De wankele eurozone

De moeder aller zeepbellen

De grote economieën hebben lange tijd boven hun stand geleefd en door de financiële crisis zijn de overheidsschulden dramatisch opgelopen. Nu komt de rekening, maar niet alle landen zullen het kunnen betalen. Europees noodplan of niet.

Robolis versus Thomsen. Het is de laatste schermutseling tussen enerzijds de oude ideeën en idealen van welvaart op krediet en een royale staat en anderzijds het nieuwe besef dat de tijd is gekomen om voor de kosten op te draaien. De vraag is alleen: wie gaat betalen?
Savvas Robolis is een van Griekenlands meest gelauwerde economen. Hij adviseert ministers en bazen van vakbonden, hij is een succesvol auteur en is regelmatig te gast in populaire praatprogramma’s. Maar sinds kort is het Robolis, kopstuk van de linkse Griekse academici, duidelijk dat zijn rol is uitgespeeld.
Zijn tegenpool is Poul Thomsen, de Deense hoofdonderhandelaar namens het Internationaal Monetair Fonds (imf) en op dit moment een soort hoofdinspecteur van het vrijwel failliete Griekenland. Recent sprak hij drie kwartier met Robolis en Giannis Panagopoulos, de voorzitter van de machtige vakbond gsee. De sfeer, zegt Robolis, was ‘ijzig’.
Radicaal snijden in salarissen zou, zei Robolis tegen de imf-onderhandelaar, desastreus zijn voor de toch al comateuze Griekse economie. Grieken hebben gezien hun zwakke positie vooral innovatie en investeringen nodig. Een eenzijdige fixatie op het terugdringen van het overheidstekort zou, volgens Robolis, het laatste restje economische kracht uit Griekenland doen verdwijnen. Het imf moet niet dezelfde fout maken als in Argentinië begin jaren negentig. 'Zet Griekenland niet op rantsoen’, waarschuwde de professor economie.
Maar de lange Deen was niet onder de indruk. Hij had eerder over hulppakketten onderhandeld met IJsland, Oekraïne en Roemenië. En op het moment dat hij met zijn twintigkoppige delegatie landde in Athene kwamen ze om een streng bezuinigingsprogramma op te leggen aan de Grieken, niet om te werken aan langetermijngroeiprogramma’s. Thomsens mandaat is het redden van de eurozone. Elk Grieks verzet is zinloos.
De eurozone vestigt haar hoop op Thomsen en zijn team. Zijn doel is doen wat Europese politici niet zelf kunnen: een land disciplineren dat, door middel van manipulatie en financiële inefficiëntie, de Europese eenheidsmunt in de ergste crisis ooit heeft gestort.
Er staat veel meer op het spel dan alleen de euro. Europa zou politiek kunnen eroderen. Het historische project van een verenigd continent, geleid door een hele generatie politici, zou onherstelbare schade kunnen lijden. En de mondiale financiële wereld zou geconfronteerd kunnen worden met een nieuwe Lehman Brothers, de Amerikaanse bank die in september 2008 instortte. Behalve dat het deze keer gebeurt op een hoger niveau, op het niveau van de exorbitant hoge overheidsschulden.
Er zijn opvallende gelijkenissen met het Lehman-faillissement. Dit is niet echt verrassend. De financiële crisis is bij lange na niet voorbij, maar is slechts een nieuwe fase ingegaan. De wereld wordt op dit moment niet bedreigd door de schulden van de banken, maar door de schulden van regeringen - inclusief de schulden aangegaan door het redden van banken een jaar geleden.
