Argentinië brengt ex-leiders voor de rechter

De megakredieten van Jorge Zorreguieta

Volgende week begint in Buenos Aires de rechtszaak tegen de top van de in 1999 gesprongen Banco República. De bank wordt onder meer beschuldigd van het witwassen van opbrengsten uit drugs- en wapenhandel. Ook Jorge Zorreguieta maakt als ex-bestuurder van de witwasbank kans op vervolging.

Het zijn benarde tijden voor Raúl Moneta, mediamagnaat, ex-bankier en fokker van dressuurpaarden te Argentinië. Tegen alle verwachtingen moet de hoofdrolspeler in wat het «grootste witwasschandaal aller tijden» wordt genoemd nu toch opdraven bij de Argentijnse rechter. Hij en zijn zakenpartners worden onder meer beschuldigd van onwettige vereniging, fraude en belastingontduiking, vergrijpen waar in Argentinië drie tot tien jaar gevangenisstraf op staat.
Moneta voelt al langer nattigheid. In januari dit jaar verkocht hij voor dertig miljoen dollar zijn aandelenpakket in Canal 9, in grootte de derde televisiezender van het land. In interviews strooit hij met beledigingen naar de journalisten en onderzoekers die hem het leven zuur hebben gemaakt. De temperamentvolle Moneta verkondigde onder meer dat hij slachtoffer is van een complot van joodse journalisten, die het op hem zouden hebben voorzien omdat hij een goed katholiek is. Moneta richtte zelfs een eigen tijdschrift op, El Guárdian, om zijn tegenstanders in een kwaad daglicht te stellen. Hij kampt echter met politieke tegenwind. Pogingen om aan te pappen met de nieuwe Argentijnse president Nestor Kirchner liepen op niets uit. De situatie doet denken aan het jaar 2000, toen Moneta uit vrees voor arrestatie een half jaar onderdook, daarbij geholpen door zijn Amerikaanse zakenpartner Tom Hicks – ook bekend als de Texaanse sponsor van de verkiezingskas van George W. Bush – die zo vriendelijk was om in die troebele tijd voor ettelijke miljoenen aandelen van Moneta over te nemen. Toen liep het met een sisser af. Een eerdere poging van rechter Luis Leiva uit Mendoza om Moneta’s zakenimperium door te lichten, leidde tot diens ontslag.

Deze keer lijkt hoge protectie minder snel voorhanden. En dat is ook slecht nieuws voor Jorge Horacio Zorreguieta, vader van prinses Máxima. Zorreguieta was van 1986 tot 1996 lid van het bestuur van Moneta’s Banco República, waarvan de voormalige bestuurders met ingang van 10 april moeten verschijnen voor federaal onderzoeksrechter Rodolfo Canicoba Corral in Buenos Aires.

Banco República was een exclusieve handelsbank met slechts één kantoor. Samen met de Federal Bank, een offshore-maatschappij gevestigd op de Bahama’s die eveneens in handen van de Moneta-groep was, en de grote Citibank in New York, vormde Banco República een bancaire Bermudadriehoek waar in korte tijd naar schatting niet minder dan tien miljard dollar werd doorgepompt. Via de Citibank kregen de klanten van Banco República – onder wie veel leden van het «ancien regime» van Argentinië, zoals ex-dictator Jorge Videla, vandaar dat Banco República bekend stond als «vip-bank» – een deel van hun geld terug in de vorm van leningen aan bedrijven. Het ging onder meer om geld dat aan de strijkstok was blijven hangen bij de privatisering van Argentijnse staatsbedrijven, met name in de telecommunicatie, de sector waar Raúl Moneta en zijn oom en zakenpartner Benito Lucini het vooral op hadden gemunt. Het was een vorm van kapitaalvlucht die een belangrijke factor was in de Argentijnse pesocrisis, de vier jaar durende hyperrecessie die het rijkste land van Zuid-Amerika rond 2000 aan de bedelstaf bracht. Ook tientallen miljoenen aan drugsgeld en winsten uit illegale wapenhandel zouden via deze constructie zijn witgewassen, terwijl er ook het nodige smeergeld tussen zat – bijvoorbeeld van de Amerikaanse computergigant ibm en het Spaanse Telefónica, die zich langs deze weg inkochten in de Argentijnse markt.

De ondergang van de Banco República, die in 1999 als een zeepbel uiteenspatte, is vanaf 10 april onderwerp van onderzoek door rechter Canicoba Corral. De beschuldigingen luiden dat Banco República een «onwettige vereniging» (asociación ilícita) was met als oogmerk het witwassen van geld. De andere aanklachten zijn fraude en belastingontduiking.

