De mens lijdt het meest onder het lijden dat hij vreest

In het reclameblok voor de uitslag van de verkiezingen vorige week adverteerde het bedrijf PreScan met de woorden ‘De beste zorg is voorzorg’. Ze boden een Total Body Scan aan, waarmee je al voor een slordige duizend euro ‘een 3D-reis door je eigen lichaam’ kon maken, om zo problemen te identificeren nog voor ze zich daadwerkelijk manifesteren. Het kon geen toeval zijn, deze reclame vlak voor het sluitstuk van een verkiezingsstrijd waarin angst voor de toekomst regeerde.

Medium img 0474 foto door laura van der haar 1
© Laura van der Haar

De afgelopen maanden heeft mijn vriend een felle campagne gevoerd voor een van de linkse partijen, niet in de laatste plaats uit angst voor wat er komen gaat. Ook voor bodyscanreclames is hij feitelijk de ideale doelgroep. Vooral in dit soort gespannen, stressvolle periodes besluipt hem de angst dat er iets mis is met zijn lichaam. Meer dan eens staat hij op het punt naar Duitsland af te reizen om zich te laten doorlichten. Gelukkig weet de huisarts hem tot nu toe telkens gerust te stellen en laat hij de vermeende hersentumoren en hartinfarcten niet onderzoeken. Een tegelspreuk in de wachtkamer lijkt speciaal voor hem daar opgehangen: De mens lijdt het meest onder het lijden dat hij vreest.

Zelf ben ik zelden bang voor de toekomst, niet in de laatste plaats omdat ik dreigende voortekenen zo veel mogelijk negeer. Mijn ouders zijn beiden werkzaam in de medische wereld en net als veel artsenkinderen ben ik grootgebracht met het idee dat alles vanzelf over gaat. Toegegeven, dat is ook geen ideaal uitgangspunt. Gelukkig kunnen mijn vriend en ik elkaars gedrag op deze manier aardig compenseren. De laatste tijd zorgt het mentaliteitsverschil echter voor frictie. Nu ik in verwachting ben moeten we samen beslissen over de toekomst van ons ongeboren kind.

‘Willen jullie weten wat het wordt?’ Het is vaak een van de eerste dingen die mensen vragen, terwijl dat nou juist zo’n onbelangrijke keuze is. Wat maakt het uit? Een jongen of een meisje. Een veel grotere vraag, die bijna niemand stelt, is of je een test wil doen op het Syndroom van Down.

Eind deze maand gaat er in Nederland iets veranderen. Vanaf 1 april mogen alle zwangere vrouwen ervoor kiezen de NIPT-test te laten uitvoeren. Door een aantal buisjes bloed bij de vrouw af te nemen kan het DNA van de foetus worden onderzocht op de drie meest voorkomende chromosoomafwijkingen (Down-syndroom, Edwards- en Patau-syndroom). In België en Duitsland is de NIPT al langer gebruikelijk maar in ons land geldt er tot eind deze maand een drempel. Alleen wanneer uit een zogenaamde combinatietest een verhoogd risico blijkt, kom je in aanmerking voor de NIPT.

Aangezien mijn zwangerschap nog net binnen de oude regeling valt, werd ons een maand geleden ook gevraagd of we de combinatietest wilden laten doen; de eerste beslissing die we als aanstaande ouders samen moesten nemen was meteen duivels moeilijk en ons mentaliteitsverschil speelde op. Aan de ene kant zou een percentage mijn vriend alleen maar angstiger maken – wat als er een kans van één op 250 uit komt en je dus net niet door mag naar de volgende ronde? Aan de andere kant gaat het Syndroom van Down meestal niet vanzelf over. Daarnaast konden we het niet eens worden over wat we vervolgens met die informatie zouden doen. Met welk percentage konden we leven en wanneer sloeg dat om in een onaanvaardbaar risico?

Zwanger zijn is sowieso heel eng. Zeker als je al een miskraam hebt gehad. De kans daarop is trouwens vele malen hoger dan op een chromosoomafwijking, één op de tien zwangerschappen eindigt in een miskraam. Daarbij worden zwangeren bedolven onder informatie: dingen die je moet, dingen die je niet meer mag, dingen die worden afgeraden.

Er kan tenslotte van alles fout gaan. De eerste weken van deze zwangerschap was ik me voortdurend bewust van dat naderende onheil. Elke keer dat ik naar de wc ging speurde ik naar mogelijk bloedverlies. Tijdens de eerste zwangerschap dacht ik überhaupt niet na over het feit dat het ook mis kon gaan. Dat overkomt mij niet, dacht ik toen nog.

Op een van die laatste spannende dagen voor de verkiezingen peilde mijn vriend voorzichtig hoe mijn moeder, die huisarts is, tegenover bodyscans stond. Ze vertelde dat er op deze manier inderdaad wel eens kanker in een vroeg stadium wordt opgespoord en mijn vriend ging meteen rechtop zitten. Maar, stelde ze, meestal brengt het vooral veel stress en onzekerheid. Vaak komen er dingen aan het licht die nog geen probleem vormen en dat waarschijnlijk nooit gaan doen. Vervolgens kom je in de medische molen terecht die veel spanning oplevert, en dat is ook niet gezond. Bovendien moet de patiënt zich afvragen of hij zijn levensstijl ook echt zou aanpassen als de uitkomst van het onderzoek daarom zou vragen.

Toen vertelde mijn moeder dat hoewel hart- en vaatziekten in de familie voorkomen, ze haar cholesterol nooit wilde laten testen, simpelweg omdat ze toch geen afscheid zou kunnen nemen van rode wijn, kaas en chocoladehagelslag. Toch had ze onlangs besloten dat ze in ieder geval wilde weten waar ze stond. Triomfantelijk vertelde ze dat de cholesterolwaarden bijzonder laag waren, en ze schonk zichzelf nog een extra glaasje wijn in.

Als ik iets van zwanger worden heb geleerd, is het dat je er geen enkele controle over hebt. Het heeft geen zin iets te vrezen wat nu nog niet aan de hand is. Daarom hebben we besloten voorlopig geen enkele test te doen en zo lang mogelijk in blijde verwachting te zijn.