Film

De melancholieke man

Film: ‹The Killing› (1956 ) van Stanley Kubrick

Johnny Clay (Sterling Hayden) droomt van een beter leven. Maar dat spat uiteen op het vliegveld waar hij met duizenden geroofde dollars de benen wil nemen. Zijn tas barst open. De buit dwarrelt de donkere nachtlucht in. De politie ziet hem staan. Zijn liefje, Fay (Coleen Gray), probeert het nog: «We moeten weg!» En Hayden, een gebroken man, mompelt: «Werkelijk. Wat maakt het uit?»

Weemoedig geeft de gespierde gangster zich over. Iets banaals als een kapotte tas bepaalt zijn lot. Dat maakt Johnny nog altijd boeiend. In deze tijd lijkt geen leven mogelijk zonder functionerende apparatuur — en toch lijkt technologie nooit volledig te vertrouwen.

Sterling Hayden was een fantastische acteur. Door zijn forse lichaamsbouw en diepe stem is zijn verschijning op het scherm al genoeg om spanning te creëren. Tegenover Joan Crawford vertolkte hij zijn mooiste rol als de gitaarspelende cowboy in Johnny Guitar (1954) van Nicholas Ray.

Twee jaar later is zijn spel in Kubricks baan brekende film noir The Killing doortrokken van latent geweld. Wie Sterling Hayden als Johnny ziet, krimpt in zijn stoel. Als een fatale vrouw zijn plannen voor een overval op een paardenrenbaan dreigt te dwarsbomen, spuugt hij de woorden uit: «Ik denk niet dat ik je hoef te vermoorden. Maar misschien is het nodig dat mooie gezichtje van je tot pulp te verwerken.»

Het sadisme van Johnny weerklinkt in de jaren negentig — in de gedaante van Mr. Blonde (Michael Madsen), de boef die in Reservoir Dogs van Quentin Tarantino het oor van een politieagent afsnijdt. Net als Hayden in Kubricks film een brok agressie is, is het beruchte dansje van Madsen in Tarantino’s film een wreed voorspel tot geweld. Maar hier is het curieuze: beide mannen roepen sympathie op, misschien doordat ze zich laten kennen. Onbeschaamd dromen ze over een beter leven. En hun begeerte is vertederend.

Behalve door de connectie met Reservoir Dogs is Kubricks film vooral belangrijk vanwege een sublieme vooruitwijzing naar een van zijn obsessies: het onvermogen van de melancholieke man. Zo zijn in 2001: A Space Odyssey (1968) de ontheemde astronauten het slacht offer van technologisch falen. Maar al in The Killing nekt technologie de eenzame man.

Terug naar eerder die dag: na de overval op de renbaan koopt Johnny een tas waarin hij het geroofde geld stopt. Met sleuteltjes probeert hij de tas op slot doen. Maar de sloten zijn stuk. Nerveus smijt Johnny de sleuteltjes weg.

Later die dag: het kapotte sluitmechanisme heeft desastreuze gevolgen, op het vliegveld. Nu vult Sterling Hayden het scherm niet meer. Hij zegt iets. Wat maakt het uit.

Te zien vanaf 11 maart in Cinerama, Amsterdam en ’t Hoogt, Utrecht