De mannen van arafat

HET GEBEURDE toen de bezette gebieden nog niet in een staat van semi-permanente afsluiting verkeerden. Een ploegje linkse activisten van de Israelische Vrede-Nubeweging bracht een solidariteitsbezoek aan een Palestijns dorp. De demonstranten parkeerden hun auto’s aan de rand van het dorp. Een van de demonstranten liet zijn auto per ongeluk openstaan. Terwijl de demonstranten zich naar het dorpshuis begaven, zag een lokale Palestijn zijn kans schoon. Hij sprong in de wagen en was binnen enkele seconden uit het zicht verdwenen. De beduusde betogers belden een van hun contacten, Jibril Rajoub, het gevreesde opperhoofd van de Palestijnse veiligheidsdiensten op de Westoever. Twee uur later konden de Vrede-Nugasten hun gestolen auto onbeschadigd afhalen in Jericho, Arafats ‘hoofdstad’.

De meeste Israelische slachtoffers van autodiefstal zijn niet zo gelukkig dat ze invloedrijke vrienden aan Palestijnse kant kunnen inschakelen. Terwijl de Palestijnse en Israelische politie zich bezighouden met dringender zaken, heeft zich iets moois ontwikkeld tussen de zware jongens aan weerszijden van de grens. De joods-Arabische joint venture in autodiefstallen is tot grote bloei gekomen in Israel. Even over de grens wordt de waar uit elkaar gehaald en voor een krats verkocht. Ook hele auto’s gaan van de hand voor een fractie van wat ze in Israel kosten.
De lange arm van de wet reikt niet verder dan het punt dat politieke leiders aan weerszijden van de grens opportuun achten. Openbare orde en veiligheid zijn politiek wisselgeld geworden. Tegenover de tandenknarsende Israelische autobezitter staan honderden Palestijnse politieke gevangen die zonder vorm van proces in Israelische gevangenissen wegkwijnen, onteigeningen, afgrendelingen enzovoorts. En daartegenover staan weer tientallen Israelische doden bij Palestijnse terreuracties. De veiligheid van de Israelische burger is het zand dat de motor van het vredesproces tot stilstand bracht - maar hoe zit het met de veiligheidsbehoefte van de Palestijnse bevolking?
De Oslo-akkoorden voorzien in een sterke Palestijnse politiemacht. Toen Israel ze ondertekende, dacht het aan een kolonne gezellig besnorde dienders die huiselijke twisten tussen Palestijnen zouden bijleggen, het verkeer zouden regelen en tussendoor ook nog wat Hamas-oproerkraaiers in de boeien zouden slaan.
Wat Israel kreeg, was echter een ondoorzichtig apparaat van bewapende veiligheidsploegen van twijfelachtige loyaliteit, 30.000 tot 50.000 man omvattend - niemand weet het precies. In plaats van het eigen volk in bedwang te houden, richtten Palestijnse ordetroepen vorig jaar tijdens de rellen op de Westoever en in Gaza naar aanleiding van de tunnel naast de Tempelberg hun geweren op Israelische soldaten. Binnen een dag vielen er vijftien Israelische doden. In een aantal gevallen weigerden Palestijnse politieagenten orders van hun meerderen op te volgen, deden ze hun uniform uit en schaarden ze zich aan de kant van de woedende massa’s.
De verwarring kwam het scherpst tot uiting in Nablus, bij het graf van aartsvader Jozef: Palestijnse politieagenten belegerden er een midden in de Palestijnse stad gelegen jesjiva van joodse seminaristen, die in allerijl door Israelische soldaten versterkt was. De Palestijnen staken de enclave in brand en schoten zes Israelische soldaten dood.
Dergelijke incidenten hebben zich op zo'n schaal niet meer voorgedaan, maar het risico van herhaling is levensgroot aanwezig door de nagenoeg permanente crisis in de vredesonderhandelingen. De stemming onder de Palestijnse bevolking is slechts grimmiger geworden door een reeks Israelische provocaties: de bouw van nieuwe nederzettingen als Har Homa en Ras al-Amud; de door een joodse extremiste in Hebron verspreide karikatuur van Mohammed als varken; het opblazen van illegaal gebouwde Palestijnse woningen terwijl Israel de bouw van een Palestijnse haven in Gaza, een vliegveld in Dahaniyeh en vrije doorgang tussen Gaza en de Westoever blijft blokkeren; en het tegen de afspraken in vast blijven houden van honderden Palestijnse politieke gevangenen. De afsluiting naar aanleiding van de recente zelfmoordaanslagen heeft de situatie alleen nog verergerd.
