Bart Klever als Tjerk, Trudi Klever als Wietje, José Kuijpers als Henny Mansholt en Helmert Woudenberg als Sicco Mansholt © Paul Hoes

Op de tribune zit geen typisch schouwburgpubliek. Het zijn vooral boeren en dorpelingen die zijn afgekomen op de voorstelling Mansholt, die deze week is neergestreken in het weiland van een kaasboerderij in Haastrecht, nabij Gouda. Door het half transparante tentdoek kijken we ver uit over de lange sloten en uitgestrekte graslanden, terwijl de boerenzwaluwen kwetterend rond de tent buitelen. Met de koeiengeur nog onder onze schoenen is dit het perfecte decor, want voor ons, op het podium, spelen zich de levens en liefdes af van mensen die een hoofdrol hebben gespeeld in de totstandkoming van de landbouw zoals die nu is.

Theatergroep Jan Vos trok zes jaar geleden ook al rond met de voorstelling, langs verschillende boerenerven in Nederland. De reacties waren lovend. Nu het weer knettert in het landbouwdebat, en boeren zich serieus afvragen of Nederland hen nog wel wil, heeft de groep besloten om opnieuw een toer te doen met een reprise van het stuk. Ze voeren dat op in hun zelfgemaakte tent, een mobiel theater met een tribune die plek biedt aan 280 personen.

De hoofdpersoon in de voorstelling, gespeeld door de 76-jarige Helmert Woudenberg, is Sicco Mansholt, de architect van het Nederlandse en later het Europese landbouwbeleid. Onder zijn leiding kwam er schaalvergroting, herverkaveling en productiesubsidies om honger uit te bannen en boeren een eerlijk inkomen te geven. Mansholt werkte daar als minister in zes kabinetten aan, van 1945 tot 1958, en in Brussel, als commissaris voor Landbouw in de nieuwe Europese Commissie. Hij bleef in Brussel tot aan zijn pensionering in 1973.

Wat de persoon Mansholt zo interessant maakt, is dat hij tegen het einde van zijn loopbaan steeds kritischer werd over de grootschalige landbouw, een systeem dat hij zelf had helpen optuigen. De machine kookte over. Boter en melk en suiker moesten worden weggegooid of gedumpt in arme landen. Het landbouwmodel, maar meer dan dat, het hele kapitalisme was doorgeschoten, zag Mansholt. ‘Kijk naar buiten’, lamenteert hij in het stuk. ‘Heb jij één weidevogel gehoord? Er zijn geen kieviten, er zijn geen grutto’s. De lucht is dood als boven een woestijn. En de sloten… Het is één smerige drab. Allemaal groene kledder, allemaal doodbemest.’

Toen de Club van Rome in 1972 met zijn rapport over de grenzen van de groei kwam, maakte dat diepe indruk op hem. De mens walste over de grenzen van de planeet heen. ‘De mens is een plaag geworden’, horen we hem zeggen in een radiofragment. De eurocommissaris durfde zijn eigen beleid kritisch tegen het licht te houden en hij wilde Europa wakker schudden voor het gevaar. Het roer moest radicaal om, zei hij. Maar wat als de mensen om je heen – lidstaten, boeren, ambtenaren – afhankelijk zijn van dit model? Zie hier de kern van het drama.

Zonder Mansholt had Toneelgroep Jan Vos niet eens bestaan, vertelt de schrijver van het stuk, Tjeerd Bischoff. ‘Toen ik in 2013 een eerste versie had geschreven, liet ik het lezen aan regisseur Jeroen van den Berg, en hij wilde het meteen regisseren. Als het maar wel zou worden opgevoerd op boerderijen. Zo is onze toneelgroep begonnen.’

