Cornelis van Haarlem

De Michelangelo van de Lage Landen

Cornelis van Haarlem laat zien dat schilderen volgens de regels soms pas echt vernieuwend is. Met Kindermoord in Bethlehem maakte hij een uniek en hilarisch schilderij, waar we ons ook vandaag nog over verbazen.

Het is voor ons moeilijk om een schilderij dat ostentatief laat zien wat de schilder allemaal vermag, dat ons confronteert met regels voor kunst, om zo’n schilderij naar waarde te schatten. Neem de voorstelling die Cornelis van Haarlem in 1590 schilderde van de Bethle­hemitische kindermoord. Het is 245 x 358 centimeter groot. Een lel van een schilderij. Ik zag Kindermoord voor het eerst in 1992 in een vreselijke toestand in het restauratieatelier van het Rijksmuseum. De vraag was of het moest worden opgeknapt voor de tentoonstelling De dageraad van de Gouden Eeuw. Ik had nog nooit zo’n maf schilderij gezien. Natuurlijk moest dat gerestaureerd worden!

Hier is een schilder bezig om op een onontkoombare manier de toeschouwer ervan te overtuigen dat hij kan schilderen volgens de regels van de kunst die toen, in 1590, zijn geformuleerd door de kunstelite, aangevoerd door Karel van Mander. Cornelis heeft de wrede soldaten uit­gekleed om te laten zien hoe goed hij naakte mannen kan schilderen. Van achteren en van voren. Met hun goed gemodelleerde lijven schept hij de illusie van ruimte. Dat ruimte scheppen doet hij ook met de arme blote kindertjes. En dan de moeders! Links achter slaan ze terug en vernietigen een volgens Italiaanse regels ‘di sotto in sù’ geschilderde bloterik. Daar zie je ook hoe mooi Cornelis heftig gebarende figuren tot een groep kan maken.

Het bizarre hoogtepunt van virtuoos groeperen is de soldaat op de voorgrond die zijn billen laat zien en over een Bethlehemitische moeder ligt die haar kind wil redden. De uitdrukking ‘virtuoos groeperen’ is hier misschien zelfs wat al te kunsthistorisch. Cornelis kan ook slingers van figuren naar de diepte toe verkleinen. Hun dieptewerking wordt geaccentueerd door de muur van de stad Bethlehem.

Virtuositeit is vandaag de dag geen artistieke deugd meer, althans niet voor de beeldbepalende elite. Als de huidige kunstenaar iets moet zijn, dan is het regel-loos. Alleen volstrekte vrijheid brengt vernieuwing voort. En om vernieuwing gaat het. Dat is de regel. Wie in de kunstwereld van vandaag niet voorwendt dat hij aan die volstrekt ongrijpbare regel beantwoordt, kan het wel vergeten. Iedere kunstenaar of cultureel ondernemer die wel eens een subsidieaanvraag heeft moeten invullen weet dat. Je moet vernieuwend zijn. Maxim Februari schreef in zijn column in NRC Handelsblad: ‘De claim op absolute vrijheid maakt het gesprek onmogelijk over de voor- en nadelen van al die regels die er wel degelijk zijn.’ Zo is het maar net.

Maar Cornelis van Haarlem (1562-1638) wil nu juist mede op gezag van Van Mander de Michelangelo van de Lage Landen zijn. Hij beantwoordt aan andermans regels. Hij wil laten zien dat hij een geweldige regelneef is. Hier zijn de voorschriften en tradities niet onuitgesproken zoals tegenwoordig, maar zo expliciet als het maar kan. En toch, en toch, maakt hij een uniek, verbazingwekkend, hilarisch en vernieuwend schilderij, waar we ook vandaag de dag nog van achterovervallen van verbazing. Daar zouden de culturele regelneven van vandaag eens over na moeten denken. Hun zogenaamde absolute vrijheid en normatieve vernieuwing kunnen namelijk ook verstarring betekenen. Cornelis laat zien dat schilderen volgens de regels soms pas echt vernieuwend is.

Ik kende Cornelis van Haarlem eigenlijk maar van één schilderij. Het is in 1592 geschilderd en het is veel rustiger dan de Kindermoord. Maar niet minder fascinerend. Het is een grote voorstelling van de Zondeval. Met zijn 273 x 220 centimeter is het net als de Kindermoord een schilderij dat er zijn mag. Wanneer ik vroeger samen met mijn toenmalige baas Horst Gerson naar het Rijksmuseum ging, moesten we van hem vaak naar de Zondeval van Cornelis gaan kijken. Hij hield van dat schilderij. Voor hem begon de glorie van de Gouden Eeuw met de tot rust gekomen schilderijen van Cornelis van Haarlem. En dit was daarvan het mooiste. De zingende gebaren van Adam en Eva. Dat lustige paradijs, waar elke zonde geoorloofd is. Maar ook die sprookjesachtige scène op de achtergrond. Waar God vanwege het protestantisme als wolk met hand is voorgesteld en uitlegt dat Adam en Eva niet aan alle bomen mogen komen.

