Interview: Sadik Harschaoui

«De moderne burger is bang»

Sadik Harschaoui, directeur van Forum, instituut voor multiculturele ontwikkeling, denkt dat er vooral naar autochtonen moet worden gekeken als het gaat om de gecompliceerde kwestie van modern burgerschap.

«Het is te gek voor woorden. Zo inconsequent is deze overheid dus – we zijn tegen segregatie, maar er wordt wel een huur beleid in de steigers gezet dat contraproductief is voor de integratie. Sorry, wat kan ik dan nog doen als professional? Wat moet ik met zo’n overheid?»

Sadik Harschaoui (32), directeur van Forum, instituut voor multiculturele ontwikkeling, hield het lang vol. Hij hing losjes achterover in zijn stoel en redeneerde helder en scherp, terwijl zijn toon mild bleef. Er werd veel gelachen. Alles leek nog niet verloren met Nederland en zijn moeizame verhouding tussen allochtone en autochtone burgers. Maar tegen het einde van het gesprek wurmt de wanhoop zich door de kieren van Harschaoui’s vrolijkheid. Hij schiet naar voren. Zijn lach is verdwenen. Hij maakt een wegwerpgebaar en blaast met kracht de rook van een sigaret uit. «Waar zijn we mee bezig? Iedereen weet dat het docentenkorps móet verkleuren. Het is een schánde dat op onze pabo-opleidingen nauwelijks allochtone leerlingen instromen. En wat dacht je van de politie? Die heeft maar vijf procent alloch tonen in de gelederen, waarvan de meeste ook nog eens een niet-executieve functie hebben. Het kan niet zo zijn dat als we over vijf jaar eenmaal de gevreesde volledig zwarte wijken hebben, daar ook nog eens een blank politiekorps gaat patrouilleren. Het is onvoorstelbaar wat voor ellende we ons dan op de hals halen.»

Het zijn woelige tijden voor Harschaoui. Aanslagen op moskeeën en islamitische scholen, brandstichtingen in kerken: werk aan de winkel voor Forum, dat geen belangenbehartiger van allochtonen is, maar een kennisinstituut dat met publicaties en onderzoek de tweedeling allochtoon-autochtoon te lijf gaat.

Harschaoui leeft sinds zijn achtste in Nederland. Hij studeerde rechten en werkte bij het Willem Pompe Instituut voor strafrecht. De laatste twee jaar voordat hij in 2002 na lang nadenken het directeurschap van Forum aanvaardde, was hij plaatsvervangend officier van justitie in Zwolle, onder meer bij de unit mensensmokkel. «Een geweldig ambt», vindt hij: «Ik ontmoette mensen met allerlei culturele achtergronden. Ik voerde gesprekken met slachtoffers en met daders. Ik voelde de woede en de pijn, zag wat er leefde in de achterbuurten. Ik heb er geleerd me in verschillende leefwerelden te verplaatsen.»

Die vaardigheid benut hij ten volle bij Forum. Volgens de officiële definitie is hij een «eerste-generatie-allochtoon». Maar hij begrijpt de kwellingen van de iets jongere allochtonen van de tweede generatie al te goed. Zij zijn degenen die nu, in deze tijden van spanning, van groot belang zijn.

Sadik Harschaoui: «Ze voelen zich gevangen zitten: ze horen zeker niet in hun moederland, maar ze hebben het gevoel ook niet hier te horen. Tegenwoordig bepaalt je sociale omgeving wie je bent. Je kunt geassimileerd zijn, maar op het schoolplein blijf je een allochtoon. In de ogen van de docent net zo goed als volgens je medeleerlingen. Toen ik hier opgroeide, vroeg niemand naar mijn achtergrond. Mijn vriendjes heetten Ahmed of Marcus. Nu zie je op de lagere school gescheiden groepen. Turken, Surinamers, Somaliërs: allemaal apart. De kinderen zeggen niet: ‹Glenn›, ze zeggen ‹die Antilliaan›. In de hoofden van die kinderen hebben zich de verschillen al vastgezet. Dáár begint het. Het lijkt moeilijk voorstelbaar dat een ander dan de Kaukasische blanke autochtoon ook een echte Nederlander kan zijn. Kleur is voor de definitie van de Nederlandse burger belangrijker dan het paspoort. Daar moeten we als de donder vanaf.