In de verte horen we het geraas van een vliegtuig. Romantiek en rationalisatie zijn volledig verweven

Bischoff was op Mansholt gestuit door het boek De graanrepubliek van Frank Westerman, over Oost-Groningen. ‘Ook de familie-Mansholt speelt daar een rol in. Daar las ik voor het eerst over de crisis waar de eurocommissaris in terechtkomt vlak voor zijn pensionering.’ Dat maakte Mansholt meteen al een fascinerende man. ‘Het was een ethische man, die nog in het verzet had gezeten. Hij zag dat boeren het niet gingen redden en bedacht regelingen zodat vijf miljoen boeren gecontroleerd zouden kunnen stoppen. Maar veel boeren dachten dat hij ze weg wilde hebben. Er kwamen enorme protesten. Dat raakte hem, ook omdat hij zelf van boerenkomaf was.’ Toen ook het rapport van de Club van Rome kwam, werd zijn kritiek fundamenteler. ‘Ik heb me laten corrumperen door het kapitalisme’, zei hij letterlijk.

Het was echt een persoonlijke crisis voor hem, zegt Bischoff. ‘Hij was tegen zijn eigen grenzen aangelopen. Hij had last van zijn bloeddruk, maar bleef keihard doorwerken. Als hij dan praat over het einde van de planeet, het einde van de mensheid, het ravijn waar we op afkoersen, dan voel je bijna dat het ook over zijn eigen sterfelijkheid gaat.’

Trudi Klever als Magda, Helmert Woudenberg en Bart Klever als Andreas © Paul Hoes

Het zou een standaard zwart-wit conflict zijn geweest tussen idealisme en realisme als de schrijvers van het toneelstuk het hierbij hadden gelaten. Maar er zitten diepere lagen geweven door de ommekeer van Mansholt. Allereerst is daar de buitenechtelijke relatie die Mansholt had met een stagiaire die veertig jaar jonger was, Petra Kelly, een 24-jarige dame die later de Duitse partij Die Grünen zou oprichten. Het is waargebeurd allemaal, zegt Bischoff. ‘Sommige mensen vroegen ons wel of we daar nou zo veel aandacht op moeten vestigen, maar voor de dramatiek is het natuurlijk heel mooi. De man van de grenzen en van het genoeg kan zelf geen genoegen nemen met hoe het is. Hij wil door. Hij wil meer. Hij wil niet oud worden, hij wil een nieuwe liefde.’

Kun je zomaar al het oude overboord gooien, in de politiek, in je gezin? Is het realistisch, totale vrijheid? Zijn vrouw Hennie vindt van niet. ‘Ik heb helemaal geen behoefte aan vrijheid’, zegt ze. ‘Wat moet ik in godsnaam met vrijheid?’ Ze wil gewoon een boerderij in Drenthe, om samen met Sicco oud te worden, zoals ze al jaren van plan waren.

Als hoofdrolspeler drukt Helmert Woudenberg een groot stempel op de voorstelling. Hij weet Mansholt overtuigend neer te zetten als sterke geest in een oud lichaam, een man die gewend is aan daadkracht maar weifelend de toekomst tegemoet gaat. Zijn gepassioneerde relatie met Petra spat er niet echt van af, maar misschien is dat een bewuste keuze om te laten zien hoe kansloos deze droom er voor buitenstaanders uitzag.

Je kunt het je ook bijna niet voorstellen. Een eurocommissaris van 64 die intrekt bij zijn liefje in een studentenhuis. ‘Hij moet het vreselijk gevonden hebben dat zij zo woonde’, zegt Bischoff, ‘dus dat heb ik erin geschreven. Iemand uit het publiek, die hem had gekend, was heel verbaasd, hoe we daar achter waren gekomen. Nou, dat leek me een goede gok.’

Maar we zien niet alleen Sicco en de vrouwen, we zien ook zijn secretaresse Magda, die hem altijd heeft bewonderd, en Andreas, zijn ondergeschikte topambtenaar, die met lede ogen aanziet hoe zijn baas al het oude beleid overboord gooit. En dan Tjerk, de Drentse boer die zijn boerderij moet verkopen. Als hij erachter komt dat die vermaledijde eurocommissaris de potentiële koper is, weigert hij subiet. Wat denkt die Mansholt wel? Dat je zomaar kan opgeven waar je al je ziel en zaligheid in hebt gelegd? Dat we ons maar laten gezeggen door de heren uit Brussel? Maar Tjerk staat weer tegenover Wiet, zijn dochter, die juist wel het verlies wil nemen en open de toekomst in wil kijken.