De bestuurders van Banco República zouden hebben gelogen tegen de Centrale Bank van Argentinië door te verzwijgen dat de Federal Bank op de Bahama’s onderdeel was van dezelfde Grupo Moneta. Dat was een economisch delict met verstrekkende gevolgen, zoals een commissie van de Amerikaanse senator Carl Levin al concludeerde in haar in 2001 verschenen rapport. Dat onderzoek van Levin spitste zich toe op de rol van de Amerikaanse Citibank – onderdeel van Citigroup, ’s werelds grootste financiële instelling – in het Argentijnse witwastraject en leidde tot een veroordeling. «Citibank nam de mondelinge verzekeringen van de Grupo Moneta dat men beschikte over een antiwitwasprogramma voor lief aan», oordeelde de commissie-Levin in haar eindrapport. «Het deed niet eens moeite om een kopie van dat programma te vragen. Kennelijk beschouwde niemand bij Citibank de activiteit op de rekeningen als verdacht, ondanks de vele zelfde dagboekingen tussen Federal Bank, Banco República en American Exchange Company.» American Exchange was een andere dochteronderneming van de Moneta-groep, gevestigd in Panama. De commissie-Levin stuurde haar bevindingen door aan de Argentijnse autoriteiten.

Volgens de Argentijnse aanklager Geraldo Pollicita, die de rechtszaak tegen Banco República aanhangig maakte, bestaan er voldoende gegevens om de verdenking te rechtvaardigen dat binnen de bank «een onwettige vereniging actief was met als doel het beschadigen van de nationale belangen van de Centrale Bank van Argentinië».

Het initiatief van aanklager Pollicita om daar nu toch werk van te maken kwam redelijk onverwacht. Eind 2005 klaagde de Centrale Bank van Argentinië nog dat er sprake was van een «doelbewuste vertraging van justitie» als het ging om het onderzoek naar de wegen van Banco República. De instantie die de affaire eigenlijk had moeten doorlichten, de Unidad de Información Financiera (uif) van het ministerie van Justitie, raakte vorig jaar nog in crisis nadat was gebleken dat de leden van het onderzoeksteam op meer dan goede voet stonden met Moneta en andere verdachten van economische delicten. De uif staat onder leiding van de aan Opus Dei gelieerde advocate Maria José Meincke, die tot dezelfde ultraconservatieve bloedgroep behoort als Moneta, en daarom wellicht weinig genegen was haast te maken met haar opdracht.

Tijdens de eerste ronde verhoren over de val van Banco República zullen de leden van de laatste bestuursraden van de bank worden gehoord. Dat betekent dat Jorge Zorreguieta – die in 1996 aftrad – vooralsnog niet op de lijst staat van individuen die voor de rechter zullen moeten verschijnen. Maar volgens Luis Balaguer, de Argentijnse forensisch accountant die zich intensief bezighield met het onderzoek naar Banco República, is dat slechts een kwestie van tijd. Balaguer: «Dit is de eerste ronde van het onderzoek. Het ligt voor de hand dat de rechter in tweede instantie de mensen wil horen die bij Banco República zaten toen de witwaspraktijken in volle gang waren. En daar hoort Jorge Zorreguieta zonder meer bij. Hij speelde een secondaire maar belangrijke rol.»

Luis Balaguer, accountant te Mendoza, is een groot kenner van het witwasimperium van Raúl Moneta. Hij stond de Amerikaanse senaatscommissie van Carl Levin negen maanden bij toen deze in 2001 het Argentijnse witwastraject onderzocht. Daarnaast werkte Balaguer voor de Argentijnse parlementsleden Gustavo Gutiérrez en Elisa Carrió, die een eigen onderzoekscommissie instelden naar het Argentijnse witwasschandaal. Gutiérrez en Carrió stelden een vuistdik rapport op, dat in 2002 werd geopenbaard. De door hen geleide Comisión Especial Investigadora sobre Hechos Ilícitos Vinculados con el Lavado de Dinero (Speciale Onderzoekscommissie naar Onwettige Handelingen in verband met het Witwassen van Geld) wees zowel Banco República als Citibank aan als vitaal station van een mondiaal opererende zwart-geldlijn die zich gedurende het presidentschap van Carlos Ménem (1989-1998) bezighield het witwassen van de winsten van het beruchte Juárez-drugskartel uit Mexico, omkoping in het bedrijfsleven en illegale – want door de Verenigde Naties verboden – wapenleveranties aan Kroatië en Ecuador, in respectievelijk 1991 en 1994.

Ménem werd na zijn presidentschap nog gearresteerd op grond van die wapenleveranties, maar tot een veroordeling kwam het niet. De wapenleveranties zouden zijn georganiseerd door de Amerikaanse mtb-bank – van oudsher gespecialiseerd in handel in narcotica, goud en wapens – die ook rekeningen had bij het bancaire imperium van Raul Moneta.

