Neuroloog António Damásio over het brein

‘De menselijke geest is en blijft van stof’

11 januari 2012 - Waar is de geest van gemaakt? vraagt de vermaarde Portugese arts en schrijver António Damásio zich af. ‘Je kunt de gegevens van een brein, jouw brein, in een computer opslaan en doorgeven.’

Medium hh 11095169

‘TOEN IK WAKKER WERD , waren we aan het dalen. Ik had lang genoeg geslapen om de mededelingen over de landing en het weer gemist te hebben. Ik was me niet bewust geweest van mijzelf of mijn omgeving. Ik was bewusteloos.’

Vlak boven Los Angeles International Airport schiet António Damásio wakker. En als bij toverslag, in a split second, zonder enige aarzeling, zonder enige moeite, is hij zich ervan bewust dat hij in een vliegtuig zit, op weg naar huis, Los Angeles, met een drukke agenda voor de komende dagen voor zich, een beetje moe van de reis en vol vreugde om weer thuis te zijn.

'We vinden bewustzijn vanzelfsprekend omdat het zo beschikbaar is’, constateert de vermaarde neuroloog in zijn recente bestseller Self Comes to Mind (Het zelf wordt zich bewust, Wereldbibliotheek, 2010). 'Zo gemakkelijk te gebruiken, zo elegant in zijn dagelijkse verschijnen en verdwijnen, en toch staan we, wanneer we erover nadenken, voor een raadsel. Waar is het bewustzijn van gemaakt? Het is geest met een extra vermogen, als je ’t mij vraagt; mind with a twist, aangezien we niet bewust kunnen zijn zonder een geest waarvan we ons bewust zijn. Maar waar is geest van gemaakt? Slimme mensen zeggen dat hij uit de hersenen komt, dat hij hersenen is, maar dat is geen bevredigend antwoord. Hoe worden hersenen geest?

Bewustzijn is niet louter wakker zijn’, besluit Damásio zijn introspectie. 'Bewustzijn is het fenomenale vermogen een geest te hebben voorzien van een eigenaar. A mind equipped with an owner, een Zelf dat de wereld bekijkt en zichzelf ervaart; an agent ready for action.’

IK HEB een vol uur rondjes gereden op de Santa Monica Freeway. En ook de campus van de University of Southern California, waar de schrijver de post van hoogleraar neurologie bekleedt, is een stad in een stad. Poort acht, Parking Structure B, dan langs het McDonald’s Olympic Swim Stadion en dan pal naast het Brain and Creativity Institute waarvan Damásio directeur is en waar hij als arts en onderzoeker patiënten met hersenafwijkingen in de MRI-scanner stopt.

'Ik hoop dat je vanmiddag nog even naar het strand gaat’, zegt Damásio (Lissabon, 1944) bij binnenkomst. 'De kust hier is prachtig.’ Hij houdt van Californië. Woont hier al dertig jaar. 'Er zijn hier in Amerika schier oneindige mogelijkheden om je werk te doen, te bedenken wat je wilt en je hebt een grote mate van vrijheid en middelen om dat te realiseren. Ik hou zeer van het avontuur van Californië. Het is waar dat de laatste tijd het avontuur een beetje is afgenomen omdat de wereld uitermate complex is geworden en we zowel in Amerika als in Europa door een periode van onrust gaan, maar ondanks alles heerst er hier in de Verenigde Staten nog steeds een geest van avontuur die grotendeels verdwenen is in de rest van de wereld.’

Het zelf wordt zich bewust. In de hedendaagse mode van neurologie en biologisch determinisme lijkt het bewuste ik voornamelijk een illusie, een trucje, een effect, maar speelt het geen wezenlijke rol: alle belangrijke processen spelen zich onbewust af. Het eigen ik is hoogstens een toeschouwer van keuzes, beslissingen en driften die, autonoom en onaantastbaar, door het onbewuste brein worden genomen. Maar als hij wakker schrikt in het vliegtuig, is hij er, António, en niet zozeer z'n brein. Voelt hij, António, onmiddellijk en onmiddelbaar, dat hij er is.

