Zware tijden voor de huisarts

‘De minister krenkt ons diep’

Huisartsen liggen zwaar onder vuur. Minister Schippers vaardigt de ene na de andere tegenstrijdige maatregel uit. Tel daar een boete van de NMa bij op en de onrust is compleet. ‘Als ik moet onderhandelen over mijn vak stop ik ermee.’

IEDER KWARTIER komt er een patiënt de wachtkamer van huisarts Dagevos binnen. Er wordt een praatje gemaakt, terwijl in een aparte ruimte assistente Annet het ene na het andere telefoontje afhandelt. Het geratel aan de andere kant van de lijn is bijna woordelijk te verstaan. Even later ritst ze kordaat een gordijn dicht om de bloeddruk van een oudere heer te meten.
Jan Dagevos is in het dorp Vorden als solohuisarts met ruim tweeduizend patiënten een van de laatste der mohikanen. Slechts drie procent van de circa 8800 huisartsen in Nederland werkt nog alleen, de rest zit in een groepspraktijk. Dat zijn veelal vrouwen die in deeltijd werken en in vaste loondienst met een cao van ongeveer tachtigduizend euro bruto per jaar.
Dagevos zou niet anders willen. Het vrije ondernemerschap prikkelt hem, zegt hij, om zich verder te ontwikkelen. Recent rondde hij een specialisme oogheelkunde af. De investeringskosten voor de opleiding en de apparatuur van tienduizend euro betaalt hij zelf. Studeren deed hij in de avonduren. ‘Dat wil ik uiteraard terugverdienen, en dat is voor mij ook de lol. Andere artsen verwijzen hun patiënten naar mij door. Mijn behandelingen zijn altijd goedkoper dan een bezoek aan een medisch specialist. Als het nodig is verwijs ik door.’
Op zijn 31ste koos Dagevos, opgegroeid in de Randstad, bewust voor het platteland, want hij had geen zin in een stresserige praktijk. Het vestigingsbeleid was toen anders dan nu, maar is altijd een heikel punt geweest. 'In die tijd was er een overschot aan huisartsen. De vertrekkende huisarts kreeg goodwill-geld van zijn opvolger om zijn pensioen te financieren. Jonge artsen wilden dat niet meer betalen en daarom stagneerde de doorstroom. Ook wilden verzekeraars en overheid dat de praktijken kleiner zouden worden - gemiddeld 2350 patiënten - zodat er meer huisartsen aan het werk konden. In ruil kwam er een huisartsenpensioenplan. De opvolging moest dan wel democratisch tot stand komen via een commissie met daarin ook andere regionale spelers en de zittende huisartsen, niet alleen die ene vertrekkende. Dat is ook logisch, want zíj moeten dertig jaar intensief samenwerken met hun nieuwe collega.’
Na het ochtendspreekuur rijdt Dagevos visite, dagelijks gemiddeld langs zeven adressen. Meestal zijn het bejaarden, voor wie hij per bezoek een vergoeding krijgt van 13,17 euro. 'Ik vind huisbezoeken heerlijk’, zegt hij rijdend door het prachtige rivierenlandschap rondom Vorden.
Achter het raam staat een oude vrouw in een zwartfluwelen joggingpak al op de uitkijk. Ze vertelt tot in de details over haar knetterende diarree. 'Kijkt u goed naar de houdbaarheidsdatum in de ijskast?’ vraagt Dagevos, die op haar verzoek ook even naar haar pijnlijke onderbeen kijkt. Hij wrijft erover, drukt op de enkel en zegt tot haar opluchting dat het wel goed komt. Voor de diaree schrijft hij een recept uit.
In zijn spreekkamer tikt hij even later haar gegevens in het His in - het huisartseninformatiesysteem - een digitale vervanger van de oude 'groene kaart’. Niet te verwarren met het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD), dat in de Eerste Kamer is afgestemd maar in een andere vorm waarschijnlijk een doorstart krijgt. Dagevos is daar fel tegen: 'Privacygevoelige gegevens zijn voor mij net zo heilig als mijn beroepsgeheim. Maar we worden onder druk gezet, stel dat het straks toch verplicht wordt om de gegevens af te staan aan het landelijke systeem, wat tevens een vereiste wordt voor onze onderhandelingen met verzekeraars. Heel vervelend.’