Elisa Carrió en Gustavo Gutiérrez vlogen in 1999 naar Washington om gevoelige informatie over het Argentijnse witwastraject te overhandigen aan de Amerikaanse senator Carl Levin. Die informatie werd gebruikt door de Permanent Subcommittee on Investigations van de Amerikaanse Senaat. Ook speelde Carrió haar bevindingen door aan de Europese Unie, die in de zaak was geïnteresseerd vanwege de illegale wapenleveranties aan Kroatië tijdens de oorlog op de Balkan. Zo werd de buitenlandse druk opgevoerd, met als resultaat dat Carrió opdracht kreeg voor een eigen onderzoek, als voorzitter van een speciale commissie van het Argentijnse parlement.

Al voor de publicatie van Carrió’s rapport liepen de spanningen hoog op. Het parlementslid werd herhaaldelijk met de dood bedreigd en kreeg permanente politiebewaking. Ook binnen het witwascircuit werd de spanning steeds manifester. Op 5 februari 2001 barstte de bom. In het chique toeristenoord Cariló aan de Argentijnse kust werd het lichaam gevonden van bankier Mariano Losanovsky Perel, topman van Antfactory Latin America, een beleggingsmaatschappij die in gedeelde handen was van de Londense Antfactory en Citicorp Venture Capital, eigendom van de Citigroup. Perel was samen met zijn vrouw vermoord met een nekschot. De politie sprak over een professionele liquidatie. Perel zou te veel van de witwasmachine hebben geweten.

Elisa Carrió vatte de dubbele moord op als een noodsignaal vanuit de corrupte financiële wereld en drong bij toenmalig president Fernando de la Rúa aan op harde maatregelen. De la Rúa, in het nauw gebracht, kwam een week na de moorden, op 13 februari 2001, uiteindelijk op de proppen met een nieuwe wet tegen witwaspraktijken en verzocht het Argentijnse hof over te gaan tot onderzoek naar de activiteiten van Citibank in Argentinië. Daarnaast werd de rechtbank verzocht Banco República te onderzoeken, alsmede de daaraan verbonden Federal Bank en de Mercado Abierto Bank van zakenman Aldo Luís Ducler. Dat onderzoek leidde aanvankelijk tot niets. Maar nu met Nestor Kirchner een andere wind waait, is de rechtsgang dan toch nog van de grond gekomen.

Ook Jorge Zorreguieta moet zich zorgen maken, meent accountant Luis Balaguer: «Tot nu toe bleven Moneta en Zorreguieta buiten schot vanwege de zeer hoge corruptie onder de Argentijnse rechters. Geen enkele aanklager of rechter ondernam actie nadat de Amerikaanse onderzoekscommissie van senator Carl Levin de verzamelde bewijzen tegen Banco República naar Argentinië had gestuurd. Die senaatscommissie had geconcludeerd dat Citibank witwasoperaties van de Federal Bank en Banco República mogelijk heeft gemaakt in de tijd dat Jorge Zorreguieta daar in het bestuur zat. Daarbij zaten inbegrepen bewijzen dat de Federal Bank en Banco República geld witwasten uit drugshandel, geld dat via deze banken Argentinië was binnengekomen.»

In 2001 liet Zorreguieta overigens wel iets los over zijn tijd bij Banco República. In een interview met het tijdschrift Gente van 10 april 2001 verklaarde hij: «Dat men me beschuldigt van het witwassen van geld is een schande. Ik behoorde tot het bestuur van Banco República, van Raúl Moneta, dat is waar. Ik begon in 1992 en ging weg in 1994. Dat is zeven jaar geleden! Veel eerder dan dat de Federal Bank in zicht kwam. Ik heb nooit witwasoperaties gezien. Als ze er al waren – iets wat ik betwijfel – moeten die zich in de periode 1998-1999 hebben afgespeeld.»

«Pure leugens», meent Luis Balaguer: «Uit verklaring nummer 63.732 van de Inspección General de Justicia de la República Argentina blijkt zonneklaar dat Zorreguieta van 1986 tot 1996 lid was van het bestuur van Banco República, en niet van 1992 tot 1994, zoals hij in het interview zegt. Met andere woorden: Zorreguieta maakte wel degelijk deel uit van de top van Banco República toen deze in maart 1992 de Federal Bank oprichtte, en ook in november 1992, toen de witwasoperaties via de rekening van de Citibank begonnen. Dat hij nog tot 1996 aanbleef, impliceert dat Zorreguieta vier jaar lang direct bestuursverantwoordelijkheid droeg voor deze praktijken. Zorreguieta bekleedde al die tijd als stemhebbend lid van Banco República een niet te onderschatten functie.»