De bancaire crisis is omgeslagen in een crisis van naties, en de zeepbel van subprime hypotheken in een zeepbel van overheidsschuld. Vandaar dat nu dezelfde vragen worden gesteld als in het najaar van 2008: hoe kan een fiasco worden voorkomen zonder de basis te leggen voor een nog grotere ramp? Kan een schuldencrisis worden opgelost door meer schuld te maken? En wie redt, als puntje bij paaltje komt, de redders? Neem de landen die moeten betalen voor de Griekse reddingsoperatie, 110 miljard euro in drie jaar. De EU leent 80 miljard euro, waarvan Duitsland 22 miljard. Het zou een goede investering zijn als Athene erin slaagt de overheidsfinanciën onder controle te krijgen. Maar als dat niet lukt? Dan is het geld, of althans een deel ervan, verdwenen. Tezamen met alles waarvoor de reddingsoperatie bedoeld was: claims moeten worden afgeschreven, banken moeten opnieuw worden gered, en speculanten zouden de rest van de zwakke piigs-landen (Portugal, Ierland, Italië, Griekenland en Spanje) op hun knieën dwingen, en de euro zou uit elkaar vallen. Als dat gebeurt, komen de redders zelf in gevaar. Vandaar dat zij het afgelopen weekend wel eens móesten worden over een Europees reddingsplan en honderden miljarden aan garanties afgaven voor leningen aan noodlijdende landen.
Ook Duitsland, internationaal gezien een land met relatief gezonde financiën, heeft enorme schulden opgebouwd. Gevangen in de maalstroom van een eurocrisis zouden de gevolgen niet te overzien zijn. De kredietwaardigheid van de sterkste economie van Europa zou naar beneden worden bijgesteld en Duitsland zou meer en meer rente moeten betalen voor steeds hogere leningen.
Boven onze stand
De hele wereld leeft op hoop: hoop dat het mogelijk zal zijn de schuld die de afgelopen jaren is opgebouwd terug te betalen, hoop dat regeringen hun beroerde begroting kunnen verbeteren om het ergste te voorkomen en dat het leven vervolgens door zal gaan, zoals het op de een of andere manier altijd door is gegaan na vorige crises.
Alle geïndustrialiseerde landen hebben decennia boven hun stand geleefd. Zelfs in goede tijden. De begrotingstekorten bleven groeien. Met name de Verenigde Staten hebben hun welvaart op krediet betaald. En slecht voorbeeld van de staat deed slecht volgen: Amerikaanse burgers kochten huizen en auto’s die ze niet echt konden betalen, en banken speculeerden met geleend geld.
Het kon niet altijd goed gaan. En inderdaad, de financiële crisis maakte een einde aan het tijdperk van ongebreidelde uitgaven. Om een ineenstorting te voorkomen garandeerden regeringen de spaartegoeden van burgers en probeerden ze de economie draaiende te houden met enorme stimuleringsprogramma’s - dit alles met geleend geld, uiteraard.
De wereld was gered, althans tijdelijk. Maar sindsdien is de gezamenlijke schuld hoger dan ooit in vredestijd. De nationale tekorten van de dertig leden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (oeso) zijn sinds 2007 zeven keer over de kop gegaan, tot ongeveer 3,4 biljoen dollar. Eén biljoen is duizend miljard. De schuldenlast is ook sterk gegroeid, tot 43 biljoen dollar. In de eurozone zijn de nationale tekorten twaalf maal zo hoog als in 2007 en is de totale schuld opgelopen tot 7,7 biljoen dollar.
Dit is de laatst mogelijke zeepbel. Óf regeringen slagen erin om langzaam de lucht eruit te laten lopen, óf de zeepbel barst. In dat geval staat de wereld daadwerkelijk aan de rand van de afgrond.
Wat gebeurt er als alle eurolanden - niet alleen Griekenland - meer lenen dan ze kunnen betalen? Wat als de Verenigde Staten hun schuld niet meer kunnen aflossen, bijvoorbeeld omdat China niet langer bereid is Amerikaanse staatsobligaties te kopen? En als Japan, in steeds grotere problemen, zijn chronische tekorten niet meer terugbetaalt?

Bittere realiteit
Griekse toestanden zijn er in veel landen, vandaar dat de hele wereld gespannen toekijkt hoe Europa greep op de crisis probeert te krijgen. De lege Griekse schatkist was voor de financiële markten begin vorig jaar al reden tot zorg. Eind 2009 was de rente op Griekse staatsobligaties al gestegen tot bijna zeven procent, het hoogste niveau sinds Griekenland toetrad tot de eurozone. Toen al werd gespeculeerd op mogelijke faillissementen in Europa en het uiteenvallen van de eurozone. Het leek toen nog paniekzaaierij, maar is nu bittere realiteit omdat waarschuwingen niet serieus werden genomen.
