Tim den Besten (achter midden) in de eerste aflevering van 100 dagen in je hoofd © VPRO

Ooit liep op zondagmiddagen een oudere vrouw door onze stille straat. Ze jammerde. ‘Moeder’ kwam erin voor. Altijd een brok in de keel. Dus alle begrip voor de tranen van Tim den Besten en Nicolaas Veul tijdens de honderd dagen dat ze als stagiair meeliepen in psychiatrische kliniek GGzE Eindhoven. Tim op een afdeling voor mensen met een lichte verstandelijke beperking plus psychische problemen. Nicolaas op een gesloten afdeling. Tranen soms bij heftige situaties (een wanhopig jammerende vrouw die voorzichtig tot iets gedwongen moet), maar vaker bij reflectiegesprekken met hun eigen professionele begeleiders. Om lijden, uitzichtloosheid; om eigen machteloosheid, onbegrip en onvermogen; door fysieke en vooral psychische zwaarte van het werk; om opgedaan zelfinzicht.

Die hard nodige begeleiders zijn er alleen niet om hen een moeilijk, verantwoordelijk vak te leren, maar om hen met dat vak, beoefenaars ervan en bovenal met mensen voor wier problemen dat vak bestaat (en dat óók voor ons aller welzijn) bekend te maken. En vooral om óns daar kennis mee te laten maken, want dat is hun gekozen opdracht als tv-maker. Nobel. Tegelijk had en heb ik bedenkingen, al zijn die in aflevering twee, dag 32, tot waar ik de reeks zag, minder geworden.

Het is een koosjer duo, zoals bleek in Oudtopia (verzorgingshuis) en 100 dagen voor de klas. Maar tussen bejaarden en voor de klas zijn hun algemene competenties bruikbaarder en vooral, brengen ze minder risico’s mee voor de groepen die ze portretteren. Dat zij dit project zelf willen valt te begrijpen en vanwege voorspelbare zwaarte te loven, maar dat de inrichting hen toeliet verbaasde me toch. Vanwege de privacy van cliënten en personeel, en vanwege Tim, die van goeden wille maar toch ook een ongeleid projectiel is. Prompt gaat hij op z’n Tims van start door in een stille ontbijtkamer persoonlijke vragen op Djina af te vuren. Die reageert ogenschijnlijk kalm maar blijkt later totaal van slag.

Tims mentor Marlou spreekt hem er voorzichtig op aan. ‘Schiet niet te veel alle kanten uit.’ Tim: ‘Je lijkt mijn moeder wel; dat hoor ik al 33 jaar.’ Wat moet zij daarmee? Echt, ik had hem het liefst een dreun gegeven. Al blijkt hij er wel degelijk mee te zitten en probeert hij te leren. Toegegeven: voor het programma zou alléén bedachtzame Nicolaas minder spannend zijn. In een later gesprek met Annemiek, leidinggevende, brengt die Tim tot de conclusie: ‘Dus ik ben te veel met mezelf bezig in plaats van met de cliënt.’ ‘Jij zegt het’, zegt ze lachend. Maar Tim lacht niet. Steeds meer besef ik dat zijn fouten toch ook lessen voor mij zijn. Het lijkt zo een gemeenplaats: ‘Zie de ander niet als cliënt, laat staan patiënt, maar zie de mens.’ En: ‘Oordeel niet.’ En: ‘Tussen normaliteit en psychische problemen is de grens flinterdun.’ Indrukwekkend hoe een jonge vrouw in de nachtploeg die grondregels totaal verinnerlijkt heeft. Zoals haar meeste collega’s.

Tim den Besten, Nicolaas Veul,_ 100 dagen in je hoofd, VPRO, zes delen vanaf donderdag 21 oktober, NPO 3, 20.55 uur