Günter Wallraff, onthullingsjournalist

De meester van het undercover

In 2010 profileerde Koen Haegens de meester van de onthullingsjournalistiek, wiens nieuwste undercoverreportage vorige week in De Groene Amsterdammer stond.

EEN HOND PIST over hem heen, kinderen breken zijn ledematen. Maar het ergste is de verveling. De routine is dodelijk, het gebrek aan bewegingsvrijheid verstikkend. En niemand doet iets, zo klaagt Günter Wallraff als vanouds de zwijgende Duitse meerderheid aan. De meester van de undercover-reportage is weer onderweg. In de karikatuur van het satirisch magazine Titanic deze keer vermomd als boom.

De grap ligt voor de hand. Günter Wallraff, de man die als Turkse gastarbeider in de Duitse industrie en als riooljournalist bij Bild wereldfaam verwierf, maakt zijn comeback als onthullingsjournalist. Na twee decennia afwezigheid doorkruist hij sinds 2007 het land, vermomd als dakloze, arbeider voor een Lidl-toeleverancier, medewerker van een callcenter en Somalische vluchteling. Het resultaat van die verkleedpartij verschijnt volgende week in Nederlandse vertaling, getiteld Heerlijke nieuwe wereld.

De beroering die Wallraff veroorzaakt met zijn journalistieke spitwerk lijkt niet minder dan vroeger. Tegelijkertijd moet de 67-jarige zich verdedigen tegen de kritiek dat hij een karikatuur van zichzelf wordt. Wallraff undercover, is dat niet de journalistieke pendant van een optreden van de Spice Girls of Kiss? Beroemdheden die het geluid waren van een tijd, maar niet doorhebben dat deze voorbij is?

De tijd van Wallraff, dat is de periode van de jaren zestig tot halverwege de jaren tachtig. De in 1942 vlak bij Keulen geboren arbeiderszoon was een van de prominentste stemmen van de anti-autoritaire generatie van ‘68 in Duitsland. 'Ik wilde uitbreken’, verklaarde hij meermaals over zijn jeugd. 'De walm van de nationaal-socialistische massamoord hing nog over de hele maatschappij. Om het benauwd van te krijgen.’

Wallraffs breekijzer was zijn pen. Hij zou tot schoolvoorbeeld worden van de geëngageerde, participerende journalistiek. Daarbij beschrijft de reporter niet vanaf de zijlijn wat hij ziet, maar dompelt hij zich onder in het echte leven, om uit eigen ervaring te kunnen berichten van maatschappelijke misstanden.

Daarbij past geen journalistieke carrière volgens het boekje. Wallraffs schrijversbestaan begon niet met een journalistieke studie of aanstelling, maar op de plek waar de nationaal-socialistische walm het dikst was: het leger.

Volgens Wallraff stonden de officierskamers in zijn tijd nog bol van de bruine symboliek. De reden dat hij toch in dienst ging, lag bij zijn gebrek aan discipline. Hij diende zijn weigeringsverzoek te laat in. In plaats van dat dat als een bevestiging van zijn ongeschiktheid werd beschouwd, was het een reden hem alsnog op te roepen. Het hielp weinig. Wallraff weigerde een geweer te dragen en stak bloemen in de loop. Hij belandde op de psychiatrische afdeling. Uiteindelijk liet het leger hem als 'abnormale persoonlijkheid’ vertrekken. Maar niet met lege handen. Al die tijd had Wallraff een dagboek van zijn ervaringen bijgehouden. Dat stuurde hij Nobelprijswinnaar Henrich Böll toe, die hem aanmoedigde zich verder toe te leggen op het schrijven.

In de jaren daarna liftte Wallraff door Scandinavië en leefde hij in daklozencentra. Toen hij amper twintig was ging hij in de West-Duitse industrie werken. Geïnspireerd door de Franse arbeider-priesters ontwikkelde Wallraff zich tot arbeider-journalist. Over wat hij in de fabriek meemaakte, schreef hij artikelen voor vakbondsbladen. 'Deze existentiële ervaringen, en vooral de mensen wier lot ik deelde, hebben mij meer getekend en ontwikkeld dan de beste universiteit het had kunnen doen’, schreef Wallraff onlangs in een bijdrage voor zijn huidige werkgever, het weekblad Die Zeit.

