De brede basis van Geert Wilders

De martelaar van Venlo

Geert Wilders is hetzelfde overkomen als Boris van Idols: Venlo koos hem omdat hij uit de buurt komt. De rest van Nederland zou zich daarom zorgen moeten maken.

VENLO – Alsof er een bom ontplofte, zo was de stemming in het Venlose verkiezingscafé op woensdagavond 22 november. ‘Toen Wilders op tv kwam, voelde je het bloed gewoon wegtrekken uit de gezichten om je heen’, vertelt Sef Derkx, behalve presentator van die avond ook medewerker van het Limburgs Museum, organisator van het populaire Zomerparkfeest en het afgelopen jaar Prins Carnaval. ‘Ik vond het heel erg vreemd. De ene politicus zei zich te schamen voor de stad, een ander maakte zich zorgen over de tolerantie op straat. Maar de intolerantie is al ontstaan toen die mensen in het college zaten.’ Zoals zijn alter ego Funske het in diens column in Dagblad De Limburger verwoordde: ‘Tolerantie is maar een heel dun vernislaagje. Er hoeft maar wat te gebeuren of er komt een barstje in, vervolgens een sterretje en tot slot springt het vernislaagje eraf.’ En dat allemaal vanwege die ‘Waterstofperoxide Mozartkugel’, zoals Funske, grossierend in al dan niet zelf verzonnen Venlose uitdrukkingen, Wilders steevast noemt. Eigenlijk is de groei van de sp en het verlies van het cda groter nieuws, meent Derkx. ‘Alle politici van hier uit de jaren vijftig en zestig draaien zich drie keer om in hun graf, omdat wat zij het rooie gevaar noemden zo groot is geworden.’ Het van oudsher dominante cda verloor in Limburg vier keer zoveel aanhang als elders in het land. De sp passeerde met 20,6 procent van alle stemmen de pvda als grootste linkse partij.

Maar de aandacht van de landelijke media ging uit naar de winst van Wilders. Hij haalde in Limburg twee keer zoveel stemmen als het landelijke gemiddelde en streefde daarmee in deze provincie de vvd op rechts voorbij.

In zijn geboortestad Venlo kreeg Wilders’ Partij voor de Vrijheid maar liefst achttien procent van de stemmen, bij het stembureau in de volkswijk Genooi in Venlo-Noord zelfs bijna een kwart. De oudere mannen die rondhangen bij Gemeenschapshuis de Witte Kerk weten wel waarom, maar erg veel zin om dat aan de media uit te leggen hebben ze niet. ‘Zet maar in de krant dat het belachelijk is dat zij 150 duizend euro verdienen en wij vanaf 1 januari weer meer moeten betalen voor de zorgverzekering.’ Zijn naam wil de man niet zeggen. Wat hij gestemd heeft evenmin, al geeft hij toe sympathie te hebben voor Wilders. Maar denk niet dat dat om de buitenlanders is. ‘Daar hebben wij helemaal geen problemen mee’, wijst hij naar de bezoekers van de Aldi aan de overkant. ‘We zijn juist blij met die mensen. Anders was hier bijna niemand meer en waren die winkels er ook niet.’

Het deel van de wijk dat gelegen is tegen het bedrijvencomplex van Océ – waar de vader van Wilders adjunct-directeur was – is nog zoals de hele buurt vroeger was. Veel oude huizen met houten planken in deuren of ramen en een vervallen fabriek ertussenin. Dit was in de jaren dertig al de wijk van marskramers als vrouw Dut, die met kammetjes en lakens langs ging bij de boerderijen in de omgeving. Bij het huis van mijn oma bijvoorbeeld, die zich nog herinnert hoe de mensen uit Genooi altijd vroegen of er nog ‘iets vettigs’ was: vlees dus, liefst net geslacht. Een tijd lang kwam Dut niet langs – naar later bleek uit schaamte voor haar zoon, die betrokken was bij de ongelukkige roofmoord op de pastoor van het Noord-Limburgse dorp Geysteren.

Kortom: een moeilijke wijk. De vergelijking met de Fortuyn-buurten in die andere Maasstad ligt dan ook voor de hand. Maar er is iets vreemds aan de hand. In weinig wijken is de laatste jaren zoveel geïnvesteerd als in Genooi. Het resultaat is te zien in de andere helft van de wijk, meer naar het centrum van de stad toe. De prostituees zijn bijna allemaal weg en er zijn gloednieuwe huizenblokken verrezen met ruime woningen.

‘De uitslag in Genooi leert ons dat alleen ruimtelijk ingrijpen de problemen tussen mensen nog niet oplost’, concludeert vvd-wethouder Economische Zaken en Financiën Mark Verheijen. ‘Het is ook een kwestie van waarden en normen. Het gaat misschien wel een generatie duren.’ Zittend in het op vrijdagmiddag druk door scholieren bezochte Café Central, tegenover het historische stadhuis van Venlo, loopt hij de mogelijke verklaringen voor het succes van Wilders na. Hij kent hem goed. Vooral in diens vvd-tijd trok hij veel met Wilders op. ‘Ik weet dat Geert niet gek is. Hij was weinig op de televisie en in de massamedia, maar toch hebben mensen zijn boodschap opgepikt.’

