Michael Ignatieff over het apocalytisch nihilisme

«De mensenrechten zijn eigenlijk nergens op gebaseerd»

Michael Ignatieff, mensenrechtenprofessor en toonaangevend opiniemaker, trekt ten strijde tegen het «apocalyptisch nihilisme» van Osama bin Laden en zijn volgelingen. Een gesprek over de oorlog tegen het terrorisme, de mensenrechten en het Internationaal Strafhof.

Hij was in Kaboel toen de stad in 1996 door de Taliban werd veroverd. Kort geleden was hij er weer even terug, om vervolgens via Sarajevo naar Amsterdam te reizen. Historicus, schrijver en documentairemaker Michael Ignatieff ziet graag met eigen ogen wat er in de wereld gebeurt.

Michael Ignatieff: «De Verenigde Staten moeten het verdrag inzake het Internationaal Strafhof ratificeren. Amerika sleept Milosevic en andere oorlogsmisdadigers voor de rechter, maar zulke acties kun je onmogelijk legitimeren als je dezelfde normen niet voor je eigen burgers en instituties laat gelden. Het Internationaal Strafhof is niet perfect, maar het principe dat internationale vervolging voor oorlogsmisdaden alleen zal plaatsvinden als het binnenlandse recht het laat afweten, biedt Amerika voldoende bescherming. Er zal nooit een Amerikaanse soldaat voor het Internationaal Strafhof verschijnen, simpelweg omdat de Verenigde Staten zelf al een zeer effectief en legitiem systeem van burgerlijk en militair recht hebben.»

Over twee weken treedt het Internationaal Strafhof in werking, onder grote kritiek van de Verenigde Staten. Hoewel hij het er niet mee eens is, kan Michael Ignatieff die Amerikaanse kritiek wel begrijpen. De Verenigde Staten hebben geen traditie op het gebied van het internationale recht zoals Europa die heeft. Daardoor zien ze elke internationale regelgeving als een aantasting van hun soevereiniteit.

Michael Ignatieff is op dit moment hoogleraar mensenrechten en directeur van het Carr Center for Human Rights Policy van Harvard University, en houdt de ontwikkeling van de internationale rechtsgang scherp in de gaten. Ignatieff: «Het meest effectieve regime voor handhaving van de mensenrechten is dat van Europa: de Europese Conventie en het Europese Strafhof. Eigenlijk is dit het enige echte mensenrechtenregime ter wereld. Dat is een grote prestatie, maar het heeft tot gevolg gehad dat de Europeanen heilig geloven dat een steeds voortschrijdend internationalisme al vanuit zichzelf iets goeds is. Amerikanen denken niet op die manier. Ze zien internationaal recht voornamelijk als een poging van kleine staten om de macht van grote staten in te dammen, om Gulliver vast te binden. Eigenlijk is Amerika de laatste natiestaat op aarde: een onbeperkte en volledig soevereine staat. Noam Chomsky houdt ervan om de Verenigde Staten een ‹schurkenstaat› te noemen, wat werkelijk grotesk en absurd is. Maar Amerika is wel een land met een heel sterke, eigen juridische traditie; een idee dat er geen hoger recht is dan de Constitutie van de Verenigde Staten. Daardoor is er in het Amerikaanse rechtssysteem eigenlijk geen plaats voor het internationale recht.»

De Nederlandse verontwaardiging over de Amerikaanse wet die het mogelijk maakt om met militair ingrijpen te voorkomen dat Amerikanen voor het Internationaal Strafhof moeten verschijnen, vindt hij vooral komisch. «Je kunt de Amerikaanse helikopters nu elk moment op het dak van het Gerechtshof verwachten», grinnikt Ignatieff. «Ophef om niets. De Verenigde Staten zullen nooit geweld tegen Nederland gebruiken. Maar ze hebben wel goede redenen om bang te zijn voor een of andere ideologische partizaan die besluit een show te bouwen rond een Amerikaanse soldaat. Dat is een reële zorg. Europeanen die zeggen dat dit alleen maar Amerikaanse paranoia is, begrijpen niet hoe diep die anti-Amerikaanse gevoelens zitten, ook in sommige Europese landen. Niemand haat de Nederlanders genoeg om een spektakel van een gevangen Nederlandse soldaat te maken. Maar men haat de Amerikanen wel genoeg om zoiets met een Amerikaanse soldaat te doen.»

