De moeilijke waarheid van cairo waar vrouwen kunnen kiezen, kiezen ze voor minder kinderen

Deze week begint in Cairo de Wereldbevolkingsconferentie van de Verenigde Naties. Dat gaat gepaard met veel fundamentalistisch gekrakeel. Wat is er namelijk aan de hand? De sleutel tot het wereldbevolkingsvraagstuk is de emancipatie van vrouwen!

Bij al het verbale en fysieke geweld waar de Wereldbevolkingsconferentie in Cairo onder dreigt te bezwijken, raakt de werkelijke discussie vrijwel geheel uit het zicht. De conferentie die nu wordt gehouden is de derde Wereldbevolkingsconferentie en in het ontwerp-slotdocument is een paradigmawisseling te zien die een unicum vertegenwoordigt in de geschiedenis van de Verenigde Naties. De VN is, zoals bekend, een orgaan dat veranderingen ondergaat via voetnoten en kleine lettertjes. De belangen van de zittende bureaucratie die tienduizenden mensen omvat over de hele wereld, gecombineerd met de opeenstapeling van uiteenlopende belangen van de beleidsmakers, de regeringen, maakt dat de inhoud vrijwel altijd verloren gaat in ondoorzichtige deals. Zo gaan organisaties als Unicef en Unesco soms jarenlang door met programma’s waarvan iedereen weet dat als ze al iets bewerkstelligen, het meestal schadelijk uitpakt.
Het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties is een relatief kleine en relatief jonge afdeling - ze is nu precies vijfentwintig jaar oud. De zorg om de groei van de wereldbevolking is ongeveer een eeuw oud, want toen maakten de neo-malthusianen voor het eerst duidelijk dat de aarde niet een onbeperkt aantal mensen zou kunnen dragen. Malthus’ schattingen werden door de realiteit gelogenstraft, omdat hij geen rekening had kunnen houden met de techniek die voedselproduktie, mobiliteit en industriele produktie in hoog tempo verveelvoudigde.
De zorg bleef niettemin bestaan, maar pas toen geboortenregeling een relatief eenvoudig proces werd, ontwikkelde ze zich tot een terrein van overheidsbeleid. Regeringen gingen zich om de omvang van hun bevolking bekommeren en probeerden er invloed op uit te oefenen door middel van straf en beloning. Tegelijk was geboortenregeling altijd al een zorg van individuele vrouwen, die altijd al hebben getracht hun eigen vruchtbaarheid te reguleren met behulp van natuurlijke middelen of door het afdwingen van onthouding.
Toch groeit de wereldbevolking harder dan ooit. Nu omvat ze reeds 5,7 miljard mensen, en elk jaar komen er ongeveer negentig miljoen bij. Dat betekent een enorme aanslag op de natuurlijke hulpbronnen, vooral wanneer die bevolkingsgroei samengaat met een toenemende milieuvervuiling, een aanhoudende overconsumptie, een aanhoudende armoede en een aanhoudende sociale en economische ongelijkheid.
De gemiddelde vruchtbaarheid daalt, gemiddeld krijgen vrouwen minder kinderen, maar tegelijk zijn er momenteel meer vrouwen dan ooit in hun vruchtbare periode. Dat verklaart een deel van de groei. Ook blijven er meer kinderen in leven door betere voeding en gezondere omstandigheden en stijgt de levensduur. Alles bij elkaar genomen zal de wereldbevolking stijgen tot minimaal 7,8 miljard mensen in 2050, misschien zelfs tot in de buurt van de 10 miljard.
De vraag blijft: is dat een onoplosbaar probleem? Het antwoord daarop is bepalend voor welk beleid men gewenst of toelaatbaar acht. Dat leidt soms tot eigenaardige redeneringen. Zo is een deel van de feministische beweging geneigd om de bevolkingsgroei geen probleem te vinden, omdat iedereen die het wel een probleem vindt, misschien dwang op vrouwen wil uitoefenen om minder kinderen te krijgen. Omgekeerd waarschuwen Chinese hoogwaardigheidsbekleders, geconfronteerd met kritiek op hun bevolkingspolitiek van dwang en repressie, voor een toekomstig China met een verdubbelde bevolking waarvan ieder lid een koelkast en een auto bezit.
