De mars van de wanhoop

Door een ultimatum van de Europese Unie verliezen veel vluchtelingen in Griekenland hun huis en hun schamele uitkering. Duizenden verzamelen zich nu aan de Noord-Griekse grens voor een mars naar het noorden. ‘Dit wordt een ramp. Er zullen gewonden vallen.’

© Francesc Galban

Op zondag 31 maart verliep het woonultimatum voor vluchtelingen die vóór juli 2017 asiel in Griekenland hebben aangevraagd en gekregen. Een ultimatum gebaseerd op EU-regelgeving die Brussel lang geleden aan Griekenland heeft opgelegd, maar die Athene uit humanitaire overwegingen al die tijd niet heeft geïmplementeerd. Tot nu toe. Griekenland staat met de rug tegen de muur.

Precies hetzelfde geldt voor tienduizenden vluchtelingen in de Griekse kampen. De afgelopen dagen zijn honderden vluchtelingen, sommigen spreken zelfs over een paar duizend, per bus of trein naar de Noord-Griekse steden Ioannina en Thessaloniki gereisd. Clandestien, maar het viel nogal op. In Ioannina heeft de lokale politie ze zonder pardon in bussen teruggestuurd naar Athene en Piraeus.

In het centrum van Thessaloniki doen echter onder de vluchtelingen de wildste geruchten de ronde. Zo zouden maar liefst een paar duizend mensen naar Albanië of Noord-Macedonië marcheren om daar, desnoods met geweld, te proberen de grens over te steken.

Afgelopen zondag moesten de eerste paar honderd statushouders, die in het kader van het zogeheten ESTIA-programma van de UNHCR onderdak hadden gekregen, hun biezen pakken. Ze woonden in een appartement gehuurd door de UNHCR of in een containerwoning in een kamp, ook gefinancierd door de UNHCR.

Deze mensen zijn in het bezit van het felbegeerde ‘groene kaartje’, een pinpas gekoppeld aan een rekening waarop iedere maand 150 euro per persoon voor eten wordt gestort. De mensen die afgelopen zondag uit vrije wil aan het ultimatum gehoor gaven en braaf opstapten, krijgen als beloning drie maanden vooruitbetaald: drie keer 150 euro. Daarna houdt de maandelijkse toelage voorgoed op. Mensen die koppig blijven zitten en dus binnenkort uitgezet moeten worden, krijgen voor straf per direct geen toelage meer.

Waar moeten al die mensen naartoe? De heuvels, bossen, bergen in? De stranden op? Naar dorpen en steden? Om daar op straat of in vervallen en leegstaande gebouwen te leven? Niemand weet het. De vluchtelingen zelf al helemaal niet.

Vluchtelingen met een Griekse status die kinderen hebben die ’s middags naar Griekse scholen gaan – ná drie uur, zodat ze vooral niet met Griekse kinderen in aanraking komen; gesegregeerd vluchtelingenonderwijs – hebben respijt tot juni. Dan begint de grote zomervakantie en moeten ze alsnog opstappen. Mensen met kinderen onder de drie jaar moesten afgelopen zondag ook al vertrekken, zulke kleine peuters gaan immers niet naar school.

Na storm en een paar voor maart uitzonderlijk gure winterdagen scheen afgelopen zondag eindelijk de zon. De Atheense terrasjes stroomden vol. Voor wie het niet wist was het een stralend einde van het weekend. Voor vluchtelingen, hulporganisaties en vrijwilligers in heel Griekenland was het echter een zwarte zondag.

‘Dit is het begin van het einde’, zegt Mirjam maandag door de telefoon. Ze is Afghaans, alleenstaande moeder van drie schoolgaande kinderen, en woont als een van de eerste Griekse statushouders al sinds de lente van 2017 in een appartement in Pangrati, een populaire woonwijk dicht bij het centrum van Athene. Ze woont er samen met twee andere alleenstaande moeders en hun kinderen. Sinds ze van Lesbos naar Athene kwam, hebben we geregeld contact. Mirjam en haar medebewoners zijn door de kinderen pas in juni aan de beurt. Maar dat maakt hun stress niet minder. ‘Het is uitstel van executie. Straks staan we met onze kinderen buiten. En wat dan? Hoe moeten we eten? Waar moeten we slapen?’

