De mistige overwinning van bill clinton

Tenzij de opiniepeilers de vergissing van hun leven maken, is Bill Clinton herkozen wanneer u dit leest. Ook in de congresverkiezingen werden geen grote verschuivingen verwacht.

Amerika lijkt dus een tevreden land. Waarom anders zou het zijn leiders herverkiezen? Op het eerste gezicht is er reden te over voor tevredenheid. De economie groeide traag maar ononderbroken tijdens de Clinton-jaren, inflatie en werkloosheid zijn het laagst sinds een eeuw, het begrotingstekort werd meer dan gehalveerd, er is geen buitenlandse crisis die de Amerikaanse belangen bedreigt. Maar een grimmiger werkelijkheid schuilt achter de roze cijfers. De kloof tussen rijk en arm groeide onder Clinton nog sneller dan onder zijn Republikeinse voorgangers, de sociale afbraak versnelde - met de afschaffing van het recht op bijstand voor moeders met jonge kinderen als kroonstuk -, het modale arbeidsloon daalde met zes procent sedert 1990 en ‘werkzekerheid’ werd een anachronisme. Op buitenlands vlak is Amerika’s macht wel onbedreigd, maar een steeds groter deel van de wereld zinkt weg in chaos. Er is een toenemend gevoel dat alles op losse schroeven staat.
De meerderheid van de Amerikaanse kiezers situeert zich in het centrum, maar niet uit tevredenheid. Het is een nerveus centrum, 'the Anxious Middle’, zoals de auteur E.J. Dionne het noemt, dat bulkt van frustraties, toekomstangst en wantrouwen tegenover politici. Het is ontgoocheld over de traditionele recepten van links en rechts, het is bang voor experimenten maar ontevreden over de status quo. Het zwalpt, maar op zo'n manier dat alles stabiel lijkt. In 1992 stemde het nerveuze centrum Bush weg. In 1994 was het de nieuwe president al zo beu dat het zijn partij een nederlaag toebracht in de congresverkiezingen. In 1996 is het zo gedesillusioneerd over het Republikeinse congres dat het weer een Democratische president kiest. Maar het wantrouwen in hem is zo groot dat de Republikeinen met succes konden beargumenteren dat zijn macht beperkt moet worden door een Republikeinse senaat.
Het politiek cynisme werkte in Clintons voordeel. Volgens de polls geloven de meeste Amerikanen dat hij liegt over Whitewater en het schandaal met de FBI-dossiers. Toch stemt het nerveuze centrum voor hem, omdat het ervan uitgaat dat alle politici leugenaars en sjoemelaars zijn. En het werkte in Doles nadeel: zijn belofte om de belastingen te verlagen en tegelijk de begroting in evenwicht te brengen klinkt mooi genoeg, maar geen hond die het geloofde.
Voor postmoderne politici is het beter om zich in ideologische mist te hullen en verkiezingsbeloften zo vaag mogelijk te houden. Clinton, die het nerveuze centrum sinds zijn nederlaag zeer goed begrijpt, heeft precies dat gedaan. Niemand weet dan ook wat hij in de komende vier jaar zal doen. 'Misschien weet hij het zelf niet’, zei een Democratische leider. Maar het lijkt wel zeker dat hij in de komende jaren een economische recessie zal moeten trotseren en dat de schandalen die als donderwolken boven zijn hoofd hangen, zullen openbreken.
Het nerveuze centrum zal er niet kalmer door worden.