Er is nog meer dat hem zorgen baart. Vanaf 2006 viel in Den Haag steeds de term marktwerking. Wat dát precies inhoudt, geen idee, zegt Dagevos: 'Ik run mijn eigen winkeltje. Maar dat is iets anders dan elkaar beconcurreren. Je wordt toenemend gedwongen om een calculerende arts te worden, telkens te rekenen hoe het met elke verzekerde zit en op je hoede te zijn voor je inkomen. Ik ben bang dat we straks in het keurslijf zitten van protocolgestuurde geneeskunde. Door hermetische richtlijnen gaat de vrijheid van beslissen weg, waardoor je een diagnostische blik verliest. Het gaat juist meer kosten, want het veroorzaakt defensieve geneeskunde, met een onderzoek hier en een foto daar om je in te dekken. In de afgelopen 25 jaar heb ik meegemaakt dat alle nieuwe dingen meer regelgeving, meer controle en meer papiermolens genereren - en dus meer kosten.’
Hij zucht diep. Hij vindt het een vervelend onderwerp, geld: 'De politiek zou meer vertrouwen in ons moeten hebben. We moeten ons vak kunnen uitoefenen in een veilig klimaat tegen een goed salaris, anders kan het niet. In tien minuten moet je iemand scannen en zorgen dat hij vertrekt met een goed advies, of een doorverwijzing. Ik vind dat wij een hooggekwalificeerd en zeer verantwoordelijk beroep hebben, waar een goed inkomen tegenover mag staan. En wie over marktwerking doordramt moet niet over een Balkenende-norm beginnen. Dan geldt: markt is commercie is verdienen wat je kan. Daar ben ik geen arts voor geworden.’
Tussen de middag eet hij thuis - één deur verderop - snel een boterham. In zijn praktijk heerst geen haast, wel verloopt de dag in hoog tempo. Zijn patiëntenbestand bestaat uit autochtone Achterhoekers, aangevuld met pensionado’s uit de Randstad en een handjevol asielzoekers. 'Huisartsengeneeskunde is totale geneeskunde, het is steeds een spannende puzzel. De factor tijd is belangrijk voor genezing van veel kwaaltjes, maar er zit vanuit de patiënt steeds meer druk op het proces. Kennis van het internet speelt daarbij een rol, en ook willen mensen vaak een foto of een echo. Dat eisen vaak ook de werkgevers, want zieke werknemers moeten weer zo snel mogelijk aan de slag.’
Of zijn werk belastend is? Dagevos valt stil en slaat zijn benen over de leuning van zijn stoel. 'Vroeger kon ik emotie beter op afstand houden. Nu ik ouder word trek ik me meer aan. Ik ken velen 25 jaar en als ze dan weer met iets komen denk ik: wat een stomme pech. Kanker of een euthanasieverzoek - dat is zwaar. Maar ik ga niet in een praatgroep, ik ga zingen en in de tuin spitten.’

HUISARTSEN ZIJN de thermometer van de samenleving. De klachten die zij in hun spreekkamer zien, zijn behalve puur medisch vooral ook van mentale aard. En iedere Nederlander gaat onvermijdelijk vanaf de wieg tot het graf een relatie aan met de poortwachters van de zorg - van oudsher laagdrempelig en relatief goedkoop.
'Van het hele zorgbudget is slechts vier procent voor de huisartsen, terwijl 95 procent van de klachten door hen afgevangen kan worden. Dat is dus heel doelmatig’, zegt Steven van Eijck, voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Vanwege de politiek turbulente tijden en de economische kijk op zorg koos men, zegt hij, vijf jaar geleden bewust voor iemand die niet uit de medische wereld komt. Als fiscaal econoom, ondernemer, oud-staatssecretaris van Financiën en commissaris Jeugdbeleid onder Balkenende II kent hij het klappen van de Haagse zweep. Hij zit bijna wekelijks om tafel met de ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om te onderhandelen. 'Het zijn zware tijden voor de zorg’, zegt hij in zijn werkkamer aan het Lange Voorhout in Den Haag.
De eerste grote klap kwam vorig jaar september toen minister Schippers aankondigde 132 miljoen op de huisartsen te willen korten. 'De bezuiniging is inmiddels bijgesteld naar 98 miljoen, maar komt wel neer op ongeveer veertienduizend euro per praktijk’, zegt Van Eijck. 'Dat betekent minder doktersassistenten en praktijkondersteuners, waardoor huisartsen die taken weer zelf gaan doen. Dat veroorzaakt meer werk, waardoor de huisarts zich genoodzaakt zal zien vaker door te verwijzen naar het ziekenhuis.’
