Chávez belaagd

De mediacoup van Venezuela

Arme Endy Chavez, verrevelder van de Navegantes del Megallanes, een van de grote honkbalteams van Venezuela. Als hij aan slag komt, maken de lokale sportverslaggevers grappen. «Hier komt Chávez. Nee, niet de pro-Cubaanse dictator Chávez, de andere Chávez.» Of: «Deze Chávez slaat honkballen, niet het Venezolaanse volk.»

In Venezuela worden zelfs commentatoren ingezet in de strijd van de commerciële media om de democratisch gekozen regering van Hugo Chávez af te zetten. Andres Izarra, een Venezolaanse tv-journalist, zegt dat de campagne zoveel geweld heeft gedaan aan waarheidsgetrouwe informatie dat de vier private televisiestations in feite hun recht op uitzenden hebben verspeeld. «Ik vind dat hun vergunningen moeten worden ingetrokken», zegt hij.

Zo’n extreme uitspraak zijn we gaan verwachten van Chávez, die de zenders de bijnaam «de vier ruiters van de Apocalyps» gaf. Izarra is moeilijker aan de kant te schuiven. Izarra, een glad type dat is gemaakt voor televisie, werkte als redacteur Latijns-Amerika bij CNN en Español tot hij werd ingehuurd als News Production Manager bij het nieuwsprogramma met de hoogste kijkcijfers van Venezuela, El Observador van RCTV.

Op 13 april 2002, een dag nadat zakentycoon Pedro Carmona kortstondig de macht greep, nam Izarra ontslag onder «extreme emotionele stress». Sindsdien heeft hij keer op keer alarm geslagen over de bedreiging voor de democratie wanneer de media besluiten journalistiek af te zweren en al hun macht en overtuigingskracht in te zetten voor het winnen van een oorlog om olie.

De commerciële tv-stations van Venezuela zijn eigendom van rijke families met grote financiële belangen bij een nederlaag van Chávez. Venevision, de meest bekeken zender, is eigendom van Gustavo Cisneros, een mogol die door de New York Post de «joint venture king» is gedoopt. De Cisneros Group heeft partnerschappen gesloten met veel Amerikaanse topmerken en is daarmee een poortwachter tot de Latijns-Amerikaanse markt geworden.

Daarbij is Cisneros een onvermoeibare voorvechter van continentale vrije handel, die aan de wereld vertelt dat «Latijns-Amerika nu volledig achter vrije handel staat, en volledig achter globalisering. (…) Als continent heeft het een keuze gemaakt.»

Maar met Latijns-Amerikaanse stemmers die politici kiezen als Chávez leek dat op misleidend adverteren, het verkopen van een consensus die niet bestaat.

Dit alles helpt verklaren waarom, in de dagen voor de coup in april, Venevision, RCTV, Globovision en Televen de reguliere programmering vervingen door eindeloze anti-Chávez-speeches, slechts onderbroken door commercials die kijkers opriepen de straat op te gaan. De spotjes werden gesponsord door de olie-indu strie, maar de zenders zonden ze uit als «publieke mededelingen».

Ze gingen verder: op de avond van de coup was Cisneros’ station gastheer van bijeenkomsten van de samenzweerders, waar onder Carmona. De president van de omroep van Venezuela tekende mede het decreet dat de gekozen Nationale Vergadering ontbond. En terwijl de zenders openlijk het nieuws over Chávez’ «ontslagname» vierden, toen pro-Chávez-krachten zich mobiliseerden voor zijn terugkeer, werd een totale nieuws-black-out afgekondigd.

Izarra zegt dat hij duidelijke instructies kreeg: «Geen informatie over Chávez, zijn aanhangers, zijn ministers en alle anderen die op enige manier met hem in verband konden worden gebracht.» Hij keek met afgrijzen toe hoe zijn bazen al het breaking news tegenhielden. Izarra zegt dat op de dag van de coup RCTV een bericht van een Amerikaanse correspondent in handen had dat Chávez geen ontslag had genomen, maar was ontvoerd en in de gevangenis gezet. Het haalde het nieuws niet. Mexico, Argentinië en Frankrijk veroordeelden de coup en weigerden de nieuwe regering te erkennen. RCTV wist dat maar zei niets.

Toen Chávez tenslotte terugkeerde naar het Miraflores Palace stopten de zenders helemaal met het uitzenden van het nieuws. Op een van de belangrijkste dagen in de geschiedenis van Venezuela vertoonden ze Pretty Woman en Tom and Jerry-tekenfilms. «We hadden een verslaggever in Mira flores en wisten dat het was her overd door de Chávistas», zegt Izarra, «maar de informatie-black-out stond. Toen was het voor mij genoeg was geweest en ik besloot te vertrekken.»

De situatie is niet beter geworden. Tijdens de onlangs geëindigde staking georganiseerd door de olie-industrie zonden de tv-zenders volgens overheidsschattingen elke dag gemiddeld zevenhonderd pro-staking-commercials uit. In deze context heeft Chávez besloten de tv-zenders aan te pakken, met een serieus onderzoek naar schending van omroepnormen en met een nieuw stelsel van regels. «Wees niet verbaasd als we zenders gaan sluiten», zei hij eind januari.

Het dreigement heeft een hausse aan protest losgemaakt van het Comité ter Bescherming van Journalisten en Reporters Zonder Grenzen. En er is reden voor bezorgdheid: de media-oorlog in Venezuela is bloederig, met aanslagen op zowel pro- als anti-Chávez-media-instellingen. Maar pogingen de media te reguleren zijn geen «aanslag op de persvrijheid», zoals CPJ heeft beweerd — eerder het tegenovergestelde.

De media van Venezuela, inclusief de staatstv, hebben strakke controle nodig om diversiteit, evenwicht en toegang te verzekeren. Enkele voorstellen van Chávez (zoals een verbod op taalgebruik dat «oneerbiedig» is voor overheidsofficials) overschrijden die grenzen, en kunnen makkelijk worden gebruikt om critici de mond te snoeren. In dat licht is het absurd om Chávez te beschouwen als de grootste bedreiging voor een vrije pers in Venezuela. Die eer komt de media-eigenaren zelf toe. Dat feit is geheel voorbijgegaan aan de organisaties die over de hele wereld de persvrijheid moeten verdedigen, die nog steeds vastzitten in een paradigma waarin alle journalisten slechts de waarheid willen vertellen en alle be dreigingen komen van laaghartige politici en boze mensenmassa’s.

Dat is jammer, want op dit moment hebben we dringend behoefte aan moedige verdedigers van een vrije pers, en niet alleen in Venezuela. Per slot van rekening is Venezuela niet het enige land waar een oorlog wordt gevoerd om olie, waar mediabezitters onscheidbaar zijn geworden van de krachten die roepen om regime change, en waar de oppositie stelselmatig wordt uitgevaagd door het avondnieuws. Maar in de Verenigde Staten, anders dan in Venezuela, staan de media en de regering aan dezelfde kant.

© The Nation

Vertaling: Rob van Erkelens