Televisie: ‘Schepper van zichzelf’

De Mensch Mulisch

De werkkamer van Harry Mulisch © BNNVARA

De avond voordat Harry Mulisch een operatie zou ondergaan vanwege maagkanker brak in zijn werkkamer een boekenplank door. Jeroen Henneman, medelid van de Herenclub, kwam en repareerde in de nachtelijke uren de schade. That’s what friends are for. Kon dat niet wachten? Nee: in Mulisch’ universum had alles betekenis en dit kon geen toeval zijn. Magisch gedacht moest dit omen ongedaan gemaakt, en laten we wel wezen: het werkte. Hij leefde nog decennia: ik kan dan wel grijnzen om een Noodlot dat zich zo eenvoudig laat foppen, maar als jaren later boven de boot met Mulisch’ lichaam op weg naar Zorgvlied een indrukwekkende regenboog verschijnt, die alle atheïstische Herenvrienden in de rouwstoet toch even te denken geeft, wie ben ik dan?

Natuurlijk gaat het over onsterfelijkheid in het portret dat Coen Verbraak van hem maakte, tien jaar na dat teken aan de hemel. Het is opgebouwd uit gesprekken met levensgezel Kitty Saal, oudste dochter Anna, vrienden, biograaf Robbert Ammerlaan, familiefilmpjes en tv-interviews. Geen literair portret maar dat van de Mensch Mulisch. Terwijl nu juist het schrijven en de boeken als resultaat daarvan voor hemzelf het zwaarst wogen. Zwaarder dan mensen, eigen partners en kinderen. Hij legt dat zelf uit! Bij begin al klinkt de verzuchting van Adriaan van Dis in de nog volledig intacte werkkamer: ‘een mausoleum’. Inderdaad: als een heerserstombe die de sterfelijkheid moet doen vergeten maar het tegenovergestelde effect heeft. Mulisch zou de intentie van zijn huis een museum te maken niet onprettig gevonden hebben, het woonhuis van Goethe indachtig. Op dat niveau schatte hij zichzelf ook in, want elke bescheidenheid was hem vreemd en net als het Weimars genie was Mulisch bouwend aan de theorie van Alles. Zijn liefhebbende vrienden glimlachen daar een beetje om.

Zoals ze ook weten dat Mulisch vond recht te hebben op de Nobelprijs, waarvoor hij, volgens Nooteboom, zelfs lobbyde. Van Dis typeert met een anekdote. Herenclublid Van Mierlo vertelde ooit hoezeer hij elke dag aan zichzelf twijfelde: ‘Vandaag val ik door de mand.’ Mulisch: ‘Dat heb ik nou nooit: vandaag gaan ze er allemaal aan.’ Zijn arrogantie bestempelde hij als ironie en wie daar geen gevoel voor had bliefde hij sowieso niet. Zoals hij, buiten vriendenkring, weinigen bliefde.

Zijn liefde voor dieren was beduidend groter. De eerste teckel werd al door vader Mulisch in zijn kinderwagen gezet. Wat dochter Anna daarover en over Harry’s vaderschap vertelt, raakt het meest. Misschien doordat wij Anna als hartsvriendinnetje van dochter Masja op de basisschool leerden kennen? En moesten lachen om een radio-interview waarin de schrijver zijn dagindeling beschreef: die was voor kenners tot in detail kindvermijdend. We konden lachen omdat ze de best denkbare moeder hadden. Een mannenman. Wiens tragiek misschien is dat zelfs een indrukwekkend oeuvre (kwantitatief en deels kwalitatief) minder en minder gelezen wordt. Maar ach, waar Harry was, was de dood niet en waar de dood was, Harry niet. ‘Schepper van zichzelf’ – en hij zag dat het buitengewoon goed was.


Coen Verbraak, Harry Mulisch: Schepper van zichzelf, BNNVARA 2Doc, maandag 26 oktober, NPO 2, 20.25 uur