De meester van het beurs-universum

Nee, fraude mag je het niet noemen. Volksverlakkerij, daar kan hij nog wel mee leven. Maar het liefst hoort Joep van den Nieuwenhuyzen zijn nu al historische HCS- hossel op de Amsterdamse beursvloer omschreven als het ‘orkestreren van de werkelijkheid’. Zodra deze magische formule over de lippen van de gewezen ‘wonderdokter van het bedrijfsleven’ rolt, beginnen zijn ogen wat glazig te worden, krullen zijn mondhoeken op in een veelbetekenende grijns en verdwijnt zijn blik in de verre leegte van een verboden genot. Zijn verontwaardiging over de straf die het Amsterdamse gerechtshof hem verleden week in hoger beroep oplegde vanwege handel met voorkennis, maakt nauwelijks enige indruk op hem. Daarvoor geniet de schoonzoon van Gerrit van der Valk nog veel te overduidelijk van de finesses van zijn briljante financiele list. Zijn gramschap is die van het onbegrepen genie, zijn verwijt aan de rechtbank verwant aan de klacht van de miskende kunstenaar aan het adres van zijn meedogenloze recensent: ‘Maar u begrijpt mij niet!’

Van den Nieuwenhuyzen is de James Dean van ondernemend Nederland. Medio jaren tachtig, nadat hij zijn hand kon leggen op de bijna failliete boedel van de machinefabriek Begemann in Helmond, introduceerde hij een manier van zakendoen die alle tot dan toe geldende conventies overboord gooide: snel, vermetel en hondsbrutaal. Van den Nieuwenhuyzen wierp zich op bedrijven die door iedereen waren uitgekotst en veranderde die in no time in florerende, beursgenoteerde BV’s. Geheel in overeenstemming met de geest van de jaren tachtig bleek hij op zijn best wanneer de risico’s het grootst waren. Van den Nieuwenhuyzen danste op de vulkaan, hij was een Meester van het Beurs- Universum, als koning Midas veranderde hij oud schroot in goud. Als alles verloren leek, klopten vakbondsbestuurders bij hem aan met het verzoek een bedrijf van de ondergang te redden.
In zijn gepantserde Mercedes stroopte Van den Nieuwenhuyzen het land af, telkens op zoek naar nieuwe uitdagingen. Met financiele rugdekking van zijn schoonfamilie en andere leden van de benedenrivierse elite, zoals paardenfokker Leon Melchior, stortte Van den Nieuwenhuyzen zich in high risk- operaties als de Krant op Zondag, telkens op zoek naar die extra dosis adrenaline voor een nieuwe kick. Al snel werd Nederland hem te benauwd en richtte hij zijn blik op het Wilde Oosten, waar een man met zijn capaciteiten nog werkelijk zijn gang kon gaan. In de gewezen Sovjetunie viel het ene na het andere afgeschreven machinepark in handen van de superman onder de beleggers.
Dat moest natuurlijk een keer fout gaan. En dat niet alleen op grond van het aloude Hollandse mechanisme om komeetachtige sterren zo snel mogelijk in het zompige maaiveld te begraven. In het geval Van den Nieuwenhuyzen zat de catastrofe al vanaf het begin in zijn handelwijze verdisconteerd. De explosie van energie die hem naar de toppen van het zakenwalhalla deed stijgen, moest onherroepelijk leiden tot zelfdestructie. Met zijn provocatieve manier van zakendoen tastte hij naar de fatale limiet, een point of no return.
In plaats van met ijzeren berekening in te spelen op de kansen die de werkelijkheid hem bood, besloot Van den Nieuwenhuyzen de werkelijkheid naar zijn hand te zetten. De manipulatie van de HCS-aandelen was de zet van een meesterdief, bedoeld als de perfecte misdaad.
Het werd zijn ondergang.
Nu hij als bedrieger is veroordeeld, en Van den Nieuwenhuyzen zich gedwongen ziet afscheid te nemen van zijn afbrokkelende imperium, begint er in den lande een ware liefde voor hem te ontstaan. De laatste dagen is hij te gast geweest bij iedere talkshow op de buis. Hij is de favoriete delinquent van het Nederlandse volk, wordt op handen gedragen op de congressen van jonge ondernemers die hij nu dagelijks toespreekt. Het is een vorm van populariteit die doet denken aam de hoogtijdagen van meester-inbreker Aage M. en zijn thermische lans. Nederland koestert zijn schurken, als ze maar brutaal genoeg zijn geweest.
Toch valt er wel wat af te dingen op Van den Nieuwenhuyzens nieuw verworven populariteit. De totale onbekendheid van het Nederlandse publiek met het fenomeen van de handel met voorkennis (die al sinds vijf jaar strafbaar is gesteld, maar pas met Van den Niewenhuyzen voor het eerst tot een veroordeling heeft geleid), draagt er ongetwijfeld fors aan bij. Wat over het hoofd wordt gezien is dat het met aandelenmanipulatie om meer draait dan alleen geschuif met wat waardepapieren. In de Verenigde Staten hebben voor hetzelfde vergrijp als Van den Nieruwenhuyzen veroordeelde aandelenpiraten als Michael Milken en Alan Bond reeds aangetoond wat voor desastreuze gevolgen de vaak hypergecompliceerde opzetjes op de beursvloer kunnen hebben. De gigantische rookgordijnen die monetaire illusionisten van dit kaliber over bedrijven leggen, de wijze waarop zij alles lijken te kunnen loszingen van de werkelijke waarde en betekenis, is in essentie niets anders dan speculatie met andermans werk en toekomst. Met de tragische heroiek van de compulsieve roulettejunk spelen deze speculanten met de ziel en zaligheid van duizenden werknemers. Wanneer het dan een keertje fout gaat, worden niet de gokkers maar de vergokten het slachtoffer.
In die zin kan de veroordeling van Van den Nieuwenhyzen alleen maar worden verwelkomd. De toezichthouders op de Amsterdamse beursvloer hebben al veel te lang gewacht met stappen tegen de moderne aandelenpiraterij. De recente stroom van berichten over tal van misdaadconcerns die zich een plaatsje in de hoofdstedelijke effectenhandel hebben weten te bevechten, wijst uit dat er nog wel meer te doen valt. Niet voor niets staat de Amsterdamse beurs bekend als ‘het rovershol van Europa’. Wat betreft toezicht en maatregelen tegen onverkwikkelijke methoden loopt Nederland nog ver achter bij bijvoorbeeld de Verenigde Staten.
Dat komt voornamelijk omdat de opeenvolgende regeringen-Lubbers al het vertrouwen gaven aan het 'zelfregulerende karakter’ van de beurs, hetgeen voornamelijk een vrijbrief bleek voor de BV List & Bedrog. Met het offer van koning Joep, de primadonna van de Nederlandse zakenlieden, lijkt er dan eindelijk een begin gemaakt met het dweilen van de beursvloer.