De Mark

‘Geen blauwdruk voor de toekomst’, zei Rutte aan het begin van zijn H.J. Schoo-lezing. Daar geloof ik niet in. Waar ik wel in geloof en wat ik ook wil bieden, vervolgde hij, is ‘een visie als perspectief voor mensen’. Ik zal niet de enige zijn die zich afgevraagd heeft wat hij daarmee bedoelde. Mensenperspectief? Wat is het verschil met blauwdruk? En wat betekent zo’n perspectief concreet?

In de afgelopen tijd heb ik op deze plek regelmatig geschreven over een vorm van journalistiek die volgens de meesten van ons die naam niet verdient maar die onmiskenbaar oprukt. Veelzeggend in dat verband is de discussie die Geert Mak bijna een jaar geleden op deze plek aansneed: over de door hem vermeende verwording van NRC Handelsblad. Van die ‘verwording’ zijn in de afgelopen jaren vele tekenen te zien geweest, niet alleen bij de NRC overigens maar ook bij andere kranten en bij de publieke omroep: ophef rond de zelfmoord van Antonie Kamerling in 2010, gedoe met het ongeluk van Friso vorig jaar, het relletje over de familie Van der Vaart begin 2013, om niet te spreken van de ontelbare minder spraakmakende artikelen of uitzendingen over onderwerpen of personen die tot voor kort vooral in roddel- en damesbladen te vinden waren. De journalistieke sfeer is in korte tijd sterk veranderd – verkleind, verzacht, verpersoonlijkt. Is het menselijke daadwerkelijk politiek geworden of het publieke privé – en andersom?

Rutte is niet alleen vanwege zijn liberale overtuiging tegenstander van elk blauwdrukdenken. Hij is het ook, denk ik, omdat hij van mening is dat de samenleving behoorlijk in elkaar steekt. Natuurlijk, er gaat van alles en nog wat fout, dat ontkent hij niet, groot en klein onderhoud zijn nodig, maar toch is er volgens hem alle reden om tevreden te zijn. Met deze gedachte grijpt hij onwillekeurig terug naar paarse tijden en het Tijdperk van het Poldermodel. Maar na 9/11 en met grote internationaal-politieke spanning, twee politieke moorden en een ingrijpende crisis leek zelfs ons Land van Ooit te verdwijnen. Niet dus, betoogt Rutte, het hield stand. Het is allemaal wellicht wat minder spectaculair dan destijds, matiging is gepast maar toch: Nederland staat én heeft het goed. Als we dat erkenden, zou het ons werkelijk goed gaan.

De journalistiek zoals wij die gewend zijn gaat ervan uit dat het niet goed gaat en wellicht zelfs nooit goed kan gaan. Zij ontstond in een tijdperk waarin van democratie en welvaart geen sprake was (negentiende eeuw) en bloeide in een periode van snelle democratisering en vooruitgang (jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw). Vandaar haar door en door kritische tendens. Die was nodig. Maar is dat nog altijd het geval? Leven we niet in een volstrekt ander tijdperk? Vraagt dat niet een ander type journalistiek?

Het antwoord kan er slechts één zijn: ja. Aldus een opvatting die in het verlengde ligt van Rutte’s ‘visie’ – lees tevredenheid. Dit betekent niet dat iedereen het daarmee eens hoeft te zijn, het betekent evenmin dat iedereen voor een dergelijke journalistiek belangstelling moet hebben, het betekent simpelweg dat ‘het publiek’ in toenemende mate andere eisen stelt en dat ‘de media’ daaraan beantwoorden. U vraagt, wij draaien, een dergelijk marktmechanisme is even ondoorgrondelijk als onmiskenbaar. Het is precies daarom ook dat NRC Handelsblad voortdurend verandert en experimenteert. De krant probeert een antwoord te vinden op nieuwe vragen, een nieuwe markt, een veranderend publiek, een andere wereld. Het is goed denkbaar dat hij hiermee, zoals Mak beweert, zijn eigen graf graaft omdat het _NRC-_publiek van zo’n markt niet wil weten. Maar het is even goed mogelijk – en dat is wat Vandermeersch denkt – dat de krant ten onder gaat als hij met zijn tijd niet meegaat. Wie het juiste antwoord weet, mag het zeggen. Maar het dilemma bestaat, dat lijdt geen twijfel.

Wie die nieuwe markt in optima forma wil leren kennen, moet de Linda bekijken, het meest succesvolle journalistieke product van de afgelopen jaren, met een oplage van ruim tweehonderdduizend en een bereik van meer dan een miljoen waaronder maar liefst 25 procent mannen. is een glossy, een lifestyleblad, een personality-tijdschrift – en alleen al om die reden halen Groene- en NRC-_lezers er de neus voor op. Begrijpelijk, ikzelf krijg er ook geen rode oortjes van maar toch: wat me fascineert is niet alleen het succes van het blad maar ook de penetratie van ‘zijn’ formule in kranten en tijdschriften, plus zijn succes bij een publiek waar je dat niet zou verwachten. Deze zomer kregen we in ons Spaanse huis nogal wat bezoek uit Nederland. Vroeger nam dat altijd de laatste _NRC of Vrij Nederland mee. Tegenwoordig is dat de Linda.

Van blauwdruk heeft Linda nog nooit gehoord. Wel van mensen. Daarvan staat het blad vol. Van mensen en hun moeizaam- c.q. mogelijkheden. Vandaar de vraag: hoe lang zal het nog duren tot de Mark in de schappen ligt?