Nicolas Sarkozy volgens Yasmina Reza

De métis en de sorcière

Zonder dat hij wist of hij president zou worden liet Nicolas Sarkozy schrijfster Yasmina Reza zijn campagne volgen. Een jaar lang was Reza overal bij aanwezig. Ze was voor Sarkozy de aangewezen persoon om hem in beeld te brengen. En hij was ideaal voor haar.

Politici en schrijvers staan in Nederland ver van elkaar af. Maar in Frankrijk vormen de pen en het zwaard een prima koppel. En dat is eigenlijk altijd zo geweest. President Charles de Gaulle werd door zijn vriend en schrijver François Mauriac bewierookt. Deze publiceerde in 1965 de hagiografie De Gaulle. En over François Mitterrand verscheen in 1993 de roman Grand amour, opgetekend door zijn tekstschrijver Érik Orsenna. De nieuwe Franse president, Nicolas Sarkozy, knoopt bij deze traditie aan. Met dit verschil dat hij niet heeft gewacht tot zijn termijn er bijna op zat. Integendeel, zonder dat hij wist of hij president zou worden liet hij (theater)schrijfster Yasmina Reza zijn campagne volgen. Het resultaat van haar onderneming, L’aube le soir ou la nuit, is de sensatie van het prille Franse boekenseizoen.

Reza volgde Sarkozy gedurende een jaar. Ze mocht overal bij aanwezig zijn: vergaderingen, werkbezoeken, politieke bijeenkomsten en ontmoetingen met buitenlandse politici zoals Shimon Peres of de Algerijnse president Boutiflika. Het resultaat is een gefragmenteerd en chronologisch verslag dat moeilijk in een genre is onder te brengen. L’aube le soir ou la nuit is een mix van fictie en non-fictie: de president, zijn staf en politici worden met naam en toenaam genoemd. Reza heeft hun uitspraken letterlijk weergegeven. Observaties wisselt ze af met herinneringen en persoonlijk getinte beschouwingen.

Voor Sarkozy was Reza de aangewezen persoon uit de Republiek der Letteren om hem in beeld te brengen. Ze is weliswaar bekend en haar werk is alom geprezen, maar ze behoort niet tot het establishment van de Académie Française. Ze is goed ingevoerd in linkse kring maar beschouwt zich als een ‘citoyenne banale’ en heeft lak aan de ideologische hokjesgeest. Reza kan haar misprijzen nauwelijks verhullen als ze schrijft over een appèl van een honderdtal linkse intellectuelen die in Libération op 30 april 2007 opriepen tegen Sarkozy en voor de socialistische presidentskandidate Ségolène Royal te stemmen.

Omgekeerd is Sarkozy voor Reza de uitgelezen persoon om in kaart te brengen. Ze liep al langer met het plan rond een boek over politiek als theater, het spel met de macht, te schrijven. Sarkozy is een winnaar, ambitieus en dynamisch. In de zomer van 2006 blijkt al dat hij een goede kanshebber is voor het presidentschap. Een buitenbeentje in de politiek die zichzelf als een acteur beschouwt. Sarkozy spreekt graag over zichzelf als politiek personage. En vindt zichzelf een schrijver sinds hij in 1994 een politieke biografie publiceerde over George Mandel, een Frans-joodse politicus uit het interbellum, en meewerkte aan een televisiescenario (2003).

L’aube le soir ou la nuit is niet alleen een portret van de politicus maar ook een zelfportret van de schrijfster. Reza is volop aanwezig in haar eigen boek. De president noemt haar snobistisch. Dat vindt ze zichzelf ook. Ze koketteert met haar gsm-foto’s van Sarkozy, toont ze aan Milan Kundera. Ze geniet van de aandacht die ze van Tony Blair en de Britse pers krijgt bij Sarkozy’s bezoek aan Londen. En tijdens een van de laatste bijeenkomsten met Sarkozy’s campagneteam trekt ze de jurk aan die ze droeg voor haar rol in het theaterstuk Dans le luge d’Arthur Schopenhauer. Sarkozy heeft het stuk in 2006 gezien en citeert voor Reza hele passages uit het hoofd.