Hij kijkt naar mijn manchetknopen. Ik kijk naar zijn strakgesneden jasje. Zegna, vermoed ik, sophisticated Italiaanse makelij. Maar zijn ideeën staan haaks op de huidige mode. 'Om te weten dat jij en ik hier op dit moment zijn en dit interview doen, moet die kennis geconcentreerd zijn op jezelf. De kennis die in je hersenen aanwezig is, verzamelt zich bij wijze van spreken om dit unieke, levende organisme, dat eenieder zonder uitzondering is - en daarom zeg ik: het Zelf wordt zich bewust. De frase is eigenlijk deel van een zin die ik eerder ooit schreef: you become conscious and knowledgeable when self comes to mind: bewust word je pas wanneer de geest bedeeld wordt met het zelf. Mijn idee is dat je enkel tot een bewust brein kunt komen als in het geestesproces er een crispness, een helderheid is die tot het zelf, het ik wordt. En ik wil weten hoe het brein dat beetje extra maakt; die hoofdrolspeler die we met ons meedragen en die we het Zelf noemen, of mij, of ik.’

Die door een vliegtuigraampje naar buiten kijkt?
'Ja. Hoe wordt het ik gemaakt? Het is een constructie die begint met het fysieke organisme dat ik ben. Eén organisme met één brein, met één hart en met één leven. Dat is de basis vanwaar uiteindelijk de identiteit gecreëerd wordt. Wat jou maakt tot een persoon: je herinneringen, je vrienden en relaties, tot je naam aan toe. De smaak van voedsel of je indruk van de majesteit van de Grote Oceaan. Dat alles is jouw eigendom. In mijn boek vertel ik hoe de geest van meet af aan is vormgegeven. Bijvoorbeeld hoe onze geest werkt door het maken van maps, neurologische landkaarten. Ik maak bijvoorbeeld nu een kaart van jou. Ik kijk naar jou, dus maak ik in mijn hoofd een visueel beeld van hoe je eruitziet, hoe je gekleed bent. Ik maak een kaart van je stem en van wat je zegt en tegelijkertijd heb ik ook kaarten in mijn hoofd die met mijzelf corresponderen.’

Is dat zomaar een idee van u, een prikkelende hypothese?
'Nee nee! Het is iets wat je kunt zien als je de hersenen van mensen en de hersenen van dieren onderzoekt en waarvoor je bewijzen treft in de MRI-scans. Om maar een voorbeeld te noemen: we hebben onlangs een serie studies gepresenteerd waarin we je laten kijken naar een plaatje van een vaas zoals er hier een staat. Daarna laten we je naar een horloge kijken en vervolgens naar een koffiekopje. En dan zien we in de visuele cortex in de hersenen daadwerkelijk een verschillende kaart bestaan voor de vaas, de koffiekop of het horloge.’

Fysiek aanwijsbaar??
'O zeer zeker: fysiek aanwijsbaar. En niet slechts dat: je kunt zelfs de gegevens van een brein, van jouw brein, in een computer opslaan en doorgeven. Je kan de data van een MRI-scan in een computer stoppen waarna die computer in staat is uit te zoeken welk beeld wat is. De activiteit in de hersenen is zó verschillend voor de vaas en voor de mok en voor het horloge dat je steeds een heel ander patroon te zien krijgt; voor ieder voorwerp een heel andere map.’

Dus is het voor de computer mogelijk te weten dat ik deze Chinese vaas heb gezien??
'Ja. Als je maar genoeg data in zou voeren, kan de computer die herkenning maken. Op dit moment is onze computer al in staat te zien of jouw beeld van een vaas hetzelfde is als dat van een horloge - en te zeggen dat dat niet zo is.’

Verbijsterend!
'Dat is het. Maar het grote idee in mijn boek is dat alle constructies van de geest gestoeld zijn op dit principe. Je bewustzijn komt niet uit de lucht vallen. Je hersenen produceren maps op tal van niveaus en van verschillende gedetailleerdheid; sommige zijn verfijnd, andere minder en sommige kaarten gaan over de buitenwereld, andere over de wereld binnenin. Je hebt lenzen in je ogen, een versterker van geluidsgolven in je oor en je raakt je stoelleuning aan: dit is leer - want het voelt als leer - en je brengt de toestand van je lichaam in kaart. Verder zijn er je gevoelens, of je je gelukkig of ongelukkig voelt, je seksuele lusten enzovoort; ook dat zijn kaarten. Wat ik als neurowetenschapper bovenal wil weten: hoe komt het dat de hersenen het gevoel van geluk construeren dat ik heb wanneer ik met mijn vrienden ben of wanneer ik kijk naar de prachtige zonsondergang op het strand? Ik wil precies weten hoe we voelen.’

