Fahrenheit 9/11

De moeder van alle anti-oorlogstroepen

Er zit een opmerkelijke scène in Fahrenheit 9/11 waarin Lila Lipscomb voor het Witte Huis met een anti-oorlogsactivist praat over de dood van haar 26-jarige zoon in Irak. Een pro-oorlog-passant vindt het niet leuk wat ze hoort en verkondigt: «Dit is allemaal toneel!» Lipscomb wendt zich naar de vrouw en zegt met van woede trillende stem: «Mijn zoon is omgekomen in Karbala, op 2 april. Het is geen toneel. Mijn zoon is dood.» Weglopend dreint ze: «Ik wil mijn zoon.»

Toen ik Lila Lipscomb gebroken van verdriet op het gazon van het Witte Huis zag, moest ik denken aan andere moeders die met het verlies van hun kinderen naar de zetel van de macht zijn gegaan en het verloop van oorlogen veranderden. Tijdens de «vuile oorlog» in Argentinië kwam een groep vrouwen wier kinderen waren verdwenen onder het militaire regime elke donderdag bijeen voor het presidentiële paleis in Buenos Aires. In een tijd dat elk openbaar protest verboden was, liepen zij zwijgend rondjes, met witte hoofddoeken op en met foto’s van hun vermiste kinderen in de hand. De Moeders van de Plaza de Mayo veranderden mensenrechtenactivisme door moederlijk verdriet te transformeren van een reden voor medelijden tot een onstuitbare politieke kracht. De generaals konden de moeders niet openlijk aanpakken, dus lanceerden ze geheime operaties tegen hun organisatie. Maar de moeders bleven lopen, en speelden een belangrijke rol in de ondergang van de dictatuur.

Anders dan de Moeders van de Plaza de Mayo, die tot op vandaag elke week samen demonstreren, staat in Fahrenheit 9/11 Lila Lipscomb alleen als ze haar woede naar het Witte Huis slingert. Maar Lila Lipscomb is niet alleen. Andere Amerikaanse en Britse ouders wier kinderen zijn omgekomen in Irak komen ook naar voren om hun regering te veroordelen, en hun morele verontwaardiging een eind kunnen helpen maken aan het militaire conflict in Irak.

De uit Californië afkomstige Nadia McCaffrey tartte de regering-Bush door nieuwscamera’s uit te nodigen om vast te leggen hoe de kist met haar zoon erin arriveerde uit Irak. Het Witte Huis heeft het fotograferen van met de vlag gedrapeerde doodskisten die aankomen op luchtmachtbases verboden, maar omdat de stoffelijke resten van Patrick McCaffrey naar Sacramento International Airport werden gevlogen, kon zijn moeder de fotografen uitnodigen.

Op het moment dat het lichaam van Patrick McCaffrey naar huis kwam, werd er weer een soldaat gedood in Irak: de negentienjarige Gordon Gentle uit Glasgow. Toen ze het nieuws hoorde, beschuldigde zijn moeder, Rose Gentle, onmiddellijk de regering van Tony Blair: «Mijn zoon was niet meer dan een stuk vlees voor ze, niet meer dan een nummer (…) Dit is niet onze oorlog, mijn zoon is gestorven in hun oorlog om olie.» En op het moment dat Rose Gentle die woorden sprak, was Michael Berg in Londen om te spreken op een anti-oorlogs-bijeenkomst. Sinds de onthoofding van zijn 26-jarige zoon die in Irak werkte als aannemer, heeft Michael Berg volgehouden dat: «Nicholas Berg stierf voor de zonden van George Bush en Donald Rumsfeld.»

Toen hij door een Australische journalist werd gevraagd of zulke boude uitspraken «de oorlog vruchteloos doen lijken», antwoordde Berg: «De enige vruchten van oorlog zijn dood en verdriet en lijden. Andere vruchten zijn er niet.»

Het is alsof deze ouders méér hebben verloren dan alleen hun kinderen: ze zijn ook hun angst kwijt, zodat ze kunnen spreken met grote helderheid en kracht. Dit is een probleem voor de regering-Bush, die het monopolie op «morele helderheid» claimt. Oorlogsslachtoffers en hun familie worden geacht hun verliezen niet zelf te verwerken, maar dat over te laten aan de vlaggen, lintjes, en saluutschoten. Ouders en echtgenoten worden geacht hun gruwelijke verliezen te aanvaar den met stoïcijns patriottisme, en nooit te vragen of een sterfgeval vermeden had kunnen worden, nooit te betwijfelen hoe hun dierbaren worden gebruikt om nog meer moorden te rechtvaardigen.

Op de militaire begrafenis van Patrick McCaffrey zei de kapelaan van het 579th Engineer Battalion tegen de nabestaanden: «Wat Patrick deed was goed en juist en nobel (…) Er zijn duizenden, nee miljoenen Irakezen die dankbaar zijn voor dit offer.» Maar Nadia McCaffrey weet beter en is vastbesloten de diepe teleurstelling van haar zoon uit te dragen over het graf heen. «Hij schaamde zich vreselijk voor het schandaal rond de mishandeling van gevangenen», zei ze tegen The Independent. «Hij zei dat we niets te zoeken hadden in Irak en dat we daar niet hoorden te zijn.»

Bevrijd van de militaire censors die soldaten beletten te zeggen wat ze denken als ze in leven zijn, heeft Lila Lipscomb eveneens de twijfels van haar zoon over zijn werk in Irak geuit. In Fahrenheit 9/11 leest ze voor uit een brief die Michael Pederson schreef aan thuis: «Wat is er in hemelsnaam aan de hand met George, die probeert net als zijn vader te zijn, Bush. Hij heeft ons hier naartoe gestuurd voor helemaal niks. Ik ben op het moment verschrikkelijk boos, Mama.»

Woede is een passende reactie op een systeem dat jonge mensen uitzendt om andere jonge mensen te doden in een oorlog die nooit gevoerd had moeten worden. Maar toch probeert Amerikaans rechts altijd woede te pathologiseren als iets bedreigends en abnormaals, en doet tegenstanders van de oorlog af als verwerpelijk en, de nieuwste belediging, «woestelingen». Dat wordt een stuk moeilijker als oorlogsslachtoffers voor zichzelf gaan spreken: niemand twijfelt aan de woestheid in de ogen van een moeder of vader die net een zoon of dochter heeft verloren, of aan de woede van een soldaat die weet dat hij wordt gevraagd om nodeloos te doden en te sterven.

Vele Irakezen die dierbaren hebben verloren aan buitenlandse agressie hebben gereageerd door zich te verzetten tegen de bezetting. Nu beginnen slachtoffers zich te organiseren in de landen die de oorlog aan het voeren zijn. Eerst was het September 11 Families for Peaceful Tomorrows, dat zich verzet tegen elke poging van de regering-Bush de dood van hun familieleden in het World Trade Center te gebruiken om verdere moorden op burgers te rechtvaardigen. Military Families Speak Out heeft delegaties van veteranen en ouders van soldaten naar Irak gestuurd, terwijl Nadia McCaffrey een organisatie wil opzetten van moeders die kinderen hebben verloren in Irak.

De ouders van oorlogsslachtoffers zijn niet groot genoeg in aantal om de uitkomst van de verkiezingen te wijzigen, maar wel kunnen ze iets veel krachtigers veranderen: de hearts and minds van Amerikanen.