Maar dat was nog niet alles. Schippers stelde vervolgens voor dat het aantal verwijzingen naar een medisch specialist omlaag moest - van tweehonderd naar maximaal 174 op de duizend patiënten - waardoor het aantal consulten voor de huisarts zou toenemen. De overweging was dat de kosten zouden dalen. En o ja, het zou prettiger zijn voor de patiënt. Dit werd door de beroepsgroep ervaren als een regelrechte inmenging in de spreekkamer.
In de Amsterdamse Rai kwam 6 oktober vorig jaar zo'n beetje de hele huisartsenzorg in een protestdemonstratie bijeen. De sprekers hielden emotionele betogen over de teloorgang van het vak door de bezuinigingen en de inhoudelijke bemoeienis van de politiek.
Een van de demonstranten was Arno Timmermans, zelf huisarts en voorzitter van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). 'We voelen ons door de minister diep gekrenkt. Ik zie ook bij collega’s kwaadheid die overgaat in onverschilligheid: “Ze doen maar.” En dat komt zeker ook door de boete van de NMa.’
Vorige maand kondigde de Nederlandse Mededingingsautoriteit na een in 2008 gestart onderzoek naar het vestigingsbeleid aan 'een einde te maken aan de praktijk dat huisartsen onderling bepalen waar een nieuwe collega zich mag vestigen’ en legde zij de beroepsgroep een boete op van 7,7 miljoen euro. De autoriteit had klachten gehoord van nieuwe huisartsen die werden geweerd en weggepest. 'Schande!’ riep de minister. De LHV was 'verbijsterd’. De zaak is nu voor de rechter, maar in afwachting van de uitspraak is de verwarring compleet.
Kennelijk beschouwt de minister de huisartsenzorg als een markt. Wat ze wil stimuleren is meer keuzevrijheid voor de patiënt. Nu is een patiënt ingeschreven op naam en krijgt de huisarts een vast tarief voor dat 'abonnement’. Dat zou belemmerend werken voor een bezoek aan andere huisartsen: je moet er moeite voor doen om je in en uit te schrijven. Daarnaast wil de minister het nieuwe toetreders makkelijker maken. Hierover brak vervolgens geharrewar uit in de politiek. De oppositie vroeg zich af of de minister dat écht meende, concurrerende huisartsen. Mensen willen toch immers een en dezelfde huisarts die hen kent en kan geruststellen? Dit beeld werd bevestigd door het rapport De huisarts-patiënt-relatie anno 2011 van het NHG. Driekwart van de ondervraagden geeft de voorkeur aan zijn eigen, vaste huisarts en heeft geen behoefte te wisselen. Tenzij dat echt nodig is, en dat kan nu ook. Door de commotie in de Tweede Kamer haastte Schippers zich te zeggen dat ze huisartsen níet ziet als ondernemer op een markt. Maar hoe dan wel?
Timmermans kan de logica niet volgen: 'Hoe moet je bijvoorbeeld onderhandelen met zorgverzekeraars? Dat mag weer niet in groepen, maar moet alleen. Daar staan wél vier grote zorgverzekeraars tegenover die een contract sturen waarin je niets mag wijzigen maar die je alleen mag ondertekenen met een kruisje. Als de minister af wil van het abonnementsgeld om meer wisseling voor de patiënt mogelijk te maken, moet je kijken wat dat stimuleert, zoals bijvoorbeeld in België. Daar zijn ze wereldkampioen visite rijden, medicijnen voorschrijven, injecties geven en hebben ze werkdagen van tien uur.’
De uitdijende zorgkosten, erkent hij, zijn natuurlijk ook ons probleem: 'Verwijzingen moeten doelmatig en medisch noodzakelijk zijn. Maar mensen worden “opgevoed” door de samenleving met een mentaliteit van “ik vraag en jullie draaien”. Als we zorg als een gebruiksgoed beschouwen, is de bijwerking dat mensen zeggen: “Ik betaal ervoor dus ik heb er recht op.” En het is voor een huisarts moeilijk om nee te zeggen.’