In interviews heeft Reza benadrukt dat ze Sarkozy als schrijfster heeft benaderd omdat ze zich dan aan geen enkele conventie hoefde te houden. Journalisten willen immers de waarheid achterhalen, zij is een kunstenaar en dat geeft haar vrijheid. Maar toch. In de loop van de campagne wordt ze langzaam maar zeker onderdeel van het campagneteam en de ‘Sarkosphère’. Vousvoyeren wordt tutoyeren. Reza complimenteert Sarkozy met een speech. En na afloop van een bijeenkomst in Dijon danst ze met hem terwijl Enrico Macias ‘Sarko je hebt me in je armen gesloten’ zingt. Haar betrokkenheid is compleet als ze ook campagneadviezen gaat geven. De schrijfster en de politicus omhelzen elkaar, letterlijk en figuurlijk.

Op zich biedt L’aube le soir ou la nuit weinig nieuws over de politieke stijl of opvattingen van Sarkozy. Interessanter is het project zelf. Reza’s werk past namelijk perfect in Sarkozy’s mediastrategie: voortdurend maximaal aandacht op zich vestigen, openheid en transparantie veinzen. Met Reza heeft hij weer een succesvolle Franse kunstenaar tot zijn hofhouding toegelaten. Eerder was hij vooral actief op het gebied van de populaire cultuur: rapper doc Gynéco, rockster Johnny Halliday, acteur Jean Reno en voormalig wielrenner Richard Virenque rekent hij inmiddels tot zijn vrienden.

Bovendien is de keuze voor Reza betrekkelijk veilig. Vanzelfsprekend hebben Sarkozy en Reza tegenover de buitenwereld de avontuurlijke kant van hun onderneming benadrukt. De kranten hebben Sarkozy’s uitspraak ‘zelfs als u mij afmaakt, maakt u mij groter’ gretig geciteerd. Maar toch. Een schrijver met blocnote in de campagnekeuken is wat anders dan de aanwezigheid van een camerateam. Onthutsende of indringende beelden zoals in De Wouter Tapes (2007) over de campagne van Wouter Bos wilde Sarkozy op voorhand vermijden.

Reza past ook in Sarkozy’s politieke strategie. Hij profileert zich graag met succesvolle tweede-generatie-immigranten. Keer op keer benadrukt Sarkozy zijn afkomst: zoon van een Hongaar en kleinzoon van een joodse Griek uit Saloniki. Frans-zijn is voor Sarkozy een positieve keuze. Met eeuwenlange geworteldheid of ras heeft het niets van doen. Reza, zelf van joods-Hongaars-Iraanse komaf, herkent zich hier helemaal in. De enige passage in het boek waarin ze over haar jeugd vertelt, heeft er betrekking op. Toen ze klein was las haar vader gedichten van Victor Hugo en de fabels van Jean de la Fontaine voor. Hij was trots op Frankrijk en de Franse taal. Het is dan ook geen toeval dat Reza Sarkozy’s toespraak van 12 april 2007 in Tours een van zijn beste uit de hele campagne vindt. Want hier gaat de presidentskandidaat uitvoerig in op zijn achtergrond. Reza omschrijft Sarkozy dan ook als een ‘métis’, letterlijk een halfbloed of kleurling.

