.
Limburg is het land van de huilende madonna’s. De afgelopen jaren heeft de maagd Maria, Moeder van God, Troosteres der verdrukten, meermalen het nieuws gehaald omdat zij zich in haar hemelse versteendheid verwaardigde te wenen. Jawel: stenen of gipsen of bronzen heiligenbeelden begonnen spontaan tranen te plengen. Er leek geen directe reden voor droefheid, maar toch.
HET LIMBURGS Dagblad van 4 september is ermee begonnen: een kruistocht tegen de Nederlandse schrijver Rudolf Geel. Zijn nieuwe roman lijkt namelijk wel erg veel op de geheimzinnige gebeurtenissen die zich enkele jaren terug afspeelden in het plaatsje Brunssum. Daar was een Maria-beeldje in huilen uitgebarsten.
De inhoud van die nieuwste roman van Rudolf Geel, Bloedmadonna, vertoont volgens het Limburgs Dagblad ‘treffende gelijkenissen’ met de gebeurtenissen rond het huilende beeldje in Brunssum. De schrijver ontkent elke betrokkenheid en beweert dat de personages in zijn boek niets te maken hadden met 'het mirakel van Brunssum’.
Ja ja, hij ontkent dus…
Het geschiedde drie jaar geleden. In Brunssum plengde Maria een traan. Het was de Maria van Jan en Gerda Coumans. Jan en Gerda zelf staan met beide benen op de grond. Drie jaar lang worden lastiggevallen over een gedeprimeerd standbeeld kan je in de war brengen, maar met de Coumansen is niets mis.
Maar ze zijn wel boos.
In Bloedmadonna schrijft Rudolf Geel over het mirakel van Uffel. Uffel is een Limburgs dorpje. Daar wordt een bloedend madonnabeeldje aangetroffen. In het begin is het meer huilen, omdat het 'bloed’ uit Maria’s oog glijdt. Het wordt merkwaardiger als de volgende druppel levensvocht op een geheel onverwachte plek verschijnt: onder Maria’s navel, laten we zeggen uit haar onderbuik.
Het kan niet anders of gelovig Nederland spoedt zich naar het diepe zuiden, waar de Moeder van God zieken zal genezen, bedroefden zal troosten en hongerigen zal voeden. Uffel wordt het Lourdes van Nederland. De handel in parafernalia bloeit op, en de familie die het beeld bezit, wordt overlopen door de media.
De onrust in de Limburgse kranten ontstond doordat Rudolf Geel de Maria-bezitters in zijn roman de naam Coumans heeft meegegeven. Dezelfde naam, inderdaad, als de echte Coumansen uit Brunssum. Bij Geel heten ze Thieu en Mathilde. Maar toch werd Limburg boos.
AANVANKELIJK WAS Gerda Coumans nog gevleid door haar optreden in Geels roman. Ze maakt zich er niet echt druk om. Gerda Coumans: 'Ach, we zijn gewend dat mensen van alles over ons verzinnen. Ze doen maar, het doet me niks meer.’
Coumans is een doodgewone Limburgse naam, zegt Rudolf Geel op zijn beurt. Het echtpaar uit Brunssum heeft niet model gestaan voor de hoofdpersonen van zijn roman. Sterker nog, hij heeft er alles aan gedaan om een parallel met Brunssum te voorkomen. Zegt hij. Er zijn genoeg overeenkomsten om het tegendeel te kunnen geloven. Of dat belangrijk is, is een tweede.
Een ander personage dat erg lijkt op een bestaand persoon is Gregorius, de onderzoeker die door het bisdom naar Uffel wordt gestuurd om te onderzoeken of het beeldje werkelijk weent. In Brunssum kwam de door het bisdom gezonden pater Johannes Touw op bezoek. Geel: 'Het was gewoon een naam die in me opkwam toen ik dacht aan dit personage. Ik vind het zelf wel verrassend om achteraf te horen dat er banden met Brunssum en de mensen daar in het boek zitten, die ik er zelf niet bewust heb ingestopt. Maar dat past misschien bij de boodschap van het boek: werkelijkheid en fictie lopen vaker door elkaar.’