HET PALESTIJNSE veiligheidsapparaat is verdeeld in een tiental nogal onsamenhangend opererende divisies: civiele politie, militaire politie, algemene veiligheidsdienst, militaire veiligheidsdienst, politieke inlichtingendienst, de zogenaamde Force 17 (Arafats pretoriaanse garde) en zo nog een paar. Elk onderdeel heeft zijn eigen reglementen, manschappen, gevangenissen en wapens - van pistolen en geweren tot binnengesmokkeld zwaarder geschut. Misschien is het juister van een Palestijns leger te spreken. Veel politieagenten en veiligheidsmensen zijn PLO-veteranen uit Beiroet en Tunis, anderen zijn ‘volkshelden’ van de 'generatie der stenen’ uit de intifada. Velen hebben in Israelische gevangenissen gezeten.
Omar al-Khaled, een Palestijnse 'duif’ die veel kennissen in de nieuwe Palestijnse bewapende elite heeft overgehouden aan zijn tienjarig verblijf in Israelische gevangenissen: 'Benoemingen verlopen niet altijd naar voorschrift, maar de veiligheid op straat is wel verbeterd. Een overval op een juwelier in Nabloes vorige week was binnen twee dagen opgelost. Tijdens de Israelische bezetting durfden de mensen in Gaza na donker niet de straat op. Nu is het vertrouwen terug. De Palestijnse autonomie is geen onverdeelde zegen, maar ik beluister meer klachten over de economische situatie en het gebrek aan democratie dan over onveiligheid.’
Mooie resultaten, al worden ze geboekt door inzet van vaak twijfelachtige methoden. Het Palestijnse veiligheidsapparaat is namelijk niet opgezet om de Palestijnen te plezieren, maar om Palestijnse terreur efficiënter te bestrijden dan Israel zelf kon. Israel en de Verenigde Staten hebben Arafat feitelijk de vrije hand gegeven om zijn eigen extremisten onder controle te houden. Ze kijken de andere kant op om niet te zien hoe hij dat doet: met willekeurige arrestaties en van de Israelische collega’s afgekeken martelmethoden. Premier Rabin deed dat al, ervan overtuigd dat Arafat wel het best zou weten hoe met tegenstanders om te springen, juist omdat hij niet door mensenrechten geremd wordt. Na een van de door Hamas aangerichte bloedbaden verzuchtte hij dat Arafat tenminste niet de hete adem van een liberaal Hooggerechtshof of een Amnesty in zijn nek heeft.
Dus maken de Palestijnse opvolgers van de weinig zachtzinnige Israelische bezettingsautoriteiten zich nu ook schuldig aan een reeks mensenrechtenschendingen. Arafat zet zijn veiligheidsapparaat in de eerste plaats in om ontevredenen in eigen gelederen onder de duim te houden. Maar het 'gewone’ justitiële en politiewerk is evenmin immuun voor misbruik. Het juridische apparaat, dat toch al ernstig verzwakt uit de bezetting kwam, kampt met een tekort aan ervaren rechters en aanklagers. Rechtbanken zijn overladen. Advocaten wordt vaak toegang tot bewijsmateriaal onthouden. Bovendien is het rechtsstelsel een onontwarbare kluwen geworden van Ottomaanse, Engelse, Egyptische, Jordaanse, Israelische en nu Palestijnse wetten. Dat is niet alleen onaantrekkelijk voor potentiële buitenlandse investeerders; ook de modale Palestijn weet niet meer waar hij aan toe is. Vloeit er bloed tussen Palestijnen, dan komt - bij ontstentenis van pathologen-anatomen - de nadruk te liggen op het verkrijgen van bekentenissen als 'bewijs’. En bekentenissen worden desnoods met behulp van fysieke pressie verkregen.
De ernstigste vergrijpen tegen de burgerlijke vrijheden vinden echter in de politieke sfeer plaats. Dit kwam het sensationeelst in de publiciteit met de 'terechtstelling’ van enkele Palestijnen die ervan werden verdacht dat ze grond aan joden verkochten. De Palestijnse overheid doet formeel of ze van niets weet.
Deze gevallen waren de enige waartegen Israel protesteerde, maar er was dan ook een onmiddellijk Israelisch belang mee gemoeid. Ze vormen echter het topje van de ijsberg. Honderden Palestijnen zitten zonder vorm van proces opgesloten - meest Hamas-activisten. Vijftien Palestijnen stierven onder verdachte omstandigheden tijdens hun detentie. Israelische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties documenteren geregeld mishandelingen.
De meeste slachtoffers van Palestijns politiegeweld zijn tegenstanders van het vredesproces; het gaat vooral om islamisten en Volksfrontmilitanten. Arafats oude dilemma: onderdrukt hij de tegenstanders van het vredesproces niet, dan wordt het risico van anti-Israelisch geweld groter. Onderdrukt hij ze wel, dan maakt hij zich zo gehaat dat hij de tak afzaagt waarop hij zelf zit, en dreigt intra-Palestijns geweld.