Op een bijeenkomst van de centrum-linkse Sociaal-democratische Partij Duitsland (spd), met de hoopvolle naam Het Nieuwe Decennium, liet toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück iets vallen wat duidelijk aankwam bij velen. Als één van de eurolanden in de problemen zou komen, zei hij, 'moeten andere eurolanden helpen’. Het was een waarschuwing en een geruststelling, die de markten oppakten. De premies op Griekse obligaties daalden. In oktober kon het land nog voor vier procent lenen, weinig hoger dan Duitsland. Dit was waarschijnlijk de laatste kans om de Grieken te dwingen tot echt effectieve bezuinigingsmaatregelen. Maar de mogelijkheid werd niet benut. Op 20 oktober begon een nieuw tijdperk voor de Grieken. Die dag kondigde de nieuw benoemde minister van Financiën, George Papaconstantinou, een 'correctie’ aan van het begrotingstekort. Niet 5 procent, zoals de regering in Athene had gemeld aan Brussel, maar 12,5. Daarna ging het snel. De waardering van het land werd continu naar beneden bijgesteld, tot de 'junkstatus’, een bailout was noodzakelijk, het imf moest helpen, zware maatregelen waren nodig en deze week werd het hulppakket van de eurolanden goedgekeurd na hevige protesten in Griekenland zelf.
Duitsland speelde een centrale rol, maar de overheid is zelf deels schuldig dat het zo ver kon komen. De coalitie van de centrum-rechtse christen-democraten (cdu/ csu) en de liberale Vrije Democratische Partij (fdp) heeft onprofessioneel gehandeld tijdens haar zwaarste test tot nog toe. Terwijl de Griekse problematiek uitgroeide tot een mondiaal risico, bleef de regering zich koppig blindstaren op (uiteindelijk verloren) verkiezingen in de deelstaat Noordrijn-Westfalen - van groot belang voor bondskanselier Angela Merkel om de meerderheid in de Duitse Bundesrat te behouden. Merkel probeerde, aangemoedigd door de machtige Bild Zeitung, zichzelf als 'ijzeren kanselier’ te portretteren om het verwachte verlies beperkt te houden. Subtiel wakkerde ze de wrok tegen de Grieken aan, verzette zich tegen een snel reddingsplan en gaf een ander signaal af dan haar eigen minister van Financiën, Wolfgang Schäuble. Terwijl Merkel pleitte voor imf-interventie, stelde Schäuble een Europees reddingspakket voor. En toen Schäuble een nieuwe procedure voor faillissement van eurolanden voorstelde, twijfelde Merkel openlijk aan de haalbaarheid. Het was voor Schäuble duidelijk dat Duitsland uiteindelijk niet zou kunnen weigeren deel te nemen aan een internationaal reddingsplan. Maar Merkel wilde zich per se, in elk geval tot de verkiezingen op 9 mei, positioneren als tegenstander van de Duitse hulp aan Griekenland. 'Geen geld voor Athene’ was meer dan een tabloidstrijdkreet. Het was ook een terugkerende boodschap van de regeringscoalitie. Toen het uiteindelijke verzoek om financiële steun uit Brussel eerder dan gepland kwam, was het dus geen verrassing dat cdu en fdp dezelfde positie innamen. Keiharde eisen, anders geen lening. fdp-leider Guido Westerwelle slaagde er nauwelijks in om op een partijcongres een motie van tafel te krijgen die opriep Griekenland en andere landen met hoge tekorten uit de eurozone te gooien. De financieel expert van de fdp stelde nog wel voor dat Griekenland eilanden zou verkopen om zijn schuld te betalen. Een ander wilde Griekenland weer de mogelijkheid geven om 'zijn eigen munt te devalueren’.
