De mens als computer

Sciencefiction leert ons dingen over het nabije verleden, of het heden. Meer dan over de toekomst. Wat we precies opsteken? Kijk naar ‘The Matrix’ en naar ‘eXistenZ’. Van respectievelijk de broertjes Wachowski en David Cronenberg.

Sciencefiction loopt altijd achter de feiten aan. Misschien meer nog dan realistische of naturalistische genres veroudert het voorspellende filmmaken zo snel dat tegen de tijd dat een sciencefictionfilm in de bioscoop is te zien hij al sporen van aftakeling vertoont. De toekomst laat zich niet verzinnen, want die bestaat uit een reeks onsamenhangende en stuurloze processen die in hun willekeur de meest fantasierijke verbeelding met gemak met stomheid slaan. Al heeft sciencefiction dan weinig zinnigs te melden over wat ons te wachten staat, over het nabije verleden - of noem dit het heden - kan het soms verrassend helder zijn. Zo doen twee recente films, The Matrix van Andy en Larry Wachowski en eXistenZ van David Cronenberg, opmerkelijke uitspraken over angsten die samenhangen met de opmars van de computer in het tijdverdrijf. Als het spelen van computerspelletjes leuker en opwindender is dan echt spelen in een niet-virtuele ruimte met niet-virtuele mensen, waar moet dit dan toe leiden? Een totale afhankelijheid van het spelletjesapparaat? Beide films stellen deze zelfde vraag, al doen ze dat elk op een andere manier. In een verschillende stijl. Hun antwoorden, voor zover je van antwoorden kunt spreken, lijken weer wel veel op elkaar, maar dat zal komen doordat juist het antwoordgedeelte van toekomstvoorspellingen zo aan het hier en nu is vastgeklonken. The Matrix is van de twee films de meest onderhoudende en virtuoze. Hij is in feite gebaseerd op een slimme omkering van zaken. De wereld zoals wij die nu kennen is binnen de werkelijkheid van de film een door computers geschapen schijnwerkelijkheid. Iedereen wordt perfect voor de gek gehouden en vooral de kijker kan zich verontrustend comfortabel voelen, want de nepwerkelijkheid van wrede machines doet immers prettig vertrouwd aan. En wat maakt het ook uit of de werkelijkheid echt of namaak is als je het verschil niet ziet, voelt of ervaart? Tot die conclusie komt de verrader van de hoofdpersoon in The Matrix. Hij kiest bewust voor een rijk en comfortabel leven in de namaakwereld omdat de werkelijke wereld in alle opzichten voor de schijn onderdoet. De held denkt daar natuurlijk anders over. Daar is hij een held voor. Hij mag al zijn talenten en moed inzetten om de totalitaire machines te bevechten die overigens de overzichtelijke gedaanten van filmschurken hebben aangenomen. The Matrix is een goede film omdat hij niet te lang stilstaat bij zijn vernuftige gespiegelde toekomstvoorspelling en verder alle moeite en inventiviteit is gestoken in het vertellen en vormgeven van het verhaal. Hij bevat vechtscènes die zich wat betreft choreografie kunnen meten met het beste uit Hong Kong en doordat ze ook nog eens volgens die laatste stand van de techniek effectvol zijn bewerkt, steken ze Hong Kong zelfs naar de kroon. Art direction en special effects zijn zeer wezenlijke bestanddelen in het sciencefiction-genre en in The Matrix wordt voor alle navolgers de lat flink hoger gelegd. Je kijkt je ogen uit. Cronenberg - en dat mag je verwachten van deze filosoof onder de genrefilmers - heeft het heel anders aangepakt. Zijn effecten zijn niet virtuoos of adembenemend, maar wel origineler en verwarrender. Hij is niet, zoals de Wachowski’s, uitgegaan van de logica en de esthetiek van het computerspel, maar van de motoriek en de lichamelijke beleving van de computerspelspeler. Bij hem geen verbluffende digitale anamorfosen als in The Matrix, maar een geestige en griezelige uitwerking van de gedachte dat als de speler steeds meer één wordt met zijn computer, deze computer het karakter van een lichaam zal moeten krijgen. Zo wordt een voedingsnoer een navelstreng die de speler verbindt met een organische computer. Beeldschermen zijn onnodig geworden want het apparaat spreekt rechtstreeks tot de hersenen. Het spelen wordt een lichamelijke beleving als seksuele opwinding of een drugsroes. Hoe futuristisch beide films ook zijn, ze worden toch gewoon voortgedreven door een soort misdaadverhaal. Kwade krachten bevechten nog immer goede krachten en de uitkomst maakt nog steeds verschil voor de toekomst van de mensheid. Dat goed en kwaad nog wel eens overbodig zouden kunnen worden maakt nog geen deel uit van de filmtoekomst. Er is nog hoop.