WIE OP EEN WOLKJE boven de partijen plaats neemt, moet constateren dat er wel degelijk een probleem is. Er zijn meerdere problemen. Duurzame ontwikkeling, duurzame produktie en consumptie zijn slechts hier en daar op microniveau te realiseren. De regeringen van rijke landen bewijzen aan het terugdringen van de overconsumptie niet meer dan lippendienst. De verdeling van schaarse en niet-schaarse goederen en diensten over de wereldbevolking is in hoge mate onrechtvaardig en ongelijk, maar tegelijk taai en moeilijk te veranderen, omdat de sleutel tot verandering op dit gebied ligt in de aantasting van een zo hogelijk gewaardeerd fenomeen als de welvaart van de machtigen. De natuurlijke hulpbronnen hoeven, ook bij een toenemende wereldbevolking, niet uitgeput te raken, maar dat veronderstelt een snelle gratis overdracht van technologie van het rijke noorden naar de ontwikkelingslanden. Iets wat ook al niet gebeurt. Mede daarom vormt de overbevolking uiteindelijk toch een probleem, omdat nu eenmaal de politieke wil ontbreekt om andere problemen op te lossen. Preciezer gezegd: er is misschien wereldwijd geen bevolkingsprobleem, regionaal is dat er wel.
EEN LAND ALS EGYPTE zou bijvoorbeeld een heel wat grotere bevolking kunnen voorzien van drinkwater, voedsel, onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting als er geen water meer verspild zou worden door de ouderwetse installaties, als er milieuvriendelijker zou worden geproduceerd, als door een goed openbaar vervoerssysteem de totaal overbelaste verkeerssituatie verlicht zou kunnen worden, als er geld zou zijn om goede en betaalbare huizen te bouwen, en als de woestijn nog verder in cultuur zou kunnen worden gebracht door middel van irrigatie en moderne landbouw. Maar de Egyptische regering kan onder de huidige verhoudingen de problemen volstrekt niet aan, een verdubbelde bevolking zal het land in de afgrond storten.
Dat geldt niet alleen voor Egypte. Een steeds groter deel van de wereldbevolking zal bij ongewijzigd beleid in steden wonen waarvan een aantal een omvang zal krijgen die niet meer hanteerbaar is. In de ontwikkelingslanden zal, zo verwacht men, de stedelijke bevolking toenemen van 26 procent in 1975 tot vijftig procent in 2015. Verstedelijking is tot op zeker niveau een voordeel. Voorzieningen kunnen beter bereikbaar worden gemaakt voor grotere groepen mensen, maar de schaal slaat op een goed moment door, naar men aanneemt bij een stadsbevolking van ongeveer tien miljoen mensen. Ook in rijke landen blijkt het dan vrijwel onmogelijk om nog voor een efficiente infrastructuur te zorgen.
Het is een politieke keuze om te kiezen voor bevolkingspolitiek of juist voor een politiek die moet leiden tot een eerlijker verdeling van de beschikbare milieugebruiksruimte.
Bevolkingspolitiek heeft een groot voordeel: ze berust vaak op een door velen gedeeld belang, en dat zou wel eens de basis voor haar succes kunnen zijn. Geboortenregeling is namelijk niet alleen in het belang van overheden, maar ook in dat van vrouwen. Het regelen van de vruchtbaarheid is een basale noodzaak als het gaat om autonomie en het vormgeven van het eigen leven. Wereldwijd blijken vrouwen, als hun de kans wordt geboden, minder kinderen te krijgen dan voorheen, alle overwegingen over oudedagsvoorzieningen ten spijt.