In de tien jaar dat Zorreguieta deel uitmaakte van de leiding deed Banco República zaken met diverse grote drugskartels, zegt Luis Balaguer: «Het Mexicaanse Juárez-kartel waste in die periode zijn geld wit via de Federal Bank. Zo ook het Colombiaanse Medellín-kartel. In 1994 bracht de weduwe van Pablo Escobar, Victoria Eugenia Henao Vallejos, onder de valse naam van Isabel Santos een bezoek aan Argentinië, waar ze voor vier miljoen dollar investeerde in onroerend goed. Dat geld werd betaald via de Federal Bank. Ook het Colombiaanse Cali-kartel deed in die periode zaken met de Federal Bank, dit via een maatschappij genaamd Selenco.»

«Voor mij bestaat er geen twijfel dat Zorreguieta zich schuldig heeft gemaakt aan economische delicten», meent Balaguer: «Niet alleen als bestuurslid van Banco República, maar ook als bestuurder van Gotuzzo SA, een bedrijf dat zich had toegelegd op productie van kabels. Gotuzzo kreeg via Banco República in 1998, toen Zorreguieta deel uitmaakte van het directorium van dat bedrijf, een krediet van één miljoen dollar, zonder dat daar enige garantie tegenover stond. Indertijd hebben inspecteurs van de Centrale Bank van Argentinië nog bezwaar aangetekend tegen die constructie, zoals blijkt uit inspectiebericht 100.115/99 van 30 juni 1998.» Daarnaast prijkt de naam van Zorreguieta op een lijst van verdachte transacties van privé-rekeninghouders van Banco República en de Federal Bank. Balaguer: «Zorreguieta geniet hoge steun, zeker nu hij direct gelieerd is aan het Nederlandse vorstenhuis. Maar de vraag is hoe lang die hoge steun hem uit de rechtbank kan houden.»

Rechter Canicoba Corral, de magistraat die het onderzoek tegen Banco República leidt, is overigens ook gemoeid met het onderzoek naar de verdwijning in 1976 van de biologe Marta Sierra, die werkzaam was op het ministerie van Landbouw toen zij in maart 1976 door gemaskerde mannen in burger werd ontvoerd om nooit meer te verschijnen. De nabestaanden van Marta Sierra vroegen Canicoba Corral om een rechtszaak, waarbij ook Zorreguieta, als ex-bewindsman van Landbouw, zou moeten worden gehoord. In 2004 stelde Canicoba Corral om deze redenen een strafrechtelijk onderzoek in, dat nog steeds loopt.

In haar boek El Banquero: Raúl Moneta, amigo del poder en la ruta del lavado (2001) beschrijft onderzoeksjournaliste Susana Viau van het in Buenos Aires gevestigde dagblad Pagina 12 hoe de komst van Jorge Zorreguieta naar Banco República indertijd van groot belang was ter verhoging van de status van de bank: «De komst van Zorreguieta naar de kleine, onbekende Banco República was onderdeel van de strategie van Raúl Moneta om zijn bank te dynamiseren. Banco República kocht de geprivatiseerde Mendoza-bank, die later eveneens in zijn val zou worden meegesleurd, en knoopte banden aan met Citibank. De volgende stap van Moneta was om zich in te kopen bij Citicorp Investment Equity (cei), dat was opgericht door Richard Handley, president van de Citibank in Argentinië. Vervolgens krijgt Moneta van Citibank alle gelegenheid om zijn witwasmachine te starten. De Federal Bank op de Bahama’s, niet meer dan een postbusfirma, wordt door Citibank als een welkome klant binnengehaald en via die bank worden er miljarden op de rekeningen van de Citibank in New York gestort, zonder dat er enige vragen worden gesteld. Hetzelfde gebeurt met de in Panama gevestigde American Exchange Bank, die eveneens in handen van de groep-Moneta was. Het is nog steeds de vraag of Moneta in werkelijkheid eigenlijk wel meer is geweest dan een stroman van de Citigroup, of dat er andere belangen achter zitten. Het feit dat dat nog steeds giswerk is, is misschien wel het meest beangstigende aan deze hele affaire.»

Hoe het ook zij, tussen Raúl Moneta en Jorge Zorreguieta zijn de verhoudingen nog steeds amicaal. Zorreguieta duikt voortdurend op in de kolommen van Moneta’s economische tijdschrift El Federal, dat op 24 september 2005 nog de cover voor hem inruimde en onder de kop «Azúcar Real», koninklijke suiker, een bewonderend getoonzet verhaal bracht over Zorreguieta’s huidige functie als voorzitter van de Vereniging van Argentijnse Suikerproducenten.

De vraag is echter hoe lang Zorreguieta zich nog deze omhelzingen van Raúl Moneta kan laten welgevallen.