Theater

De meerwaarde van een festival

Theater: Holland Festival 2006

Het was dit jaar een kwalitatief uitzonderlijk goed Holland Festival. Dat er ook missers zijn, is normaal en die waren in elk geval interessant. In VSPRS van Alain Platel waren de vespers van Monteverdi, de soms heel bijzondere acts van de dansers en het rare, mensen opslurpende decor nog niet met elkaar vergroeid. Poesjkins Mozart & Salieri uit Moskou van regisseur Anatoli Vassiliev stond misschien te ver van ons af. Waar is Vassiliev mee bezig? Met een herwaardering van het Russisch-orthodoxe verleden, vertelde hij in een nagesprek, dat op een ruzie had kunnen uitlopen als Vassiliev schelders en schreeuwers niet beleefd had bedankt: «Nu ben ik tenminste gewaarschuwd voor wat ik verder in Europa nog te horen zal krijgen.»

Andere voorstellingen vormden bijna te veel hoogtepunten. Mijnwerkersverhalen en Verdi-aria’s in Sentimenti van Johan Simons. Een Macbeth, geregisseerd door Jürgen Gosch, die mij aan Bush deed denken: een jongensachtige slappeling die door vals spel op een veel te hoge plek terechtkomt en zijn land, zijn vrouw en zichzelf in een uitzichtloze ellende stort. De opera Z_oroastre_ van Rameau, geregisseerd door Audi in het achttiende-eeuwse Drottningholms Slottsteater. Inderdaad: voorspelbaar in eenvoud, helderheid en menselijkheid, maar krijg je daar ooit genoeg van? Bovendien: zelden werd een zo aanstekelijk beeld van zwarte kwaadaardigheid en monsterlijkheid gegeven. Audi regisseerde ook een eenvoudige maar pakkende, gratis toegankelijke voorstelling, waarin acteur Hans Dagelet met een aantal piepjonge musici het verhaal van Sjostakovitsj’ avonturen met Stalin vertelde, in teksten die steeds absurder werden naarmate ze realistischer werden. Sjostakovitsj kreeg in dit festival terecht meer aandacht dan Mozart, ook door een magistrale Lady Macbeth van Mtsensk door de Nederlandse Opera.

Audi heeft, in tegenstelling tot zijn voorganger Ivo van Hove, niets tegen samenwerking van het festival met de grote kunstinstellingen. Zelfs het Rijksmuseum kreeg een razend knappe installatie van Peter Greenaway op en bij Rembrandts Nachtwacht. Maar het grootste succes van opera- en festivaldirecteur Audi is de opdracht aan de jonge componist Michel van der Aa, die leidde tot de mooiste, spannendste en inhoudelijk sterkste voorstelling van het festival: de multimedia opera After Life, waarin muziek, zangers, filmbeelden, interviews en verschuivende decors je confronteren met vragen over wat belangrijk is geweest in het leven, welke keuzes we maken, welke momenten herhaalbaar zijn en welke beslissend zijn geweest of kunnen worden. Een muziektheaterwerk dat operadirecteur Audi hopelijk nog vaak terughaalt, binnen of buiten zijn festival.

In een geslaagd festival kunnen de bezoekers allerlei routes en lijnen volgen. Dat kunnen toevallige overeenkomsten en tegenstellingen zijn, die misschien toch iets extra’s te vertellen hebben. Zo’n lijn kan ook bewust bedoeld zijn en zelfs tot buiten het festival reiken. Audi programmeerde een klassieke Japanse _Kabuki-_voorstelling. Nu is Kabuki niet de hoogste theatrale kunstvorm, het gaat om akelige, sentimentele verhalen van verraad en wraak, met veel uiterlijk vertoon, lelijke decors en quasi-traditionele gewaden. Het Amsterdamse publiek vond het prachtig.

Moeilijker viel iets anders, dat Audi de dagen daarna liet zien uit Japan. De Zwitsers-Israëlische regisseur Jossi Wieler heeft daar zo’n Japans Kabuki-griezelverhaal op een moderne manier geregisseerd. In een ondergronds metrostation, met een koele sfeer à la Edward Hopper, zien we doodgewone Japanners: hoertjes, vlotte jongens, een oudere heer, een jong echtpaar met een baby. Wat Jossi Wieler met dit aloude Japanse toneel doet, is niet anders
dan wanneer hij oude Italiaanse
opera’s moderniseert: vreemde, onwaarschijnlijke, larmoyante verhalen komen onwaarschijnlijk dicht bij ons, ze worden heel dagelijks en de uitgesleten verhalen over verlangen, liefde, verraad en wraak kunnen ons alsnog raken.

Jossi Wieler heeft bij de Nederlandse Opera al eens Mozarts Lucio Silla geënsceneerd alsof die opera zich afspeelde tijdens de val van de Muur in de ddr. In november zal hij de drie Mozart-Del Ponte opera’s in Amsterdam regisseren. Het Japanse griezelstuk is daarvan misschien al een aardig voorproefje.