POPMUZIEK: BLOC PARTY, ARCADE FIRE, KAISER CHIEFS

De moeilijke tweede

Wat te doen na een succesvol debuut? Meer van hetzelfde, of moeilijker?

Medium kaiser 20chiefsk 1
Medium aweekendinthecityalbumk 1

En daar was in 1987 opeens de 25-jarige Terence Trent D’Arby. Soepele stem, soepel lijf, mooie kop, en de ene hit na de andere. Van Sign Your Name tot Dance Little Sister, met het zelfverzekerde intro ‘Get up outta your rockin’ chair, grandma!’ En zelfverzekerd, dat was Terence Trent D’Arby zeker. Zijn debuutalbum Introducing the Hardline werd bejubeld, evenals zijn energieke live-optredens, die deden denken aan zowel Prince en James Brown als zo ongeveer iedere denkbare soulgrootheid. En de zanger, hij jubelde zelf het hardst. Prince mocht wel uitkijken: zijn opvolger was gearriveerd. Het zou tot de gebroeders Gallagher van Oasis duren voor een nieuwkomer zichzelf weer zo snoeverig op de kaart durfde te zetten. De muziek- en roddelpers schreef week in, week uit over hem.

En toen kwam in 1989 Terence Trent D’Arby’s tweede album uit. Provocerend had hij de plaat Neither Fish Nor Flesh genoemd en voorzien van een ronkende ondertitel: A Soundtrack of Love, Faith, Hope & Destruction. De plaat was veel diverser, grilliger, minder toegankelijk en vooral ronduit minder goed dan het debuut. Recensies waren lauw tot zuur, in een groot deel ervan werd de titel smalend als conclusie herhaald, en D’Arby’s pretenties en ambities werden hem nu nagedragen. Hij verkocht er twee miljoen van, en toch geldt het album als een enorme flop. Twee miljoen, dat was een schijntje vergeleken bij het debuut, en vooral bij de verwachtingen. Het was over met Terence Trent D’Arby.

Wat in de literatuur geldt, geldt in de popmuziek nog sterker: geen last zo zwaar als het succesvolle debuut. De reden is vrij simpel: niet alleen verkoopcijfers tonen genadeloos aan in welke fase van de loopbaan van de artiest het publiek hem het meest gunstig was gestemd, live blijkt iedere avond welke nummers het meest massale openingsapplaus oogsten. Hoeveel goede nummers ze erna ook hebben geschreven, bij Pearl Jam zal een deel van het publiek altijd blijven komen om zoveel mogelijk nummers van Ten te horen. De carrière van Alanis Morissette zal zich voor altijd afspelen in de schaduw van haar debuut Jagged Little Pil. Vrijwel al haar fans haakten toen in, en een groot deel haakte bij de opvolger alweer af.

Die tweede plaat, de opvolger van dat niet te overtreffen debuut, het is de karaktertest bij uitstek. Het is de reactie op het succes, het eerste teken van leven sinds het nadrukkelijk bewustzijn van een buitenwereld die oordeelt en nu ook verwacht. Luisteren naar de langverwachte tweede albums van drie van de meest populaire alternatieve rockbands van dit moment levert een staalkaart aan mogelijkheden op.

Het Britse Kaiser Chiefs houdt het tamelijk overzichtelijk: hun tweede album is grofweg meer van hetzelfde. De band werd in korte tijd enorm populair met de combinatie van een debuutalbum dat klonk als een greatest hits-_plaat (en dat uiteindelijk ook werd) en zeldzaam energieke optredens. Zanger Ricky Wilson is een enerverend, goedlachs middelpunt van zijn eigen fuif. Met regelmaat springt hij het publiek in. Soms breekt hij iets, dan treedt hij iets later gewoon weer op met gips. Het is die toffe-jongenssfeer die ook de muziek van Kaiser Chiefs zo onweerstaanbaar maakt. Refreinen als voetbalkoren, melodielijnen als ringtones, koortjes, _handclaps: alles uit de kast voor het grote feest der herkenning. Op het tweede album andermaal met succes (ook in commercieel opzicht: het album kwam in Nederland op één binnen in de albumlijst), maar met als nadeel dat de werkwijze nu al door het werk heen schijnt. De suggestie van rebellie, het inzetten van een rampestamprefrein dat begint met de altijd effectieve, want tot onmiddellijke identificatie leidende woorden ‘We are’, het inhouden en dan losbarsten: het zijn ingrediënten die onmiddellijk resultaat opleveren, maar tegelijk hun eigen sleetsheid aantonen. ‘I don’t mean to be a dick, I just don’t like the changes’, zingt Wilson met zelfkennis in Learnt My Lesson Well.

Het eveneens Britse Bloc Party maakt het zichzelf op zijn tweede album moeilijker. Dit is de bijna klassieke moeilijke tweede: het voornemen om het succesvolle debuut niet over te doen is hoorbaar. A Weekend in the City klinkt als de moeder aller popclichés, dus ‘volwassener’. De aanstekelijke hoekigheid is gekortwiekt, de emoties van Kele Okereke klinken doordringender. Het is alsof de nummers meer dan tevoren om zijn teksten zijn gebouwd. Het is het type album dat waarschijnlijk zal gaan gelden als de liefhebbersplaat: aanvankelijk zuinig ontvangen, aanmerkelijk minder succesvol dan het debuut, veroorzaker van een golf afhakers, maar de plaat die nodig bleek om vrijheid af te bakenen en vernieuwing op te eisen.

Van het Canadese Arcade Fire komt de droomtweede: een tweede klassieker. Geen herhaling, maar ook niet de te grote angst daarvoor. Hoorbare ambities, maar geen offers van behaagzucht. Het is vooral een proeve van lef: het lef om groots te klinken en te formuleren. Regelmatig schuurt de band langs de randen van de kitsch en nadert de tekstuele dramatiek het melodrama, maar Arcade Fire slaagt in wat vrijwel onmogelijk is en tegelijk de troef lijkt tot een tweede album dat uit de schaduw van zijn voorganger blijft: de suggestie van onwetendheid van een buitenwereld.

Terence Trent D’Arby had een kunstgreep nodig om die buitenwereld en haar verwachtingen af te werpen: hij veranderde eind jaren negentig zijn naam in Sananda Maitreya.

Bloc Party, A Weekend in the City (V2); Arcade Fire, Neon Bible (Universal); Kaiser Chiefs, Yours Truly, Angry Mob (Universal)
Arcade Fire speelt 2 april in Vredenburg, Utrecht (uitverkocht); Bloc Party speelt 28 april in Vredenburg (uitverkocht); Kaiser Chiefs speelt 29 en 30 mei in Paradiso, Amsterdam (uitverkocht).

Beluister tracks :

Arcade Fire:
Song: Black Mirror

Kaiser Chiefs
song:Thank You Very Much

Bloc Party
(alleen met Itunes te beluisteren)

Bron:
V2
Universal Music