Ook hij zucht diep. De vraag is: waarom neemt het aantal verwijzingen toe? 'Ziekenhuizen krijgen patiënten die zelf een afspraak direct hebben geregeld. Ze worden in behandeling genomen, zonder verwijskaart, maar het wordt wel als verwijzing geregistreerd. Verder zijn er allerlei modieuze poli’s opgekomen, van puistenpoli’s tot poeppoli’s, plaspoli’s en hoestpoli’s. Het is helemaal gericht op omzet.’
Hij vertelt hoe het genootschap onlangs zijn 55-jarige bestaan vierde. Met een congres waar internationale sprekers de Nederlandse family doctor de hemel in prezen als de beste in terughoudend beleid, preventieve zorg, controlebeleid en wetenschappelijke productie. 'Uiteindelijk is er ondanks de technologische vooruitgang niet veel veranderd aan wat er in de spreekkamer gebeurt. Het gaat om een mens die geestelijk en lichamelijk zo gezond mogelijk moet blijven.’

LHV-VOORZITTER Steven van Eijck, dé spreekbuis van de geplaagde huisartsen, 'baalt als een stekker van de negatieve teneur vanuit Den Haag’. 'Alles komt tegelijk. Die NMa-boete was een totale verrassing. Een heel overrompelende ervaring. Er kwamen veertig man bij ons binnen en ze zeiden: “We doen een bedrijfsonderzoek.” Alsof we stofzuigers verkopen. Niemand kent dan ook bij ons cases van marktprotectie. Welk symptoom bestrijdt ze nou? De minister heeft sterk ingezet op de ziekenhuizen, die hebben vijftien miljard groeigeld gekregen. Maar het geld is op voor de poortwachters. We gaan een koude periode tegemoet, door de foute keuzes.’
Natuurlijk kan veel worden verbeterd. Van Eijk somt het bekende rijtje op: werken aan betere bereikbaarheid, service, kwaliteit en praktijkondersteunende functies. 'Dat vergt goed management. Maar huisartsen besturen niet graag - geen tijd, zeggen ze - en altijd met het belang van de patiënt als insteek.’
Als ze het besturen niet zelf oppakken, dan staan de zorgverzekeraar te trappelen om te helpen. Hoe, maakt directeur Bas Leerink van Menzis, een van de vier grote zorgverzekeraars, duidelijk. Leerink, zoon van een huisarts, vindt dat Schippers wél moet investeren in de eerstelijnszorg: 'We zijn daar sterk in: veel zelf doen en zonodig doorverwijzen naar een ziekenhuis. Daarmee kun je veel geld besparen. Als ik huisartsen vraag wat ze nou tegenkomen zeggen ze: “Patiënten eisen van alles.” Ze denken vaak dat een huisarts alleen maar bezig is om af te houden naar het ziekenhuis te gaan. En er zijn meer chronisch zieken. De praktijk loopt ervan over, dus moet je dat beter gaan organiseren. Ook zullen huisartsen meer moeten inzetten op leefstijlprogramma’s. Alleen zeggen dat mensen minder moeten eten werkt niet. Je moet de regie geven aan de patiënt, maar wel in samenhang met die ene dokter waar je een eigen relatie mee hebt.’
De baas van Menzis bedoelt daarmee: geïntegreerde eerstelijnszorgcentra, waarin zorgverleners met elkaar onder één dak samenwerken om hun patiënt gezond te houden. En zeven dagen per week, 24 uur per dag open zijn. In 2004 heeft Menzis voor dit model een pilot opgezet in Groningen. 'Voor mensen was het even wennen. Maar ze kregen ook meer aandacht en tijd, er was betere bereikbaarheid en er was minder vervolgzorg nodig. De totale kosten daalden.’ Met dit 'zorgpuntmodel’ probeert Menzis de markt te veroveren. Schippers ziet dat weer niet zitten, onder meer vanwege het te grote aandeelhouderschap van de zorgverzekeraar en een te groot marktaandeel. De NMa loert dan om de hoek.