Dat weten we toch? Zie ik mijn vrienden, komt er dopamine vrij…
'Dat is slechts een deel van het verhaal. Te weten dat dopamine, serotonine of opioïden je helpen je lekker te voelen en dat andere stofjes je helpen je angst de baas te zijn, is één ding: het zegt je waarop de machine draait. Een beetje als ik je zou vragen hoe een auto werkt en jij zegt…’

Benzine.
'Precies. En daarmee vertel je me niet veel, want ik wil weten hoe de auto werkt, hoe de motor in elkaar zit die de wielen rond doet gaan. De wereld van de geest is voor mij in de allereerste plaats een fysieke wereld. Om een geest te hebben, heb je allereerst hersenen nodig. Organismen ontwikkelen hersenen en geest uit de activiteiten van neuronen, zenuwcellen. Die zenuwcellen zenden signalen uit naar andere cellen, naar spieren en naar elkaar. Zenuwcellen zijn georganiseerd in kleine en grote circuits; minds ontstaan wanneer de activiteit van kleine circuits gebundeld wordt in grote netwerken en in flitsverbindingen kortstondige, steeds wisselende patronen vormt. Die patronen vertegenwoordigen dingen en situaties gelokaliseerd buiten het brein, hetzij in het eigen lichaam, hetzij in de buitenwereld. Het brein brengt op deze wijze de buitenwereld en zichzelf in kaart. Het is wat wij “zien” in ons hoofd. Als er iets fundamenteel is in mijn denken, dan is het de notie dat het lichaam de basis is van de bewuste geest. States of mind begin physically and physically they remain.’

Een deur verderop onderzoekt hij hersenafwijkingen. Kinderen geboren zonder hersenschors, met voornamelijk water in hun hoofd en de al vroeg in de evolutie aanwezige hersenstam. Kinderen dus zonder de cerebrale cortex, de buitenste laag van de grote hersenen, waar informatie uit de rest van het lichaam wordt ontvangen, geanalyseerd en geïnterpreteerd. In de cortex, aldus de hersenwetenschap, wordt deze geïnterpreteerde informatie weer omgezet in gedachten, innerlijke spraak, mentale beelden, voorstellingen, kortom: bewustzijn. In de cerebrale cortex zou de geest zetelen. Kinderen zonder hersenschors zouden welbeschouwd dan ook verkeren op het niveau van reptielen; het plan van ruggenmerg en hersenstam; nog nét in staat om met hun zintuigen de buitenwereld in de gaten te houden en daarop met automatische reflexen (warmte, koude, honger, vluchtgedrag) op het meest basale niveau te reageren. Maar kinderen met alleen een hersenstam, zo toont Damásio’s eigen onderzoek aan, blijken wonderlijk genoeg uiting te geven aan emoties. Reageren lachend op kietelen. Hebben zichtbare muziekvoorkeuren. Tonen affectie en hechten zich aan hun verzorgers. Hebben onmiskenbaar een zelfgevoel, een zelfbewustzijn.

Ik vroeg me af: wat denkt een hagedis? Heeft een hagedis bewustzijn?
'Ja, ik denk dat hij een klein mindje heeft, in verhouding tot zijn grootte. Ik denk dat hij een erg simpele geest heeft. De hagedis zal een visueel plaatje hebben van de wereld om zich heen en een auditief plaatje. Het zal in geen geval een beeld zijn zoals jij dat hier van mij hebt, de details zullen ’m ontbreken. Waarschijnlijk zal het een behoorlijk mistig beeld zijn, maar voor de hagedis voldoende om informatie over voedselbronnen te combineren. Bzzzzz! Daar vliegt een bromvlieg richting hagedis. Hij draait z'n kop en hap! Het is duidelijk dat je dat alleen kunt doen als je een zeker soort van bewustzijn hebt; als je op minimale wijze in staat bent een map te produceren die de wereld weergeeft.’