Eenmaal president heeft Sarkozy ervoor gekozen diverse vrouwen, die allen behoren tot de tweede generatie immigranten, in de regering op te nemen. Zoals Rachida Dati, van Algerijns-Marokkaanse komaf en nu minister van Justitie. Of de Frans-Senegalese Rama Yade, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. En ook de Frans-Algerijnse Fadela Amara, staatssecretaris op Huisvesting. Sarkozy heeft zich ook herhaaldelijk voor positieve discriminatie uitgesproken. In de Republikeinse traditie stond dat lange tijd gelijk aan vloeken in de kerk. De Verenigde Staten zijn in de ogen van de nieuwe Franse president het ideale integratiemodel. Tijdens zijn reis naar Washington, najaar 2006, ging Sarkozy op bezoek bij de Democratische presidentskandidaat Barack Obama. Ze spraken over de moeizame integratie van allochtonen in Frankrijk. Reza noteerde dat Sarkozy het betreurde dat er in Frankrijk geen Obama’s zijn. Dat probeert hij nu, als president, te veranderen.

Ook in ideologisch opzicht is Sarkozy een kleurling. Zijn politiek van ‘ouverture’ (opening) op links zet hij met Reza via de cultuur voort. In de politiek heeft hij dat al gedaan. In het kabinet-Fillon zijn diverse socialisten opgenomen, zoals Bernard Kouchner, minister van Buitenlandse Zaken. Reza staat uitvoerig stil bij Sarkozy’s verhouding tot socialisten. Ze wijst op zijn etentjes met Jacques Attali, de voormalige adviseur van Mitterrand. En op zijn voorkeur voor politici als Zapatero, Blair en Prodi. Ze vindt het opmerkelijk dat Sarkozy bevriend is met deze ‘linkse types’. Sarkozy antwoordt haar dat ze helemaal niet links zijn: ‘Alleen in Frankrijk denken de mensen zelf dat ze links zijn!’

Illustratief ten slotte is een uitspraak van de socialist François Mitterrand, die ze aan het optreden van Sarkozy koppelt: ‘Om de hoogste functie te bereiken moet je begeren, liefhebben, en, ten slotte, willen.’ In de ogen van Reza is Sarkozy de nieuwe, ultieme verpersoonlijking van wilskracht.

Yasmina Reza, L’aube le soir ou la nuit_. Flammarion, 190 blz., € 18,-_

…………………………………………………………………………………………………………………………..

Yasmina Reza

Yasmina Reza is in 1959 in Parijs geboren. Ze studeerde toneelstudies en brak in Frankrijk in 1985 door met een rol in Le veilleur de nuit (van Sacha Guitry). In 1987 won ze haar eerste Molière, de Franse toneelprijs, voor een rol in het door haar geschreven Conversations après un enterrement.

In 1994 volgde haar internationale doorbraak met Art. Dit theaterstuk handelt over de vriendschap tussen drie mannen die onder druk komt te staan nadat een van hen een wit schilderij heeft aangeschaft. Het stuk werd zes jaar achter elkaar opgevoerd in Londen en boekte successen op Broadway, in Rusland en Zwitserland.

Sinds het succes van Art heeft Reza zich ontwikkeld tot een multifunctioneel talent. Ze publiceerde enkele scenario’s, novellen en romans. In totaal won ze vier keer een Molière, naast diverse buitenlandse prijzen, waaronder in 1997 de prestigieuze Britse Laurence Olivier Award.

Wijlen acteur Philippe Noiret noemde haar een ‘petite sorcière’, een kleine duivelskunstenaar. Zelf heeft Reza herhaaldelijk benadrukt een schrijver te zijn en koestert ze geen enkele maatschappelijke, laat staan politieke, betrokkenheid. In sommige Franse linkse kringen is haar werk daarom als ‘réac’, reactionair, veroordeeld.

In Nederland heeft het enige tijd geduurd voordat Reza definitief doordrong. Na opvoeringen door het Noord Nederlands Toneel (1995) en Theater Teneeter (1997) werd Art pas in 2002 in bredere kring opgemerkt. Van haar toneelstukken is verder Gesprekken na een begrafenis vertaald en opgevoerd (1992, Het Haarlems Toneel). Daarnaast zijn twee romans in het Nederlands voorhanden: Hammerklavier (1998) en Droefenis (2000), beide uitgegeven door Arena.