De misbare natie

In de geweldloze burgeroorlog die van tijd tot tijd de Amerikaanse politiek verlamt, hebben de Republikeinen een slag gewonnen, althans voorlopig. Als resultaat van de filibuster wordt Chuck Hagel nog niet tot minister van Defensie benoemd.

Een filibuster is een eindeloos gerekt debat waardoor een besluit wordt verhinderd. Hagel is een gematigd Republikein op wiens politieke loopbaan niets valt aan te merken. Hij is een veteraan van de oorlog in Vietnam, een paar maal gedecoreerd, heeft politieke carrière gemaakt als senator van Nebraska. Maar hij hoort niet tot de rechtse ijzervreters van zijn partij.

Toen de regering van president Bush jr. de oorlogen in Afghanistan en Irak begon, heeft hij zich gereserveerd opgesteld. En nu, in het conflict over de kernbom die nu misschien door Iran wordt gemaakt, is hij voorstander van verdere onderhandelingen. Hij vreest catastrofale gevolgen als Israël tot een preventieve aanval zou overgaan. Hij is volstrekt niet van plan Israël ‘in de steek te laten’, zoals sommige van zijn tegenstanders beweren, maar hij is een realist, en in die zin een duidelijke geestverwant van Obama.

Dat wil er bij de rechtervleugel van de Republikeinen niet in. Vandaar deze filibuster. Toen er ten slotte eind vorige week werd gestemd, kwamen de Democraten twee stemmen te kort. Natuurlijk gaan ze het opnieuw met Hagel proberen en laten we hopen dat het de volgende keer lukt. Er dient zich geen andere kandidaat van het kaliber Hagel aan en een vervanger van een meer rechtse signatuur zal voor Obama niet aanvaardbaar zijn. In zijn State of the Union heeft hij zich opnieuw als een diplomatiek staatsman aangediend. Om zich de komende vier jaar als zodanig te blijven manifesteren, heeft hij in ieder geval de stilzwijgende medewerking van een meerderheid der Republikeinen nodig. De ervaring van de afgelopen week heeft geleerd dat het daaraan weer ontbreekt.

De ervaringen met Hagel zijn niet het enige teken dat rechts in de binnenlandse politiek opnieuw veld wint. Na de schietpartij in Newtown is het debat over het particuliere vuurwapenbezit weer losgebarsten. De leerkrachten moeten op school een vuurwapen dragen, zegt de gun lobby. Dan kunnen ze eventueel de binnengedrongen gekken meteen van repliek dienen. Vuurwapens doden geen mensen. Het zijn de gekken, de misdadigers die de trekker overhalen. Iedere vrije burger heeft het recht zich daartegen te verdedigen. Dat is het dogma dat bij iedere school shooting te berde wordt gebracht en dat nu weer veld wint.

In groter verband gezien zijn de lotgevallen van Hagel en de reacties op deze schietpartij twee symptomen van de wending in de Amerikaanse binnenlandse politiek. Bij de vorige presidentsverkiezingen was het door de kandidatuur van Sarah Palin en de successen van de Tea Party al duidelijk dat ultrarechts lang niet verslagen was, ondanks acht jaar wanbeheer van George W. Bush. Voor een groot deel heeft Obama zijn eerste overwinning aan hem te danken gehad. De kandidaat diende zich toen aan als de geloofwaardige verlosser. In de loop van zijn eerste vier jaar heeft hij die glans verloren. Het is waar: hij heeft geen kolossale rampen veroorzaakt, de natie niet in uitzichtloze oorlogen gestort. Hij heeft zelfs de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. Maar onder zijn bewind is de economische crisis niet opgelost. Het Midden-Oosten is na de kennelijke uitputting van de Arabische lente opnieuw het toneel van een chaos waarin ieder ingrijpen vruchteloos lijkt. Een herhaling van Afghanistan en Irak is onder zijn bewind uitgesloten.

Maar in feite zijn dit negatieve prestaties. Hij mag dan de volgende uitzichtloze ramp vermeden hebben, en hij heeft een groot oratorisch talent, maar concreet gesproken heeft hij in zijn eerste ambtstermijn niets bereikt dat tot de verbeelding van de nationale massa spreekt. Ja, Obamacare, de nationale gezondheidszorg, zullen we in Europa misschien denken, maar ook daarover bestaan binnen het Amerikaanse electoraat heftige meningsverschillen. Obama is een groot retorisch talent zonder grote daden. Speak softly, carry a big stick, zei zijn beroemde voorganger Theodore Roosevelt (1901-1909). In zekere zin is Obama het tegendeel. Was hij een gewone burger, dan zou je hem een praatjesmaker noemen.

In Amerika verschijnt binnenkort een boek van Vali Nasr, die twee jaar onder Obama in diplomatieke dienst is geweest en nu verbonden is aan de Johns Hopkins School of Advanced International Studies. The Dispensable Nation is de titel. De verwaarloosbare natie. De strekking is dat onder Obama de diplomatie in feite binnenlandse politieke doelen heeft gediend. Zo is het met Afghanistan en Irak gegaan en nu met Iran en Israël. Het resultaat is averechts. In principe heeft Washington een vruchteloze buitenlandse politiek gevolgd. Dat blijft voor het electoraat niet verborgen. Het zwenkt naar rechts. Ook daar weet niemand een oplossing. In feite bewijst Obama op zijn eigen manier hoe Amerika als leidende wereldmacht verder afkalft. Maar het blijft onze machtigste bondgenoot.