De moeder gaat dood

Op weg naar een debat over literatuur en moraal denk ik dat ik helemaal niets weet. Niet koket niets, maar gewoon niets. Wat moet ik straks zeggen? Wat vind ik ervan? Hoe elementairder de vraag, hoe verder weg het antwoord. Het is op dit soort momenten dat het magisch denken het over gaat nemen.

Doe mij maar een pizza.
Het is mijn geheime mantra, oorspronkelijk afkomstig uit de mond van Sid Vicious, de voormalige bassist van de Sex Pistols. Dat wil zeggen de film-Sid, vertolkt door de meesterlijke Gary Oldman, in de biopic Sid and Nancy.
I’ll have a pizza.
Als je het maar lijzig genoeg voor je uit prevelt, worden al je besognes een beetje kleiner.
Toch sla ik in de trein er nog maar eens voor de zekerheid How to Read and Why op na, van de beroemde literair criticus Harold Bloom. ‘Waarom lezen?’ luidt de titel van de proloog. Inderdaad, waarom ook alweer? En waarom er ook nog ‘s over debatteren, helemaal in Den Haag.
Mijn oog valt op de passage waarin Bloom uitweidt over het verdriet van de professionele lezer die nog maar zelden het plezier van het lezen ervaart dat hij in zijn jeugd had. Maar, zegt Bloom streng, op zeker moment in je leven zul je moeten accepteren dat plezier niet alles is. Jezelf openstellen voor een confrontatie met Shakespeare is nooit an easy pleasure, in welke fase van je lezende leven je je ook bevindt.
Ja meester.
Ik sla wat bladzijden om, op zoek naar iets dat ik me vaag meen te herinneren. In die fase van mijn lezende leven ben ik kennelijk aanbeland: vergeefs doende terug te vinden hetgeen me in de eerste helft van mijn lezende leven zo magisch heeft getroffen. Gisteravond nog bladerde ik driftig door Jude the Obscure van Thomas Hardy, op zoek naar de passage waarin Sue aan Jude uitlegt hoe het zit met mannen en vrouwen.
You’re the timid sex.
Ik dacht zeker te weten dat ze dit tegen hem zegt, maar het enige wat ik kon terugvinden was een veel omstandiger uitleg. Dat de gemiddelde man alleen een vrouw zal benaderen als zij hem daartoe uitnodigt. Tot het moment dat ze hem met een blik zegt 'come on’, zal hij altijd bang zijn, ‘and if you never say it, or look it, he never comes’.
Ook mooi, maar niet hoe ik het me herinner.
Zou Sid wel echt om die pizza hebben gevraagd?
Ik ben Gouda al gepasseerd, maar heb nog steeds geen panklaar statement voorhanden. Wel heb ik behalve het boek van Bloom nog een roman bij me, die ik ben gaan lezen nadat ik een interview met de schrijfster had gelezen. De nuchtere, intelligente manier waarop ze vertelde over de ontwikkeling in haar werk sprak me aan. Bovendien werd ik niet lang erna door iemand op haar geattendeerd. Een uitgever, maar niet eens haar eigen uitgever. ‘Zij springt er wel echt uit’, zei hij. Hij bedoelde dat ze beter was dan haar schrijvende zusters die ook allemaal literaire thrillers schrijven.
Het lezen van Zondaarskind van Marion Pauw is niet zozeer an easy pleasure, als wel een guilty pleasure. Officieel heb ik wel wat beters te doen dan zomaar buiten ieder plan te lezen, maar iets houdt me gevangen in dit boek. Iets dat wel degelijk appelleert aan een leeservaring van vroeger. Zijn het de nonnen die d'r flink op los straffen in dit verhaal, is het de onrechtvaardigheid waarmee de heldin keer op keer wordt geconfronteerd… Is het opeens zo'n zinnetje als: ‘Ik had me vaak afgevraagd waarom de nonnen ons niet mochten aanraken, terwijl Jezus wel altijd op schoot zat’… Iets maakt dat ik met een soort kinderlijke bezorgdheid de bladzijden omsla: het zou toch wel goed aflopen?
Later op de dag snap ik opeens waar de kracht van dit boek in schuilt. In de rij voor een kopje thee vertrouwt een toehoorster me toe dat haar moeder een heel fijne neus had voor literatuur.
‘Mooi boek’, placht die te zeggen, ‘de moeder gaat dood.’
Voor ik dit helemaal tot me door kan laten dringen, heeft een andere bezoekster me aan de mouw getrokken.
‘Ik wil u graag mijn compliment maken’, zegt ze.
Ik wil al deemoedig het hoofd buigen, tot ze zegt dat ze het een heel goed boek vond, over Sonja Prins.
Jarenlang heb ik mezelf door een buurvrouw Maria laten noemen, omdat ik haar niet op tijd gecorrigeerd had en het daarna niet meer durfde. Dat zal me niet nog eens gebeuren.
‘Dat boek heb ik niet geschreven’, zeg ik.
Verwonderd kijkt ze me aan. ‘Maar wie bent u dan?’
Zoveel om over na te denken op de terugreis, maar Zondaarskind wint het. Mooi boek.