Kunst

«De mens is een groot monster met animale driften»

Beeldende kunst: Anya Janssen in Emmerich

De schilder Anya Janssen (Nijmegen, 1962) houdt van registreren. Als kind ging ze met haar vader de stad in om mensen te observeren. Urenlang konden ze samen op een bankje zitten turen zonder een woord te wisselen, zich onderwijl afvragend hoe het leven van al die toevallige passanten eruit zou zien. De voorbijgangers kregen zonder het te weten een rol toe bedeeld in de film die Anya in haar hoofd afdraaide.

Janssen is uitgegroeid tot een opmerkelijke kunstenares. Ze studeerde in 1985 af aan de Academie van Arnhem. Haar werk was te zien op de KunstRai (2001), Art Basel (2001) en in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem, dat werk van haar in de collectie heeft opgenomen. Op het Pan Kunst Forum in Emmerich heeft ze dezer dagen een solo-expositie. Omdat er schilderijen zijn te zien uit elke serie die Janssen in de afgelopen tien jaar heeft gemaakt, wordt er al gesproken van een overzichtstentoonstelling.

Over het algemeen werkt ze in series, waarbij de ene serie voortborduurt op de uitkomsten van de andere. Ze maakt schilderijen in een figuratieve, realistische stijl vol warme kleuren, die qua sfeer nog het meest doen denken aan surrealistische «filmstills», beelden die het midden houden tussen droom en realiteit. Het is de schemerzone die haar intrigeert. De mens is beeldvullend aanwezig, in het centrum van alle aandacht en tegen een ondefinieer bare landelijke achtergrond. Gevangen in het kader van het schilderij, ontsnappen is onmogelijk. Karakteristiek is ook de mysterieuze warme gloed die haar werk kenmerkt. Het is alsof de afgebeelde figuren worden belicht door een vuur dat zich buiten de voorstelling bevindt. Janssen blijkt met name geïnteresseerd in de paradox tussen individu en uniformiteit, in hoeverre beide met elkaar in conflict zijn en in welke mate mensen worden bepaald door genetische factoren en omgevingsfactoren; het grensgebied tussen gecultiveerd ge dra g en instinctief handelen.

Dat laatste onderwerp komt naar voren in de serie Double-edged, die gaat over een eeneiige meisjestweeling. Het idee speelde al langer, maar toen Janssen per toeval stuitte op een tweeling die zij geschikt achtte voor de rol kon ze echt aan het werk. Het schilderproces ging gepaard met uitgebreide interview- en fotosessies. Ze was vooral geïnteresseerd in de relatie tussen de twee jonge meisjes, de verhouding tot hun omgeving en de positie van de identieke tweeling als individu: «Kan bijvoorbeeld een Siamese tweeling zich ontwikkelen tot twee onafhankelijke personen, als ze een hart delen maar toch ieder een eigen brein hebben? Hoe onafhankelijk is een eeneiige tweeling eigenlijk? Gaandeweg raakte ik steeds meer verstrikt in hun leven en kregen zij de touwtjes in handen.» Als ware glamourgirls eiste de tweeling alle aandacht voor zich op.

De fotogenieke tweeling lijkt te bivakkeren in een mysterieuze «afwezigheid», een stadium tussen kind- en volwassen-zijn. Wie zijn ze eigenlijk? Wat is hun achtergrond? En waarom kijken ze zo bedrukt? Terwijl de wereld in lichterlaaie staat, kijken de twee meisjes koeltjes in de lens. Ze zijn er, maar ook weer niet. Altijd in elkaars aanwezigheid, waar de één is, is de ander. Voor een buitenstaander blijft de band moeilijk te doorgronden. De «afwezigheid» intrigeert. Ze zijn diep verzonken in hun eigen wereld en hebben klaarblijkelijk geen be hoefte de buitenwereld deel genoot te maken van hun belevenissen. De afwezigheid van een glimlach doet vermoeden dat het er niet prettig moet zijn.

De «afwezigheid» van de personages in combinatie met de onheilspellende sfeer lijkt Janssens werk in eerste instantie gemeen te hebben met de New Gothic-kunst. Karakteristieke elementen daarvan zijn de melancholie, verloren liefde, gebrek aan hoop, het mysterieuze, mystieke en het seksuele. De droomachtige figuren laten de kijker met een gevoel van verstoring en vervreemding achter – hetzelfde gevoel dat je krijgt bij een film van David Lynch. De stroming zou verband houden met de recessie en het terrorisme: het optimisme is afgenomen, donkere tijden zijn aangebroken. Kunstenaars zouden na 9/11 een intensere periode zijn binnengetreden en hun weg zoeken binnen «het mysterieuze», «onbewuste» en «occulte» om vervolgens een «post-millennium periode» vorm te geven.

«Die elementen komen inderdaad overeen», zegt Janssen, «maar die zitten al twintig jaar in mijn werk, en niet pas sinds 9/11.» Ze heeft weinig op met de Gothic-thematiek, en ook niet met klassieke schoonheid, sterker nog, ze houdt juist van de breekbare schoonheid van het afwijkende, van de twist tussen ongemak en aantrekking – een beetje zoals het kijken naar een horrorfilm, veilig thuis op de bank.

Anya Janssen

Pan Kunst Forum in Emmerich, Duitsland, 23 april tot en met 29 mei.
www.torchgallery.com
www.pan-forum.de