Een grondwet voor Europa

De marge van de marge

Op weg naar een nieuwe Europese grondwet moet Nederland een toontje lager zingen. Den Haag marginaliseert in Europa, zoals Europa marginaliseert in de wereld.

Voormalig vvd-minister Zalm van Financiën herhaalde jarenlang dat Nederland te veel aan de Europese Unie betaalde. Hij had een geweldig succes. Alle politieke partijen namen zijn standpunt over. pvda-premier Kok en zijn cda-opvolger Balkenende gebruikten in 1999 en 2005 beiden dit populaire thema om zich te presenteren als overwinnaars op het slagveld van de Europese financiële onderhandelingen. Kok meldde trots dat hij de Nederlandse betalingen aan Brussel met 1,4 miljard gulden had teruggebracht, Balkenende zelfs met een miljard euro. Waarin een klein land groot kan zijn. Toch was na die successen het Nederlandse gemopper op de kosten van Europa niet voorbij. Staatssecretaris Timmermans van Europese Zaken (pvda) kreeg onlangs nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs) op zijn bureau. Hij ontdekte dat Nederland in 2002 – het meest recente jaar dat het cbs heeft bekeken – voor 76 miljard euro meer naar de andere lidstaten van de Europese Unie uitvoerde dan het uit deze landen importeerde. De EU telde toen nog vijftien lidstaten. Tel uit je winst. In datzelfde jaar betaalde Nederland aan de EU 4,5 miljard euro en ontving 1,6 miljard uit Brussel terug. Daardoor kwam de netto afdracht aan Brussel een miljard lager uit dan in 2001. Flutgetallen in vergelijking met die 76 miljard.

Timmermans besloot zijn ontdekking aan journalisten te melden. Maar die deden er weinig mee. De staatssecretaris concludeerde dat de overtuiging dat Europa handenvol geld kost zo hardnekkig is dat cbs-cijfers hieraan weinig kunnen veranderen. Een reactie die typerend is voor een lid van een regering die de bevolking niet uitlegt wat belangrijk is, maar uit angst voor volkswoede de mensen in het land vraagt wat er moet gebeuren. Het kwam niet in Timmermans’ hoofd op om, naar het voorbeeld van Zalm, een desnoods eindeloze campagne te beginnen om het er bij iedereen in te hameren dat Nederland aan Europa veel verdient.

Net als premier Balkenende en minister Verhagen trekt Timmermans overal naartoe om te vertellen dat Europa belangrijk is, dat Nederland zonder de Europese Unie in de wereld niet veel voorstelt. Maar aan de andere kant probeert de Nederlandse regering ook de door de Socialistische Partij geleide anti-Europa-beweging naar de mond te praten met de bewering dat de zogenaamde Europese grondwet, die bij een referendum in 2005 sneuvelde, definitief van de baan is. Nederland leurt in Europa met eisen voor een nieuw Europees verdrag, die niemand ernstig neemt. Alle 27 nationale parlementen zouden vetorecht moeten krijgen over Europese wetgeving. Dat zou Europa democratisch maken. Het lijkt een aardige leus om de SP wind uit de zeilen te nemen. Maar met Europa heeft dit niets te maken. 27 nationale struikelblokken leveren geen Europese democratie op. Voor democratie in Europa is een Europees Parlement nodig dat bestaat uit leden die na een Europese verkiezingscampagne zijn gekozen en niet, zoals nu het geval is, bij nationale verkiezingscampagnes met nationale thema’s.

De regering denkt niet dat er een nieuw Europees verdrag naar Nederlandse wensen komt. Zo gek is Den Haag nog niet geworden. Balkenende strijdt samen met zijn manschappen om de bevolking voor te bereiden op een nieuw Europees verdrag, dat met een kleinere omvang vrijwel dezelfde inhoud als de oude grondwet zal hebben. Geen symbolen als een Europese vlag of een Europees volkslied meer in het verdrag. De Nederlandse regering zal straks trots zeggen toch iets voor de tegenstanders voor elkaar te hebben gekregen. Hoe korter straks de nieuwe verdragstekst wordt, hoe luider de Haagse overwinningskreten, al weet iedereen dat het voorstel voor een bekorting vorig jaar uit Parijs kwam en door toenmalig minister Bot van Buitenlandse Zaken als onzin naar de prullenbak werd verwezen. En voor wat de rest betreft: helaas, in Brussel moeten compromissen gesloten worden.

Eigenlijk is de opstelling van Den Haag niets anders dan een poging om het gezicht van Balkenende te redden. De premier – geadviseerd door spindoctor Jack de Vries – was er in 2005 verantwoordelijk voor dat bij het referendum over de Europese grondwet geen serieuze campagne was voorbereid. De voorstanders van de grondwet kwamen op het laatste ogenblik in beweging en gingen het volk verklaren waarom de Europese instituties toch anders georganiseerd moesten worden. Als iemand ze gevraagd had om de Nederlandse grondwet en het functioneren van de Nederlandse overheidsinstellingen in een campagne aan de man te brengen, hadden ze op hun voorhoofd gewezen. Maar voor Europa gingen ze.