Waarom die boodschap juist hier in zulke vruchtbare aarde valt, is echter de vraag. Zeker, Venlo kampt met achterstandswijken, geeft ook Verheijen toe. Behalve in Venlo-Noord liggen die in de stadsdelen Blerick en Tegelen, verderop aan de Maas voorbij de spoorbrug. Het zijn precies de buurten waar relatief veel laagopgeleide allochtonen wonen. Zij kwamen hier oorspronkelijk als gastarbeiders, bijvoorbeeld om te werken in de dakpannenindustrie. Er is ook racisme. In de regio Venlo wonen veel Lonsdale-jongeren en op zaterdagavond is het geregeld raak tussen verschillende groepen. Bovendien deed uiterst rechts het hier altijd relatief goed. Begin jaren negentig was al een electorale trend waarneembaar waarbij de aanhang van extreem rechtse partijen als het ware tegen de Maas oproeide, van de Randstad naar het zuidoosten van het land.

Maar het ligt allemaal wat ingewikkelder dan slechte wijken met bange bewoners. Die vind je tenslotte op meer plaatsen in Nederland. Venlo telt bovendien niet meer allochtonen dan het landelijk gemiddelde. Verheijen: ‘Er zijn wel achterstanden en er is relatief veel criminaliteit, maar dat is ook zo in de rest van Nederland.’ Ook de economie kan de opmerkelijke verkiezingsuitslag niet volledig verklaren. Limburg kampt weliswaar met een lage economische groei en hoge werkloosheid, maar die slechte resultaten komen vrijwel geheel voor rekening van het tobbende Zuid-Limburg. Venlo, na de Rotterdamse haven en Schiphol het belangrijkste transportknooppunt van Nederland, gaat gelijk op met de landelijke economische trend. De aard van de Venlose economie draagt wellicht wel bij aan het succes van Wilders, denkt Verheijen. ‘Wij als Limburgse politici praten altijd veel over internationalisering en Europa. We presenteren het als een groot halleluja met enkel economische voordelen. Maar op de korte termijn brengt het voor veel mensen problemen met zich mee. Bijvoorbeeld in de logistieke sector, waarin veel mensen hier werken. Zij voelen zich bedreigd door goedkope Poolse vrachtwagenchauffeurs.’

Een andere minder prettige bijkomstigheid van de open economie is de drugshandel. Venlo heeft op dit moment vijf gedoogde koffieshops, waarvan twee aan de grens met Duitsland. Deze ‘McDopes’ trokken in 2004 gemiddeld zeventien klanten per vijf minuten, dit jaar staat die teller al op 37. Maar als verklaring voor de plotselinge populariteit van Wilders schiet het tekort. Drugshandel is immers al jaren een probleem in de grensstad. Bovendien is met dank aan stevig optreden én de coffeeshops aan de grens de handel grotendeels uit het stadsbeeld verdwenen.

Daarmee blijft één echt doorslaggevende X-factor van Wilders over: zijn Limburgse afkomst. Verheijen: ‘Het is wel een klootzak, maar onze klootzak, zo denken veel mensen. Ze zien dagelijks problemen op straat én simpele oplossingen, waarom de politici dan niet?’

In de hal van het Limburgs Museum zingen tientallen kinderen voor zwarte piet over zijn fiets en de lekke band met de pepernoot. De entree is deze dagen als pakhuis aangekleed. ‘Ik heb Wilders wel eens gevraagd hier Sinterklaas te zijn’, merkt Sef Derkx lachend op. ‘Ik zei: als je dat haar op je hoofd op je kin plakt, heb je alvast een mooie witte baard.’ Derkx vertelt het verhaal dat hij hoorde over een politica van GroenLinks dat typerend is voor de lokale populariteit van Wilders. ‘Zij leeft in een mooie flat aan de Maas, waar Wilders ook heeft gewoond. Lokaal stemden de buren, vaak oudere mensen, op haar. Maar nu kozen ze voor Wilders. Want, zeiden ze, zijn moeder gaf altijd de planten water als hij er niet was en die vonden ze zo aardig.’

Alle politici uit deze regio krijgen op die manier veel voorkeurstemmen. Wilders is daarbij ook nog eens de leider van een partij. Hij spreekt klare taal, soms in het Venloos. Kortom: Wilders vertegenwoordigt de regio in Den Haag, hij zet zich er zelfs tegen af. Dat leidt tot merkwaardige taferelen. Derkx: ‘Ik heb dat ook gemerkt toen Boris, ook “een van ons”, in de race was voor Idols. Iedereen ging sms’en om hem te kiezen, zelfs mensen die nog nooit ge-sms’t hadden.’