Al snel hing in de bestuurskamers van grote ondernemingen zijn signalement. Het weerhield hem er niet van in de daaropvolgende jaren met telkens nieuwe undercover-onthullingen van zich te doen spreken. De reeks vermommingen is eindeloos. Wallraff kroop door de jaren heen in de huid van daklozen, arbeiders en een student op kamerjacht. Eén keer deed hij zich voor als een katholieke fabrikant, om een geestelijke aan de tand te voelen over de vraag of de productie van napalm verenigbaar is met het geloof.

Het bekendst zijn Wallraffs rollen als Turkse gastarbeider in de West-Duitse industrie, in het Nederlands verschenen onder de titel Ik (Ali), en als Bild-journalist Hans Esser. Vier maanden lang kon deze undercover rondlopen op de redactie van het omstreden vlaggenschip van de rechtse Springer-uitgeverij. In drie opeenvolgende boeken bond Wallraff de strijd aan met Bild. Hij stelde de journalistieke methoden van de boulevardkrant aan de kaak, de politieke manipulaties en de verzonnen verhalen. Ook liet hij slachtoffers aan het woord, mensen die door Bild kapot waren gemaakt. Een reactie bleef niet uit. Wallraff kreeg een haatcampagne over zich heen, werd bespioneerd en afgeluisterd. Tot op de dag van vandaag is in de Springer-media geen goed woord over hem te vinden.

Zoals het Bild-voorbeeld laat zien, deed Wallraff geen moeite het journalistieke werk te scheiden van zijn politiek activisme. In een interview met De Groene Amsterdammer in 1995 noemt Wallraff als zijn voornaamste drijfveer 'mijn angst voor een maatschappij die zelfvoldaan is, laf is en nauwelijks burgermoed kent’. Van lafheid kon hijzelf niet worden beticht. In mei 1974 ketende hij zich op een Atheens plein aan een lantaarn vast. Daar deelde hij folders uit om te protesteren tegen de Griekse junta. De anonieme demonstrant werd door medewerkers van de geheime dienst in elkaar geslagen, opgepakt en gefolterd, totdat bekend werd dat hij Duitser was. Van de veertien maanden gevangenisstraf hoefde hij er uiteindelijk maar enkele uit te zitten. In augustus van dat jaar kwam de dictatuur ten val, en Wallraff op vrije voeten. Niet lang daarna haalde Wallraff opnieuw het nieuws. Met een voortijdige onthulling dwarsboomde hij coupplannen van de Portugese generaal Spinola. Ook die primeur dankte hij aan zijn vermogen een ander te spelen, in dit geval een louche wapenhandelaar.

MET WALLRAFFS INVLOED is ook de kritiek gegroeid. Het hardnekkigst achtervolgen hem de beschuldigingen van Stasi-spionage. Geruchten daarover doken jarenlang op in Bild. In 2003 openbaarden onderzoekers van de Stasi-archieven hardere bewijzen. Wallraff zou sinds 1968 onder de schuilnaam 'Wagner’ de Oost-Duitse geheime dienst van informatie hebben voorzien. De schrijver zelf bestrijdt dat. Voorlopig met succes: op last van de rechter mag het Springer-concern hem niet meer van Stasi-activiteiten betichten.

Des te feller zijn de aanvallen geworden op Wallraffs journalistieke methode. Met zijn undercover-reportages zou hij de privacy schenden van nietsvermoedende burgers. Daarbij dient het verzamelde materiaal slechts ter bevestiging van zijn eigen zwart-wit wereldbeeld. Uiteindelijk is volgens tegenstanders het 'wallraffen’ - in sommige landen draagt de journalistieke methode zijn naam - niets anders dan egomarketing. Al sinds zijn drieste actie tegen de Griekse generaals krijgt Wallraff het verwijt vooral reclame voor zichzelf te willen maken.