De verklaringskracht van cultuur voor allerlei gedragingen is het discours geworden in de Nederlandse samenleving. Je kunt het zo gek niet bedenken, armoede, gezondheid, sociale verzekeringen, criminaliteit, religie, het niet doorstromen naar de arbeidsmarkt: alles heeft op dit moment een culturele component. Nu is het beeld verder vernauwd en hebben we onszelf een religieus discours aangemeten – het is de islam. De geschiedenis leert dat religie de splijtzwam aller tijden is. We doen aan stereotypering die inmiddels vervallen is tot stigmatisering. En na stigmatisering is er altijd een periode van geweld. Dat is altijd zo geweest. We konden het zien aankomen. Forum heeft ervoor gewaarschuwd. Het is de slotsom van ontwikkelingen die wij al jaren schetsen. We zullen nu snel en doortastend moeten optreden om niet te vervallen in een gewelds spiraal.»

Allereerst, meent Harschaoui, moet een hardnekkige beeldvorming worden doorbroken: «Wij kunnen niet omgaan met diversiteit. Nuance is uit. Dat is een serieus probleem van deze tijd. Journalisten, politici, bestuurders – ze houden vast aan het beeld van een allochtonenblok. Je ziet dat bijvoorbeeld op het religieuze vlak. Al die stromingen in de islam: noem die mensen gewoon allemaal moslims, dan ben je er vanaf. En dat terwijl juist onder allochtonen de onderlinge verschillen veel groter zijn dan onder autoch tonen. De problemen worden al te makkelijk bij dat niet-bestaande blok van allochtonen gelegd. Maar ik denk dat je juist naar de autochtonen moet kijken. Dertig procent daarvan wordt gevormd door een gemeenschap van bange burgers. Noem ze de moderne-burgerij-met-traditionele-waarden. Die gaat dwars door alle inkomensgroepen. De moderne burger is bang. Hij is blank, behoudend, op zoek naar gezag en leiderschap, heeft behoefte aan vertrouwen en kan niet omgaan met veranderingen. De moderne burgerij heeft klappen gekregen. Haar wijken zijn gigantisch verkleurd en voor haar klachten en angst is onvoldoende aandacht. Ze is niet bereid iets te doen aan de integratie van allochtonen. Dat blijkt uit onderzoek. De bange burgers wijzen naar de overheid. Dáár moet het gebeuren. Hún schuld is het allemaal niet. Het is een uiterst belangrijke groep. Veel werkgevers behoren er bijvoorbeeld toe. En die hebben we hard nodig om veranderingen door te voeren.»

Sadik Harschaoui sprak onlangs een verzameling burgemeesters toe. Die wisten niet wat ze hoorden. Besteed nu eens aandacht aan je autochtone burgers, was zijn boodschap. U wilt spanningen in de samenleving vermijden en toenaderingsprocessen versterken? Mooi, maar dan moet u niet lukraak allerlei discussies uitschrijven en denken dat het dan wel goed komt met de toenadering. U moet zich afvragen wat voor burgers u in uw stad heeft wonen, wat voor achtergronden ze hebben en wie u eigenlijk met wie in gesprek wilt laten gaan. U moet in de probleemwijken op zoek gaan naar de bedreigde burger. Want die heeft uw vertrouwen nodig.

Sadik Harschaoui: «Ze moesten even wennen aan die allochtoon die wees op een probleem bij de autochtonen, maar ze begrepen het. Eén burgemeester vertelde me dat hij net een discussie had georganiseerd en er maar twaalf autochtonen kwamen opdraven en wel 150 allochtonen. De bedreigde burger is een totaal vergeten beleidscategorie. Het integratieproces zou tweezijdig moeten zijn, maar het beleid is enkel gericht op allochtonen. Als je de autochtonen vergeet, creëer je geen toenadering. Dat vonden de burgemeesters een eye opener.»

Is het niet te laat? Het proces van verwijdering is al zo’n twintig jaar aan de gang.

