De mercedes van goethe

Thomas Rosenlöcher, De herontdekking van het lopen. Prometheus 1994, 156 blz., 36,90. Verkrijgbaar bij Modern Antiquariaat Van Gennep.
Het dagboek is een oorlogsgenre, schreef Dubravka Ugresic ooit. Inderdaad verschijnen egodocumenten opvallend vaak in tijden van rumoer. Het is een soort tussengenre: we wachten op de tekst die van geschiedenis literatuur maakt, ondertussen behelpen we ons met dagboeken.

Natuurlijk regende het tijdens de Duitse Wende dagboeken, prille memoires en opgewonden pamfletten. Zo las ik in 1990 in De Gids het ‘Dagboek uit Dresden’ van Thomas Rosenlöcher, een DDR-poëet die twee à drie gedichten per jaar schreef, 'een - dat moet ik toegeven - het Oostblok typerende trage werkwijze’. Hij geeft ruiterlijk toe dat hij helemaal geen dagboekschrijver is, maar 1989 is een uitzondering: 'Alles kan gedrukt worden maar de laden zijn leeg. Dus schreef ik, uit louter radeloosheid, mijn dagboek over. Een DDR-kluns, tot kroniekschrijver bevorderd.’
De ruiterlijke verontschuldiging tekent Rosenlöcher. Zijn dagboek, dat de herfst van 1989 en de eerste maanden van 1990 beslaat, is van een buitengewone geestigheid en melancholie. Hij is het type dat pas bij stilte en nietsdoen iets over 'ikzelf’ kan melden, en nu vindt hij zich tot zijn verbazing op straat terug om 'Wij zijn het volk’ te roepen. En 'op straat’ ziet hij met grote verbazing hoe de 'mensheidskolonne’ de ruimte bezet, hoe iedereen aan de nieuwsuitzendingen hangt als aan een infuus, hoe in Dresden eindelijk fatsoenlijk bier verkocht wordt.
Hoe geestig ook, het 'Dagboek uit Dresden’ is een tijdsdocument en veel van Rosenlöchers wederwaardigheden vallen nu in het gat van de geschiedenis. Dat is anders met zijn 'Harzreise’, die samen met het 'Dagboek uit Dresden’ in 1994 in De herontdekking van het lopen werd gepubliceerd. Goethe maakte ooit een reis door de Harz, Heinrich Heine deed het hem in 1824 na. In de zomer van 1990 kon Rosenlöcher zijn eigen reis door de Harz maken. Hij kon de Brocken, 'de Duitse Olympos’, eindelijk beklimmen. Zijn reisverslag is óók een soort dagboek en het weerspiegelt óók de ongemakkelijke tijd van de Wiedervereinigung, maar het is nog steeds kostelijk. Hij drinkt voor het eerst witbier, ziet hoe de markteconomie een onhandige glimlach op het gezicht van een ex-DDR-kelnerin tovert en eet nog 'een reuzengoulash van het socialisme’. Westduitsers ziet hij als apothekers in glanzende Mercedessen; Goethe is een grootapotheker, die als het had gekund zeker auto had gereden.