SHERWOOD ANDERSON

De meester en zijn knechten

Geen Amerikaan die over suburbia schrijft kan om Sherwood Anderson heen. Zijn Winesburg, Ohio vormde het begin van het twintigste-eeuwse modernisme.

In ‘Godsvrucht’, een van de diepgravende dorpsverhalen van Sherwood Andersons invloedrijke klassieker Winesburg, Ohio (1919), noemt de alwetende verteller de veranderingen die de Verenigde Staten in de halve eeuw na de Burgeroorlog hebben ondergaan een revolutie: de industrialisatie en 'het geraas en gebulder’ van de handel, de verstedelijking, de trams, treinen en auto’s, 'de schrille kreten van miljoenen nieuwe stemmen die van over de oceaan in ons midden zijn gekomen’. Wat bleef er door die voortrazende technologie en de dagelijkse nieuwsstromen via massakrant en tijdschrift nog over van het pastorale platteland, van de nazaten van de pioniers? 'Het hoofd van een boer die vandaag de dag in een dorpswinkel bij de kachel staat is tjokvol woorden van anderen.’ De oude onwetendheid legde het loodje, de tegenstelling tussen stad en land vervaagde ogenschijnlijk, want het kleinsteedse puritanisme bleef terreur uitoefenen op geesten die vrij wilden zijn.
Winesburg, Ohio gaat over de tijd vlak vóór die vloedgolf aan nieuwigheden die de tijd en de mensen opjoeg. Anderson portretteert mensen die in Noord-Ohio ergens tussen Cleveland en Toledo maatschappelijk in de marge zijn terechtgekomen en geestelijk in de knoei. Soms biedt het landelijke uitzicht troost, of het slenteren over Main Street. Maar Winesburg, Ohio is geen grillige groteskengalerij vol gekken en dwazen. Alle vertellingen zijn nauw met elkaar verweven door het personage George Willard, zoon van hoteleigenaars en journalist van het plaatselijke sufferdje. De vastgelopen, vernederde maar nog steeds verlangende dorpelingen vinden in de journalist - die graag schrijver wil worden - een gewillig oor. Zijn dorpsgenoten zijn voor hem kopij.
Anderson schreef een roman in verhaalvorm over een dorp op de drempel van de moderne tijd. Die gefragmenteerde vorm, dat doelbewust 'verknipte vertellen’, bleek effectiever dan de ouderwetse, negentiende-eeuwse naturalistische benadering via een oorzaak-gevolg-verhaal. Geen plot maar een intuïtieve benadering van de geestestoestand van komende en gaande dorpelingen. Een vleugje Mark Twain ('gewonemensentaal’ uit Huckleberry Finn) en de lectuur van Gertrude Stein (haar vrouwenportretten in Three Lives) deden de rest. Aan het slot van Winesburg, Ohio springt de achttienjarige dorpsverslaggever George Willard op de trein 'to go west’ naar Chicago, waar hij een beroemde schrijver hoopt te worden. Hij begint waar alle anderen, onder wie zijn moeder, zijn gestrand.
Winesburg, Ohio brak de conventionele Amerikaanse letterkunde af - geen plechtstatige Literaire Woordkeus meer - en vormde het begin van het twintigste-eeuwse modernisme. William Faulkner en Ernest Hemingway, die in hun jonge en vormende jaren steun kregen van Anderson, werden snelle leerlingen die hun leermeester al gauw overtroffen. Ook latere grote schrijvers als Updike, Bellow en Roth zijn schatplichtig aan hem, ja, iedere schrijver die over suburbia schrijft kan nog steeds niet om hem heen.
William Faulkner, afkomstig uit de 'rimboe’ die Mississippi heette, ontmoette Anderson in het New Orleans van 1925, vlak voordat hij met de boot naar Europa vertrok. Anderson stelde zijn huis voor Faulkner open, trok met hem op en fungeerde als zijn literaire kruiwagen. Voor de Times-Picayune schreef Faulkner korte schetsen over marginale mensen in New Orleans: New Orleans Sketches. Die eerste vertellingen, waarin de latere meester Faulkner zich al aandient, zijn niet alleen een indirecte hommage aan Winesburg, Ohio, de bundel wordt zelfs afgesloten met een eerbetoon aan zijn voorbeeld: Sherwood Anderson, voor het eerst gepubliceerd op 26 april 1925 in de Morning News van Dallas, Texas. 'Mensen ontstaan uit de grond, als maïs en bomen: ik zie Mr. Anderson het liefst als een robuust maïsveld in zijn geboortestaat Ohio.’