Het verzet tegen bevolkingspolitiek wordt ingegeven door angst voor dwang en voor het opnieuw degraderen van vrouwen tot een soort wandelende omhulsels van baarmoeders die een bepaald, gewenst aantal kinderen moeten voortbrengen. Bevolkingspolitiek is gevoelig voor misbruik. De middelen moeten door medisch geschoold personeel worden verstrekt, mensen die niet noodzakelijkerwijs geinteresseerd zijn in het welzijn van hun vrouwelijke clienten. Geboortenregeling heeft met alle culturele en sociale taboes in een samenleving te maken: ze gaat over seks, over het vrouwelijk lichaam, over leven en dood, en dus over religie. Het is een diep in het priveleven ingrijpende onderneming. De wijze waarop geboortenregeling wordt aangeboden of gepropageerd, staat niet los van de inrichting van welke samenleving ook. Daar waar mensenrechten op geen enkele manier worden gerespecteerd, zal het met de vrije keuze van vrouwen ook niet best gesteld zijn. In samenlevingen waar weinig belang wordt gehecht aan de autonomie van het individu, zal niet aan vrouwen maar aan gezaghebbende personen binnen de groep of familie worden gevraagd wat ze willen.
De paradigmawisseling die de conferentie in Cairo nu tot stand probeert te brengen, is het gevolg van de gelukkige omstandigheid dat de bevolking het minst snel groeit waar vrouwen de beste maatschappelijke positie hebben. Anders gezegd: waar vrouwen kunnen kiezen, kiezen ze tot volle tevredenheid van demografen en regeringen. Mannen nemen overwegend verkeerde beslissingen op dit terrein, althans binnen deze zienswijze.
Doorslaggevende factoren voor het afnemen van de vruchtbaarheid zijn ten eerste de scholing van vrouwen, ten tweede de dalende kindersterfte en ten derde de beschikbaarheid van goede en veilige voorbehoedsmiddelen. Die sleutelrol van vrouwen vormt een machtig wapen in handen van de internationale vrouwenbeweging. Want anders dan met een concept als duurzame ontwikkeling willen regeringen wel degelijk echt iets ondernemen om de bevolkingsgroei af te remmen. Nu is aangetoond dat de sleutel tot het afremmen van de bevolkingsgroei de positie van vrouwen is, is dat een aardige manier om regeringen ertoe te bewegen daadwerkelijk iets aan die positie te verbeteren. We hoeven de emancipatie ten slotte niet uit de goedheid des harten van mannen te ontvangen. Of vrouwen de kans krijgen om onderwijs te volgen omdat dat rechtvaardig is of omdat vaststaat dat vrouwen zonder scholing zes kinderen krijgen, vrouwen met een jaar scholing vijf, vrouwen met een tot vier jaar scholing vier en vrouwen met meer dan zes jaar scholing twee of drie, maakt uiteindelijk niet uit. Of vrouwen in Afrika erfrecht krijgen omdat er dringend een schreeuwende misstand moet worden rechtgetrokken of omdat op die manier de voorkeur voor jongensbaby’s afneemt en mensen dus ook ophouden met kinderen krijgen na drie dochters, maakt voor het resultaat niet uit. En tenslotte is het ook van geen belang of veilige voorbehoedsmiddelen vrij verkrijgbaar zijn om vrouwen in staat te stellen over hun eigen seksualiteit en vruchtbaarheid te beschikken of om minder kinderen geboren te laten worden.
DE POSITIE VAN VROUWEN kan, zoals bekend, wel enige verbetering gebruiken. Het voordeel van de aanpak van de conferentie van Cairo is dat er serieus aandacht - en in het gevolg daarvan ook geld - wordt besteed aan de werkelijke positie van vrouwen. Vrouwen zijn in het nieuwe VN-concept ineens een factor geworden die voor regeringen van belang zijn. Wie niet bereid is om een politiestaat voor vrouwen te creeren en hen te dwingen in de pas te lopen van een gewenste demografische ontwikkeling - en de meeste landen zijn daartoe niet bereid - kan niet veel anders doen dan tegemoetkomen aan de wensen van vrouwen. Dat heeft er ook voor gezorgd dat er nu min of meer reele cijfers op tafel liggen over de levensomstandigheden van vrouwen in verschillende delen van de wereld. Het blijkt allemaal erger dan verwacht.
