Lezersaanbieding voor Groene-lezers

De meeuw van Tsjechov in De La Mar-theater

Reserveer snel en maak gebruik van tijdelijke korting van € 5!
Door gebruik te maken van deze link kunt u eersterangskaarten bestellen voor de prijs van de tweede rang. U betaalt slechts €26,50 i.p.v. € 31,50 per kaartje

Op zondag 29 mei (14.30 uur)is er een lezing voorafgaand aan de matineevoorstelling van 16.00 uur. De lezing is gratis toegankelijk voor iedereen die een voorstelling van De Meeuw uit de Tsjechov3 reeks heeft bezocht. U dient wel van te voren te reserveren via info@hummelinckstuurman.nl

Medium demeeuw 1 fotograafbenvanduin

Alles is verdwenen

TONEEL: De meeuw (1)

De enige keer dat Tsjechovs Meeuw in Nederland de commerciële podia bereikte was via de musical Tsjechov van het duo Dimitri Frenkel Frank en Robert Long (1988). Inderdaad, die van Vanmorgen vloog ze nog. Als daar al een Tsjechov-toon is gezet, dan moet het er een zijn geweest van crêpe japonnen en ruisende sentimenten. Toen ik in een provincie-schouwburg aanschoof voor De meeuw van het impresariaat Hummelinck Stuurman, wierp een dame naast me een afkeurende blik op het decor, met het aan geen misverstanden blootgesteld begeleidend commentaar: ‘Nou, dat is ook een armoedig zooitje!’ En zo is het maar net.

In het programmaboekje wordt het Juttersdok bedankt, een kringloopwinkelketen waar je werkelijk van alles kunt vinden in precies van die rekken die hier op het toneel staan. In de stukken van Tsjechov wordt niet voor niets zo veel over geld gepraat: zijn personages hebben er steevast te weinig van, hun bestaan is vol armoede, die weliswaar ruim buiten het bereik van de bedelstaf is gebleven, maar die verder echt niet overhoudt. Zo karig als zijn teksten, zo is ook het bestaan van de mensen die erin rondlopen. De meeuw is een generatiestuk uit 1896 over kunstenaars en hun verhouding tot het echte leven. Dat echte leven banjert vrij ruw door hun artistieke palaver heen. Het is die botsing tussen esthetische prietpraat en geaarde taal waardoor dit stuk vaak ongemeen komisch werkt. Gerardjan Rijnders heeft deze De meeuw geregisseerd voor een lange tournee van Alkmaar tot Zwolle, als eerste van drie niet gesubsidieerde repertoirestukken door de Bard van Jalta, gepland voor de duur van maar liefst drie seizoenen.

Als we binnenkomen zit vrijwel de hele cast (tien toneelspelers) in gesprek om een grote tafel, rondom hen rekken met spullen, linksachter een minipodium, achterin een geschilderd landschap van een meer met een park en een volle maan. Door een lichte stemverheffing dimt ons geroezemoes en start de conversatie. Die is nonchalant van toon maar ter zake, door dramaturg Janine Brogt en regisseur Rijnders subtiel van vertalersruis ontdaan. In het eerste bedrijf laat de jonge generatie kunstenaars een proeve van hun werk zien, hun ‘nieuwe theater’, waaraan volgens eigen zeggen grote behoefte schijnt te zijn. Het jonge buurmeisje Nina speelt een monoloog geschreven door de toneelspelerszoon Kostja. Dat is een vreemde, deels lugubere tekst. De literaire toneelvernieuwers in de tijd van Tsjechov waren de auteurs van symboolzwangere ondergangsdrama’s, zwarte suspensestukken, ‘symbolisten’ werden ze genoemd, en Rijnders doet geen enkele poging om aan hun (nu ouderwetse, pathetische) stijl ook maar iets af te doen. Met een aandoenlijke speeldrift declameert de Nina van Eline ten Camp de monoloog, die niet begint met de opsomming van ondergaande creaturen (‘mensen, leeuwen, adelaars, herten met geweien, ganzen’) maar met de directe mededeling: ‘Alles is verdwenen’, terwijl de auteur Kostja (een zuiver spelende David Lucieer) zinderend staat mee te vibreren. Als de huisarts Dorn (Titus Muizelaar) hem na afloop van het desastreus verlopende optreden complimenteert, vliegt het joch hem om de nek, de ontroering die je daar ziet is net zo authentiek als zijn woede over de reacties van zijn actreutelende moeder. Volg de tekst, die is goed, ze heeft geen pandoer nodig - lijkt de toon van de regie. Dat is zeker ook het geval als in het tweede bedrijf het jonge talent (Nina) een indringend gesprek heeft met de gearriveerde schrijver Trigorin, hier gespeeld door Cees Geel. Die confrontatie toont wat deze voorstelling in de kern wil zijn: nuchter maar groots in de eenvoud van haar gekozen middelen. (wordt vervolgd)

Loek Zonneveld


De meeuw is de komende weken te zien in IJsselstein, Helmond, Den Haag, Veghel, Leeuwarden, Arnhem en Hoorn. Van 24 mei t/m 5 juni in het De La Mar-theater in Amsterdam. www.tsjechov3.nl

In De Groene Amsterdammer week 19 verschijnt deel twee van de recensie van De Meeuw.