De titel van diens meesterwerk vindt hij heerlijk simpel, evenals de manier van vertellen. Geen overbodig woord, geen bravado, wel rechttoe rechtaan. Hij schrijft over George Willard of de bankiersdochter Helen White, op wie de toekomstige schrijver verliefd is, met mededogen en vanuit de wetenschap dat zij, van dezelfde geboortegrond als hij, hetzelfde verdriet doorstaan. Faulkner spreekt zijn bewondering uit voor George’s moeder Elizabeth Willard en dokter Reefy, die een hopeloze liefde voor elkaar voelen. En achter alle personages schemert 'een stuk vruchtbare aarde en maïs…’
Dat Faulkner een jaar later ook een milde pastiche schreef op Andersons wat humorloze stijl in Sherwood Anderson & Other Famous Creoles was te verwachten: hoe moet je je anders als talentvolle Amerikaanse schrijver losmaken van je leermeester? Ernest Hemingway rekende veel scherper af met Anderson in The Torrents of Spring. Misschien zegt die scherpte wel iets over de mate van invloed die Anderson op hém had.
Chicago was de stad waar Hemingway Anderson leerde kennen. Hij debuteerde zes jaar na Winesburg, Ohio met een verhalenbundel, In Our Time, waarin Hemingway geweld op kleine schaal (jagen, vissen, het seksuele slagveld) met het grote geweld van de Eerste Wereldoorlog verbindt. Het zijn rurale Michigan-vertellingen rond ex-soldaat Nick Adams, de George Willard van In Our Time. In een oerversie van het slotverhaal 'Big Two-Hearted River’, waarin Hemingway Nick Adams’ succesvolle forellenvangst beschrijft, was een fragment opgenomen waarin Adams in stilte mijmert over zijn schrijverscarrière. Het was goed om pure fictie te bedrijven. Te dicht bij het echte leven blijven was niet goed. Wie waren goed? Cummings in The Enormous Room, Joyce in Dubliners. 'Ring Lardner, misschien. Heel misschien. Ouwe jongens als Sherwood. Nog oudere als Dreiser.’ Wie zijn latere, onderschatte verhalenbundels Men Without Women (1927) en Winner Takes Nothing (1933) leest moet constateren dat de geest van Sherwood Anderson nooit ver weg is: de ogenschijnlijke eenvoud van woordkeus, de onopgesmukte stijl, de aandacht voor subtiele stemmingswisselingen. Daarom moest Hemingway wel een literaire moord plegen in de Anderson-pastiche The Torrents of Spring.
In de jaren dertig, midden in de economische crisis, kreeg Saul Bellow als 'veelbelovende jonge schrijver’ een baantje bij het Federal Writers Project in Chicago, niet om politieke agitatie te bedrijven of pamfletten te schrijven, maar om in een bibliotheek lijsten van kranten en tijdschriften in Illinois samen te stellen. Werkverschaffing dus. Hij verveelde zich en kreeg vanaf 1938 een nieuwe opdracht: biografische schetsen schrijven van grote Amerikaanse schrijvers. John Dos Passos kreeg de eerste, Sherwood Anderson de tweede. Bellow was gefascineerd door het 'feit’ (veel resoluter geformuleerd dan uitgevoerd) dat Anderson zijn baan als directeur van een verffabriek ergens in Ohio eraan had gegeven, zijn huwelijk had opgeschort en in zijn eentje naar Chicago was vertrokken om daar vanaf niks een schrijverscarrière op te bouwen. Ook Bellow volgde zijn eigen 'roeping’ en verklaarde zichzelf daarom, net als Anderson, 'knettergek’. Instemmend citeerde Bellow uit diens memoires A Story Teller’s Story: 'Met mijn hele wezen was ik een verhalenverteller. De verteller heeft geen boodschap aan kopen en verkopen. Als hij daaraan toegeeft gaat hij kapot.’ In dezelfde tijd kreeg Bellow een schoolbaantje: zijn leerlingen - boerenmeisjes en tweedegeneratie joodse immigranten - kregen een leeslijst en moesten elke week een recensie inleveren. Op de lijst stonden prominent Manhattan Transfer, A Farewell to Arms en Winesburg, Ohio. Veel later schreef Bellow in een brief aan Alfred Kazin over het groteske in Andersons werk. Anderson zelf wees in zijn introductie bij Winesburg, Ohio op de vele mooie waarheden die mensen weten te koesteren, zo innig dat die waarheden hen grotesk maken. Maar zodra een mens zich een waarheid toe-eigent en ernaar probeert te leven, wordt hij grotesk en de waarheid een leugen. In een brief aan Alfred Kazin gaat Bellow op Andersons groteske in en legt hij aan de essayist uit dat het in de literatuur gaat om het 'tonen van de schijn’. En inderdaad, grote Bellow-creaties als Augie March, Herzog en Humboldt zijn geweldige schijnfiguren, welhaast ongrijpbare schijngestalten die Bellow in een biografische vertelling probeert te persen.