Mirjam heeft geen werk en het is volstrekt uitgesloten dat ze vóór juni wel aan de slag is. Ze spreekt nog steeds geen Grieks, ook al zijn er mogelijkheden voor gratis Griekse les. De reistijd is voor haar te lang. De moeders hebben alle tijd nodig om zo slim en goedkoop mogelijk eten in te kopen. Ze gaan naar de meest voordelige volksmarkten aan de rand van de stad of zelfs naar Piraeus. 150 euro per maand per persoon voor voedsel is niets in het dure Athene.

De getraumatiseerde kinderen hebben ook veel liefde en aandacht nodig. En ook zij spreken nog geen vloeiend Grieks, want ze hebben nauwelijks contact met Griekse kinderen. ‘We meenden dat we er goed aan hadden gedaan te kiezen voor asiel in Griekenland en niet verder te dromen over Duitsland, Nederland, Scandinavië’, zegt Mirjam. ‘We dachten aan onze kinderen. Die wilden we het eindeloos wachten op asielprocedures voor andere EU-landen besparen.’

Mirjam en de andere twee moeders – een Afghaanse en een Irakees-Koerdische – kwamen eind 2016, dus maanden na de ingang van de Turkije-deal, op Lesbos aan. De oversteek was hels. IJskoud, hoge golven, harde wind. De jongste kinderen zaten met waterbestendig gaffertape aan hun moeders geplakt. Ze werden zwaar onderkoeld uit de branding gevist en aan land gedragen. Het op alle fronten veel humanere vluchtelingenkamp Karatepe dat onder de leiding valt van de progressieve burgemeester van de hoofdstad van Lesbos, en dat niets te maken heeft met de Griekse staat en de UNHCR, zat toen vol. Daarom kwamen de drie vrouwen en hun kinderen in het beruchte, overbevolkte kamp Moria terecht. Daar is plaats voor drieduizend vluchtelingen, maar er zitten altijd vijfduizend of meer mensen, soms wel achtduizend. De sanitaire voorzieningen zijn rampzalig, het eten is belabberd. Bovendien is er vrijwel niets te doen, terwijl in Karatepe behalve veel onderwijs ook andere activiteiten worden georganiseerd. Omdat Mirjams groep bestond uit kwetsbare vrouwen en kinderen werden ze snel naar het vasteland gebracht en opgenomen in Enaleon, een kamp aan de outskirts van Athene. Daar kregen ze twee containers toegewezen, koud in de winter, snikheet in de zomer. Op voorwaarde dat ze in Griekenland en niet in een ander EU land asiel zouden aanvragen werd hun een appartement in het kader van het ESTIA-woonproject aangeboden.

Vanaf het prille begin stelde de EU dat als vluchtelingen een Griekse status krijgen, of een brief waarin staat dat ze die status binnenkort zullen krijgen, ze nog maar zes maanden recht hebben op het appartement en de groene pinpas. De Griekse overheid moest er maar voor zorgen dat ze werden klaargestoomd voor een financieel onafhankelijk bestaan. Een onmogelijke opdracht. Bovendien konden de vluchtelingen toch niet zomaar dakloos, zonder werk en zonder eten, al dan niet met kinderen in de Griekse samenleving worden losgelaten?

In september 2015 sloten alle EU-landen een akkoord om Italië en Griekenland te ontlasten en 160.000 vluchtelingen over de hele EU te verdelen. Nederland beloofde in september 2017 het exacte aantal van 8712 vluchtelingen uit Griekse kampen te hebben opgenomen – het is nu april 2019 en er zijn maar 1755 mensen daadwerkelijk naar ons land gehaald. Ook alle andere EU-landen lieten het afweten, alleen Malta en Finland hielden zich aan hun woord. Ondertussen werd duidelijk dat de Turkije-deal niet werkte en dat het aantal vluchtelingen in Griekenland niet afnam. Integendeel. Waren er in 2016 zestigduizend mensen geregistreerd in Griekse kampen, nu zijn het er 77.000. De stroperige asielprocedures voor EU-landen als Nederland, België, Denemarken en Zweden stagneren. Deportatie op grote schaal naar Turkije blijkt in de praktijk onmogelijk.

