Opklopper

De media heeft het gedaan

Er zijn mensen die houden van Mat Herben. Er zijn mensen die Jan Peter Balkenende «sexy» vinden. Er zijn zelfs mensen die warm worden van Winnie de Jong en haar prins Bernhard-accent. Deze mensen verontrusten mij. Volgens mij menen ze het namelijk helemaal niet echt. Hun liefde is volgens mij namelijk niets anders dan vermomde haat. Haat tegen mensen zoals ik. Haat tegen journalisten, haat tegen «de media».

Waarom houden mensen van Mat Herben? Houdt Mat Herben al niet genoeg van zichzelf? Ik zag hem een paar dagen geleden op televisie bij de LPF-partijdag. Zelden had een man het zo zichtbaar met zichzelf getroffen. Mat Herben deed Elvis na, maar dan met ruitjescolbert en een verkeerde stropdas. Mat Herben wierp handkusjes naar het publiek, kneep in wangen, en dat alles onder een salvo dat je vroeger alleen hoorde als Fidel Castro het publiek zes uur lang had onderhouden over de jongste productierecords van de Cubaanse sigarenindustrie.

Waarom klapten die LPF’ers zo hard en zo lang? Wat wilden ze ermee zeggen? Zijn ze werkelijk zo blij met Herbens reddingsactie ten bate van de Joint Strike Fighter? Zien ze in Mat Herben werkelijk de nieuwe messias? Ik geloof er niets van. De enige reden dat ze Mat Herben op handen dragen is hun haat tegen de media. Daags voor het LPF-congres hadden de Volkskrant en NRC Handelsblad namelijk zeer ontluisterende berichten gepubliceerd over Herbens ongenadige jacht op de macht. Het waren tamelijk fatale onthullingen. Herben bleek met jehoviaanse missie-ijver campagne voor zichzelf te hebben gevoerd. Op jacht naar een plekje onder de zon bleek de voorlichter van Defensie onvermoeibaar te hebben geleurd met zijn plakboeken vol foto’s van Mat Herben met de paus en Mat Herben met de verzamelde generaals van de landmacht. Tot overmaat van ramp zou Herben ook nog eens hebben zitten dreigen met zijn kennis over het vermeende drugsgebruik van Pim de profeet. Exit Mat Herben, zou je als neutraal toeschouwer denken.

Maar het pakte precies andersom uit. Juist omdat Mat Herben in de publicitaire gevarenzone zat, besloten de LPF’ers hem te overstelpen met een oceaan van liefde. «De media heeft het gedaan», zo verklaarden ze eensgezind voor de camera’s. De mediamoeheid die begin jaren negentig opkwam, is inmiddels omgeslagen in een regelrechte paranoia ten opzichte van alles wat met de vrije pers heeft te maken. Als het in de krant staat, kan het niet waar zijn, zo is het adagium van het onleefbare Nederland anno 2002. Het staat haaks op alle realiteitszin, maar zie er maar eens wat tegen te doen. Mat Herben ruikt zijn kans en verklaart overmoedig dat hij nog een appeltje te schillen heeft met «de media», de publieke omroep voorop. Een en ander heeft inmiddels tot een forse crisis geleid bij de media. De dagbladpers is sinds de moord in het Mediapark bezig met een genadeloze zelfanalyse. Schuld en boete stijgen op uit de kolommen. Er zijn zelfs al hoofdredacteuren die vinden dat journalisten zich «dienstbaar» moeten opstellen. «Civic journalism» heet dat met een uit Amerika overgewaaid modebegrip. Het is niet meer dan een lapmiddel om te ontkomen aan de toorn des volks.

Wil de vrije pers deze crisis overleven, dan is het de hoogste tijd voor nieuwe strategieën. Van de zwakte moet men een voordeel maken. Ik denk dat ik weet hoe dat kan. Als de media het rijzende tij van Mat Herben c.s. werkelijk willen keren, moet men hem omarmen en knuffelen waar het kan. Overlaad de man met liefde, interview hem begripvol en met compassie, loop warm voor al zijn dwaze plannen, begraaf hem in lof. Dan is zijn belangrijkste wapen meteen uit zijn handen geslagen en komt het misschien allemaal toch nog goed.