Het gebrekkige crisismanagement van de Duitsers zorgde voor consternatie in andere Europese landen en in de Verenigde Staten. Tijdens een privé-ontmoeting maakte de Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner duidelijk dat de Duitsers niet langer konden dralen. Geithner eiste een Europese oplossing en voegde fijntjes toe dat met name Duitsland, als grootste economie, verantwoordelijk is. Als Duitsland nog meer tijd zou verliezen, zei hij, zouden andere landen aangestoken kunnen worden met het Griekse virus. Het ging de Amerikaanse regering niet alleen om de Grieken. Washington is zelf bezorgd over de draaikolk van nationale faillissementen. Zeker nu de eigen staatsschuld in de afgelopen twee jaar is geëxplodeerd. Geithner vreest dat beleggers op een zeker moment ook het vertrouwen in de deugdelijkheid van de Amerikaanse overheidsfinanciën verliezen. Hypothetisch is dat niet. Een strikt vertrouwelijk imf-document, intern beschouwd als een zogeheten early warning exercise, kwalificeert de financiën van de VS vooralsnog als betrouwbaar, maar met vraagtekens. Het land kan weliswaar aan zijn verplichtingen voldoen, staat er, maar de staatsschuld stijgt met een zorgwekkende snelheid.
Duitsland scoort goed, en zonder vraagtekens. Volgens het imf is Duitsland redelijk goed uit de crisis gekomen en de overheidsschuld is niet zo sterk gegroeid als in andere landen. De conclusies voor Portugal en Spanje zijn echter alarmerend. Daar zijn de overheidsfinanciën onheilspellend verslechterd, aldus het imf.

Hoog bezoek
Maar, zoals gezegd, de Griekse reddingsoperatie moest verkocht worden in Duitsland. Om die reden lanceerden imf-managing director Dominique Strauss-Kahn en Europese Centrale Bank-president Jean-Claude Trichet een ongekende pr-campagne. Ze bezochten Berlijn, om aarzelende Bundestag-leden uit te leggen hoe ernstig de situatie is. Experts van Strauss-Kahn schatten de financiële verplichting van de Grieken op vijftig miljard euro per jaar, in een worstcase-scenario, als particuliere kredietverstrekkers weigeren om de Grieken geld te lenen. Het imf-reddingsplan zou dus 150 miljard voor drie jaar bedragen, waarvan het imf zelf 27 miljard zou betalen. Het imf zou, als geruststelling aan de sceptici in Duitsland, zeker tien jaar in Griekenland blijven, tot de noodzakelijke hervormingen voltooid zijn en de economie hersteld is. Voor de Griekse overheid betekent deze internationale curatele een significante inperking van haar bevoegdheden.
Na deze ontmoeting met de financiële experts van de Bundestag ging Strauss-Kahn direct door naar Angela Merkel. Het Duitse gedraal had de Griekse reddingsoperatie al aanzienlijk duurder gemaakt, klaagde de imf-directeur. Hij was niet onder de indruk van haar legalistische argumenten over het Federale Constitutionele Hof, dat steun aan Griekenland zou moeten goedkeuren. 'Daar trap ik niet in’, zei Strauss-Kahn na afloop in besloten kring.
Toch had het hoge bezoek effect en voltrok alles daarna zich, zoals bekend, vrij snel. De Duitse politici gingen door de bocht en het kabinet keurde in een speciale zitting het voorgestelde pakket goed. En de interne kritiek barstte los - met name op minister van Financiën Schäuble, die zich als een uitgeputte politicus zou hebben overgegeven aan de grillen van de financiële markten. En die, hoewel ze van dezelfde partij zijn, niet tot een gezamenlijke aanpak met kanselier Merkel kon komen. 'De christen-democraten zouden er goed aan doen met één stem te spreken’, zei Roland Koch, een hooggeplaatste cdu'er en leider van de westelijke deelstaat Hessen.