Duidelijk is dat de ouderwetse dokter zal uitsterven. Zoals type Carel Fieren, die sinds 2002 is gepensioneerd. Hij had een solopraktijk met ruim drieduizend patiënten, promoveerde in zijn beperkte vrije tijd op acute hartstilstand, en was een van de oprichters van de medisch-ethische toetsingscommissie van de Wageningen Universiteit. Zijn beroep zag hij in de afgelopen decennia veranderen van een 'doe-vak’ met als onderdelen verloskunde en kleine chirurgie naar het steeds meer begeleiden van chronisch zieken. 'Arts worden is een roeping’, zegt hij. 'Het vertrouwen in de huisarts was groot, want “u bent de vakman”. Patiënten zijn mondiger geworden - op zich niet negatief - en hebben haast. Het is vandaag ziek, morgen beter. Vroeger stelden we de diagnose voornamelijk op basis van klinisch onderzoek, terwijl er nu een scala aan diagnostische technieken beschikbaar is waarvan de patiënt uiteraard gebruik wil maken. Dat maakt de positie van de huisarts nu moeilijker.’
'Wie wordt er nog huisarts?’ zegt Bas Leerink. 'Vrouwen. En die willen parttime en in een groepspraktijk werken.’ Het geïntegreerde zorgcentrum met deeltijdwerkende vrouwen waar hij de mond van vol heeft, bestaat ook al zonder Menzis. In Zorg op Zuid werken in een modern gebouw behalve vijf huisartsen een diëtiste, een bedrijfsarts, fysiotherapeuten, maatschappelijk werkers, verloskundigen. Er is een lab en apotheek. De ruim zesduizend patiënten van dit zorgcentrum in Rotterdam-Zuid, de wijk rond Feijenoord, zijn merendeels Turken, Marokkanen, Antillianen en sinds enkele jaren Polen. In de wachtkamer loopt een Turkse man zuchtend te ijsberen. 'Waar blijft dokter nou?’ brult hij, 'want ik wacht al een kwartier.’ Zijn vrouw lacht verontschuldigend, terwijl ze twee vrolijke jongetjes in bedwang houdt.
In de kantine praten drie huisartsen en Arnoud Steutel, die nog in opleiding is en stage loopt, met passie over hun werk. Maar de strekking is ook dat ze in een spagaat zitten door de maatregelen vanuit Den Haag. 'De werkdruk is giga-hoog’, zegt Marleen Kooijman. 'Het is moeilijk om hier artsen te krijgen. Er bestaat een toelage voor patiënten die in een achterstandswijk wonen, gebaseerd op postcode. Dat weegt echter niet op tegen de extra werkdruk die ze geven.’
Haar collega Marieke Out: 'Het is in deze achterstandwijk lastig meten wat kwaliteit is.’ Ze noemt als voorbeeld het geval van een Poolse meneer die heel dik is, ruim driehonderd kilo, en slecht Nederlands spreekt. 'Sinds de afvalpillen uit het pakket zijn, slikt hij ze niet meer. Hij komt niet meer buiten. We kregen een telefoontje dat er iets met zijn benen was. Wij keken hoe we het moesten regelen. We hebben hem met een mannetje of vijf naar boven geduwd. Nu hebben we een plan met de chirurg gemaakt om hem via de brandweer uit huis te krijgen om hem te laten opereren.’
'We helpen zo ver mogelijk’, zegt Kooijman. 'Maar je moet leren loslaten, want je kunt de wereld niet redden. Heimwee vertaalt zich in lichamelijke klachten. Want klagen over heimwee is not done, dan ben je ondankbaar. De behandeling ervan, aanpassingsstoornis genaamd, wordt niet meer vergoed, dus de psychologen maken er nu een depressie van, want dat wordt nog wel vergoed.’
Florence Geers: 'Ons bestand verschuift nu naar Polen, en die hebben andere problematiek. Ze zijn arm; als ze komen zijn ze vaak heel ziek. Het zijn verklaarbare ziekten, zoals grote infecties of verwaarloosde diabetes. Dagelijks zien we vooral veel vrouwen, net getrouwd, te dik. Het zijn vaak importbruiden met grote problematiek achter de vage klachten. Het is voelbaar, maar we kunnen er weinig mee. Negentig procent blijft hangen in aandacht vragen.’
De huisartsen schetsen een realistisch beeld van hoe dat gaat. Na de zomervakantie hebben ze het bijvoorbeeld extra druk. Er komen nieuwe bruiden, en allochtonen keren terug met testen, foto’s en cd'tjes in de hand, want ze hebben in het thuisland een second opinion geregeld. Het is in Turkije goedkoper - een tiende van hier - en ze krijgen het terug van hun Nederlandse verzekeraar. Toch vertrouwen ze het niet en vragen dan om toelichting. Er strijd over voeren heeft volgens de huisartsen geen zin.