Het verschil tussen een hagedis en een mens is dus gradueel, niet fundamenteel?
'Ja, dat kun je denk ik stellen. Ik heb er nooit aan gedacht dit gradueel te noemen, maar het is gradueel op de wijze dat de voorstelling van de hagedis erg ruw is en de onze zeer gedetailleerd, maar je hebt gelijk! En ver na ons kunnen er schepselen komen met een veel rijkere geest.’

Daar was ik al bang voor.
'Maak je geen zorgen, we zijn dan allemaal al dood en begraven.’
Hersenen bouwen bewustzijn dus niet vanuit de cortex van mensen, apen en dolfijnen, maar vanuit de primitieve en oeroude hersenstam. De consequenties zijn groot en legio. Binnen afzienbare tijd zal het met de bovenbeschreven computer wellicht mogelijk zijn om letterlijk te zien wat een hagedis denkt, maar, verstrekkender: op een hoger plan, zegt Damásio, ontwikkelt het bewustzijn, door steeds verfijnder op z'n omgeving te reageren, een 'sociale ik’ en zelfs een 'spirituele ik’. Maar ook die hoogste graad van bewustzijn is het product van die miljarden zenuwcellen, die signalen afvuren, samenwerken, steeds complexere verbanden vormen. 'Zoals een symfonie niet voortkomt uit het werk van een enkele musicus of zelfs maar een bepaalde sectie van een orkest. Het meest opmerkelijke aan de bovenste regionen van het optreden van bewustzijn’, schrijft Damásio in Self Comes to Mind, 'is de opvallende afwezigheid van een dirigent voordat de uitvoering begint. Terwijl, als de symfonie zich ontrolt, er gaandeweg een dirigent tot leven komt. En richting de Finale leidt metterdaad werkelijk een dirigent het orkest - hoewel de uitvoering de dirigent heeft geschapen en niet omgekeerd.’

ERGENS gaandeweg de evolutie doemt dus het bewustzijn op. En neemt allengs het voortouw. Heeft een hagedis slechts een soort kernbewustzijn, de mens, ten slotte, kent zichzelf min of meer, heeft een besef van heden en verleden en maakt beslissingen - heeft een 'autobiografisch bewustzijn’, zoals Damásio het noemt.

Ik breng de Vrije Wil ter tafel, maar hij is niet geïnteresseerd in de vrije wil, zegt-ie. Niet in de vrije wil zoals filosofen, theologen en zelfs psychologen die eeuwenlang hebben gezien: als een typisch menselijke faculteit: 'Ik denk dat Vrije Wil iets anders is. Het is een stoutmoedig filosofisch vraagstuk dat ik niet van zins ben op te lossen. Het laat me zelfs koud of het bestaat. Maar nu je aandringt: neem een enkele levende cel. Levende cellen zijn grosso modo onderworpen aan dezelfde wetten om te overleven als waarmee lichamen die opgebouwd zijn uit talloze cellen te maken hebben. Een cel, of een eencellig organisme als een amoebe of een pantoffeldiertje, leeft, wordt geboren, groeit. Hij ontwikkelt zich, moet op zichzelf passen en moet gevoed worden, want anders sterft hij. Als hij ziek wordt, moet hij zichzelf genezen. En op zeker moment wordt-ie oud en gaat dood. Hetzelfde geldt voor ons lichaam, het enige verschil zit in de complexiteit van de operatie. Simpel als ze zijn, lijken afzonderlijke cellen een besluitvaardige, vastberaden wil te hebben om zo lang mogelijk in leven te blijven. Een soort koppig verlangen tot overleven, zo lang de genen in zijn celkern het ’m dat toestaan. Ik weet het, het klinkt raar om over individuele lichaamscellen te spreken in termen van “verlangen” en “wil”, maar hoe je het ook wendt of keert: zo gedragen cellen zich. Iedere cel in ons lichaam heeft die onbewuste wil. En zou het niet zo kunnen zijn dat onze eigen menselijke wil om te overleven, onze wil om door te zetten, ooit is begonnen als een optelsom van de rudimentaire willetjes van alle cellen in ons lichaam?’