Voor de tegenstanders was dit een bal voor open doel. En ze trapten. Zij richtten zich niet op de vraag of Europa een nieuw verdrag nodig had, maar of de Europese Unie in haar huidige vorm überhaupt bestaansrecht heeft. Dat sprak aan bij iedereen die jarenlang te horen had gekregen dat Nederland geen ‘gekke Henkie’ (copyright Bot) was door te veel aan Brussel te betalen. Weg met Europa, was de reactie. Het kabinet-Balkenende (toen nog met de vvd) ging samen met de meerderheid van de Tweede Kamer af als een gieter.

Daarna probeerde Balkenende meteen om zijn gezicht te redden door te zeggen dat hij het volk begrepen had. Hij was niet de enige die op deze manier zijn politieke carrière veilig probeerde te stellen. De huidige pvda-staatssecretaris Timmermans, in 2005 nog kamerlid in de oppositie, viel ook van zijn geloof om de steun van de kiezers terug te winnen. Hij had als lid van de Europese Conventie aan de wieg gestaan van de Europese grondwet. Prachtig had hij dit verdrag gevonden. Maar na het referendum draaide hij om: wat mede door hemzelf tot stand was gebracht, moest radicaal van tafel. Pijnlijk vond hij het wel, maar hij luisterde naar de stem van het volk.

Binnenkort gaan de Europese landen onderhandelen over een nieuwe verdragstekst om uit de impasse te komen die is ontstaan na de afwijzing van de grondwet door Nederlandse en Franse kiezers. Alles wijst erop dat Den Haag flink door de knieën moet. Timmermans en ook minister Verhagen van Buitenlandse Zaken hebben – tot verbijstering van de Tweede Kamer – terecht gezegd dat een nieuwe Nederlandse afwijzing van een Europees verdrag door de andere landen niet aanvaard zal worden. In zo’n geval laten de andere 26 EU-lidstaten Nederland als een autowrak langs de weg achter.

Mocht dat nieuwe verdrag opnieuw onderwerp van een referendum worden, dan moeten de voorstanders volgens Timmermans niet meer over verdragsartikelen debatteren, maar over Europa, net als de tegenstanders van de grondwet in 2005 deden. Bij de vele discussies die hij de laatste tijd overal in het land voert, neemt hij daarop vast een voorschot. Hij legt uit dat een gemeenschappelijk Europees buitenland- en veiligheidsbeleid belangrijk is, omdat de Europese landen ieder op zich op wereldniveau te weinig gewicht in de schaal leggen. Niet alleen kleine landen hebben Europa nodig, ook de grotere zijn zonder Europa tegenover de Verenigde Staten, China of Rusland lichtgewichten.

Tot zo ver lijkt het alsof de staatssecretaris van Europese Zaken werkelijk uitlegt hoe de zaken in elkaar zitten. Een opluchting nadat het vorige kabinet-Balkenende van Europa een onderwerp had gemaakt waarover vooral moest worden gezwegen. Maar wie denkt dat Den Haag toch iets heeft begrepen, juicht te vroeg. Want Timmermans vindt ook dat Europese politieke eenwording een onrealistische droom is die tot het verleden behoort. Over cruciale kwesties als de oorlog in Irak, de Amerikaanse plannen om in Polen en Tsjechië delen van een raketschild te plaatsen of de energiepolitiek tegenover Rusland, is Europa verdeeld; omdat een Europese politieke eenheid ontbreekt.

De afkeer van een Europese politieke eenwording van Timmermans – en met hem van de regering – moet de anti-Europeanen als muziek in de oren klinken. Maar daarmee zijn we ook bij het meest absurde aspect van de geschiedenis: geen land in Europa wil nog politieke eenwording. De Europese grondwet, en straks een nieuw Europees verdrag, regelt juist het tegendeel van de Europese superstaat die de SP en ook Balkenende (volgens een brief aan de Tweede Kamer) absoluut niet willen. Volgens de grondwet krijgt de Europese Raad (de vergadering van regeringsleiders), die niet door het Europees Parlement gecontroleerd kan worden, meer macht. De Europese Commissie, ooit gezien als de hoedster van het gemeenschappelijke Europese belang en voorloper van een Europese regering, wordt met een nieuw verdrag slechts een secretariaat van die Europese Raad. Een Europese minister van Buitenlandse Zaken kan alleen maar iets doen wanneer alle Europese landen het eens zijn over zijn opdracht. De gebruikelijke Europese verdeeldheid zorgt er daarom voor dat hij bij de belangrijkste kwesties net zo machteloos is als Nederlandse tegenstanders van Europa wensen.

Nederland marginaliseert in Europa om het gezicht van Balkenende te redden. Europa marginaliseert in de wereld, omdat de nationale politici de fictie in stand houden dat ze ieder op zich nog zoveel voorstellen dat ze zich Europese verdeeldheid kunnen permitteren.