Interview: Nina Hagen

De moeder is terug!

Al enige tijd wordt verlangend uitgekeken naar een uitspraak van Nina Hagen over haar zo plotseling overleden ex-man Herman Brood. Zorgvuldig ontwijkt ze vragen over haar soulmate. «Dat weet ik toch helemaal niet of Herman ooit naar mij heeft geluisterd. Hij was altijd stoned.»

Een paar dagen na het interview kijkt men in de grote zaal van restaurant Borchard op als een fonkelende dame, gekleed in kleurige gewaden, naar haar tafel wordt geleid. «Ik heb net een waanzinnig optreden in de gevangenis in Tegel gegeven. Dat was zo fantastisch, voor tweehonderd mensen binnen de gevangenismuren.» Terwijl ze dit zegt, begint ze haar rieten mand uit te pakken. Kaarsen en boeddhabeeldjes worden tot verwondering van de overige gasten over de hele tafel verspreid. «Geeft u mij maar de rode wijn die de burgemeester hier ook altijd drinkt», bestelt ze met een hese stem. De ober knikt devoot — dit is een van de chicste restaurants in Berlijn. Dat ze net van een concert terugkomt, is niet aan haar te merken. «Zo dadelijk komt een uitgever hier naartoe, die wil namelijk een ultimo fantastico boek over mij uitbrengen», informeert ze stralend haar tafelgezelschap. «Maar laten we eerst even een paar foto’s maken, hier beneden.»

Alle blikken in de zaal volgen deze charismatische vrouw terwijl ze, met twee jonge mannen met camera’s in haar kielzog, naar de toiletafdeling in de kelders afdaalt. Exact op dezelfde plek waar Courtney Love twee jaar geleden voor Rolling Stone werd gefotografeerd, vindt bij wijze van Schicksal de fotosessie met La Hagen plaats.

Nina Hagen is kunst. Een Piratin met een tikje schizofrenie. Ze zou sterven als ze anders zou moeten leven en is kunstenares pur sang. Haar stem is haar instrument. Moeder Eva Maria Hagen was een beroemde operazangeres en de jonge Nina heeft operazanglessen gevolgd. Ze kan met rollende «r» Trrraume wahrrr zingen. Haar schijnbaar onschuldige liedjes gaan over in ruige popsongs. Ze covert liedjes die bij de oudere generaties bekend zijn als onschuldige meezingers. Uit de mond van Nina Hagen klinken ze als provocatieve emancipatoire statements.

Wenn ich ein Junge wär, das wäre wunderschön

Dann könnt’ ich immer nur, in langen Hosen gehen

Dann käm ich abends spät nach Haus’

Macht mir kein Schwanz ein Drama daraus

Es wäre halb so schwer

Wenn ich ein Junge wär…

Dan breekt een hels kabaal los en schreeuwend gaat ze verder:

Und hin und hin und hin und liebst du mich nicht…?

Ze werd geboren in de DDR, die ze op haar twintigste verruilde voor het Westen. Voor West-Duitsers heeft ze daardoor nog altijd dat typische van een Oost-Duitse. Maar ze is in de eerste plaats een Berlijnse. En nog steeds: unbeschreiblich weiblich. De ontmoeting vindt plaats op de derde verdieping van een vooroorlogse woonkazerne in de West-Berlijnse wijk Schöneberg. Nina Hagen spreekt afwisselend Engels en Duits, alsof ze niet goed kan besluiten in welke taal men met Nederlanders spreekt. Op de meest onverwachte momenten verdraait ze haar stem.

Woont u nog in Berlijn?

Nina Hagen: «Ik woon momenteel op Ibiza. Daar gaat mijn zoon namelijk naar school. Hij is elf. Ibiza is het Californië van Europa.»

Mensen kennen u als iemand die compleet voor de kunst leeft. U bent bij vele projecten betrokken. Onlangs maakte u een film, u presenteert een eigen talkshow die op internet kan worden bekeken. Daarnaast verscheen vorig jaar uw laatste cd, «Return of the Mother». Waar gaat momenteel uw meeste aandacht naar uit?

«Vrouwen in Afghanistan (het interview is afgenomen vóór de val van de Taliban-bolwerken — red.). Ik kan niet genoeg benadrukken dat het verschrikkelijk is wat daar gebeurt. Het gaat om vrouwen die als huisdieren worden gehouden en ze hebben geen stem. Ze kunnen uitsluitend ondergronds opereren. Zo geven ze al jarenlang, ondanks beroerde omstandigheden en alle verboden, les aan kinderen. Illegaal, welteverstaan! De hele dag al ben ik als een wilde aan het bellen, want we gaan op 23 december hier in Berlijn een groots benefietconcert houden voor het Rawa-project. Rawa staat voor Revolutio nary Association of the Women of Afghanis tan.»

U heeft een tijd in New York gewoond en gewerkt. Komt u daar nog weleens?

«Ja, Peter Sempel heeft een film gemaakt die Punk and Glory heet en over mij gaat. Peter Sempel maakte alternatieve films. Punk and Glory wordt binnenkort in New York vertoond, ik geef dan ook een concert.»

Wat heeft u met Rainer Maria Rilke?