De menselijke geest is van stof en blijft van stof. Maar waar blijf ik dan, in deze biologische Scheppingssymfonie?
'Ik breek de cultuur niet af, ik onderstreep slechts de natuur. Jij bent een mix van wat de Natuur je wil laten doen en wat je zelf in staat bent zelf te scheppen en de Natuur op te leggen. We hebben een vrije wil in de zin dat we in staat zijn een probleem te begrijpen en de natuur als het ware een beslissing op te dringen die niet de eerste, meest basic beslissing is. Als ik hier een reep chocolade voor je neerleg, heb je twee keuzes, je kunt ’m opeten of je kunt ’m niet opeten. Je hebt honger, maar je houdt niet van chocolade en je weigert: je legt de wil van de natuur een nieuw niveau van wil op. Dat is zo ver als ik kan gaan.’

Toch zijn we geen automaten…
'Dat zijn we in geen geval! Als wetenschapper ben ik ervan overtuigd dat emotie een bepalende factor is in de evolutie. Het is belangrijk je te realiseren dat het menselijk brein - en de wijze waarop mensen opereren - geen simpel automatisme kent dat iedere actie van tevoren bepaalt. Zelfs je eigen emoties verschillen van dag tot dag en je blijdschap op de ene dag is niet noodzakelijkerwijs dezelfde blijdschap als die van de volgende. Dingen veranderen constant. En ze veranderen op een eigen wijze, dat is het kenmerkende van menselijke emotie. En zo geef je je bewustzijn vorm.’

Emoties vormen het brein?
'Precies! Emoties zijn niet van gecalculeerde precisie, het is niet zoiets als tellen of zo. Het is niet iets wat je van tevoren bedenkt en dat steeds hetzelfde uitpakt. Dat is waarschijnlijk waarom muziek zo dicht staat bij emotie. Muziek is waarschijnlijk in staat veel emotie op te roepen vanwege haar oneindige variatie. Neem een melodie: je schrijft een loopje voor een zanger, of een lijn voor een instrument en nooit zal de uitvoering van het stuk tweemaal hetzelfde zijn. Iedere keer is het anders, heeft het dimensies die sterk lijken op hoe je eigen emoties variëren. En dát is nou precies wat levende wezens doet verschillen van robots en het ligt aan de basis van de grootsheid van de menselijke natuur.’

BOVEN de Pacific zweven albatrossen. Jonge soldaten in camouflagekleding, de collegedictaten in de hand, discussiëren onder palmen met nerdy medestudenten. Na de fiets is op de campus van de University of Southern California het skateboard het vervoermiddel van voorkeur. Californië, waar de zon altijd lijkt te schijnen - en waar de toekomst reeds lang geleden is begonnen.

'Hier is alles anders’, zegt Damásio. 'Anders dan New York, anders dan Europa, anders dan waar dan ook. Los Angeles is een immense stad, uitgestrekt over een gigantisch areaal, met niet één stadscentrum maar een veelvoud van kernen, allemaal anders - en voor een buitenstaander ziet het er chaotisch en krankzinnig uit. We hebben hier drie topuniversiteiten, we hebben hightech industrie en we hebben natuurlijk Hollywood en nog steeds trekt de stad componisten, kunstenaars, schrijvers, acteurs, regisseurs en een ongeëvenaard potentieel aan intellectueel denkvermogen en creativiteit. Mensen leven hier anders dan elders en zien er anders uit en verschijningen zijn niet wat ze lijken. Het intrigeert me en het fascineert me, want op de een of andere manier werkt het. Alles is hier altijd in beweging, alles is in flux. Niets is statisch, steeds vindt Los Angeles zichzelf uit - en dat alles heeft grote impact op mijn werk.’

Het menselijk genie is nog niet uitontwikkeld? Uw beste studenten verplaatsen zich op skateboards…
'Of op surfplanken, inderdaad. Nee, ons bewustzijn van onszelf en van de wereld is zich nog steeds aan het ontwikkelen. Zeker op cultureel niveau, maar waarschijnlijk ook in biologische zin. Een hele eeuw van film kijken zal zeker z'n impact gehad hebben op het menselijk zelf. Als neurowetenschapper probeer ik niet alleen uit te vinden hoe het brein werkt, maar juist ook hoe het zich onder invloed van de sociale omgeving ontwikkelt en verandert. En ik vermoed: the best is yet to come.’


Beeld: António Damásio (Maartje Geelen / HH).