Multinational levert onderdelen voor F16’s en Apaches

De missie van Philips

Nederlandse bedrijven leveren onderdelen en apparatuur voor F16-straaljagers en Apache-gevechtshelikopters die door Israël worden gebruikt voor liquidaties in de Palestijnse gebieden. Ook Philips, ondanks eigen stringente codes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. «Ach, op de totale activiteiten van Philips is dit maar een kleine business.»

Op dinsdag 23 maart presenteerde Philips zijn tweede duurzaamheidsverslag. Het concern eist dat al zijn leveranciers een verklaring ondertekenen waarin zij zich vastleggen op «normen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen». Philips maakt veel werk van het invoeren en handhaven van hoge morele standaards in haar bedrijfs voering. Wat dat betreft staat het boven aan een lijst van zeshonderd meest verantwoord producerende bedrijven. En daar is de Nederlandse multinational trots op.

In haar General Business Principles benadrukt Philips nog maar eens dat het haar «missie» is «de kwaliteit te verbeteren van het leven van mensen door de introductie van waardevolle technologische innovaties». Het document, te vinden op de website philips.com, staat bol van verantwoordelijkheidszin. «Philips wil een verantwoordelijke partner in de samen leving zijn», valt te lezen. En: «Philips ondersteunt en respecteert de mensenrechten en doet zijn uiterste best ervoor te zorgen dat haar activiteiten niet bijdragen aan het schenden van mensenrechten.»

Eveneens op 23 maart werd oprichter en geestelijk leider van de Hamas-beweging in de Palestijnse gebieden, sjeik Ahmed Yassin, geliquideerd. Dat gebeurde op de manier die de Israëlische politiek van targeted killings kenmerkt, waarmee doorgaans meer omstanders dan terroristenleiders uit de weg worden geruimd — de Palestijnse gebieden zijn zeer dicht bevolkt. Gevechtshelikopters vuurden drie raketten af toen Yassin voor zonsopgang een moskee in Gaza-stad verliet waar hij het ochtendgebed had gezegd. Naast Yassin kwamen zeven andere moskeegangers om, waaronder enkele van zijn lijfwachten. De liquidatiepolitiek wordt dan ook door de hele wereld inclusief de Verenigde Staten afgekeurd.

De aanslag op Yassin werd ongehoord scherp veroordeeld. De Europese Unie noemde de actie «een buitengerechtelijke moord». De VS toonden zich «hevig verontrust», en secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan verklaarde dat de Israëlische actie in strijd was met het internationale recht. De Israëlische premier Sharon, die persoonlijk opdracht had gegeven voor de moord op Yassin (die als Hamas-leider talloze aanslagen op Israëlische burgers liet uitvoeren) feliciteerde de strijdkrachten met de «geslaagde missie» en beloofde dat er meer liquidaties zouden volgen.

Dat de Israëlische liquidatiepolitiek en de mooie woorden van Philips in hetzelfde ochtendblad prijken is wrang. Want wat de consument makkelijk ontgaat, is dat Philips in strijd met haar ethische code onderdelen levert voor de F16-straaljager en de Apache-gevechtshelikopter: wapen systemen waarvan bekend is dat ze worden ingezet bij het «buitengerechtelijke moorden» door de Israëliërs. Op haar website meldt het bedrijf: «In principe leveren Philips-bedrijven geen producten of diensten die speciaal zijn ontworpen of ontwikkeld voor militaire doeleinden, behalve de volgende producten.» Boven aan de lijst die volgt prijkt: « F16-onderdelen en Apache-onderdelen geleverd aan Navo-landen en Israël».

De Israëlische gevechtshelikopters die Yassin met rolstoel en al opbliezen, waren volgens verschillende Palestijnse en Israëlische bronnen Apache-helikopters. Die hebben inmiddels de naam zeer kwetsbaar te zijn op het slagveld. In Kosovo kwamen ze niet in actie wegens allerlei technische complicaties en onverantwoord geachte risico’s. In Irak schoten boeren met simpele geweren een laag vliegend exemplaar uit de lucht. Maar het toestel heeft voor de Israëlische strijdkrachten wel degelijk een belangrijke functie. «De Apache heeft aangetoond waardevol te zijn voor gerichte aanslagen», aldus de Israëlische generaal b.d. Isaac Ben-Israel vorig jaar in Defense News, doelend op de Israëlische liquidatiepolitiek.

Tot mei 2003 voerde Israël 135 liquidaties uit, vaak met behulp van Apaches. Eind juli 2002 werden F16’s ingezet voor het bombarderen van het huis van Salah Shehada, een militaire Hamas-leider. Het was een van de zwaarste liquidatieacties van de Israëliërs. Shehada werd gedood samen met vijftien burgers. Tot mei 2003 doodden de Israëliërs op soortgelijke wijze 249 leden van verschillende Palestijnse verzetsbewegingen. Bijkomende schade: 105 burgers, waaronder 35 kinderen.

Toen Nederland destijds besloot F16’s en later ook Apaches aan te schaffen, kreeg het Nederlandse bedrijfsleven langlopende compensatieorders toegewezen. Bedrijven als Philips en Stork raakten zo betrokken bij de productie van deze wapensystemen. In Nederland worden voor de F16 onder meer landingsgestellen, computers, controlepanelen en delen van het raketafvuursysteem geproduceerd. Voor de Apache gaat het onder meer om landingsgestellen, communicatieapparatuur, staartstukken en munitie laders. Fokker Special Products, tegenwoordig onderdeel van Stork, maakt onderdelen voor allerhande raketten, waaronder de Stinger en de Hellfire. Die laatste raket maakt deel uit van de standaardbewapening van de Apache en wordt door Israël gebruikt om aanslagen mee uit te voeren als onlangs op sjeik Yassin. In 2001 verstrekte de Nederlandse overheid vergunningen voor de export naar de VS van Apache-onderdelen ter waarde van ruim 85 miljoen euro. Onlangs nog bestelde Israël zes Apaches bij Boeing in de VS.