In het kader van het ‘afschrik- en ontmoedigingsbeleid’ van de EU mogen de omstandigheden in de kampen vooral niet te veel verbeteren. Ook wordt het reisverbod van de eilanden naar het vasteland koste wat het kost in stand gehouden. Door al deze maatregelen bij elkaar is Griekenland het Europese afvalputje voor vluchtelingen geworden.

Niemand durft het te bevestigen, maar de beslissing van de Griekse overheid om voor het eerst de EU-eis van maximaal zes maanden voor participanten in het ESTIA-woonproject te zullen honoreren, kan bijna niet anders worden gezien dan als een daad van wanhoop. Het is anders niet te verklaren, want té surrealistisch, té absurd, té bizar. Verwacht de Griekse overheid dat de wal het schip zal keren? Stevent het bewust af op chaos in de hoop dat Brussel wakker wordt en alsnog tot de broodnodige relocation zal overgaan?

‘We kregen eindelijk rust. Het heeft lang geduurd voor we ons een beetje veilig voelden. Sinds kort plasten de kleintjes ’s nachts niet meer in bed. Niemand heeft ons verteld dat dit zou gebeuren. We zijn wanhopig’, vertelt Mirjam. ‘We proberen het voor de kinderen te verbergen, maar op school hebben ze het van andere jongens en meisjes gehoord. Nu zijn ’s ochtends de lakens van onze kleintjes weer nat. Moeten we nu toch verder naar het noorden vluchten? Maar hoe dan?’

Mirjam en haar medebewoonsters leggen altijd al hun geld bij elkaar om samen zo efficiënt mogelijk in te kunnen kopen. Met z’n drieën hadden ze gespaard zodat ze een paar maanden geleden twee nieuwe mobiele telefoons konden kopen, met prepaid cards, eentje voor hen en eentje voor de kinderen. ‘Na juni kun je me niet meer op dit nummer bellen, dan heb ik geen geld meer voor punten, dat snap je wel’, vertelt Mirjam.

Op dit moment zitten verspreid over heel Griekenland 77.000 vluchtelingen in kampen, waarvan negentienduizend in de allerergste kampen op de eilanden. Bijna 23.000 mensen doen mee aan het ESTIA-woonproject, waarvoor de UNHCR in heel Griekenland zo’n 4500 appartementen en negentien gebouwen heeft gehuurd. Veertigduizend vluchtelingen die nog geen woning hebben krijgen wel alvast cash en kleren in het kader van ESTIA.

Afgelopen zondag moesten 212 mensen hun huis uit. De komende twaalf maanden zullen zestienduizend mensen hetzelfde lot ondergaan.

Op donderdag 14 maart, de avond dat staatssecretaris Mark Harbers na zijn bezoek aan de Griekse minister van Migratie Dimitris Vitsas in Athene en aan kamp Moria op Lesbos terugvloog naar Nederland, kreeg ik de aankondiging onder ogen. Zelfs de grootste leek begrijpt dat het implementeren van de EU-maatregel uit 2017 op een ramp uitloopt.

Had Harbers daarover met zijn ambtgenoot gesproken? ‘Op dat soort vragen antwoorden we niet, ook niet schriftelijk. Het is alweer een paar weken geleden. We hebben hier echt geen tijd voor. Niet de moeite waard’, verzucht Alexis Bouzis, stafchef van minister Vitsas, door de telefoon. Een interview met de Griekse minister van Migratie zit er op korte termijn niet in. Dat wordt pas ver na Pasen. Er is een ellenlange wachtlijst, alle EU-media willen met hem praten.

