Commentaar

De markt kan het klimaatprobleem niet oplossen

De uitstoot van broeikasgassen moet voor het einde van de eeuw naar nul. Als we niet snel ingrijpen, heeft klimaatverandering ‘ernstige en onomkeerbare’ gevolgen. Dat zijn de belangrijkste boodschappen van het nieuwe IPCC-rapport dat deze week werd gepresenteerd.

Medium commentaar 45 2014 klimaatprobleem

‘Leiders moeten handelen’, zei VN-voorman Ban Ki-moon. ‘Ze hebben geen tijd meer te verliezen.’ De volgende grote klimaattop in Parijs, eind 2015, moet een wereldwijd klimaatakkoord opleveren.

Europa heeft daar alvast een voorschot op genomen. In oktober presenteerde Brussel nieuwe klimaatdoelstellingen voor 2030 (30% duurzame energie, 27% energiebesparing, 27% CO2-reductie). Inzetten op duurzaamheid werd gepresenteerd als harde realpolitik. ‘Met de crisis in Oekraïne en de onrust in het Midden-Oosten is heel duidelijk geworden dat het van vitaal belang is om Europa’s energieafhankelijkheid snel te verkleinen’, zei scheidend voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy. De nieuwe Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker pleitte zelfs voor verregaande samenwerking in een energie-unie, al was niet direct duidelijk op welke brandstof die moest gaan draaien. De Poolse premier Tusk wilde meer kolen en schaliegas gaan winnen om van de Russen af te komen, zijn Britse collega David Cameron koos liever voor schaliegas en kernenergie. PvdA-leider Diederik Samsom pleitte voor honderd procent duurzame energie op het hele continent.

Alle bovenstaande pleidooien veronderstellen één ding: hard ingrijpen van overheden. Of het nu is om duurzaamheid of voorzieningszekerheid van fossiele brandstoffen te bereiken: staten zijn aan zet. Dat kun je gerust een ommekeer noemen. Sinds de val van de Muur, deze week 25 jaar geleden, waren vrijemarktretoriek en liberalisering juist in zwang geraakt. Overheden lieten op aandringen van Brussel de teugels vieren in de hoop dat ‘de markt’ zou sturen op lage prijzen en groene innovaties. Na een golf van liberaliseringen en privatiseringen had niemand meer de regie, maar dat was geen probleem, want we hadden de onzichtbare hand van de markt nog.

Het klinkt nu hopeloos naïef, maar het was bloedserieuze (energie)politiek. En het is mislukt. Juist op het gebied van innovatie hebben de energiebedrijven die het voor het zeggen kregen het laten afweten. Ze investeerden de afgelopen decennia vele malen meer geld in fossiele energie dan in toekomstige, schone bronnen – zowel in termen van onderzoek als exploitatie. Energiebesparing gaat moeizaam, mede omdat dat niet in het belang is van private marktpartijen. In Nederland is Eneco een positieve uitzondering, en niet toevallig nog in publieke handen.

Het klimaatprobleem kwam begin jaren negentig voor het eerst hoog op de mondiale agenda. Achteraf is het onbegrijpelijk dat de politiek er juist in de daaropvolgende jaren voor heeft gekozen om de publieke zaak die de energievoorziening is uit handen te geven aan de markt. Nederland en Engeland gingen daarin het verst, maar het geloof in wonderen was wijdverspreid. De handel in CO2-emissierechten, de enige Europa-brede maatregel voor het klimaat, was een ‘marktvriendelijke oplossing’ die faliekant heeft gefaald.

Overheden moeten nu aan het roer gaan staan om een duurzame transitie af te dwingen. Groene bedrijven en burgers die zich groeperen in duurzame energiecoöperaties doen onmisbaar werk voor het energiesysteem van de toekomst. Maar uiteindelijk zijn staten nodig om het huidige fossiele energiesysteem af te breken en de CO2-uitstoot drastisch in te perken, zoals het IPCC bepleit. Ze kunnen dat niet uitbesteden. Politici die zich verschuilen achter ‘de markt’ vertonen laf gedrag.