En Bloedmadonna is natuurlijk in de eerste plaats fictie. Een satirische, soms erg komische roman over een moderne religieuze verdwazing. Over een katholieke hype rond een vermeend wonder.
GEEL PRESENTEERT, 35 jaar na zijn debuut De magere heilige, een gemeenschap in een klein katholiek dorpje, waar iedereen alles van elkaar weet. Roddel en achterklap tieren welig. Tot het moment dat het Mariabeeld in een speciaal voor haar gebouwde grot achter het huis van Thieu en Mathilde Coumans haar eerste traan laat. Uffel raakt in rep en roer. De media haasten zich naar het Fatima aan de Maas. Een van hen is Hanna, journaliste.
Hanna laat ons kennismaken met de belangrijkste Uffelaren. Behalve Thieu en Mathilde Coumans is daar Franske, hun geestelijk minder valide zoontje. Verder spelen pastoor Rog en de jonge mooie Agnes een sleutelrol. De laatste wordt op een kwade dag zelfs dood aangetroffen. Een tweede mysterie. Na Agnes’ dood komt het boek op gang. Het begin is nogal stotterend. Maar de doorlezer wordt beloond.
Bloedmadonna is een aanstekelijke roman. Lekker vlot geschreven, erg beeldend ook. Kan zo worden verfilmd. Een romantische zedenkomedie over de Moeder van God. Zoals het hoort bij een satire wordt een verschijnsel in onze moderne wereld uitvergroot en daardoor in het komische getrokken. De verwikkelingen rond de huilende en later bloedende madonna worden steeds hilarischer. Ook de innerlijke strijd van Gregorius, de inquisiteur van het bisdom, is uiterst grappig. De arme man wordt verleid door de vleselijke zonde. Hij kan op den duur onmogelijk weerstand bieden aan de verlokkingen van de kleine Franske.
’“Franske eten”, zei Franske.
Gregorius besloot dat hij een beetje moest meespelen, terwijl hij de jongen naar de deur zou loodsen, waarachter de bevolking van het dorp in de gang bijeen school, daarvan was hij zeker. (…) En op dat moment overviel hem een onweerstaanbare gedachte, die hem in de war maakte (…). Omdat de gedachte een grote, onrust verwekkende kracht bezat, probeerde hij hem van zich af te zetten. Dat was tegelijk het laatste wat hij wilde. Gregorius haalde diep adem. Zoveel lucht tegelijk sneed zijn keel af. Even was de angst die in hem opkwam zo concreet als zijn meest kinderlijke beeld van Satan, vroeger, voordat hij had leren denken in abstracties. En toch bestond er nog altijd zo'n satan, in ieder geval de dreiging dat de beelden zouden terugkomen en zijn wil van hem afnemen, zodat hij niets anders meer kon doen dan zich laten meevoeren op een onbeheersbare stroom.’
Die stroom van warme gevoelens kent Gregorius nog van vroeger: 'Gregorius, de jonge geleerde, bad dat de stukken eraf vlogen. Hij bad om vergeving voor zijn gedachten. Hij vroeg of de onzichtbare zijn gedachten kon wegnemen, zodat hij verder kon leven als een lichaam zonder geest, desnoods in de woestijn, levend in een hol, huilend met de nachtdieren, beren, wolven, de hele rataplan.’
Maar het mag niet baten: Gregorius, gezonden door het bisdom, gaat een vleselijke verhouding aan met de kleine Franske.
('Ik voel me niet aangesproken, ondanks alle gelijkenissen’, zegt pater Touw.)
NET ALS Gregorius zien ook de andere personages hun leven in de war gegooid door de Moeder van God. De door Rudolf Geel meeslepend beschreven veranderingen in hun leven, en het oproer dat in Uffel ontstaat, doen denken aan de commotie in het Brunssum van vandaag. Fictie is geen werkelijkheid, nee. Maar het is wel grappig om te zien hoe het een op het ander inwerkt. Toch, familie Coumans?