De mens alleen

Lauren Groff: de mens is zonder enige zekerheid in de wereld geworpen © Kristin Kozelsky

In het openingsverhaal van de verhalenbundel Florida loopt een woedende schrijfster elke avond rondjes door haar wijk vol statige, vervallen huizen. Ze is er tien jaar eerder komen wonen met haar man, nu zijn er twee kinderen en de gentrificatie van de buurt is ingezet. Met andere woorden, zoals heel kort wordt aangestipt, de zwarte bewoners verdwijnen uit de buurt. Ze loopt, omdat ze niet die vrouw wil zijn die haar woede loslaat op haar angstige kinderen.

De vertelster is een Noordeling die moet wennen aan een enigszins clichématig beschreven Zuiden: magnolia’s, veranda’s, drukkende hitte, reptielen – heel veel slangen – en, natuurlijk, de onheilspellende slierten Spaans mos. Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor haar woede. Er is de suggestie dat haar lieve, zorgzame man vreemdgaat, maar dieper nog is de onoplosbare wanhoop over het feit dat ze twee kinderen op een gedoemde planeet heeft gezet. Ze ziet overal tekenen van verval: in de frêle vrouw die elke avond haar hond uitlaat, de stokoude nonnetjes in een van de grote huizen, de daklozen, in de overvloed aan plastic in de gangpaden van de helverlichte drogist, de zwanen waarvan de kuikens dat jaar allemaal zijn opgegeten. Terwijl ze loopt gaat de winter over in de zomer.

Lauren Groff schreef drie goed ontvangen romans en had een hit met Fates and Furies. Florida is haar tweede verhalenbundel. De hoofdpersoon in vijf van de elf verhalen uit de bundel vertoont veel overeenkomsten met Groff: een schrijfster van begin veertig, met twee kinderen, die in Florida woont. Dit terugkerende personage is een vrouw die al te goed in staat is de existentiële leegte en de dreiging van het kwaad in de mens onder het oppervlak van het alledaagse leven te zien. Onbehagen over het einde van de wereld verduistert haar gemoed en elke intieme relatie. Haar behoeftige paniekerigheid na het lezen van een artikel over het sterven van koraalriffen, is in het verhaal ‘Bloemenjagers’ bijvoorbeeld de laatste druppel voor haar beste vriendin om hun relatie even stop te zetten.

‘Ze was slechts een van de levende verlorenen tussen de vele andere levensvormen’

In een ander verhaal worden twee zusjes achtergelaten op een vakantie-eiland met alleen een valse hond als gezelschap. De oudste zorgt zo goed en kwaad als het gaat voor de kleinste, de hond verwildert, het jongste zusje verraadt subtiel de oudere. Het verhaal heet dan ook ‘Hond wordt wolf’. En de eerste associatie is met de uitspraak ‘de mens is een wolf voor de mens’ de beschrijving van een natuurstaat waarin het leven, naar Hobbes, naargeestig, bruut en kort is. Het oudste zusje kijkt later met verlangen terug naar deze intense dagen waarin het leven teruggebracht werd tot de essentie. In deze bundel lijkt die herinnering ook model te staan voor een grotere angst over terugtrekkende beschaving.

Ook in ‘Boven en onder’ moet een vrouw in haar eentje zien te overleven. Beginnend als docent en promovendus glipt het bijna-middenklasse-leven uit haar handen wanneer haar degelijke vriend haar verlaat voor een studente en de studieschulden haar boven het hoofd groeien. Met het leven op straat verliest ze al haar overtollige vet en ideeën van beschaving, zelfs de laatste flarden poëzie en literatuur verdwijnen uit haar hoofd. Uiteindelijk trekt ze de prairie in en beseft ze werkelijk moederziel alleen te zijn. Ze denkt aan de slangen en alligators, en haar conclusie is dat ‘ze slechts een van de levende verlorenen was tussen de vele andere levensvormen, niet bijzonder omdat ze een mens was’.

‘Yport’, het enigszins vormloze laatste verhaal van de bundel, is ook het beste. Een vrouw alleen gaat zomers naar de Franse kustplaats met haar zoons. Ze is al jaren bezig met een boek over Guy de Maupassant, die daar werd geboren, maar hoe meer ze over hem leest des te groter haar afkeer van de man. Ze drinkt te veel, de stinkende huisjesverhuurder blijft maar rondhangen, er is geen wifi. Mooi hoe die desolate sfeer van huiselijkheid die net niet slaagt wordt geschetst. Ze speurt in haar kinderen naar sporen van het kwaad. Ze beseft dat al haar pogingen even geen Amerikaan te hoeven zijn zullen mislukken, ze hoort thuis in Florida.

De veelvuldig voorkomende orkanen, stormen en heftige regenbuien vallen soms al te handig en symbolisch samen met de plot van de verhalen. Aan de andere kant zijn het juist deze stormen die de bundel binden en laten zien dat de mens in de wereld geworpen is zonder enige zekerheid. Het zijn klassieke verhalen, kunstig gecomponeerd met gebeurtenissen die door elegant gedoseerde informatie steeds in een nieuw licht worden geplaatst. Groff springt daarbij soepel van tijd naar tijd en vertelt vloeiend vanuit verschillende perspectieven. De bundel legt een opvallende nadruk op de mens alleen, alleen met zijn gemoed, geweten en ziel. De schrijfster is goed in het blootleggen van de stille wanhoop die onder elk leven lijkt te kolken, zelfs het middenklasse-leven van een schrijfster met man en twee kinderen. Dit onbehagen weet ze mooi te verbinden met de klamme Florida-zomer, de voortdurende dreiging van tropische stormen en orkanen en de rouw en woede om de onmacht van leven onder klimaatverandering. Tegelijk zit die onmacht misschien ook al diep ingebakken in de individualistische en klassieke vorm van de verhalen.