Nederland keurt Sharons liquidatiebeleid af en levert bovendien geen wapens aan landen in spanningsgebieden. «Het wapen exportbeleid ten aanzien van het Midden-Oosten is zeer restrictief, niet alleen ten aanzien van Israël, maar ook ten aanzien van een land als Saoedi-Arabië», stelde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer eind 2003 in een algemeen overleg over het wapenexportbeleid. Toch komen Nederlandse wapenonderdelen in Israël terecht, zo werd de minister tijdens het overleg voor de voeten geworpen. De minister: «Ook bij de export van componenten ten behoeve van defensiematerieel geldt dat vergunningverzoeken altijd worden getoetst op eindbestemming; in de vergunningaanvragen dient de eindbestemming te worden vermeld. Indien het een leverantie via een derde land betreft met bijvoorbeeld als eindbestemming Israël, dan wordt op Israël getoetst en zal conform het huidige beleid een negatief advies aan Economische Zaken worden gegeven. Is de eindbestemming niet bekend, dan toetst Buitenlandse Zaken op het land waaraan de componenten in eerste instantie zullen worden geleverd. Als dit een land is met een deugdelijke wapenexportregelgeving — een EU-lidstaat, een Navo-bondgenoot — dan zal er in beginsel positief geadviseerd worden aan EZ, maar heeft het betrokken land een ondeugdelijk wapenexportregime, dan komt er een negatief advies. De minister vindt het wapenexportregime van de VS, Nederlands grootste en belangrijkste bondgenoot, deugdelijk.» Een tamelijk ingewikkelde manier om te zeggen dat de wapensystemen waaraan Nederland mee produceert via de Verenigde Staten in Israël terechtkomen.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken is dat wettelijk volledig in de haak: «Voor een vergunning wordt er getoetst op de eindbestemming. Die moet vermeld zijn in de aanvraag van de vergunning. Als Israël als eindbestemming wordt vermeld, dan zal er geen vergunning worden afgegeven.» Bij onderdelen ligt dat ingewikkelder: «Er is niet te controleren hoe ze worden verwerkt en wat er met elk onderdeel gebeurt. Vaak gaan componenten naar wapenproducenten in de VS. Dan is het moeilijk de eindbestemming van het verwerkte onderdeel te weten te komen. In zo’n geval toetsen we het land waaraan de onderdelen worden geleverd. Als dat Navo-partner of EU-partners zijn, adviseren we een vergunning te geven. We vertrouwen op hun eigen exportbeleid.»

Dus zouden door Philips en andere Nederlandse bedrijven geproduceerde onderdelen gebruikt kunnen worden door Israël in de Palestijnse gebieden?

«Dat kan. Er hangt nu eenmaal niet aan elk onderdeel een label met daarop de eind bestemming.»

Naar eigen zeggen levert Philips geen onderdelen direct aan Israël. Philips Aero space produceert in de machinefabrieken te Acht delen van het uitlaatsysteem voor de F110-motor van General Electric die wordt gebruikt in gemoderniseerde versies van de F16. Israël heeft na de Amerikaanse luchtmacht de grootste F16-vloot ter wereld. Haar F16’s zijn uitgerust met F100-motoren van Pratt & Whitney, maar bij een moderniseringsronde zou kunnen worden gekozen voor de mede door Philips geoutilleerde General Elecric-motor. Door Israël gebruikte Apaches zijn uitgerust met het instrumentenpaneel dat Philips Aerospace levert aan Apache-producent Boeing. De instrumenten zelf komen van andere, niet-Nederlandse producenten.

Philips is niet van zins haar militaire productie in overeenstemming te brengen met haar eigen codex voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. «Wij doen geen uitspraken over wat eindgebruikers doen met het product dat wij leveren», stelt een woordvoerder: «We leveren aan bedrijven die voldoen aan onze ethische codes. Boeing en General Electric behoren daartoe.»

Is het produceren van wapenonderdelen in overeenstemming met de ethische codes van Philips?

«Jawel, wapens worden niet altijd gebruikt voor het schenden van mensenrechten, maar ook voor gerechtvaardigde verdediging. We zijn hier heel open in; we melden het op onze website. Transparantie behoort ook tot onze business principles.»

Maar het is voor iedereen zichtbaar dat het Apaches en F16’s zijn die door Israël worden ingezet voor haar liquidatiepolitiek. Dat is in strijd met Philips’ ethische principes.

«Principes zijn het meest effectief als je invloed kunt uitoefenen. Dat kan bijvoorbeeld bij kinderarbeid. Als je ontdekt dat kinderen worden ingezet, kun je kiezen voor een andere toeleverancier. Dat doen we dan ook. Maar op het eindgebruik van de F16- en Apache-onderdelen hebben wij geen invloed.»

Philips zou de levering van onderdelen aan Boeing en General Electric toch kunnen binden aan de voorwaarde dat ze niet worden gebruikt voor de liquidatiepolitiek van Israël of andere mensenrechtenschendingen?

«Wij leveren niet rechtstreeks aan de eindgebruiker, dus hoe kunnen we dan zo’n voorwaarde stellen? Ik weet ook niet of het enig gewicht in de schaal zou leggen. Want, ach, op de totale activiteiten van Philips is dit maar een kleine business.»

Met dank aan Campagne Tegen Wapenhandel