Ignatieff meent dat het nu de taak van Europa is om van het Internationale Strafhof een geloofwaardige en gezaghebbende instelling te maken, door enkele geslaagde rechtszaken. «Dan zullen de Ver enigde Staten over een paar jaar inzien dat het een legitieme en respectabele internationale institutie is, en zullen ze er ook aan gaan meedoen. Maar het gaat allemaal niet vanzelf. Een Internationaal Strafhof is niet al vanuit zichzelf iets prachtigs, het gaat erom of het in de praktijk goed werkt, en dat is nu nog niet te zeggen. Als de Europeanen het zo graag willen, dan moeten ze erin investeren, zorgen dat ze er hun beste mensen naartoe sturen. Het succes van het Internationaal Strafhof hangt af van de mensen die er werken. Het hangt ervan af wie er tot aanklager wordt benoemd. Het hangt ervan af wie er tot rechters worden benoemd. En het hangt ervan af of de eerste rechtszaken succesvol zijn.»

In het binnenlands recht wordt de macht van de rechter getemperd door de macht van de wetgever. Het gevaar van het internationale recht is volgens Ignatieff dat de macht van de rechter nergens door wordt getemperd. «Er zijn terechte zorgen over de macht van de rechters en aanklagers. En ik denk dat de voorstanders van het Internationaal Strafhof niet ernstig genoeg rekening houden met het feit dat het internationale recht altijd intens politiek is. Ik ben een voorstander van de vervolging van Milosevic, maar ik kan niets inbrengen tegen een Serviër die zegt dat het het recht van de overwinnaar is. Natuurlijk is het het recht van de overwinnaar! Wat zou het anders moeten zijn? Het was een politieke deal tussen Djindjic en de internationale gemeenschap in ruil voor geld. Móói! Ik ben er vóór! Maar laten we niet doen alsof het iets anders is dan het is. Laten we niet doen alsof het internationale recht ergens hoog boven de politiek zweeft. Het is door en door politiek.»

Het internationale recht is een noodmiddel voor als het binnenlandse recht tekortschiet. Daarom is het belangrijker om legitieme nationale rechtssystemen op te bouwen, aldus Ignatieff. Hij komt net uit Bosnië, waar nog geen functionerend rechtssysteem bestaat. Het is er een chaos. De mensenrechten worden volgens Ignatieff niet alleen bedreigd door tirannie, maar ook door anarchie. Nu het tijdperk van de totalitaire onderdrukking voorbij is, moet de mensenrechtenbeweging het belang van de stabiele en sterke staat gaan inzien. Dat is wennen, omdat de staat altijd werd gezien als de grootste bedreiging voor de mensenrechten. Maar stabiliteit kan in sommige gevallen belangrijker zijn dan rechtvaardigheid, omdat chaos tot een nog groter onrecht zal leiden. Je moet, vindt Ignatieff, steeds weer de overweging maken welk kleiner kwaad je moet gebruiken om het grotere kwaad tegen te gaan.

Hetzelfde geldt in de oorlog tegen het terrorisme. Op 13 september schreef Ignatieff in The Financial Times dat de Verenigde Staten na de aanslagen voor de lastige taak stonden de juiste balans te vinden tussen vrijheid en veiligheid. Hij zag twee gevaren: het willekeurig bombarderen van verdachte doelen in het buitenland, en het willekeurig arresteren van verdachte personen in het binnenland. Nu, driekwart jaar later, kijkt hij met gemengde gevoelens naar de tussenstand.

Ignatieff: «Ik ben erg bezorgd over de voortdurende hechtenis van buitenlanders voor het overtreden van immigratiewetten. Naarmate de tijd vordert, lijkt er steeds minder rechtvaardiging te zijn om ze nog langer vast te houden. Dat is een voorbeeld waarbij de balans tussen vrijheid en veiligheid te veel naar de veiligheid is doorgeschoten. Maar er zijn ook overwinningen geboekt. De pogingen van president Bush om militaire tribunalen op te richten, zijn grotendeels verijdeld. Het is significant dat enkele kopstukken van al-Qaeda nu voor een federale rechtbank zullen verschijnen. Dat wijst op het groeiende besef dat een militair tribunaal eigenlijk niet zo’n goed idee is, en dat we voldoende kunnen vertrouwen op het burgerlijke strafrecht. Dus wat het binnenland betreft schommelt de balans heen en weer tussen vrijheid en veiligheid.

En wat het buitenland betreft: ik ben altijd een groot voorstander geweest van militair ingrijpen in Afghanistan, omdat er een sterke militaire component was aan deze terroristische organisatie. Het was niet zo dat de Taliban al-Qaeda herbergde, het leek meer alsof al-Qaeda de Taliban herbergde. Een staat die van binnenuit wordt overgenomen en wordt gebruikt als trainingskamp voor terroristen is een groot gevaar voor de hele internationale gemeenschap. En als we geen krachtige militaire actie hadden ondernomen, dan waren er nóg een paar vliegtuigen in nóg een paar gebouwen gevlogen, daar ben ik van overtuigd.»

Maar is zijn vrees voor willekeurige bombardementen onterecht geweest? Ignatieff gelooft niet in de «hoogst overdreven schattingen» van het aantal slachtoffers en de collateral damage. «Uit wat ik heb gezien en gelezen, blijkt dat het aantal slachtoffers en de collaterale schade gering waren. Het was op de schaal van Kosovo, en niet op de veel hogere schaal waar de Universiteit van New Hampshire en anderen mee kwamen.»