Jaarlijks sterven er vijfhonderdduizend vrouwen aan de gevolgen van zwangerschap en bevalling; 99 procent van de slachtoffers valt in de ontwikkelingslanden. Het betreft hier bijna allemaal complicaties die te voorkomen zijn. In sommige landen wordt bijna de helft van de moedersterfte veroorzaakt door een onveilige abortus; een andere oorzaak is het ontbreken van een basisgezondheidszorg.
Ongeveer 460 miljoen paren gebruiken een of andere manier van geboortenregeling; daar staat tegenover dat 350 miljoen paren geen toegang hebben tot een breed pakket voorzieningen op het gebied van anticonceptie. Uit onderzoek blijkt verder dat 120 miljoen vrouwen die niet of nog niet zwanger willen worden, geen toegang hebben tot veilige anticonceptiemiddelen.
De afgelopen twintig jaar is er substantiele vooruitgang geboekt in sociale, economische en demografische zin, maar de vooruitgang is ongelijk verdeeld. Zo is bekendheid met en toegang tot anticonceptie vrijwel algemeen in West-Europa, de Verenigde Staten, Australie, Nieuw Zeeland, Japan en een groot deel van Oost-Azie. In die landen gebruikt 65 tot 80 procent van de paren anticonceptie en is de gemiddelde gezinsgrootte rond de twee kinderen per paar. In landen ten zuiden van de Sahara zijn geboortenregelingsfaciliteiten verre van algemeen beschikbaar: het gebruik van anticonceptie ligt beneden de vijftien procent en het gemiddeld aantal kinderen per vrouw is zes of meer.
Wereldwijd is de kindersterfte 62 per duizend baby’s (dat was 92 in 1974), maar er is een groot verschil tussen de ontwikkelingslanden (69 per duizend) en de westerse wereld (12 per duizend).
Hoewel het scholingsniveau de afgelopen twee decennia is toegenomen, zijn er nog steeds 960 miljoen mensen analfabeet, van wie twee derde van het vrouwelijk geslacht. Ongeveer 130 miljoen mensen hebben geen toegang tot basisonderwijs, van wie 90 miljoen meisjes. Vrouwen betreden momenteel in een recordtempo de arbeidsmarkt, maar moeten tegelijkertijd vaak in hun eentje voorzien in hun eigen levensonderhoud en dat van hun kinderen. Overal ter wereld zijn de gezinnen met een vrouwelijk gezinshoofd de armsten onder de armen. Dat wordt onder meer veroorzaakt door het feit dat vrouwen minder toegang hebben dan mannen tot scholing, krediet, bezit, natuurlijke hulpbronnen en goed betaalde banen.
Een lager stertecijfer betekent dat nationale staten veel meer dan nu zullen moeten zorgen voor voorzieningen voor ouderen, terwijl afnemende kindersterfte gecombineerd met een hoge vruchtbaarheid tot gevolg heeft dat er in veel landen een jonge bevolking ontstaat die er op haar beurt weer voor zal zorgen dat de bevolking snel blijft groeien.
EEN ANDER ELEMENT van de bijstelling van de bevolkingspolitiek in de richting van meer keuzevrijheid voor vrouwen, is de introductie van het begrip ‘reproduktieve rechten’ en 'reproduktieve gezondheid’. Onder reproduktieve gezondheid wordt niet alleen de afwezigheid van ziekten gerelateerd aan de voortplanting verstaan, maar een toestand van fysiek, psychisch en sociaal welbevinden. Dat betekent dus ook vrij zijn van de angst voor verkrachting, vrij zijn van de angst om besmet te raken met het HIV-virus, en vrij zijn van mishandeling en verminking. Het houdt ook in dat vrouwen de beschikking dienen te krijgen over de informatie en de middelen om een bevredigend en veilig seksueel leven vorm te geven. Er zijn, zeker door de Verenigde Naties, wel vaker mooie woorden gesproken, maar dit zijn mooie woorden die tegelijk een strategie aangeven om problemen op te lossen die werkelijk worden gevoeld door degenen die de macht hebben om er iets aan te doen.