«Het zal moeilijk worden. In de jaren tachtig is het maatschappelijk middenveld weg gesaneerd. We moeten ons echter opnieuw richten op de instellingen die tussen de overheid en de burger in staan. Als officier van justitie had ik te maken met mensen die om allerlei redenen hun burgerschap niet goed hadden uitgeoefend. Het is te laat als zij eenmaal voor de rechter verschijnen. Ze hadden op een voetbalclub of in een buurthuis moeten leren wat burgerschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid inhouden. Maar het jongerenwerk en het buurt- en clubhuiswerk zijn nagenoeg verdwenen. En als er nog een voetbalvereniging is, dan ligt die weggedrukt aan de rand van de stad en moeten jongeren tien kilometer fietsen om er terecht te komen. Dat doen ze niet. De instellingen die er nog zijn, zijn groot en log en functioneren niet goed: de Raad voor de Kinder bescherming, het gevangeniswezen. En dan heb ik het nog niet over de falende psycho sociale hulpverlening, over grote groepen verwaarloosde zwerfjongeren, over allochtone ouderen die in een isolement leven. De menselijke maat die wij tien, vijftien jaar geleden dachten te hebben geïncorporeerd in onze verzorgingsstaat is met de afbouw van die verzorgingsstaat nu helemaal weg. Dát is het failliet van de samen leving. En dat hebben we te danken aan politieke keuzes die verkeerd hebben uitgepakt. Die veelbesproken kloof tussen de overheid en de burger is door de overheid zélf gecreëerd.

Het is verbijsterend om te zien dat bestuurders die kloof denken te overbruggen met soundbytes, retoriek, loze beloften. Dat is het terrein van de populisten. Maar we hebben juist behoefte aan actie, aan concrete oplossings mechanismen voor conflicten. We hebben geen verbindende leiders, er is te weinig gezag, onze moraal is gefragmenteerd. Het instrumentarium om daar iets aan te doen is weggevallen met het einde van de verzuiling en vervolgens de afbraak van het maatschappelijk middenveld.»

Moeten we naar een nieuw Nederlands burgerschap?

«Jazeker. Bij Forum hanteren we het concept van gedeeld burgerschap. Lotsverbondenheid. Iedereen die hier leeft draagt verantwoordelijkheid. Je deelt je burgerschap met andere burgers. Je moet burger willen zijn, burger kunnen zijn en burger mogen zijn. Als je geen burger wilt zijn, dan is het einde oefening en moet je maar naar een ander land gaan. Burger kunnen zijn, wijst niet alleen op je eigen verantwoordelijkheid, maar ook op de mogelijkheden die je geboden worden om je burgerschap te kunnen uitoefenen – zijn er goede scholen, gelijke kansen et cetera. Burger mogen zijn betekent dat je door de overige burgers en de overheid geaccepteerd moet worden. Zo ver zijn we nog lang niet.

Ik vind het functioneren van de Nederlandse rechtsstaat een essentiële voorwaarde van burgerschap. Voor wie de rechtsstaat niet onderschrijft, de wetten met inbegrip van grondwet en mensenrechtenverdragen – gelijkheid van man en vrouw, gelijkheid van alle mensen, onschendbaarheid van je lichaam – dat soort fundamentele waarden, is hier geen plaats. Vaak verwarren we de rechtsstaat met democratie. In mijn beleving is de democratie de organisatie van het verschil. De Tweede Kamer is een arena waar het onbehagen van de burger geuit kan worden. Zoek dáár de confrontatie. Vecht het er uit tot op het bot. En aanvaardt dat allochtonen in de politieke arena heel andere belangen naar voren zullen brengen dan autochtonen. De rechtsstaat daarentegen is een ingenieus mechanisme om die verschillende belangen te kanaliseren. De rechtsstaat is de organisatie van eenheid. Via de democratie kun je uiteindelijk de rechtsstaat beïnvloeden. De rechtsstaat moet in een democratie heel erg hoog in het vaandel staan omdat dat nu juist het mechanisme is waar de grenzen worden aangegeven. Als je de rechtsstaat gaat uithollen door allerlei strafbare feiten niet te vervolgen of hem gaat gebruiken om burgers te dresseren, gaat het mis.»

Het klinkt alsof u behoefte heeft aan een sterke staat.