Nooit eerder heeft een Europees land dergelijke offers moeten brengen. In ruil voor het reddingspakket moet Griekenland zo drastisch bezuinigen dat protesten, zoals die van afgelopen week, te verwachten waren. De Grieken hebben sowieso al een voorliefde voor stakingen, maar nu de salarissen en pensioenen drastisch verlaagd moeten worden, belastingen omhoog gaan en prijzen zullen stijgen zal de openbare orde de komende periode regelmatig verstoord worden. 'Paniek is langzaam voelbaar in de hoofden van mensen’, zegt hoogleraar economie Savvas Robolis. Omdat de Grieken, ondanks de enorme kapitaalinjecties van Brussel en Washington, een uiterst onzekere toekomst tegemoet gaan en het land een 'explosieve groei van de werkloosheid’ kan verwachten, weet Robolis niet zeker of de protesten vreedzaam zullen blijven. De eerste doden van de financiële crisis zijn al gevallen.
Ondertussen wachten de speculanten. Zij hebben de afgelopen weken en maanden enorme winsten gemaakt, door te gokken op toenemende problemen met Griekenland en een steeds zwakkere euro. Nu azen ze op een volgende gelegenheid.
Maar de Schotse hedge fund-manager Hugh Hendry, 41, voelt zich niet schuldig. De Duitsers moeten hem dankbaar zijn, zegt hij. Hendry startte in 2005 het Eclectica-hedge fund en beheert nu 450 miljoen dollar. 'Politici willen de economische realiteit verdoezelen, maar wij confronteren hen met de feiten’, zegt hij. Volgens Hendry leefden de Grieken jaren boven hun stand en zijn ze nu niet langer concurrerend. Zonder signalen van de financiële markten hadden ze gewoon kunnen doormodderen. Hij projecteert de rentecurve voor twee jaar Griekse staatsobligaties op een groot scherm op de muur van zijn kantoor in het trendy Notting Hill in Londen. Hij is enthousiast over de evidente trend: naar boven.

Speculanten
'De oorzaken van een crisis zijn meestal van fundamentele aard, maar speculatie door hedge funds kan leiden tot buitensporig hoge prijzen’, zegt Bernd Berg. Hij promoveerde op de invloed van dergelijke private fondsen op financiële crises, zoals die in Azië in 1997. Hedge funds speculeerden actief, aanhoudend en maandenlang tegen de Thaise baht. Tot ze hun doel bereikt hadden. De koppeling van de baht aan de dollar moest worden losgelaten, de waarde zakte in en een schok trok door de regio.
De financiële markten zien de redding van Griekenland. Maar andere landen blijven kwetsbaar voor speculanten. 'Landen als Ierland en Portugal hebben soortgelijke problemen’, zegt David Owen, hoofdanalist bij de Amerikaanse zakenbank Jefferies International. 'Duitsland kan niet iedereen redden.’
Hedge fund-managers gokken op stijgende onzekerheid in de eurozone. Voorzichtige aanvallen op Portugal en Spanje - en waarschijnlijk Ierland, op niet al te lange termijn - zijn een voorbode van mogelijke ontwikkelingen. Portugal is verenigd in zijn woede tegen de speculanten. Het land kan niet begrijpen waarom de kredietwaardigheid naar beneden is bijgesteld. 'Onze economische situatie is niet plots veranderd’, zegt António de Sousa, de voorzitter van de Vereniging van Banken. Dat de rating agencies juist nu, op dit precaire moment, enkele landen hebben 'gedegradeerd’ wakkert het debat over de kwaliteit en neutraliteit van deze bedrijven aan. Hun negatieve beoordeling verergert de crisis, dat leidt weer tot een negatievere beoordeling, enzovoort. Zo gaat het argument.
Maar de Portugese economie stagneert al tien jaar. Zij groeide voor die tijd, direct na de toetreding tot de EU. Maar sinds het land toetrad tot de euro zijn de Portugezen gewend aan lage rentes en goedkope leningen en 'leven we helemaal boven onze stand’, waarschuwde oud-minister-president en hoogleraar economie Aníbal Cavaco Silva vorig jaar. 'We geven jaar in, jaar uit tien procent meer uit dan er binnenkomt’, zegt ook econoom António Perez Metelo. Huishoudens hebben gemiddeld leningen uitstaan van meer dan honderd procent van hun jaarinkomen. En omdat Portugezen nauwelijks sparen, moeten banken in het buitenland geld lenen. Er zijn 10,6 miljoen Portugezen. Per persoon hebben ze gemiddeld 18.300 euro schuld bij een buitenlandse bank, en betaalden ze 590 euro aan rente in 2009. Die situatie kan niet voortduren. Niet in Griekenland, niet in Portugal, niet in Italië, niet in andere landen. Maar de eurozone is niet de enige plek met een probleem.