In een aantal gevallen arresteerden Palestijnse veiligheidsdiensten mensenrechtenactivisten en advocaten die de misstanden hekelen - soms op grond van belachelijke beschuldigingen. Psychiater Eyyad Sarraj van de Palestijnse Onafhankelijke Commissie voor Burgerrechten zat vast 'wegens drugssmokkel’. Onafhankelijke kranten zijn uit de circulatie genomen. Journalist Daoud Kuttab versloeg live de beraadslagingen van het Palestijnse parlement op de Palestijnse Educatieve tv. De uitzendingen werden eerst door de officiële Palestijnse zendgemachtigden verstoord, vervolgens werd Kuttab gearresteerd.
Hij werd uiteindelijk onder internationale druk vrijgelaten, maar de meeste journalisten hebben hun lesje geleerd. Fathi Sobhi was docent aan de de Islamitische universiteit van Gaza; geen 'terrorist’ maar een intellectueel die de dialoog met Israelische academici niet schuwde. Toen hij zijn studenten een examenvraag over corruptie binnen de Palestijnse Autonomie opgaf, werd hij gearresteerd, naar verluidt wegens 'zedelijke overtredingen met vrouwelijke studenten’ en 'collaboratie met Israel’. Een formele beschuldiging is er niet. De procureur verzocht onlangs om 'meer tijd’ om de aanklacht voor te bereiden. Sobhi zit nog steeds gevangen.
Er schuilt in de handelwijze van de Palestijnse veiligheidsorganisaties meer willekeur en bruutheid dan systeem. In de meeste gevallen schijnen gedetineerden in Palestijnse gevangenissen in ieder geval voldoende eten en medische zorg te krijgen. En anders dan de Israeli’s prolongeren de Palestijse veiligheidsdiensten niet onbeperkt de detentie-zonder-proces. Waardoor, tot Israels ergernis, de meeste Hamas-arrestanten na enkele weken weer op vrije voeten komen. Als hun 'heropvoeding’ tenminste vruchten afwerpt. Een veiligheidsfunctionaris: 'Wij proberen onze politieke gevangenen ervan te overtuigen dat ze een vreedzame oppositie moeten gaan voeren. Elke dag praten we met ze, en vaak slagen we. Heel wat voormalige gevangenen leiden nu een rustig en onopvallend bestaan in hun gemeenschap.’
NETANYAHU KWAM aan de macht met de slogan dat 'de veiligheid terug in Israelische handen gelegd’ zou worden. Na zijn verkiezingszege zag hij zich echter geconfronteerd met het dringende advies vanuit de Israelische inlichtingendiensten dat het zonder de hulp van de Palestijnse collega’s echt niet kon. Maar een heel jaar Israelische sabotage van het Oslo-proces heeft de motivatie van de Palestijnse politie geen goed gedaan. Nog voor het rumoer over Palestijns dubbelspel naar aanleiding van de jongste zelfmoordaanslagen was de 'samenwerking’ al tot een lusteloos minimum afgezakt.
Een paar weken voor de bommen op de markt in Jeruzalem afgingen, betrapten Israelische soldaten een paar Palestijnse agenten op voorbereidingen voor een aanslag op Israelische Westoever-kolonisten. Het spoor voerde hogerop, naar het hoofd van de politie in Gaza, generaal Ghazi al-Jabali, die wegens corruptie in ongenade dreigde te vallen. Wilde deze hoge officier met zo'n ongetwijfeld populaire aanval op kolonisten zijn besmeurde blazoen zuiveren en de Hamas-rivalen laten zien dat ook hij wat tegen Israel durfde te ondernemen?
Omar al-Khaled: 'De meeste Palestijnen reageerden niet positief, en vonden dat juist zo'n hoge ome zich aan de wet had moeten houden. Bovendien hebben veel Palestijnen te lijden onder de Israelische represailles die steevast op dergelijke acties volgen. Anderzijds zijn er wel degelijk gemengde gevoelens. Veel Palestijnen denken: “Als wij pijn moeten lijden, dan ook jullie, Israeli’s!”, en lijken zo getergd dat de gevolgen hun niet meer kunnen schelen.’
Ghazi al-Jabali schijnt intussen het land uit gesmokkeld te zijn.