Nu zijn er aangenamere manieren om aandacht te krijgen dan je laten mishandelen in een Zuid-Europese dictatuur. Bovendien heeft de rechter in de vele processen de methode-Wallraff vrijwel altijd gelegitimeerd. Het maatschappelijk belang om misstanden bloot te leggen zou zwaarder wegen dan de deels illegale onderzoeksmethoden.

En toch: sinds Wallraff na een afwezigheid van twintig jaar het undercover-werk weer heeft opgepakt, klinkt de kritiek op zijn aanpak luider dan ooit. Het meest omstreden is zijn rol als Kwami Ogonno, de reportage waarmee Heerlijke nieuwe wereld begint en die eind vorig jaar ook als bioscoopfilm verscheen onder de titel Schwarz auf Weiß. In de hoedanigheid van deze Somalische vluchteling, inclusief bonte bloes, reisde Wallraff maandenlang kriskras door Duitsland. Ogonno wil integreren. Hij wandelt mee met een bejaardenclub, zoekt een huurwoning, vraagt een jachtvergunning aan, informeert naar een volkstuintje en meldt zijn Duitse herder aan voor een verdedigingscursus. Alles tevergeefs. De hooligans van voetbalclub Dynamo Dresden willen hem zelfs in elkaar slaan. Ook de supporters van Wallraffs 'eigen’ FC Köln worden handtastelijk zodra hij in een supporterskroeg een dame probeert te versieren.

Maar wat 'onthult’ Wallraff daarmee, behalve hetgeen iedereen al wist, namelijk dat racisme welig tiert in Duitsland? Heel weinig, meenden diverse recensenten. Door stereotiepe xenofoben op te zoeken zou Wallraff enkel het superioriteitsgevoel bevestigen van zijn grootstedelijk-academische publiek. En lag het steeds aan zijn zwarte huidskleur dat Wallraff op afkeuring stuitte, of misschien ook aan het irritante personage dat hij vertolkte? In één krant werd Wallraff afgeserveerd als een 'humorloze Borat’.

Als klap op de vuurpijl verweet een aantal prominente zwarte Duitsers hem op carnavaleske wijze een 'racistisch cliché’ te spelen. Waarom geen echte Afrikaan gevolgd en diens ervaringen vastgelegd met de verborgen camera? Wallraff kon niet anders dan in de verdediging gaan: 'Ik was niet de Borat, ik heb niet geprovoceerd.’

Gelukkig heeft Wallraffs comeback meer opgeleverd dan de avonturen van Kwami Ogonno. De heerlijke nieuwe wereld waar de titel van zijn nieuwste boek over spreekt, is de wereld van karige uitkeringen, minibaantjes, tijdelijke contracten en onbetaalde stage op stage. In die maatschappelijke verslechteringen heeft Wallraff een nieuwe bron van verontwaardiging gevonden - en er nieuwe motivatie uit geput. 'Ik moest weer van voor af aan beginnen. Binnen bedrijven zijn vanzelfsprekende rechten deels teruggedraaid. Een ondernemingsraad oprichten wordt verhinderd, mensen worden weggepest.’

Minutieus verhaalt Wallraff over hoe het er werkelijk aan toegaat achter de balie van de hippe koffieketen Starbucks. Hij schrijft over de advocaat die zich door bedrijven laat inhuren om 'zij die niet ontslagen kunnen worden’, zoals zwangere vrouwen, tóch te ontslaan. En hij doet - na een stevige verjongingskuur inclusief marathontraining - van binnenuit verslag van de wereld van de callcenters. Daar, verrast door het geraffineerde nieuwe kapitalisme, dat van de uitgebuite telefoonarbeiders tegelijkertijd uitbuiters maakt die nietsvermoedende bellers hun geld aftroggelen, is Wallraff op zijn best. Dan is de oude rot, zoals uitgerekend een recensent van de rechts-conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung schreef, ineens 'verbluffend fris’.