Het gaat maar om één ding, laat een verbolgen Bouzis weten: ‘Relocation, relocation, relocation.’ De rest van de EU moet vluchtelingen uit Griekse kampen opnemen. Griekenland kan dit niet alleen aan. En dat is nu juist waar Harbers cum suis niets van willen weten. Een eerlijke verdeling van vluchtelingen uit Griekenland, Italië en ook Spanje over de rest van de EU is meer dan ooit onbespreekbaar geworden.

Voor ik staatssecretaris Harbers in de prachtige ontvangstkamer op de Nederlandse ambassade in Athene mocht spreken, belde ik met hulpverleners van diverse Nederlandse ngo’s die hem op Lesbos hadden gesproken en rondgeleid. Ze vertelden me wat de volgende dag keurig in de krant te lezen stond – alleen Trouw mocht van Harbers’ woordvoerder met de Nederlandse delegatie mee naar Lesbos: Harbers bezocht het beste deel van kamp Moria, niet het gedeelte waar de ellende het grootst is; hij erkent het tekort aan medische hulp en personeel; hij geeft toe dat de omstandigheden nog steeds slecht zijn; en ja, op beide punten had hij minister Vitsas aangesproken. Voor de rest benadrukte hij wat er allemaal wel goed gaat en steeds beter wordt, zoals de tenten van de mensen net buiten Moria, in de Olive Grove. Het groepje hulpverleners en medici dat werkzaam is in de kampen op Lesbos riep in koor wat iedereen die daar werkt al jaren onafgebroken roept: de situatie wordt steeds onhoudbaarder; niet alleen de fysieke maar ook de psychische problemen onder vluchtelingen en vooral kinderen nemen dramatisch toe; Europa moet meer doen om Griekenland te helpen; de Turkije-deal werkt niet; het verbod om van de Griekse eilanden door te reizen naar het vasteland, ooit ingesteld om te voorkomen dat vluchtelingen vervolgens met hulp van Griekse en Albanese mensensmokkelaars of op eigen houtje te voet doorstomen naar Noord-Europa, moet worden opgeheven; andere EU-lidstaten moeten vluchtelingen uit de Griekse kampen opnemen, Nederland incluis.

Daarop antwoordde Harbers wat hij altijd antwoordt, namelijk dat dat allemaal juist géén oplossing is, want dan stappen er alleen maar nog meer vluchtelingen in gammele bootjes om de aldus ontstane lege plekken onmiddellijk weer op te vullen. Volgens Harbers moeten zo veel mogelijk vluchtelingen in het kader van de Turkije-deal teruggestuurd worden, asielprocedures moeten worden versneld en voor de rest is en blijft boven alles de Griekse overheid en niemand anders verantwoordelijk voor de vluchtelingen in de Griekse kampen.

Tegen mij hield Harbers exact hetzelfde riedeltje, gehaast, want hij moest snel naar het vliegveld. Hij oogde fris, was meer dan vriendelijk, charmant bijna. Tegelijkertijd was zijn bekende en geroutineerde betoog als een muur van graniet. Geen doorkomen aan.

‘Heeft u het boek Refuge: Transforming a Broken Refugee System van Alexander Betts and Paul Collier gelezen? Een must read voor iedere politicus en bestuurder die zich met vluchtelingen bezighoudt?’ probeerde ik nog toen de staatssecretaris al opstond om te vertrekken. ‘Nee, maar ik heb hen wel een keer ontmoet’, antwoordde Harbers vrolijk. Maar had hij het boek gelezen? Het boek dat door internationale specialisten als een bijbel vol oplossingen van het mondiale vluchtelingenprobleem wordt gezien en dat zo ongeveer het tegendeel laat zien van wat Harbers en zijn medestanders beweren. ‘Nee, maar ik heb hen een keer ontmoet, dat is al heel wat, toch?’ en weg was de staatssecretaris.

Een dag later kwam de Volkskrant met een artikel onder de kop ‘Griekenland bezwijkt onder vluchtelingen’. De overbezette minister Dimitris Vitsas smeekte de EU hierin minstens twintigduizend vluchtelingen uit Griekenland op te nemen.

