H.J.A. Hofland

De Moab van de publieke opinie

Basra, stad van ongeveer driekwart miljoen inwoners in het zuidoosten van Irak, betrekkelijk dicht bij de grens met Koeweit, is voorbestemd om het Alkmaar van deze oorlog te worden. Als alles volgens de plannen verloopt, begint hier de victorie. Juichende massa’s langs de straten. De bevrijders zullen volgens The New York Times kleine voedselpakketjes bij zich hebben om uit te delen. Geen sigaretten, denk ik, want roken is dodelijk, en dan krijgt minister Rumsfeld straks een proces aan z’n broek van collega Ashcroft die juist weer de tabaksindustrie driehonderd miljoen dollar wil afnemen. De beelden van de bevrijding zie ik al — of nog — voor me. Draai een journaal uit mei 1945 af om het wereldpubliek op de aanstaande tonelen in Basra voor te bereiden.

«Any war will surprise you», zei generaal Dwight Eisenhower. Het is ook mogelijk dat we over een paar dagen een wereldpremière beleven: de eerste publieke explosie van de Moab, de Massive Ordnance Air Burst, bijgenaamd de Moeder van alle Bommen. Weegt tienduizend kilo, wordt uit een transportvliegtuig gegooid en is het zwaarste conventionele wapen voor massavernietiging. Als ik het goed heb begrepen werkt het ding in twee fasen. In de eerste wordt over een breed terrein een laag hangende ontplofbare nevel verspreid, die in de tweede fase wordt aangestoken. Binnen de straal van de Moab wordt alles verzengd. Soldaten in hun schuttersputjes hebben geen kans; landmijnen komen vanzelf tot ontploffing. Wie het er levend van afbrengt, geeft zich meteen over. De hele vijand zinkt de moed in de schoenen. Over de collateral damage wordt niet gerept. Later misschien.

Sprakeloos heb ik in de nacht van maandag op dinsdag naar president Bush geluisterd. Deze toespraak is de voorlopige apotheose van het unilateralisme; het grootste voldongen feit van zijn bewind tot nu toe. De regels van het internationaal recht, de internationale organisaties, oude bondgenootschappen werden feitelijk of impliciet voor irrelevant verklaard. Alle andere diag noses van het Irakese gevaar — niet zo acuut dreigend dat het een oorlog rechtvaardigt; met voortgezet containment en door verlenging van de inspecties te bedwingen —, het hele repertoire van meer uitstel werd door Bush terzijde geschoven. Volgens een historische, nog altijd niet versleten redenering legde hij de verantwoordelijkheid voor de oorlog nu definitief, per onontkoombaar ultimatum, bij de vijand. Daarmee is de politieke escalatie, een jaar geleden met zijn identificatie van de As van het Kwaad begonnen, voltooid.

In het verloop van dit proces werd het de «internationale gemeenschap» eerst toegestaan haar zegje te doen. Dat kon mogelijk twee voordelen hebben. Het stond eventuele bondgenoten vrij zich bij Bush cum suis aan te sluiten, waarna ze uitsluitend volgens de vigerende inzichten van Washington gedisciplineerd konden meedoen. En zoniet, dan was ze in ieder geval de kans gegund, en daarmee was het hun eigen schuld dat ze buiten spel stonden. In het verloop van dit proces zijn de meeste vrienden van Washington afgevallen. Ten slotte bleef alleen het trio van de Azoren over.

Nu volgt de herontdekking van de wereldopinie. Wat is die waard? Beschouw voor een ogenblik de Moab als een metafoor. In een nieuwsanalyse schreef The New York Times een dag of tien geleden dat de mensen die denken dat er maar één wereldmacht is, zich vergissen. De tweede is de mondiale publieke opinie. Die hangt, volgens mijn Moab-beeldspraak, als een nevel over de planeet. Misschien volgt na het ultimatum de ontbranding; misschien moeten eerst de bommen vallen. En reken erop dat de hele wereld naar de explosies zal kijken, het publiek van Al Jazeera en dat van CNN. Wat gebeurt er dan?

Nu, in de laatste etmalen van de vrede, lijkt het er in ieder geval op dat een zo ongelijksoortige meerderheid in de wereldopinie zelden zo eensgezind was. Robin Cook, leider van Labour in het Lagerhuis, wil niet meer meedoen. Van de paus tot de meest fundamentalistische mullah, van de laatste Franse linkse intellectueel tot zijn rechtse president, van de onschuldigste vegetariër tot de sluwe cynicus Poetin en de presidenten Megawati en Musharraf, ze houden hun hart vast. Allemaal zijn ze om wat voor motieven dan ook tegen deze oorlog. In de conferentiezalen zijn ze uitgepraat. Hoe sterk is de oppositie binnen het parlement, in terroristische bewegingen, op straat? Hoe ontplofbaar is dit verzet? De aanblik van de eerste Moab-explosie op de televisie zal het leren.

Maar dan nog! Hoe duurzaam is de wereldopinie? Washington rekent op een snelle oorlog met in het vervolg daarvan een demonstratie van humanitaire hulp die de wereld nog zal verbluffen. Ja, als de oorlog eenmaal een feit is: wie is er dan niet voor een snel einde? De kans is groot dat in de snelle oorlog het verzet in de wereld snel zal verwelken. Het alternatief is de Moab van een zich uitbreidende chaos — als een Vietnam in het Midden-Oosten bijvoorbeeld — waarvan de wereld de verantwoordelijkheid bij Washington zal leggen. De conclusie is dat niet alleen Saddam een verloren oorlog tegemoet gaat, maar dat Bush op zijn beurt een oorlog ontketent die hij snel tot een eind moet brengen wil hij niet in de volgende verkiezingen ten onder gaan.

Dit is het grootste bezwaar tegen deze Amerikaanse regering. Ze heeft in ieder geval het Westen in een dilemma zonder beste keuze gebracht. We hopen om allerlei goede redenen op een snelle oorlog. Maar met een relatief «gelukkig» einde daarvan bevestigen we een Amerikaans unilateralisme, een Pax Americana van neoconservatieve signatuur, een vooruitzicht op een reconstructie vol voldongen feiten die we niet willen. Daarom denk ik dat ook na een snelle oorlog de opstand tegen Bush cum suis niet is afgelopen. Aan een langgerekt drama, van dag tot dag op de wereldtelevisie breed uitgesponnen, durven we niet eens te denken. Dat is de ons opgedrongen nabije toekomst.