Arnoud Steutel hoort het in zijn gestreepte trui zwijgend aan. Hij zegt: 'Ik wil liever een praktijk buiten de Randstad, maar ik leer hier heel veel.’ Hij ziet in zijn opleiding ook veel allochtonen, die straks huisarts willen worden.
'Nou die willen hier echt niet komen werken, die gaan naar Berkel en Rodenrijs, de dure buurten’, roept Marleen Kooijman.
'Dat kan ik me best voorstellen’, zegt Florence Geers. 'Turken kijken onderling weer heel anders naar elkaar, en dat zit sociaal ingewikkelder in elkaar dan wij kunnen weten.’
'Laatst kwam er hier een Turkse man’, vertelt Kooijman, 'die heel autoritair deed tegen onze assistente - ze draagt een hoofddoek - en vroeg haar te helpen met het aankleden van zijn vrouw, iets wat ze thuis gewoon zelf doet. Als je hier werkt hoef je de krant vaak niet meer te lezen. De hele problematiek zie je hier langskomen.’
Maar er is ook veel positiefs te melden. Deze groep patiënten behandelt hen nog als dokter met gezag. Als je op de fiets door de buurt rijdt word je door iedereen beleefd gegroet. 'Je bent een soort dorpsdokter. En ze nemen vaak presentjes van vakantie mee.’ De artsen wijzen op exotische spullen in de vensterbank.
Geers: 'Soms zie je vrouwen groeien, die stijgen boven hun eigen situatie uit, dat is mooi. En van mens tot mens blijft het hetzelfde werk, alleen is de sociale context bepalend. De huisarts is een systeemarts. Schippers wil dit loslaten, dat is funest.’
Kooijman: 'Je kent iemands achtergrond. Ik heb bijvoorbeeld een vrouw die een man met een kort lontje heeft, waardoor zij vaak klachten heeft en frequent langskomt. Ga je het systeem van inschrijven op naam opheffen, dan gaat het gevoel met de wijk en de mensen verloren. Vroeger had je de pastoor; de huisarts is nog overgebleven en die moet je niet op de markt gaan zetten.’
'Als ik strijd moet gaan voeren over de basis van mijn vak stop ik ermee, dat kan ik niet meer opbrengen’, zegt Florence Geers.


Huisartsen in Nederland
De populatie Nederlandse huisartsen is in de afgelopen dertig jaar sterk veranderd. Het aandeel vrouwen in de beroepsgroep steeg spectaculair: van zeven procent in 1980 naar veertig in 2010. In absolute aantallen vertienvoudigde de vrouwelijke inbreng bijna, van 378 in 1980 naar 3532 dertig jaar later. Het aantal mannelijke huisartsen groeide in het eerste deel van die periode licht, om tijdens het laatste decennium weer af te nemen. De komende jaren zal het aandeel vrouwen nog verder stijgen: de gemiddelde leeftijd van vrouwelijke huisartsen is 44 jaar, tegenover 51 jaar voor hun mannelijke collega’s, en van de huisartsen in opleiding is ruim zeventig procent vrouw. Onderzoeksinstituut Nivel berekende dat in 2015 het merendeel van de huisartsen vrouw zal zijn.
Het profiel van de vrouwelijke huisarts wijkt sterk af van dat van haar mannelijke collega. Tweederde van de mannelijke huisartsen werkt voltijd, terwijl maar vijftien procent van de vrouwen dat doet. Dit lijkt de komende jaren niet te veranderen; van de vrouwen die een baan als huisarts zoeken, wil 93 procent een deeltijdbaan, tegen 64 procent van de mannelijke aspirant-huisartsen. Vrouwen werken bovendien relatief vaker in stedelijke gebieden.
De mannelijke huisarts wordt schaars, en met hem de solopraktijk. Tussen 2005 en 2010 nam het aantal praktijken met zo'n tien procent af. Het aantal solopraktijken daalde in die periode met ruim een kwart. Deze daling lijkt zich de komende jaren verder voort te zetten.

Aantal huisartsen in Nederland naar geslacht, 1980-2010
Jaar Man Vrouw Percentage vrouw
1980 5145 378 7
1990 5778 1023 15
2000 5808 1961 25
2010 5389 3532 40