De speeltent, gemaakt van hout met een bruin, semi-transparant zeil, is ontworpen door Ellen Klever, vaste decorontwerpster bij Toneelgroep Jan Vos. In het midden staat het podium: twee rationele kantooreilanden met vakjes en lades in Mondriaan-stijl, symbool voor het bureaucratische Brussel. En misschien ook wel voor de ruilverkaveling in de landbouw die Mansholt mede mogelijk had gemaakt. De emoties van de acteurs spelen zich af in de context van een rationele werkelijkheid, die op haar beurt weer een eilandje is te midden van de lange sloten en uitgestrekte weilanden die we om ons heen zien. Heel natuurlijk en idyllisch lijkt het, daarbuiten. ‘Die zijn tegenwoordig allemaal van één boer, hoor, zo ver je kijkt’, fluistert een Haastrechter naast me relativerend. In de verte zien we lelijke elektriciteitsmasten opdoemen en horen we het storende geraas van een vliegtuig. Romantiek en rationalisatie zijn volledig verweven.

De komende weken voert toneelgroep Jan Vos het stuk nog op in Deventer, Zaandam en Utrecht. Telkens is de zelf ontworpen tent te gast bij een boer, en één keer per week wordt de voorstelling voorafgegaan door een debat, zoals ook vanavond. Het debat gaat hier in Haastrecht over het veenweidegebied, waar een conflict speelt over bodemdaling. De verschillende standpunten zijn bekend. Als er wordt geklaagd over de overheid of het onbegrip bij stedelingen veert de helft van het publiek op. Applaus! Een vraag van iemand of het niet een beetje raar is dat wij met ons kleine postzegellandje de tweede landbouwexporteur ter wereld willen zijn, krijgt ook applaus, maar dan van de andere helft van het publiek. De hokjes blijven in stand. Dat geeft niet, het debat hoort bij het avondje uit. Jammer dat Carola Schouten op het laatst heeft afgezegd voor het debat, hoor je de mensen denken. Dan hadden we tenminste lekker kunnen mopperen!

‘Die man houdt van z’n land. Het maakt hem misschien niet gelukkig. Maar hij houdt ervan’

Nee, het echt diepgaande debat wordt voor onze ogen op het podium uitgespeeld. De verschillende kampen komen daar veel dichterbij. Een gangbare boer in het publiek, die normaal misschien zijn oren dichtstopt voor het linkse geneuzel, kan hier naar Mansholts tirade luisteren zonder dat hij zich bepreekt voelt. Maar een randstedeling die niks heeft met boeren wordt hier dramatisch geconfronteerd met het verdriet van de boer die landbouw niet ziet als baan maar als zingeving, die verknocht is aan zijn land en zijn ‘eerappels’, en die nu zijn familiebedrijf teloor ziet gaan. Het is een pijn die ontroerend wordt vertolkt door acteur Bart Klever, in het Drents. ‘Ik heb wel es virtig tun eerappels van ien bunder haald’, zegt Tjerk. ‘Ik bin gien snötjong. Maar evengoed moe’k maor opdondern.’ Hij kan niet aanzien hoe zijn verleden verdwijnt door de markt en door Brussel. ‘Die man houdt van z’n land’, zegt Hennie over hem. ‘Het maakt hem misschien niet gelukkig. Maar hij houdt ervan.’

‘Het is precies de bedoeling van ons theater dat we al die lagen laten zien’, zegt Bischoff. ‘Het landbouwdebat is zo gepolariseerd. Als je met boeren praat, en dat heb ik de afgelopen tijd heel veel gedaan, dan hoor je dat ze zich weggezet voelen. Ze voelen zich een machteloze schakel in een grote keten. Aan de ene kant zit de consument die veel eist maar niet meer biologische producten wil kopen. Aan de andere kant zit de bank die geen verdienmodel ziet in verandering. Maar ze krijgen wel kritiek in de media. Dat steekt. Boeren voelen zich in de steek gelaten, zelfs biologische boeren die voor verandering zijn, voelen zich boos.’