Maar het mooist vond ik altijd de dieren. Cornelis van Haarlem heeft de gelegenheid te baat genomen om vooral hier zijn greep op de natuur te tonen. Wat kan die man dieren schilderen! Overal in Europa kon men toen mooie composities maken van al of niet blote figuren, maar zó natuurdetails schilderen konden ze alleen bij ons. Kunsthistorische collegae hebben zich natuurlijk zorgen gemaakt over de symbolische bijbedoelingen van de aap en de kat. Maar dat geloof ik wel. Geef mij maar de hond. Waar bent u ooit zo trouwhartig uit een schilderij aangekeken als door deze trouwe makker linksonder in beeld?

U zult zich afvragen wie zulke reusachtige schilderijen thuis wilde hebben. Van de Kindermoord in Bethlehem weten we het niet zeker. Het is niet onwaarschijnlijk dat de Staten van Holland dit enorme doek hebben besteld voor het paleis in Naaldwijk bij Den Haag, dat zij ter beschikking van prins Maurits hadden gesteld. Maar waarom dan dit ruige onderwerp? Toch niet alleen om Cornelis van Haarlem in staat te stellen zijn virtuoos spel met figuren op te voeren! Het zou nog iets meer kunnen betekenen. De Staten van Holland hebben er altijd voor gewaakt dat de stadhouder méér zou worden dan een dienaar van de Republiek. Zo gauw hij de gebruikelijke vorstelijke neigingen ging vertonen, werd hij gedwongen een toontje lager te zingen.

Dit schilderij kan hebben gediend als een soort preventief medicijn tegen zijn drang tot alleenheerschappij. Het laat zien: ‘Kijk nou eens wat ervan terechtkomt als een tiran als koning Herodes, een alleenheerser, de macht heeft.’ Als dat de bedoeling van het schilderij was, begrijp je ook waarom Bethlehem hier niet het landelijke dorpje is wat het behoort te zijn, maar een moderne stedelijke vesting. Omstreeks 1590 vonden bij belegeringen binnen en buiten de muren van Haarlem afschuwelijke wreedheden plaats. Het verhaal van de kindermoord zou de verhulling kunnen zijn van de gruwelijke werkelijkheid van de Tachtigjarige Oorlog.

Van het schilderij van de zondeval weten we wel degelijk waar het heeft gehangen. In het Prinsenhof van Haarlem. Een deel van het voormalige dominicaner klooster achter het stadhuis was geschikt gemaakt om de stadhouder te huisvesten wanneer hij in Haarlem was. In dat Prinsenhof hingen niet minder dan vier schilderijen van Cornelis. Maar er waren ook werken van andere schilders, zoals Jan van Scorel, Maarten van Heemskerk en Mostaert. De stadhouder kon zo tijdens zijn verblijf genieten van een permanente expositie van de roem van Haarlem als schilderstad. Cornelis’ schilderij met Adam en Eva met de slang vertelde hem bovendien: hoogmoed komt voor de val. En als de stadhouder weer weg was, konden de burgers zich vermeien in de aanblik van de prachtige kunst die hun schilders hadden voortgebracht.

Kort na de Beeldenstorm, waarbij altaarstukken van diezelfde Haarlemse schilders uit de kerken – vooral uit deze Sint Bavo – waren verwijderd, zorgden kunstenaars voor een nieuwe kunst met een nieuwe, wereldlijke betekenis. Een kras voorbeeld van effectieve marketing. Het resultaat was trots op je eigen schilderkunst, en die trots maakt dat je de schilderijen van jouw stad wilt bewaren. Je gaat kunstwerken zien als cultureel erfgoed. In Haarlem werd dan ook een van de eerste musea ter wereld ingericht dankzij het stedelijk chauvinisme van de burgers. Want het Prinsenhof was een museum. Haarlem hoort tot de kleine groep van Europese steden die al heel vroeg hun eigen identiteit beleefden aan de kwaliteit van hun schilderkunst. De reeks tentoonstellingen van Haarlemse schilders van vroeger die deze jaren wordt gehouden in het Frans Hals Museum heeft dus een indrukwekkende voorgeschiedenis.

Gaat u maar kijken. En heeft u de hele tentoonstelling gezien, doet u mij dan één plezier en kijkt u voor vertrek nog even naar die hond op de Zondeval. Het is de liefste lobbes onder de honden en de mooiste hond die ooit is geschilderd. Hij heet ‘Bello’.


De tentoonstelling De Hollandse Michelangelo: Cornelis van Haarlem (1562-1638) is tot 20 januari te zien in het Frans Hals Museum in Haarlem