Het Amerikaanse begrotingstekort is nu jaarlijks 1,6 biljoen dollar, oftewel tien procent van het bruto binnenlands product (bbp). De totale schuld is dertien biljoen dollar en zal naar verwachting groeien tot twintig biljoen tegen het eind van het decennium. Om dat niet verder te laten oplopen moeten de Amerikanen elk jaar negenhonderd miljard dollar betalen, aan rente.
De meeste overheidsinkomsten in de VS gaan tegenwoordig naar slechts vier gebieden: defensie, sociale zaken, gezondheidszorg en de rente op leningen. Alle overige uitgaven van de Amerikaanse overheid kunnen alleen betaald worden door nieuwe schulden aan te gaan. Fred Bergsten, directeur van het Peterson Institute, een van de belangrijkste economische denktanks in de Verenigde Staten, waarschuwt: 'Als we dit niet in de komende vijf jaar corrigeren, komt onze wereldwijde positie in gevaar.’ Deze rampzalige situatie is niet het gevolg van de economische stimuleringspakketten of de kosten van het bestrijden van de wereldwijde economische crisis, maar van het gedrag van de Amerikanen zelf onder voormalig president George W. Bush. Amerikanen zijn in die jaren gewend geraakt om veel meer te spenderen dan te produceren. Ze consumeren goedkope goederen uit Zuidoost-Azië, en China en Japan accepteren in ruil daarvoor maar al te graag Amerikaanse staatsleningen. Met andere woorden: Azië geeft Amerika vrijwel onbeperkt krediet. Dat is de enige reden dat de rente zo lang zo laag kon blijven. Omdat de kosten van een lening kunstmatig laag werden gehouden, geloofden Amerikanen dat ze zich konden veroorloven een huis te kopen. En in de overtuiging dat de waarde van hun huis continu verder zou stijgen consumeerden de Amerikanen nog meer en staken ze zich verder in de schulden. Die illusie klapte toen de onroerendgoedmarkt in elkaar stortte. Maar ook de huidige president Barack Obama heeft aanzienlijk bijgedragen aan het grootste Amerikaanse begrotingstekort sinds de Tweede Wereldoorlog. Alleen al de hervormingen in de gezondheidszorg zullen de komende jaren ongeveer negenhonderd miljard dollar kosten. De aanwezigheid in Irak en Afghanistan vergt komend jaar 160 miljard dollar.

De val van een rijk
Verrassend genoeg is de dollar vooralsnog ongedeerd. Amerikaanse staatsobligaties worden nog altijd gezien als een veilige belegging. Maar in maart waarschuwden de twee grote rating agencies Standard & Poor’s en Moody’s dat zelfs de triple-A-waardering van de VS in gevaar kan komen als er niet snel iets verandert. Het derde bureau, Fitch, had een dergelijke waarschuwing al in januari gegeven. Tot nu toe heeft geen van hen ook de daad bij het woord gevoegd. Economen vermoeden dat dit ingegeven is door de angst voor onberekenbare gevolgen. Want het is een wankel evenwicht. Het vertrouwen in de VS kan plots verminderen, waarschuwt Niall Ferguson, economisch historicus aan Harvard. En dat zou een complete verrassing kunnen zijn, ingeleid door één slecht bericht. Het gevolg zou een wereldwijde brand zijn.