Sadik Harschaoui: «Ik heb behoefte aan een consequente staat. Gedoogbeleid schept verwarring. Neem de scheiding tussen kerk en staat. Dat vinden we een fundamenteel beginsel. Maar dan moet er ook een uitspraak komen over het feit dat de SGP nog steeds vindt dat God vóór de grondwet gaat. Je kunt wel zeggen: we hebben er geen last van. Maar wat moet je dan doen als allochtonen zeggen: die grondwet is wel belangrijk, maar ik houd mij aan het woord van Allah of Krishna? Autochtoon Nederland zou op zijn achterste benen staan, maar de SGP doet dit al jaren. Dan is het toch niet zo gek dat je legitimiteit als overheid bij allochtonen wordt ondergraven? Neem het beleid ten opzichte van moskeeën. De moskee is een gebedsplaats los van de staat en kan dus geen instrumentele functie voor de overheid vervullen. Maar in Amsterdam moeten moskee en maatschappelijke contracten afsluiten. Dat klopt niet. Ik heb de indruk dat bestuurders en politici uitzondering op uitzondering creëren en zo de rechtsstaat gebruiken voor sociale doeleinden. Allochtone jongeren snappen heel goed hoe het werkt. Ze zien dat er gezocht wordt naar pragmatische, slimme oplossingen om een groep buiten de deur te houden. Ze kennen het aan den lijve. Het gebeurt ze ook in de discotheek: ze mogen er niet in. Maar de uitsmijter zal ze nooit de werkelijke reden zeggen. Hij zal wijzen op schoeisel, of kleding, of het is vol, of je hebt geen meisje bij je, of geen pasje. Net zolang tot hij je buiten kan sluiten omdat je Marokkaan bent. Maar de tweede generatie allochtonen is zo assertief geworden dat ze feilloos de mechanismen doorziet waarmee men haar probeert buiten te sluiten.

Als we blijven hangen in het paradigma van de verschillen gaat het mis. Er is een grote mentale omslag nodig. We moeten nadenken over hoe we een gemeenschappelijke toekomst kunnen opbouwen. We richtten ons tot nog toe slechts op verschillen en problemen. Mentaal lijken we nog niet zo ver om te accepteren dat we nu eenmaal met elkaar samenleven en het met z’n allen zullen moeten rooien.»

Dat klinkt prachtig. Maar hoe krijgen we die mentale omslag voor elkaar?

«We moeten drie dingen doen. Allereerst moet er een totale herijking van het schoolsysteem komen. Te beginnen met het anders organiseren van het veel te grootschalige vmbo-mbo, met zijn vele allochtone leerlingen. Met de huidige vergrijzing zullen we ze hard nodig hebben. Zestig procent van de jongeren krijgt daar dagelijks een illusie voor ge schoteld. Ze zullen nauwelijks kunnen overleven op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd moeten we de verdeling van sociale status reorganiseren. De columnist is belangrijker dan de metselaar. Ik vind dat onjuist. Vaklieden, havenwerkers, ze moeten weer trots kunnen zijn op hun vak. Er moet een gevoel van eigenwaarde en vertrouwen worden aangeleerd bij die groep van zestig procent. Die vmbo-leerling moet burger kunnen en mogen worden. We hebben voorbeelden nodig, verbindende leiders. Burgemeesters, jongerenwerkers, imams, dominees, de voetbaltrainer: iedereen kan een leider zijn op zijn eigen terrein. We moeten af van de bewondering voor extreme uitspraken van bestuurders, politici en columnisten. De gewone man die bruggen slaat, die moet status krijgen. Het derde wat er moet gebeuren, is dat we de allochtone toplaag, de ontluikende elite, moeten binden aan de samenleving. Hoe kan het zijn dat een allochtoon met een medicijnenstudie niet aan een baan komt? Die uit sluitingsmechanismen aan de top moeten keihard worden bestreden. Als de allochtone elite zijn interesse verliest voor het Nederlandse burgerschap is het echt gedaan met de integratie.»

Hoeveel tijd hebben we?

«Niet veel. En daar komt bij dat men de problemen onvoldoende serieus neemt. De burger schreeuwt om een meer responsieve overheid, dat vergt veel meer dan management by speech. We hebben actieprogramma’s nodig. Praten in een achterstandswijk lost niks op. Al die grote woorden en harde ingrepen klinken tof, maar vergeleken met de processen die zich aan het afspelen zijn is het echt niks waard. Als je het houdt bij inburgeringscursussen en de bestrijding van eerwraak en vrouwen besnij denis kom je er niet. Als je blijft uitgaan van culturele verschillen, als je geen vertrouwen kweekt, als je inconsequent blijft omspringen met de rechtsstaat, niet het maatschappelijk middenveld herstelt en als je de bange burgerij nog banger laat worden, dan gaat het over tien, vijftien jaar faliekant mis. Dan blijven we vastzitten in een angstige samenleving. Dan zullen de verwijdering en de stigmatisering over en weer verergeren. Er moeten drastische systeemwijzigingen worden doorgevoerd, zodat de inwoners trotse burgers kunnen zijn van Nederland. Dat is een politieke keuze.»