H.J.A. Hofland

De mijlpalen van george W. Bush

De weg naar de democratie in Irak wordt gemarkeerd door mijlpalen. De Irakezen, of ze Koerd, sjiïet of soenniet zijn, moeten wel door een buitengewoon optimisme worden beheerst om zich telkens weer in het volgende wenkend perspectief te begeven. De mijlpaal van deze week is het begin van de berechting van Saddam Hoessein. Die van afgelopen weekeinde het referendum over de grondwet. In augustus werd op het nippertje de tekst van de grondwet voltooid. Aan het begin van dit jaar werden de eerste verkiezingen gehouden. Op 15 december zijn er weer verkiezingen. Op 1 mei 2003 kondigde de opperbevelhebber het einde van de major operations aan. Indertijd is het begonnen met het omvertrekken van de standbeelden. Wie wil beweren dat er geen voortgang wordt geboekt?

Maar terwijl het Iraakse volk de ene mijlpaal na de andere achter zich laat, breekt de reputatie van de Amerikaanse leiders aan wie dat allemaal te danken is verder af. Hoe is dat mogelijk? Is dat niet een bewijs van afschuwelijke kortzichtigheid, of erger, de miskenning van een visionair en krachtig lei derschap? Of is de rancune van de anti-bushisten zo groot dat ze hem het succes misgunnen, zich in alle bochten wringen om te ontkennen dat hij onver zettelijk zijn grote strategische overwinning nadert?

De weg naar de democratie in Irak is bezaaid met onthullingen over de inhoud van verborgen agen da’s, al dan niet bewuste misleidingen van reusachtig formaat en verschrikkelijke vergissingen. Allemaal aan Amerikaanse kant, met medewerking van de Britten van Tony Blair en in de achterhoede een aantal Nederlandse ministers en hun aanhang. Zo wordt het in Washington steeds duidelijker dat voor Bush en de zijnen de oorlog in augustus 2002 al onvermijdelijk was geworden. In die maand heeft zich een clubje gevormd dat de bijnaam «WHIG» heeft gekregen: de White House Iraq Group. Leden waren onder anderen Karl Rove, ook wel «de hersens van de president» genoemd, en Condoleezza Rice, toen de veiligheidsadviseur. Het was hun taak de oorlog aan het publiek te verkopen.

Kort daarna introduceerde Rice de smoking gun die niet in een paddestoelwolk mocht veranderen. In hoog tempo ontwikkelden de dames en heren van de WHIG een campagne van het soort dat vroeger bekend stond als «Nervenkrieg» of «zenuwenoorlog», waarbij ten slotte altijd weer de massavernietigingswapens de doorslag gaven. Onze Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst trok de bevindingen van de Amerikaanse en Britse collega’s in twijfel. Hans Blix, hoofdinspecteur van de wapenonderzoekers van de Verenigde Naties, wilde nog verder inspecteren. Maar de president wist dat Saddam uranium in Afrika wilde kopen, minister Powell liet de foto’s van het wereldgevaar zien, onze eigen speurneuzen konden rapporteren wat ze wilden, maar de oorlog was aan de Amerikanen verkocht. Het eerste kabinet-Bal kenende vond het een goed idee. Binnenkort wordt Saddam geëxecuteerd en daarmee is de volgende mijlpaal bereikt.

Mij heeft het destijds verbaasd dat er niet meteen, kort na het begin van de oorlog, mvw’s zijn opgedolven. Kwaaddenkend als ik ben, veronderstelde ik dat het met de signatuur van deze Amerikaanse regering in overeenstemming zou zijn geweest als kort daarvoor geheime special forces ergens in de woestijn een paar vaten antrax en een soort bom hadden begraven. Dat is dus niet gebeurd. Nog altijd vraag ik me af of ik toen de slimheid van dit Washington heb overschat of juist onderschat. Want in Amerika komt binnen niet al te lange tijd alles aan het daglicht. En een bom bij de vijand begraven is hetzelfde als iemand wat heroïne in zijn zak frommelen om hem te kunnen arresteren. Dat had de president politiek niet overleefd.

Serieuze, van democratische idealen vervulde mensen stellen zichzelf nu twee vragen. Is het geoorloofd je dusdanig te vergissen dat tegen de twee duizend van je eigen soldaten en omstreeks dertigduizend Irakezen de ontluikende democratie niet over leven? En ten tweede, kunnen we er zeker van zijn dat na het passeren van al die mijlpalen het doel dan toch is bereikt? Iedere grote ondernemer, zeker die in de wereldpolitiek, moet grote risico’s aanvaarden en zich niet door een tijdelijke mislukking laten afschrikken. Als hij triomfeert, is alle ellende vergeten.

Zal Bush in Irak ten slotte triomferen, vóór het einde van zijn ambtstermijn? Anders gevraagd: wordt dat land de voorbeeldige democratie voor de hele regio? Nu is het op weg om een theocratie te worden met een onverzoenlijke soennitische minderheid. En een voorbeeld? In het Midden-Oosten bloeit het anti-Amerikanisme als zelden tevoren. Geen land wil op de volgende shock and awe worden getrakteerd. De neoconservatieve theorie van de harde klap die een eind zal maken aan de verstarde verhoudingen is geen houdbare grondslag voor de wereldpolitiek. Saoedi-Arabië, hoofdleverancier van de olie, blijft rotsvast een koninklijke dictatuur, met omzichtige steun van vriend Bush. In Egypte is dictator Mubarak met verpletterende cijfers herkozen. Palestijnen en Israëliërs blijven elkaar doodschieten. Het oude westelijke bondgenootschap is een ruïne. Osama bin Laden, doodsvijand van het Westen, blijft in de regio een populaire man. Mondiaal bekeken markeren de mijlpalen het traject dat ons verder in het slop leidt.

Was het achteraf bezien wel zo verstandig deze oorlog te beginnen? vroeg minister Ben Bot zich af. Maak die vraag tot grondslag voor de hervorming van onze buitenlandse politiek. Hij heeft gelijk.