Robert Anker

De meest onsympathieke held ooit

Robert Anker, Een soort Engeland

Uitg. Querido, 268 blz., ƒ39,95

De eerste scène van Robert Ankers nieuwe roman is zowel hilarisch als weerzinwekkend. Na op de weegschaal te zijn gestapt en tevreden te hebben vastgesteld dat hij nog altijd 98 kilo weegt, bekijkt David Oosterbaan, 53 jaar, acteur, zichzelf in de spiegel en trekt hij zich af. «Jezus, wat een lekker ding», murmelt hij, en hij laat diverse fantasieën elkaar opvolgen tot zijn zaad uitbundig tegen de spiegel spat. Onmiddellijk vergetend waar hij net mee bezig was en een vaag schaamtegevoel verdringend, snuift hij aan de sokken van de vorige dag, kleedt zich aan, zet zich aan de koffie en gebakken eieren met spek en kaas en overweegt een eerste jenever te nuttigen. De telefoon gaat en via het antwoordapparaat hoort hij de stem van brigadier Bosje van bureau Balistraat, die hem verzoekt contact op te nemen in verband met zijn dochter Laura die de avond ervoor op de afdeling intensive care van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis is opgenomen. Alles wijst op een overdosis heroïne. David luistert afwezig, maakt nog een boterham met leverworst en verdwijnt op zijn haveloze fiets naar een voormalige school in Oud-West waar theatergezelschap De Richting/Harmonica Beweend repeteert. Zijn werkdag kan beginnen.

David Oosterbaan is een man met weinig eigenschappen die zich laat leiden door wat het moment hem biedt. Hij is afwisselend narcistisch en lachwekkend, onverschillig en wreed, erudiet en dom. Hij is een van de meest onsympathieke helden die ooit in een roman is opgevoerd, met zijn onaantrekkelijke uiterlijk, zijn ijdelheid, zijn gevoelloosheid en totale immoraliteit. Maar hij is ook innemend, geestig en ondanks zijn verregaande egocentrisme soms bijna onweerstaanbaar. Bijna driehonderd bladzijden lang volgen we zijn gevecht om zijn dochter Laura uit de drugscene te bevrijden, zijn tot mislukken gedoemde pogingen om de jonge actrice Lena te versieren, zijn gesprekken met de diabolische engel Brian, en via flashbacks leren we alles over het leven dat hij heeft geleid. Een te vroeg gesloten, snel ontvlucht huwelijk waaruit Laura werd geboren, om wie hij zich nooit heeft bekommerd, de hartstochtelijke liefde voor het theater, de lange tocht via de toneelschool, de kraakbeweging, een hippiecommune, het toeren in de provincie, de vrouwen en de drank, de periodes van succes, de leegte en de depressies, uitmondend in een apocalyptisch einde waarin de gebeurtenissen uit zijn leven als in een dolgedraaide caleidoscoop voor zijn ogen dwarrelen.

Een soort Engeland is een roman waarin de scènes uit het leven van een acteur worden opgevoerd. Het is ook een boek over de ontwikkeling van het Nederlandse theater, dat zich in de jaren zestig laat inspireren door Artaud en Beckett, en zich tijdens de actie Tomaat opstandig losmaakt van tradities en het oubollige schmieren à la Ko van Dijk, die zinnen als «Lieve, heb je Mary Featherstone nog weleens gezien de laatste tijd?» met donderende stem de zaal in lanceerde. Ankers roman is tevens een zedenschets van het armoedige maar bevlogen leven van jonge acteurs die in onbekende gezelschappen de provincie in rep en roer brengen, een indringende beschouwing over wat theater is en zou kunnen zijn, en een fascinerende analyse van de paradoxale acteurspersoonlijkheid. Maar het is vooral zo'n magistraal boek door Ankers vermogen om de werkelijkheid tot in de kleinste details te beschrijven, om werkelijk levende en onvergetelijke personages te scheppen, in een zeer vindingrijk, virtuoos geschakeerd, voluptueus taalgebruik. De lust van het schrijven spat van de bladzijden af.

Elke scène waarin David Oosterbaan optreedt, op zoek naar zichzelf en de zin van het leven, gedreven door een niet te bevredigen verlangen naar waarachtigheid maar verstrikt in de onechtheid van het acteurs bestaan, heeft een eigen sfeer die in een eigen taal wordt uitgedrukt. De chaotische, nerveuze realiteit van het leven van Laura, de tegelijk onschuldige en verdorven junkie die er niet in slaagt clean te worden, het geitenwollensokkenbestaan in de commune waar behaarde figuren met sterk biologisch-dynamische neigingen zich aan shag te pletter roken, de gesprekken tussen de jonge aan komende acteurs met hun zucht naar het absolute, alles wordt verteld met een verbijsterend scherpe en lucide blik, in een wervelend spel met woorden, beelden, landschappen, flarden muziek en toneelfragmenten. Naast de opgeblazen, met pedante citaten doorspekte monologen van de oudere acteur op de versiertoer heeft ook elk personage zijn eigen manier van uitdrukken, die door Anker soms in dialect wordt opgeschreven. In de brieven die David krijgt, wordt het bureaucratische jargon van kwaadwillende instellingen geridiculiseerd. En door dit absurdistische toneel wandelt David Oosterbaan, hij neukt en zuipt en blowt en zweeft boven nachtelijk Amsterdam, en hij verwordt van jonge idealistische, gepassioneerde acteur tot een travestie van zichzelf, een perverse Hamlet die op het toneel geen woord meer kan uitbrengen en tijdens de première van het stuk Theatervernietiging volledig instort. Het doek valt. Er is geen aanwezigheid en geen herinnering meer, maar alleen het besef dat alles wat hij heeft gedaan alleen op de dood kan uitlopen.