'De alarmbellen moeten hard afgaan in de Verenigde Staten’, zegt Ferguson. Hij wijst erop dat grote rijken als het Romeinse Rijk en de Chinese Ming-dynastie in verval raakten doordat ze economisch gezien overbelast waren. Imperial overstretch. Dergelijke waarschuwingen verklaren waarom de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton de crisis in welhaast historische dimensies omschrijft. Zij betoogt dat het begrotingstekort en de staatsschuld moeten worden beschouwd 'als een zaak van nationale veiligheid, niet alleen als een economische kwestie’.
Door financiële crises door de eeuwen heen te bestuderen hebben de economen Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart de waarde berekend waarop de schuldenlast kritisch wordt voor een land: negentig procent van het bbp. Daarboven groeien landen maar half zo snel als landen met minder schuld. De VS staan nu op 84 procent, de eurozone staat daar gemiddeld ook. Maar landen als Italië en België zitten boven de honderd procent en de Amerikaanse schuld zal naar verwachting binnen twee jaar ook daar bovenuit stijgen. Met andere woorden: de tijd dringt.
Aan de andere kant van de oceaan zijn de vooruitzichten niks beter. De Japanse economie gaat onder nog meer schuld gebukt, inmiddels bijna tweemaal het bbp. Het verschil is dat de schuld vooral binnenlands is, zodat Japan tenminste zijn lot in eigen handen heeft. Toch zal de Japanse schuldencrisis waarschijnlijk net zo moeilijk op te lossen zijn. Nu al is 22 procent van de Japanners boven de 65 jaar, en als de babyboomers met pensioen gaan zal dit groeien tot dertig procent. Kosten voor pensioenen en gezondheidszorg zullen oplopen, net als in Europa. Maar Japan zit dus al tot over zijn oren in de schulden.
De Engelsen zijn ook al begonnen op z'n Grieks te lenen. De staatsschuld is in twee jaar met bijna vijftig procent toegenomen. Het begrotingstekort is dit jaar naar verwachting bijna dertien procent. Banken redden, zoals de Royal Bank of Scotland, had een prijs: tot nog toe naar schatting 230 miljard euro. De vraag is of de uitkomst van de verkiezingen - geen partij met een absolute meerderheid - het nemen van noodzakelijke en onpopulaire maatregelen zal bemoeilijken.
In vergelijking met andere landen is Duitsland tot nu toe relatief onbeschadigd door de crisis gekomen. Het begrotingstekort was in 2009 slechts 3,2 procent. Dit jaar loopt het naar verwachting op tot 5,5 procent. Het verschil is dat Duitsland de recessie inging met een sluitende begroting. Maar een blik op de bedragen geeft toch een beeld van de omvang van het probleem: meer dan één biljard euro geleend geld bij de federale overheid, en nog eens de helft daarvan bij provincies en gemeenten. Of Duitsland aan zijn verplichtingen kan voldoen is geen vraag. Het land heeft een kredietrisico van bijna nul, en Duitsland kan dus tegen gunstige tarieven lenen - federale overheid, provincies en gemeenten. Maar dat is niet altijd terecht. Kiel, de hoofdstad van de noordelijke deelstaat Sleeswijk-Holstein, heeft een schuld van negenhonderd miljoen euro. 'Mijn stad is net zo min als Griekenland in staat om dit terug te betalen’, geeft burgemeester Torsten Albig toe. Goedkoop lenen kan omdat het een Duitse stad betreft - ware hij Griekenland, dan zouden de gevolgen catastrofaal zijn.

Drie mogelijke scenario’s
Wat nu? De wereld, verslaafd aan voortdurend nieuwe injecties met geleend geld, moet afkicken. Cold turkey of geleidelijk, Europees reddingsplan met garanties op geleend geld of niet. Als landen zich niet aan behandeling onderwerpen, zullen ze de gevolgen van hun verslaving onder ogen krijgen en zullen sommige in elkaar storten.