Mansholt is heel helder in het stuk: er zal wel iets moeten veranderen, want de planeet gaat ons niet overleven. Bischoff: ‘Toch heb ik nooit gemerkt bij al die voorstellingen dat boeren in het publiek dit eenzijdig vonden, of dat ze kwaad werden. Al die tegenstellingen in de landbouw zijn helemaal niet zo zwart-wit.’

Stefanie van Leersum als Petra Kelly en Helmert Woudenberg © Paul Hoes

De acteur die zo goed het verdriet vertolkt van de Drentse aardappelboer, Klever, is dezelfde die ook Andreas speelt, de bureaucraat die niet kan aanzien hoe zijn baas radicaliseert, met steun van Petra, en al het opgebouwde beleid te grabbel gooit. ‘Politiek is de kunst van het mogelijke’, waarschuwt hij Petra, die in de startblokken staat voor een idealistische carrière. ‘Nee’, werpt ze tegen, ‘ik denk dat we klaar zijn met de kunst van het mogelijke. Het wordt tijd voor de kunst van het onmogelijke.’ Andreas vindt dat angstaanjagend, mensen die achter hun dromen aan jagen. ‘Maar goed’, zegt hij sarcastisch. ‘Veel succes met de kunst van het onmogelijke. Het gaat je vast lukken.’

De wereld veranderen gaat soms ten koste van jezelf. Dat merkt ook Mansholt. Hij maakt zich zo’n zorgen over de grenzen aan de groei dat zijn hart het bijna begeeft. ‘De dokter zegt dat ik over mijn grenzen ben gegaan’, zegt hij tegen Andreas. ‘Ben je dat met hem eens?’ vraagt hij. ‘Ik ben bang dat het een feit is,’ zegt hij, ‘dus het maakt niet uit of je het ermee eens bent.’

‘Het is als met de boer’, zegt Mansholt ergens. ‘Vroeger dacht ik: die moet mee met de moderne tijd. Weg met die verknochtheid aan de grond. Maar nu denk ik, dat verander je niet. Je kunt niet alles veranderen.’

Dit soort persoonlijke worstelingen in een veranderende wereld is het leidende motief voor Toneelgroep Jan Vos. Het komt ook terug in de andere stukken die ze hebben gespeeld, zoals Gas (over Groningen) of Koning van het Grasland (over het boerenleven). Het is geen toeval dat Toneelgroep Jan Vos zich heeft vernoemd naar Jan Vos, een toneelschrijver uit de zeventiende eeuw die in zijn stukken niet schreef over prinsen en generaals, maar over hardwerkende ambachtslieden en hun ervaringen met onrecht en armoede. Het zal ook terugkomen in de stukken die de toneelgroep hierna zal gaan opvoeren, zoals Wind, over wat de bouw van windmolens teweegbrengt, en Fortuyn, over de opkomst van het populisme tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2002.

Na afloop van de voorstelling verschijnt de burgemeester van de Krimpenerwaard op het toneel. De toeschouwers houden hun hart vast voor een anticlimax. Hij roept Woudenberg naar voren, die Mansholt speelde, en bedankt hem dat hij dit jaar maar liefst vijftig jaar op de planken staat. Woudenberg was een van de initiatiefnemers van het zogenaamde Werkteater, dat voorstellingen maakte over maatschappelijke onderwerpen voor mensen die normaal gesproken niet naar theaters gingen. Hij heeft als toneeldocent, regisseur, schrijver en acteur veel voor het Nederlandse theater betekend. Aldus de burgemeester. Plompverloren tovert hij tot verrassing van Woudenberg ineens een onderscheiding tevoorschijn: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Dan houdt Woudenberg het niet droog. En als toeschouwer kun je je eigenlijk niet van het gevoel losmaken dat het nog steeds Sicco Mansholt is die hier staat.

Mansholt van Theater Jan Vos is t/m 12 september te zien in Deventer, Zaandam en Haarzuilens. toneelgroepjanvos.nl