IN DE PALESTIJNSE gemeenschap lopen politieke loyaliteiten vaak dwars door familiebanden heen: tal van soldaten hebben vrienden of kennissen onder de islamistische tegenstanders van het vredesproces, en omgekeerd. Tegen die achtergrond was de meestal glad verlopende samenwerking in gemeenschappelijk Israelisch-Palestijnse patrouilles (zolang ze duurde) eerder verbazingwekkend. Complete liquidatie van de islamitisch-fundamentalistische infrastructuur in de Palestijnse gebieden, zoals Israel die nu van Arafat verlangt - massa-arrestaties van Hamas-activisten, sluiting van scholen en clubhuizen enzovoorts - is echter onmogelijk. In plaats van ze achter slot en grendel te zetten, legt Arafat de laatste tijd de nadruk op 'volkseenheid’ in gezamenlijk met Hamas en de Islamitische Jihad belegde bijeenkomsten. Dreigend voegt hij eraan toe dat 'alle opties open zijn’.
De muren van Ali Husseins kantoor zijn versierd met feestelijk opgehangen geweren, kalasjnikovs, granaten en dergelijke: memento’s uit de tijd toen hij nog PLO-guerrillero 'ergens’ in de Arabische wereld was. Nu is Hussein verantwoordelijk voor de public relations van de Palestijnse veiligheidsdienst in een middelgrote Palestijnse provincieplaats. De overgang was groot - het woord Israel uit te spreken kost moeite, en terreuraanslagen heten militaire acties. Toch is zijn boodschap er een van coëxistentie.
Hussein: 'Onze rol is het bestrijden van de illegale activiteiten van de radicale oppositie. Politieke activiteit en betogingen zijn oké, maar niet militaire acties tegen het Palestijnse Nationale Gezag of tegen andere mogendheden. Onder Peres was de samenwerking beter; niettemin zijn veiligheidscontacten met de andere partner op allerlei verschillende niveaus nog tot begin deze maand, tot de bomaanslagen in Jeruzalem, doorgegaan. Als we voldoende aanwijzingen hebben, kunnen wij van de Palestijnse veiligheidskrachten een verdachte heus wel in hechtenis nemen. Maar op instigatie van Israel doen we dat niet; wij hebben zo onze eigen procedures en stijl. Wij kunnen ook niet doen wat zij deden: met een hele patrouille een dorp binnengaan en twintig, dertig mensen arresteren om een echte verdachte te grijpen. Israel moet maar eens beseffen dat wij hier gekomen zijn om veiligheid voor ons eigen volk te scheppen.’
ISRAEL, DE Verenigde Staten en een groot deel van de wereld lopen tegen Arafat te hoop omdat hij de aanslagen niet verijdelt, maar mooi weer speelt met Hamas en de Islamitische Jihad. Het lijdt geen twijfel dat Arafat selectief geweld gebruikt om de druk op Israel op te voeren, bijvoorbeeld door demonstraties uit de hand te laten lopen. Hoeveel rechtstreekse invloed hij op terroristische clubjes heeft, is niet duidelijk, maar zelfs Arafat kan niet alles weten.
De meeste Palestijnen staan niet te juichen bij terreuracties tegen Israel, maar hun ambivalentie groeit - een gedogen dat alleen door nog stelselmatiger repressie en ondemocratisch optreden van Arafat kan worden beantwoord. Maar als Palestijnse onvrijheid de prijs wordt voor Israels veiligheid, zal de vrede nooit wortel schieten.
De grote vraag is dan ook: wat zullen de Palestijnse veiligheidsdiensten doen wanneer de lang verbeide explosie van volkswoede uitbarst? Veel Palestijnen zijn van mening dat de Israelische regering doelbewust het vredesproces vermoordt. De algemene gedachte is: we hebben orders niet te schieten, maar als we Israeli’s voor onze ogen Palestijnen zien doodschieten, kunnen we niet passief blijven toekijken.
Zoals vele anderen hanteert ook Ali Hussein een 'hydraulisch’ model: Israelische maatregelen verhogen de druk op de Palestijnse ketel, en zullen tot een onbeheersbare explosie leiden: 'Wij willen niet meer dan wat elk ander volk al bezit: waardigheid, een vrij land. Als het zo doorgaat, zal niemand de Palestijnse massa’s meer kunnen bedwingen; een ramp zal het gevolg zijn. Wat kan de Palestijn die amper genoeg te eten heeft Israels veiligheid schelen?’
Omar al-Khaled: 'Als de bom barst, hebben Palestijnse politieagenten geen keus meer. De Palestijnen zullen zichzelf tegen een invasie verdedigen, zowel het volk als de troepen. Wij hebben niets meer te verliezen - zelfs als het Israelische leger onze steden vernietigt.
En wat die autodiefstal uit Israel betreft, de meeste Palestijnen staan er onverschillig tegenover. Een nationaal Palestijns belang is er niet mee gemoeid. Bovendien maakt het auto-onderdelen hier goedkoper.’