Het karakter van dat regionalisme is heel dubbel, aldus Mohammed Allach, oud-voetballer en tegenwoordig directeur technische zaken en hoofd opleidingen bij de Venlose voetbalclub vvv. Daarnaast is hij pvda-lid en voorzitter van de stichting Maroquistars, die als doel heeft wederzijds begrip te kweken tussen Nederlandse en Marokkaanse jongeren. Allach: ‘Ik denk dat er geen grotere verschillen bestaan in Nederland dan hier in Limburg. Ga tien kilometer verderop en je verstaat de mensen al niet meer. Hoe groot die verschillen zijn, merk ik ook aan de spelers die uit de diverse delen van Limburg komen. Het mooie is dat zij denken vanuit die verschillen.’

Twee seizoenen lang voetbalde Allach hier in stadion De Koel, dialect voor kuil, waarin de tribunes ook daadwerkelijk liggen. Van afkeer van allochtonen heeft hij nooit iets gemerkt. ‘Het vreemde is dat mensen in het dagelijks leven misschien racistische neigingen hebben, maar dat ze in het stadion wel juichen voor buitenlanders.’

De reden dat mensen in Venlo zo massaal op Wilders hebben gestemd, verschilt volgens hem niet veel van de redenen in de rest van het land. ‘Het is puur een one-issue partij. Ik kan me niet voorstellen dat je op hem zou stemmen omdat het je buurman of stadsgenoot is geweest.’ Het verschil is dat Wilders zich in Limburg meer heeft kunnen profileren, denkt Allach. ‘Wilders kent de lokale communicatieve infrastructuur door en door. Daardoor heeft hij hier optimaal campagne kunnen voeren.’

Daar kan hij wel eens gelijk in hebben. Uit de media-analyse van de campagne door onderzoekers van de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam blijkt dat Wilders zich landelijk in het begin en de middenfase van de verkiezingsstrijd nog wel wist te profileren. Bijvoorbeeld met zijn uitspraak over de tsunami van islamisering. Maar in de eindstrijd kwam klein rechts veel minder in het nieuws. In Limburg lag dat anders. Wilders kon rekenen op aanhoudende belangstelling van de media. Bovendien had hij eerder een heuse docusoap op de veelbekeken Limburgse televisie. De serie Wild, wilder, Wilders was gemaakt door Limburger Dion Graus, die inmiddels zijn fractiegenoot is in de Tweede Kamer.

In zijn column sprak Funske vorige week de vrees uit dat het beeld van zijn stad, zoals dat nu in de landelijke media komt, het stereotype van een ietwat idiote uithoek zal bevestigen. ‘De mensen die aan het woord kwamen, spraken Nederlands met een zwaar accent. Mij maakt dat gen ju oèt. Maar ik denk toch dat we daardoor als een provinciestadje werden weggezet.’

Hij lijkt gelijk te krijgen. In de media werd de winst van Wilders vooral toegeschreven aan dat merkwaardige Limburgse regionalisme, dat mensen altijd doet kiezen voor ‘eine van ôs’. De slechte wijken met inwoners die weinig moeten hebben van buitenlanders kwamen wel in beeld, maar vooral als toneel van provincialisme en een vertraagde Fortuyn-revolte. Limburg liep weer eens vier jaar achter op politiek gebied. Met als gevolg dat de rest van Nederland hooghartig kennis kon nemen van de Venlose gebeurtenissen zonder zich zélf zorgen te maken.

Dat is gevaarlijk, vindt wethouder Verheijen. ‘Je moet uitkijken dat je de problemen niet wegrationaliseert, door te zeggen dat je die achterstandswijken overal hebt en door aan te nemen dat Wilders wel vooral populair zal zijn omdat hij uit Venlo komt. De veenbrand heeft ook na Fortuyn doorgewoed. Wij zijn een beetje in slaap gesust door de “normale” verkiezingsuitslag van 2003.’

Bovendien kan Limburg in plaats van als een achterlijke provincie ook als voorpost in de mondialiserende, open economie beschouwd worden, met alle problemen van dien. Uit de vaststelling dat Wilders in zo’n situatie dankzij zijn Venlose afkomst en de aandacht in de plaatselijke media gewonnen heeft, volgt net zo makkelijk een omgekeerde conclusie. Blijkbaar is het in Nederland voor iemand met een programma als Wilders nog steeds mogelijk verschrikkelijk veel stemmen te halen. Op voorwaarde dat hij voldoende media-aandacht krijgt en de juiste uitstraling heeft. Wat als die aandacht en dat charisma zich niet zouden beperken tot de provincie Limburg?

Inderdaad, de ruimte voor een nieuwe Fortuyn is er nog steeds. Wilders slaagt er vooralsnog niet in die rol te spelen. Blijkbaar reikt zijn charisma niet veel verder dan zijn thuisbasis. En ja, dat kan volgens Derkx ook iets te maken hebben met het katholieke verleden. De bedreigingen, de voortdurend aanwezige bewaking rond zijn tot de verbeelding sprekende verschijning, het appelleert wellicht aan onderbewuste religieuze gevoelens, alle secularisering ten spijt. Derkx: ‘In het katholieke geloof hier heeft men altijd veel waarde gehecht aan heiligen. Wilders is op zijn manier voor veel mensen een beetje een martelaar.’