Sherwood Anderson is overal in de literatuur die werk maakt van de tegenstelling metropool-platteland, met daartussenin suburbia. Sla John Updike’s Odd Jobs open en je leest andermaal een hommage aan de man die een plattelander als Faulkner lanceerde en Hemingway jaloers maakte.
Maar interessanter is hoe Anderson al in Updike’s debuutbundel Olinger Stories (zeg maar Olinger, Pennsylvania) na-echoot, want dat Updike’s latere suburbia-verhalen schatplichtig zijn aan Anderson is genoegzaam bekend. In 'Flight’ bijvoorbeeld voorspelt de moeder van de zeventienjarige Allen Dow bijgenaamd Jong Amerika, staande bij een boom met uitzicht over landelijk Amerika, wat er met hem gaat gebeuren: 'Hier zijn we allemaal, en hier zullen we eeuwig blijven (…) Behalve jij, Allen. Jij zult ontsnappen.’ Ze lijkt op George Willards moeder, Elizabeth, die voor haar zoon ook zo'n toekomst wenst, als hij maar niet maatschappelijk 'gewiekst en succesvol’ wordt. Ook zij heeft een 'bevrijdingsdroom’ en gruwt van de middelmaat waarin ze zelf is blijven hangen: 'Er zit iets in hem verstopt wat wil ontluiken. Het is precies datgene wat ik in mezelf heb laten verkommeren.’ Aan het slot van Winesburg, Ohio sterft de moeder, zonder dat zij de gelegenheid heeft gehad haar verstopte bevrijdingsgeld (achthonderd dollar) aan hem te geven, zodat hij in Chicago een vliegende start als schrijver zou hebben. In een interview formuleert Updike het trauma van Olinger, Winesburg en duizend andere Amerikaanse dorpen. Dat had te maken met 'verdrongen pijn, met de mate van opoffering die het burgerlijke bestaan, en daarmee bedoel ik waarschijnlijk het fatsoenlijke leven, naar mijn idee verlangt. De vader (…) offert bewegingsvrijheid op, en de moeder ontzegt zich in zekere zin - tja, seksuele ontplooiing, denk ik; ze zitten allemaal vast…’
De hommage die Philip Roth in zijn recente Korea-roman Verontwaardiging (2008) brengt aan Sherwood Anderson is wel heel opmerkelijk. Hij situeert zijn vertelling namelijk in Winesburg, Ohio, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Niet alleen hotel New Willard House speelt een rol, ook het Winesburg College waaraan de Newarkse slagerszoon en modelstudent Marcus Messner, weggevlucht van zijn vader, studeert. Anderson schreef over veranderende denk- en gevoelspatronen in de Amerikaanse maatschappij aan het begin van de twintigste eeuw. Zijn vertellingen vormen 'een geschiedenis van misverstanden’, waarbij de historie geen achtergrond is maar het strijdtoneel zelf. Hetzelfde geldt voor Verontwaardiging, een halve eeuw later. Roth’s romantitel zou perfect passen in Winesburg, Ohio, waarin verhalen titels hebben als 'Godsvrucht’, 'Eenzaamheid’, 'Inzicht’, 'Overgave’ en 'Doodsangst’.
Ik geloof dat Ethan Canin (1960) op dit ogenblik een positie inneemt vergelijkbaar met die van Anderson in 1920: redelijk bekend maar niet beroemd en toch een verdomd goede schrijver die de tijdgeest (verloederende politiek) haarfijn aanvoelt. Romans als Carry Me Across the Water (2000) en America, America (2008) moeten het niet hebben van het grote gebaar maar van de subtiele reflectie. Het beeld van het kleinsteedse Amerika dat ex-medicus Canin via krantenman Corey Sifter in America, America schetst is minder plotgebonden dan beschouwend. De kleine gebeurtenissen ver verwijderd van de grote stad zijn doorslaggevend. Subtiele verschuivingen in gevoelens krijgen meer aandacht van Canin dan het uiterlijk vertoon en het oppervlakkige lawaai waaraan veel Amerikaanse literatuur lijdt.
Het is een goed idee geweest van Van Oorschot om een nieuwe vertaling van Winesburg, Ohio uit te geven. Op de achtergrond blijft writers’ writer Sherwood Anderson een invloedrijke rol spelen in de Amerikaanse letteren. Want vraag Michael Chabon, Dave Eggers, Jonathan Franzen, Lorrie Moore of Annie Proulx naar hun Winesburg, Ohio-leeservaring en ze maken zonder uitzondering een diepe buiging. Sherwood Anderson is na bijna een eeuw nog steeds een levendige aanwezigheid in de Amerikaanse letteren.

SHERWOOD ANDERSON
WINESBURG, OHIO
Vertaald door Nele Ysebaert, Van Oorschot, 195 blz., € 22,50