Onder vluchtelingen verspreiden zich inmiddels vreemde geruchten over een ‘Glitter of Hope’-karavaan. In het diepste geheim zou al vanaf november vorig jaar een ‘Mars van vluchtelingen naar de grens’ zijn georganiseerd met behulp van clandestiene WhatsApp-groepen. Door de implementering van de ‘niet langer dan zes maanden’-maatregel van de EU zou alles in een stroomversnelling zijn gekomen. Volgens berichten van maandag 1 april, de dag na zwarte zondag, zouden niet honderden maar duizenden radeloze vluchtelingen op het punt staan massaal van Thessaloniki naar ‘de grens’ te lopen.

‘Nee, we weten hier niets van’, verzuchtte Lefteris Papagiannakis, de locoburgemeester van Ahene, ‘maar alsjeblieft, als je de organisatoren spreekt, zeg hun dit niet te doen. Dit gaat mis, dit wordt een ramp. Er zullen gewonden vallen.’ Ook de UNHCR, de Internationale Organisatie voor Migratie en het Rode Kruis waarschuwen vooral niet mee te lopen, anders riskeren de vluchtelingen niet alleen gevaar en geweld, ook verpesten ze elke kans op een visum.

Vlak voor ik naar Thessaloniki vertrek ontmoet ik in een café Abdul. Hij is Syrisch, woont in een ESTIA-appartement in het centrum en heeft samen met zijn vrouw en vijf kinderen Grieks asiel gekregen. Zijn jongste is zes maanden.

‘Waarom maak je als je vluchteling bent zoveel kinderen?’ kan ik niet nalaten om te vragen. ‘Onze jongste hebben we vlak voor onze vlucht uit Syrië verloren tijdens bombardementen. Daarom.’

Juist die jongste is de reden dat hij niet meer meedoet, al was hij er vanaf het begin in november bij. ‘Ik ben bang voor geweld. De Griekse politie zal alles doen om de mars te stoppen, weten we. Het Griekse leger zit overal langs de grens met Noord-Macedonië. De UNHCR-melding is duidelijk: als we met ons allen de grens oversteken, zelfs met vrouwen en kinderen, zullen politie en leger hardhandig ingrijpen.’

Wat hij met zijn vrouw en kinderen moet doen als ook zij na de zomer hun ESTIA-woning zullen verliezen, weet hij niet. En hij wil er voorlopig nog niet over nadenken.

Anargiros, de café-eigenaar die net enorm in zijn zaak heeft geïnvesteerd en rekent op een geweldig toeristenseizoen, heeft alles gehoord en schudt zijn hoofd: ‘Dus in mijn land, dat deze zomer 43 miljoen toeristen moet ontvangen, zullen zestienduizend hongerige en dakloze sloebers rondlopen op zoek naar eten voor henzelf en hun kinderen. Dat is toch vragen om ellende?’

Terwijl fotograaf Cesc Baldan en ik ’s avonds naar Thessaloniki rijden komen via Facebook en WhatsApp de eerste berichten binnen over geweld tussen vluchtelingen en politie. Zo’n achthonderd vluchtelingen zouden zich net buiten het Diavata-kamp veertig kilometer ten noorden van Thessaloniki in een weiland hebben geïnstalleerd. De politie liet hen niet de weg op, er vielen klappen en er werden traangasgranaten gegooid. Daarna werd het rustig.

De volgende ochtend is het weiland als een gezellige camping. Alleen de rij politiebussen en robocops met schilden aan de horizon bederven het prettige uitzicht. Straathonden kijken verbaasd toe. Rond de vijfhonderd mannen, vrouwen en kinderen in tenten en slaapzakken ontwaken, beginnen te keuvelen, vuurtjes te maken, aan thee te sippen.

Het grote wachten is begonnen. Het wachten op nog meer vluchtelingen, uit Thessaloniki, Athene, Ioannina en andere kampen.