«Jawohl. Everybody could have something with Rilke. We hebben een plaat gemaakt met muziek op zijn teksten. Ik heb ook een paar gedichten van Goethe gebruikt. Samen met mijn dochter. Op muziek van haar. Cosma Shiva, mijn dochter, is geweldig. Ze is actrice, maar ze organiseert ook enorme open-air Galaxina-party’s, ergens in the middle of nature tussen Hamburg en Berlijn. De exacte plek wordt pas twee weken van tevoren op het internet bekendgemaakt. Toll! We gaan binnenkort twee songs opnemen, met muzikanten van haar. Samen met haar moeder. Very special young people. Meine Tochter.»

Waar gaat de film over die u hebt gemaakt? Werden de beelden door uzelf in India opgenomen?

Hagen: «De film gaat slechts gedeeltelijk over India. Veel meer over het feit dat alle religies gelijkwaardig zijn en dat iedereen de religie van zijn eigen hart zou moeten volgen. Een multidimensionale boodschap aan de mensheid, als het ware. Ik beschrijf in de film het leven van een Indiase godheid, Baba Ji. Een fenomenale man. De film draait binnenkort in New York. A message for humanity. Because there is war all around the world and we need a good message.»
U heeft in de afgelopen jaren drie van uw «soulmates» verloren: Herman Brood, Ferdi Karmelk en Kurt Cobain, inderdaad de man van Courtney Love. Hoe verwerkt u zulke persoonlijke verliezen? Biedt religie steun?

«Sterven doen we allemaal. Ik ben zelf al eens gestorven toen ik negentien was. Ik was op zoek naar God. Kijk, onder invloed van lsd, was mij verteld, zou ik contact met de grote spirituele Geest krijgen. Dat heb ik gedaan en ik ben inderdaad gestorven en heb God ontmoet. De lange weg om bij God te komen was erger dan de geboorte van mijn kinderen. Ik begreep intuïtief dat het het mooiste was als je altijd bij God kon zijn. Ik wilde er niet meer weg. En je smeekt erom nooit meer terug te hoeven. Maar dan vertelt God je dat je slechts bij hem op bezoek bent. Hoe kom ik dan de volgende keer weer bij u, vraag ik hem dan. Hij is werkelijk so toll, hij is echt geweldig, dat kan ik niet beschrijven. Iedereen beleeft dat misschien weer op zijn eigen manier, het is voor iedereen een ander vis-à-vis. Maar of je hem nu God, Boeddha of Allah of wat dan ook noemt, hij hoort bij elk wezen dat een ziel bezit. De ene helft is God, de andere helft ben jij. Hoe ik de volgende keer naar hem toekom, moet ik zelf in mijn leven proberen uit te vinden. Maar het belangrijkste voor God is menselijkheid. Alle religies hebben gelijke waarde.»

Heeft u weleens met Herman over religie gesproken?

«Dat weet ik toch helemaal niet of Herman ooit naar mij heeft geluisterd. Hij was altijd stoned.»

Uw bestaan is een mengelmoes van werken voor goede doelen en het uitvoeren van goed betaalde opdrachten. Hoe verdeelt u daarbij uw aandacht?

«Iedere kunstenaar en ieder goed mens doet dat zo. Dat gaat ook helemaal niet anders, want je kunt niet aan de ene kant in een fabriek werken in dienst van het verdorven kapitalisme en tegelijkertijd niets voor je medemens doen. Werk maakt pas gelukkig als je er ook andere mensen mee kunt helpen.»

Eind februari 2001 vindt in Berlijn Nina’s eigen talkshow plaats in een grote tent tegenover wat dan nog het kantoor van bondskanselier Schröder is. Het podium is ingericht als knusse huiskamer en Nina babbelt wel vier uur lang met allerlei mensen. «Van hiv krijg je helemaal geen aids», laat ze haar publiek weten. «Dat is allemaal de schuld van de farmaceutische industrie.» Tussendoor vertelt ze over haar engagement voor het Alternative Aids Project, ze vertoont een fragment uit haar film over religie, ze verkoopt bij opbod haar tijdens reizen verzamelde prullaria: satijnen bustehouders, spiegeltjes, kralen en dergelijke. Er treedt een heuse Hare Krishna-groep op. Het is alsof ze perfect aanvoelt wat het publiek van haar wil, en het eerste nummer dat ze speelt is dan ook TV-Glotzer, het openingsnummer van haar eerste elpee, een cover van de Tubes-song White Punks on Dope. Pure cult. Daarna kan het niet meer stuk en steeds weer neemt ze de gitaar ter hand en speelt de muziek waarvoor men in hoofdzaak gekomen was.

De show an sich is rommelig, soms ietwat langdradig, maar dan ineens weer vol vaart en altijd doorspekt met die typisch Berlijnse humor. Nina Hagen is vooral ontwapenend. Op het podium liggen tientallen stukken beschreven papier aan haar blote voeten. Af en toe rommelt ze er wat in, overlegt kort met de drie geduldig en begrijpend afwachtende bandleden. Na een couplet houdt ze op met zingen, besluit dan ineens een heel ander nummer te spelen en plotseling staat de show weer bol van de spanning. Muzikaal staat het in elk geval allemaal als een huis. Als talkshowpresentatrice moet ze nog een beetje oefenen, maar wie kan het iets schelen? Het publiek houdt van haar.

Voor het eerst sinds 1983 is La Hagen weer in Nederland te zien. In december geeft ze vier concerten in Amsterdam, Den Haag, Groningen en Lemelervelt.