Het paradijs is evenwel niet in zicht. Zoals de laatste weken almaar duidelijker wordt, staat de Wereldbevolkingsconferentie onder ongekende internationale druk, uitgeoefend door een monsterverbond van fundamentalisten van diverse gezindten. Onder die druk neemt een niet onaanzienlijk aantal regeringsdelegaties een standpunt in dat zich als volgt laat omschrijven: om de bevolkingsgroei terug te dringen, moeten we helaas vrouwen naar school sturen, maar we zouden er heel wat voor over hebben als het op een andere manier kon. Veel regeringen zijn van mening dat het dan maar op deze manier moet, maar ze hebben er geen ruzie met wat voor kerkelijke instantie dan ook voor over. Corazon Aquino bijvoorbeeld, achtte het nodig goedkeurend toe te zien hoe op een massameeting in het bijzijn van de aartsbisschop het ontwerp-slotdocument van Cairo demonstratief werd verbrand. President Ramos van de Filippijnen is protestant, maar Aquino wenste zich kennelijk te verzekeren van de katholieke steun voor de volgende verkiezingen.
Afrikaanse landen met katholieke regeringen bezweren de leiding van de conferentie dat ze het beleid naar de letter zullen uitvoeren, dat ze - al was het alleen maar in verband met de bestrijding van aids - de seksuele voorlichting via de ether, op scholen, in kroegen en op straat tot vervelens toe zullen herhalen, als ze maar niet hardop hoeven te zeggen dat ze dat doen.
Zo langzamerhand lijkt het steeds meer een wonder te mogen heten als er over twee weken een document ligt waarin regeringen zich verplichten tot tenminste de volgende concrete zaken:
Het terugbrengen van de zuigelingen- en kindersterfte. Wereldwijd moet de zuigelingensterfte in 2000 een derde zijn teruggelopen tot vijftig per duizend levendgeborenen, en de kindersterfte (dat wil zeggen kinderen tot vijf jaar) tot 170 per duizend levendgeborenen. In het jaar 2015 moeten alle landen ter wereld een zuigelingensterfte hebben bereikt van minder dan 35, en de kindersterfte moet zijn teruggebracht tot onder de 45.
De moedersterfte zal in het jaar 2000 moeten zijn gehalveerd ten opzichte van het niveau van 1990, en ten opzichte van het percentage in het jaar 2000 nogmaals worden gehalveerd in de periode tot 2015. Alle landen dienen te streven naar een gegarandeerde toegang tot het primaire onderwijs voor zowel meisjes als jongens op een zo kort mogelijke termijn, maar in ieder geval voor het jaar 2015. Daarnaast wordt regeringen dringend gevraagd meisjes en vrouwen de toegang te verzekeren tot hoger onderwijs, beroepsopleidingen en gerichte trainingen, waarbij niet moet worden vergeten dat het noodzakelijk is de kwaliteit van de scholing te verbeteren.
Alle landen moeten werken aan het vervullen van de nationale behoefte op het gebied van geboortenregelingsfaciliteiten en de integratie daarvan in de reproduktieve gezondheidzorg.
Alle landen moeten zo snel mogelijk stappen nemen om te voorzien in de onvervulde behoefte op het gebied van geboortenregeling. Volledige toegang tot een breed aanbod aan veilige en betrouwbare geboortenregelingsfaciliteiten moet zo snel mogelijk maar in ieder geval in het jaar 2015 voor iedereen zijn gerealiseerd.