Er zijn drie scenario’s denkbaar, te onderscheiden naar degenen die de zwaarste lasten zullen dragen: de belastingbetalers, de spaarders of de schuldeisers. In het eerste geval zullen overheden hard gaan bezuinigen en hogere belastingen heffen. Ierland doet dit. Lonen van ambtenaren zijn met 7,5 procent verlaagd, uitkeringen worden gekort. ecb-president Jean-Claude Trichet vindt wat Dublin doet prachtig. Maar overheden vinden bezuinigen vaak moeilijk. En het effect laat op zich wachten, gewoonlijk minstens vijf jaar. Voor politici is dat een lange, ongemakkelijke periode. 'Het is mogelijk dat we dit niet overleven’, geeft de Ierse minister van Financiën Brian Lenihan toe. Kiezers belonen bezuinigingen zelden.
Vandaar dat de tweede, zogenaamd pijnloze strategie zo aantrekkelijk is voor politici: de schuld aanpakken door inflatie. Met andere woorden: gewoon geld drukken. Met name Barack Obama zal de verleiding nauwelijks kunnen weerstaan. Door de dollar te devalueren daalt de waarde van de schuld van de VS. En omdat die schuld vooral zit bij investeerders in China en Japan hebben zij er meer last van dan de Amerikanen zelf. Inflatie heeft nog meer voordelen, voor de overheid. De prijzen stijgen en de overheid heeft meer inkomsten. Vandaar dat Nobelprijswinnaar Paul Krugman adviseert om inflatie als instrument te zien, en te gebruiken voor belastingverhoging of bezuinigingen op uitgaven. Zijn recept bestaat uit 'sterke groei en gematigde inflatie’.
De afgelopen maanden heeft de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, al iets dergelijks gedaan. De Fed heeft honderden miljarden schulden van de overheid - verpakt als staatsobligaties - gekocht om de rente laag te houden. De vraag is wanneer de Fed het roer zal omgooien. Wanneer en hoe snel zal de Fed haar geld terug willen? Als de centrale bank het laat zitten of aarzelend is, leidt al dat kapitaal tot enorme prijsstijgingen en inflatie. Spaarders en buitenlandse investeerders zijn dan de pineut. Inflatie is lastig te controleren.
De derde strategie is eenvoudig: geen betalingen meer doen, hetzij volledig of gedeeltelijk. Dit heeft ook onplezierige gevolgen. Het is al honderden keren in de geschiedenis gebeurd, maar er is geen richtlijn hoe ermee om te gaan. 'Er is geen wettelijk kader voor nationale faillissementen’, zegt Klaus Abberger, econoom bij het Ifo Institute for Economic Research. En dat terwijl Adam Smith, de vader van de moderne economen, al in 1776 wees op de noodzaak. 'Een eerlijke, open en uitgesproken faillissement’, schreef de moraalfilosoof, 'is altijd het minst oneervol voor de schuldenaar, en het minst pijnlijk voor de schuldeiser.’ Griekenland zou nu een kandidaat voor een dergelijke procedure zijn, als politici niet zo bang zouden zijn voor de gevolgen. Griekenland zou met zijn schuldeisers om de tafel moeten gaan zitten om te onderhandelen over hoeveel schuld het land kan terugbetalen. Het is hoog tijd om na te denken hoe dit zou werken, zegt Clemens Fuest, econoom aan de Universiteit van Oxford. 'Schuldsanering vereist de betrokkenheid van de eisers’, zegt hij.
Uiteindelijk zullen sommige regeringen alle drie de strategieën toepassen. Zelfs als ze de inflatie niet actief bevorderen, zullen ze weinig doen om het hard te bestrijden. Ze zullen de schulden van probleemgevallen als Griekenland herstructureren. Maar bovenal zullen ze proberen hun begroting in balans te krijgen door de uitgaven te beperken. Door die combinatie betalen niet alleen belastingbetalers de prijs, maar ook de spaarders en buitenlandse crediteuren. Alleen op die manier kan het lukken. Hoewel, aan één cruciale voorwaarde moet nog worden voldaan: de economie moet groeien, zodat er genoeg belasting binnenkomt. Dat is het dilemma: schuld en bezuinigingen beperken de groei, maar schuld saneren kan niet zonder groei. Of er een uitweg bestaat uit dit dilemma zal blijken - in het geval van Griekenland.


© 2010 Der Spiegel/ Distributed by The New York Times Syndicate
Vertaling: Yasha Lange