De mode van het parlementaire onderzoek

Het parlementair onderzoek is plotseling uitermate populair. We hebben er op dit moment drie: een naar het woningbedrijf Limburg (WBL), een naar het CTSV, en een naar het broeikaseffect. En het onderzoek naar het verzekeringsbedrijf Vie d'Or en Tankercleaning Rotterdam zijn nog maar net afgerond. En dan was er natuurlijk de parlementaire enquete naar de opsporingsmethoden, met als belangrijkste verschil tussen enquete en onderzoek dat bij een enquete getuigen onder ede gehoord kunnen worden.

Neemt het parlement plotseling zijn controlerende taak serieuzer, of maken ministeries en kabinetsleden meer fouten? Een beetje komisch is het in ieder geval wel, want als het parlement beter had opgelet, zouden dergelijke onderzoeken niet nodig zijn. Maar het is nu eenmaal onmogelijk om overal bovenop te zitten. Bovendien betekent het instellen van een enquete of onderzoek dat het parlement een apparaat en geld tot zijn beschikking krijgt om zijn werk te doen. En aan die twee zaken schort het nogal bij het gewone kamerwerk.
Het begon ooit in 1851 met de parlementaire enquete naar de accijns op zout. Er volgde een illustere rij onderwerpen: een besmettelijk longziekte onder rundvee (1876), de toestand van fabrieken en werkplaatsen (1886), het regeringsbeleid tijdens de Tweede Wereldoorlog, de zaak-Aantjes natuurlijk, Lockheed, maar ook een onderzoek naar een gedragscode voor multinationals. Het zijn meestal onderzoeken en enquetes ter ontrafeling van potentiele schandalen, maar soms ook om bij jarenlang slepende kwesties uit een impasse te komen. Zo was er een paar jaar geleden het parlementaire onderzoek naar de toekomst van de gezondheidszorg, en een onderzoek naar de bijstand.
Partijpolitieke tegenstellingen blijken plotseling te kunnen worden doorbroken als er van iedere partij een lid om de tafel gaat zitten, die de boel eens rustig doornemen. Uitermate curieus is het parlementaire onderzoek dat op verzoek van de PvdA is ingesteld naar het broeikaseffect. Uit het verhoren van tal van deskundigen moet blijken hoe serieus het broeikaseffect is, en dat Nederland werk moet maken van energiebesparing. Maar was het niet PvdA-minister De Boer die, samen met D66-minister Wijers, onlangs het hele klimaatbeleid zo'n beetje heeft afgeblazen, omdat energiebesparing de concurrentiepositie van Nederland in gevaar zou brengen? Waarom heeft de PvdA toen niet meer opgespeeld? Een parlementair onderzoek is dan een wel erg creatieve manier om de milieu-eer van de partij te redden.
Bij het onderzoek naar Tankercleaning Rotterdam wijst de beschuldigende vinger naar de toenmalige minister Smit-Kroes, bij de WBL naar toenmalig staatssecretaris Heerma, bij de CTSV krijgt Linschoten het knap moeilijk.
Toch is er maar een beroepsgroep die zich de vele onderzoeken en enquetes echt aan mag trekken, en dat is de journalistiek. Er blijken in Nederland de meest fantastische beerputten te zijn, maar het wordt aan het parlement overgelaten om ze open te trekken.