Waar we volgens Michael Ignatieff nu mee van doen hebben, is «apocalyptisch nihilis me». De aanslagen van 11 september waren geen «voortzetting van politiek met andere middelen». Ze dienden geen politiek doel, maar een metafysisch doel: de wens om de geschiedenis een ultieme zin te geven door middel van steeds verder escalerend geweld, culminerend in de eindstrijd tussen Goed en Kwaad. Daarom is het apocalyptisch. En het is nihilistisch vanwege de volstrekte onverschilligheid jegens mensenlevens, waardoor de aanslagen niet alleen buiten het gebied van de politiek staan, maar ook buiten het gebied van de oorlog. Ignatieff: «Natuurlijk maken de terroristen wel politieke claims: de Ver enigde Staten weg uit Saoedi-Arabië, een Palestijnse staat, én de vernietiging van Israël. Wat ze willen is de uitroeiing van de joden, daar lijkt me geen twijfel over mogelijk. Denk niet dat ze een twee-statenoplossing nastreven. Daarom noem ik het ‹apocalyptisch nihilisme›: het is een uitroeiingsproject.

Waar ik nog het meest bezwaar tegen maak, is het idee dat deze mensen de spreekbuis zouden zijn van de armen, de hongerigen, de behoeftigen, de vernederden en on derdrukten in de wereld. Je vertegenwoordigt pas iemand als je daartoe bent verkozen. Zij vertegenwoordigen helemaal niemand. Terreur of geweld ter verdediging van een specifieke claim voor zelfbeschikking is één ding, maar deze mensen vechten een wereldwijde strijd tegen het Rijk van het Kwaad, tegen het kapitalisme, tegen de Grote Satan. Ze doen net alsof ze handelen uit naam van diegenen die lijden onder alle onrecht in de wereld, maar ik wil wedden dat ze geen cent geven voor de armen en onderdrukten.

Er zijn heel goede redenen waarom de Ver enigde Staten het percentage van het bruto nationaal product dat Nederland voor ontwikkelingshulp uittrekt tenminste zouden moeten benaderen, maar het terrorisme is daar niet één van. Die redenen hebben te maken met het feit dat de wereld een onrechtvaardige plaats is, en dat we daar iets aan moeten doen. Het idee dat we terreur kunnen voorkomen door het onrecht in de wereld te verminderen, is onzinnig, want Bin Laden vecht helemaal niet tegen het onrecht. Het kent hem een representatieve functie toe die hij niet bezit. Bin Laden vertegenwoordigt helemaal niemand, behalve zichzelf.»

De mensenrechten, zegt Ignatieff, zijn nergens op gefundeerd. Ze komen niet voort uit een god of uit de menselijke natuur, maar uit de menselijke geschiedenis: uit onze ervaring van wat er kan gebeuren als aan mensen bepaalde basisrechten worden ontzegd. Ze zijn universeel omdat ze de natuurlijke menselijke eigenschappen tégengaan, en er dus juist níet op zijn gebaseerd. Je kunt er maar beter van uitgaan dat de mens het kwade zal doen, zodra hij daar de kans toe krijgt. Ignatieff: «Het kwaad is het oudste filosofische probleem. En ik ben van mening dat het geen religieus probleem is, maar een ethisch probleem. Ik bedoel: de vraag is niet zozeer waarom mensen kwaad doen, maar hoe we dat kunnen tegengaan. Dat doen we door een institutioneel systeem van beperkingen rondom de uitoefening van macht te bouwen. Die beperkingen zijn gebaseerd op de verwachting dat we tot hele slechte dingen in staat zijn. Ze zijn in ieder geval niet gebaseerd op de verwachting dat we engelen zijn. En we moeten begrijpen dat deze instituties niet perfect zijn: ze zijn het kleinere kwaad waarmee we het grotere kwaad bestrijden.

Zo is het ook met de bestrijding van het terrorisme. We zullen een aantal uiterst onplezierige middelen moeten toepassen in de strijd tegen het terrorisme. Maar dan moeten we eerst goed beseffen welke middelen we nóóit zullen toepassen: we zullen nooit martelen, we zullen nooit burgers als doelwit gebruiken, en we zullen nooit de basisprincipes van het recht schenden. Aan deze drie minimale standaards houden we vast. Dit is een tijd waarin we goed moeten vaststellen wie we eigenlijk zijn. We moeten begrijpen waar onze tradities vandaan komen en waarom ze van belang zijn. Het idee van constitutionele vrijheid is het beste waarmee dit continent ooit is gekomen: een gezamenlijk opgelegde beperking van wat de ene persoon de andere kan aandoen. Dát is waar de mensenrechten over gaan.»